#Fitmom

Eén van de moeilijkste dingen aan het ouderschap vind ik luisteren naar je lichaam. Vooral omdat mijn lichaam iets heeft geproduceerd dat te goed meeluistert.

Zo rond een uur of vier heb ik gewoon trek.
Als ik trek heb, bedoel ik trék.
In voedsel.
Het zware spul.
Mét suiker, zevenhonderd calorieën en druipend in de koolhydraten.
Mocht je het nog niet door hebben, dat is dus geen zelfgemaakte appel-kaneel-dadel-energiereep-hashtag-suikervrij-hashtag-glutenvrij-hashtag-om-de-hashtag.
Niet iedereen is gezegend met #fitmom-genen.
Ik moet Eten.
en snel een beetje!

Ondertussen probeer ik Puk en Watermeloen het goede voorbeeld te geven.
Gewoon lekker water drinken!
Fruit als tussendoortje!
Schijf van vijf!
Etc. etc.

Dus zet ik de televisie aan, plant Puk en Watermeloen op de bank en sluip als een schaduw door de nacht naar de keuken.
Nog voordat ik mijn hand uit de snoeppot kan trekken, roept er al iemand “Mama, wat ben je aan het doen?”

Of “Waarom ruikt het hier naar dropjes?” terwijl ik me half verslik in een minimaal gekauwd dropje a.k.a. bewijsmateriaal dat terstond vernietigd dient te worden.

De Watermeloen is misschien nog erger. Als in een horrorfilm staat de jongeman geluidloos achter je. Net wanneer je denkt dat je opgelucht adem kunt halen met een koekje in de mond – best lastig overigens – schreeuwt ie “KOOK!”
Ik.Ook.

Puk en Watermeloen zijn nog in de veronderstelling dat alles in de wereld eerlijk verdeeld dient te worden.
Met name voedsel mét suiker, zevenhonderd calorieën en druipend in de koolhydraten.
“KOOK! KOOK!” roept de Watermeloen, terwijl Puk – half beledigd, half verontwaardigd – vraagt hoe lang ik al in de keuken sta.

En dat, die hele toestand, maakt het haast onmogelijk om naar je lichaam te luisteren.
Het moge duidelijk zijn wie de Strijd voor Gelijke Verdeling der Koekjes en Andere Geneugten wint.
Niet deze #badmom.

Advertenties

Vriendschap is een illusie

Onlangs is de kleine Puk stiekem vier geworden.
Vier!
Hoe dan?
En dat betekent dat ze eindelijk naar school mag.

Het was niet gemakkelijk.
De eerste dagen waren bijzonder pijnlijk en de tranen vloeiden rijkelijk.
Maar zo ondertussen kan ik wel zeggen dat ik aardig gewend ben.
Met de Puk gaat ook alles goed, dank je.

Mijn hart maakte een sprongetje toen ik Puk ophaalde en er ineens een meisje bij haar stond.
Een meisje met een rode jas.
In haar handen hield ze een boekje.

“Uh, Puk, ken je dit meisje?”
“Ja.”
“Wil je iets aan Puk geven?”
Het meisje knikte.

Het was een vriendschapsboekje.
Woeaaah!
Ik hartje vriendschapsboekjes!
We beloofden plechtig goed voor het boek te zorgen.

De grootste uitdaging was het boek uit handen te houden van de Watermeloen.
Die wildebras beheerst de kunst van het slopen tot in de puntjes.

De andere uitdaging was een fatsoenlijke tekst.
Aangezien Puk nog niet kan lezen of schrijven, ben ik degene die de pen voert.

“Wat is je lievelingseten?”
“Spaghetti.”
“Wat eet je liever niet?”
“Mosterd.”
So far so good.

Het werd lastig toen de diepere vragen kwamen. Die over je toekomstdromen en je grootste wensen en wat je zo leuk vindt aan elkaar.

“Puk, wat wil je later worden?”
Daar hoefde ze niet lang over na te denken.
Prinses.”
“Okee, prinses.”
“… met een gouden jurk en een gouden kroon met roze diamanten.”

En zo ging dat verder.
Er waren kinderen die droomden dat er nooit meer oorlog of ruzie zou zijn.
Puks grootste wens was “dat ons huis verandert in een kasteel.”

“Ik kijk graag op de televisie…”
“Nieuwe Shimmer and Shine.”
“Shimmer and Shine?”
“NIEUWE Shimmer and Shine.”
(voor de onwetenden onder ons: dat is serieuze kleuter-televisie)

De vraag wat zij zo leuk vond aan het meisje met de rode jas, beantwoordde Puk met “omdat zij mijn rok mooi vindt.”

Als editor kon ik dit moeilijk laten staan.
“Puk, het meisje met de rode jas is toch ook leuk, omdat ze…”
“…”
“…slim is?”
“Ja!”
“…lief is?”
“Ja!”
“…grappig is?”
“Ja! Ze is slim en lief en grappig!”

Zie daar.
Een citaat!
Snel pakte ik mijn pen en schreef op:
“Dus jij vindt het meisje met de rode jas leuk, omdat zij slim en lief en grappig is. Correct?”
Puk was onverbiddelijk.
“Neehee, omdat zij mijn rok mooi vindt!”

Wat te doen als je geen koffie lust

Even iets onzinnigs.
Want ik schrijf al zoveel taaie kost.
Maar ik heb dus een ding.
Ik lust geen koffie.

Boy, dronk ik maar koffie, want koffie is gemakkelijk.
“Wat wil je drinken?”
“Doe maar koffie.”
“Melk en suiker?”
“Doe maar zwart.”

