Augurken met slagroom

Afgelopen vrijdag was ik op kraamvisite bij een vriendinnetje met een geweldige nieuwe baby. Het was dat de nieuwe moeder haviksogen had, anders had baby Damla bij mij in de tas gezeten. Zo’n snoezig lief meisje was het!

Na alle babyvoeding begon ook mijn maag te rammelen en ging ik met een ander vriendinnetje lunchen. In Den Bosch. Dat is me toch een leuke stad! Als het aan mij had gelegen, verhuisden we daar meteen naar toe. Bye Bye Nijmegen. Hello Den Bosch! De sfeer is gemoedelijk en – niet onbelangrijk – er zijn meer dan genoeg leuke eetgelegenheden om tien kilo aan te komen zonder er een traan om te laten.

Vriendinnetje vertrekt begin november voor ons werk naar Shanghai. Zo’n zes weken zal ze in die mooie stad vertoeven. En natuurlijk gaat er bij mij dan weer het een en ander kriebelen.
Shanghai. Terug. Naar de lieve Chineesjes met hun rare aparte gewoontes.
Voorlopig moet ik het maar doen met haar verhalen!

Aangezien Den Bosch dichtbij Utrecht ligt, belde ik Zus nog even op. Wat ze aan het doen was en of ze het leuk vond als ik nog even langskwam. “Ja, hoor! Gezellig! We eten pannenkoeken!” en ik was om, ondanks mijn lunch van salade met geitenkaas en een dame blanche die gerust Madame Blanche had mogen heten.

Hoe dan ook. Pannenkoeken, die lust ik wel! Zeker omdat het al veel te lang geleden was dat ik die op had. En omdat Zus van een pannenkoek nog een Michelin-ster-waardige maaltijd kan maken. Het water liep me al in de mond.

Ik was alleen een beetje vergeten dat Zus zwanger is.
En vrouwen met kindjes in hun buik kunnen soms een beetje, uhm, anders worden.
Naast een volledige gedaanteverandering (zeg maar gerust extreme makeover) kunnen zij ineens volledig van smaak veranderen. Zus is hierop geen uitzondering.

Eerst kreeg ik een heerlijke pannekoek met kaas.
Daar schonk ik wat stroop overheen.
Verrukkelijk!

Of ik er nog één lustte.
Maar natuurlijk!
Wat was ik verbaasd toen in plaats van nog zo’n lekkere kaaspannekoek, aardbeien, warme kersen, slagroom en straciatella ijs op tafel werd gezet.
Volgens Zus kon dat best.
Een toetje als maaltijd.

Tja, wie ben ik dan om een zwangere vrouw tegen te spreken?

Hoe Kwangie eindelijk in Utrecht belandde

Toen ik gisteren naar het station fietste, was ik erg in mijn nopjes dat de hevige bui die over Nijmegen trok, plaats had gemaakt voor een stralend zonnetje. What a timing, Kwangie! Subliem!
Inderdaad, wat een timing. Diezelfde bui had zojuist ingeslagen op het NS-spoorwegen-systeem en met geen mogelijkheid reed er een trein van of naar Nijmegen. PARDON!?!

“Maar ik moet naar Utrecht!”
“Er rijden geen treinen van of naar Nijmegen, mevrouw.”
“Ook niet naar Utrecht?”
“Nee, omdat er geen treinen van of naar Nijmegen rijden, mevrouw. Blikseminslag.”
“Ook niet vanaf station Heijendaal?”
“Dat heeft geen zin, mevrouw.”
“Hoe kom ik dan in Utrecht?”
“De NS zet bussen in, mevrouw, dat kan nog wel eventjes duren.”

 
Gijs wordt 30.
En dat wordt ie maar één keer. Dus moest en zou Kwangie in Utrecht geraken, want ondanks jarenlange campagnevoering mijnerzijds, wonen Zus en Gijs in Utrecht. Ookal is Nijmegen véél handiger. En gezelliger. En meer naast de deur.