Heb je een beeld?
Koffie is gemakkelijk.
Zwart, melk, suiker.
Zelfs de variëteiten zijn clean.
Espresso, cappuccino, latte, Irish.
In één woord duidelijk.
Maar niet te zuipen.

Thee daarentegen, is complex.
“Wat wil je drinken?”
“Doe maar thee.”
“Wat voor thee wil je?”

Wat voor thee wil je.
“Doe maar witte thee met perensmaak, lekker, zonder suiker.”

Welke thee wil je?
Géén idee!
Welke thee heb je?
Gewoon, verse munt, groen?

Ik ben niet lastig.
Ik hou alleen niet van ‘gewone’ thee (overigens, wat is gewone thee? English blend? Breakfast tea? Earl Grey?).
Verse muntthee en bladluizen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Behalve als je er kokend water over giet, dan laten die beestjes wel los – alleen drijven ze zo in je thee.
Blijft er groene thee over, maar daarvoor geldt de formule van Einstein in het kwadraat:
1xT=5xWC

Welke thee wil je?
“Doe maar thee, maar niet gewoon, verse munt of groen.”
Dat werkt niet.
Daar spugen mensen in je glas van.

Wat is dan een goed antwoord?
Wat is sociaal wenselijk?
Hoe houden we het fatsoenlijk?

“Welke thee wil je?”
“Doe toch maar cola.”

De prinses

“Weet je wat ik later wil worden?”
“Nou, wat wil je later worden, Puk?”
“Prinses!”

Eerlijk is eerlijk, prinses zijn lijkt me nogal… Nutteloos.
Om toch een soort van supportive te zijn, zuchtte ik niet te diep, maar bedacht een plannetje.

“Misschien is hij wat jong voor jou, maar als je een prinses wilt worden, als je dat écht wilt, dan…”
*tromgeroffel*
“…moet je trouwen met prins George.”
Beledigd stampvoette Puk weg.
“Ik moet helemaal NIETS!”

Als je dochter van vier haar carrière-pad uitstippelt, neem je dat uiteraard serieus. Maar ik geloof dat ze voorlopig genezen is.

Uit de kast!

Ik zit altijd boordevol ideeën.
Aan inspiratie geen gebrek.
Ook met de motivatie zit het wel snor.
Alleen…
Soms, héél soms, vind ik slapen zo fijn.
En iedereen weet dat als de kans zich voordoet, je alles moet laten vallen om die paar minuutjes te pakken.
Even de ogen dicht en snurken, een luxe die weinig mensen zich kunnen veroorloven.

En zo blijven al die briljante ideeën liggen op de plank in een kast achter een deur met zevenhonderd sloten voor de komende vijftien jaar. Kan vast geen kwaad.

Ik heb lang nagedacht of ik ze uit de kast wilde laten komen, maar waarom niet?
Het is 1 januari, tijd voor een lijstje van net-niet-haalbare ambities die gisteravond nog een goed idee leken, maar na een beetje nachtrust als lijk in de kast blijven liggen:

1. “Great leaders read”
Het schijnt dat de gemiddelde Amerikaan één boek per jaar leest en daarbij niet verder komt dan het eerste hoofdstuk.
Geen idee waar ik dat heb gelezen en ook niet of de cijfers kloppen, maar gelukkig ben ik geen gemiddelde Amerikaan.

Lezen is voor mij als leider van de boevenbende namelijk essentieel.
Hoe kunnen Puk en Watermeloen immers hun streken uithalen als moeders als een havik elke beweging registreert?
Voor hun ontwikkeling is het alleen maar goed dat ik met de neus in de boeken zit, zodat zij vrijuit kunnen slopen en plunderen.

Afgelopen jaar las ik er 19.
Maar ja, 19… Dat is het nét niet.
Het is iets meer dan een boek per maand, net minder dan een boek per twee weken.
Dus leek het me logischer om 365 boeken te gaan lezen dit jaar.
Lekker overzichtelijk.
Alleen, dat slapen hè?
Onverenigbaar met het lezen.
De ambitie maar bijstellen naar de 100? 52? 26?
Toch maar een nachtje over slapen.

2. Vaker schrijven, vaker posten.
Nu schrijf ik al elke dag, dus vaker schrijven is niet helemaal haalbaar, maar zolang ik niets post, schrijf ik voor de buitenwereld niet.
Misschien kan ik het eeuwige stemmetje dat niets goed genoeg vindt eens temmen door juist vaker te posten.
Elke week op een vast moment iets het internet opslingeren.
Laten we zeggen elke woensdagochtend 9.00 uur.
Of juist ’s avonds op vrijdag, als er niets op tv is.
Maar dan moet ik wel elke week iets hebben wat zo het www op kan.
En minstens 26 (of 52?) stukken vooruit schrijven en – horror! – misschien inleveren op kwaliteit.
En iedereen is juist gewend aan mijn hoge standaarden *kuch*
Toch maar een nachtje over slapen.

3. Meer bewegen.
Het staat er echt.
Klinkt als een briljant plan.
Stoppen we toch maar weer even terug in de kast.

4. Een systeem bedenken voor het huishouden.
HAHAHA!
Grapje.
Geen goed plan.

En zo, beste mensen, blijft de kast voorlopig gewoon dicht.
Geen goede voornemens.
Geen actieplannen.
Geen to-do of bucketlijsten.

Gewoon blijven lachen en vooral verder dromen want dan weet ik zeker dat ik slaap!

Iedereen een liefdevol, gezond en licht 2017 gewenst!
Dat al jullie voornemens wél mogen slagen!