Dus begon het Grote Wachten. En het alles-nèt-missen-gebeuren.
Mijn Grote Reis naar Utrecht was net een slechte soap. Ontzettend voorspelbaar dramatisch met bijbehorende ontberingen.

Allereerst vertrok de bus naar Arnhem zonder Kwangie. Want bus was al vol en Kwangie mocht niet voorkruipen van de NS-meneer.
Dus stapte ik in de bus naar Oss die mij in een uur (!) naar Brabant bracht. Aansluiting naar Den Bosch gemist, waardoor aansluiting naar Utrecht gemist. Grrrrr!
Tussendoor regende het hier en daar en vooral overal waar Kwangie was.
Bovendien deed honger zijn intrede.
Het.was.gewoon.niet.leuk.meer.

Uiteindelijk om 22:45 koud, verregend en hongerig netjes op de plaats van bestemming.
Toch knap om vier uur onderweg te zijn en nergens te komen! Een hele prestatie, al zeg ik het zelf.

Tot slot wil ik graag nogmaals een verzoek indienen bij Zus en Gijs.
Kom alsjeblieft met mijn toekomstige neefje/nichtje in Nijmegen wonen.
Dat is véél handiger. En gezelliger. En meer naast de deur.

Zomerfeesten

Eigenlijk was het niet de bedoeling, maar het gebeurde toch.

Vierdaagse in Nijmegen. Met bijbehorende Zomerfeesten.
En als Kwangie ’s morgensvroeg naar het werk fietst en pas ’s avondslaat naar huis wederkeert na een paar glazen spa rood en heel veel gezelligheid, dan schiet het loggen er een beetje bij in.

Maar goed, vanavond is de laatste avond!

Ons tuintje

In het kader van ‘ Wat vertelt uw tuin over u? ‘ een foto van onze tuin in Nijmegen.

Ons tuintje is groen en vooral netjes bijgehouden. Lief heeft keurig het gras gemaaid en de bomen gesnoeid voordat ie een foto nam. U ziet, wij vormen een opgeruimd en overzichtelijk stel. Evenals ons huishouden, dat is net zo spik en span. Dat moge duidelijk zijn!

Zo, nu is de beurt weer aan u!Tuintje

First job

Daar zit je dan! In Shanghai, voor je werk.
Ik kan me ergere dingen voorstellen.
Het was ook bepaald geen straf om in Hong Kong te werken.
He-le-maal geen problemen mee. Flexibel als ik ben.
Béétje jammer dat Lief in Nijmegen zit, maar daarvoor hebben ze voetbal uitgevonden.

Enniewee…
Vandaag moest ik denken aan My First Job.
Mijn eerste baantje was in een warenhuis in Nijmegen.
Het begon met een V en eindigde met een D, dus het was niet de Hema.

Welgeteld voor 5,10 gulden per uur stond ik achter een toonbank.
Op de eerste dag legde de afdelingsverantwoordelijke mij uit: “Dit is echt goud en zilver. Je mag dit nóóit alleen laten.”
Zo gezegd, zo gedaan.
Twee maanden lang stond ik er.
Beetje toonbankje poetsen, mensen helpen: “Het toilet is dáár. Bij de tijdschriften links.” van dat kaliber. Tjongejonge wat was dat hard werken, zeg!
Zonder airco en in mijn uniformpje.
Maar mijn vlijt werd opgemerkt en beloond: ik mocht ook na de zomer blijven werken!

Zo leerde ik F. en J.kennen.
In dat warenhuis.
In ons bloesje, sjaaltje en rokje.
Bij het goud en zilver.
Het was F. die mij erop wees dat er zoiets bestond als pauze.
Wist ik veel. Ze hadden toch gezegd dat ik het NOOIT alleen mocht laten?
En wat moet je tijdens je pauze doen anyway?
Laat mij maar achter die toonbank.

En zo stonden we jarenlang elke koopavond, zaterdag, koopzondag en feestdag achter die toonbank. Te kletsen natuurlijk en een beetje te werken en steeds meer ook een beetje te wachten op de pauzes.
Midden in Nijmegen.
In ons apenpakkie.
Bij het goud en zilver.