Wat te doen als je geen koffie lust

Even iets onzinnigs.
Want ik schrijf al zoveel taaie kost.
Maar ik heb dus een ding.
Ik lust geen koffie.

Boy, dronk ik maar koffie, want koffie is gemakkelijk.
“Wat wil je drinken?”
“Doe maar koffie.”
“Melk en suiker?”
“Doe maar zwart.”

Heb je een beeld?
Koffie is gemakkelijk.
Zwart, melk, suiker.
Zelfs de variëteiten zijn clean.
Espresso, cappuccino, latte, Irish.
In één woord duidelijk.
Maar niet te zuipen.

Thee daarentegen, is complex.
“Wat wil je drinken?”
“Doe maar thee.”
“Wat voor thee wil je?”

Wat voor thee wil je.
“Doe maar witte thee met perensmaak, lekker, zonder suiker.”

Welke thee wil je?
Géén idee!
Welke thee heb je?
Gewoon, verse munt, groen?

Ik ben niet lastig.
Ik hou alleen niet van ‘gewone’ thee (overigens, wat is gewone thee? English blend? Breakfast tea? Earl Grey?).
Verse muntthee en bladluizen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Behalve als je er kokend water over giet, dan laten die beestjes wel los – alleen drijven ze zo in je thee.
Blijft er groene thee over, maar daarvoor geldt de formule van Einstein in het kwadraat:
1xT=5xWC

Welke thee wil je?
“Doe maar thee, maar niet gewoon, verse munt of groen.”
Dat werkt niet.
Daar spugen mensen in je glas van.

Wat is dan een goed antwoord?
Wat is sociaal wenselijk?
Hoe houden we het fatsoenlijk?

“Welke thee wil je?”
“Doe toch maar cola.”

Advertenties

Sinterklaas en zijn tradities

Sinterklaas en ik hebben wat oud zeer.
Niet alleen sloeg de Goedheiligman ons huisje steevast over, het enige wat ik ooit van hem heb gekregen was een handgeschreven brief of ik alsjeblieft met het licht uit wilde slapen.
Daar heb ik overigens nooit gehoor aan gegeven, aangezien ik die clown van It enger vond dan een tripje naar Spanje.
Hoe het ook zij – voor mij geen jeugdsentimenten rondom 5 december.

Hoe anders is dit voor Lief, die zich ontpopt tot een one-man-Sinterklaascommissie.
Zo hebben we nu steevast wortels in de koelkast liggen, is er een pepernotentaart gebakken en maakt Lief zich oprecht zorgen of er wel genoeg inpakpapier is voor alle kadootjes voor de Puk en Watermeloen.
Even serieus.
Mijn immer nuchtere koele kikker heeft inpakpapier-stress!
Alsof P&W niet in drie seconden alles aan flarden hebben gescheurd.

Enfin.
Het is maar goed dat Lief weet hoe alles hoort, want ik zou er een potje van maken.
Want wat zijn er veel ongeschreven regels en tradities!
Zo dacht ik dat je maar één keer je schoen zette.
Namelijk op Pakjesavond.
Maar dat is niet zo.
Je zet je schoen eerder.
Hoeveel eerder, dat zei Lief er niet bij.
In ieder geval na augustus of zo, maar vóór 5 december.

Toch is het niet de bedoeling dat je elke avond een schoen zet.
Daar zitten weer restricties op.
Dat hele schoen-zet-systeem werkt namelijk niet als een adventkalender.
Dus ookal heb je 30 paar schoenen, je mag NIET elke avond je schoen zetten.
Hoe vaak dan wel, dat kon Lief me niet vertellen.
Maar hij was onverbiddelijk.
“Dat hoort niet.”

Je schoen zet je tussen augustus en 5 december, niet één keer en ook niet dertig keer, maar op Pakjesavond zet je hem zeker niet.
Op 5 december (of een andere dag die beter uitkomt) komen de kadootjes namelijk niet door de schoorsteen, maar via een jutezak.
Logisch, toch?

Gelukkig zit het er bijna op.
Want wat zijn dit verwarrende tijden!

Seven Days Challenge

Over twee maanden schrijf ik alweer 8 (!) jaar voor kwangie.punt.nl
Met dit stukje erbij zit ik op 310 gepubliceerde blogs.
Dat zijn er gemiddeld 3,3 per maand.
Dus het valt best mee met de lage frequentie.
Al ligt het aantal vooral aan de beginjaren, waarin ik soms dagelijks iets eruit poepte.
Dat is me de afgelopen jaren niet meer gelukt.
Daarom is het tijd voor een uitdaging!

De komende zeven dagen zal ik elke dag een stukje plaatsen.
Wees wel gewaarschuwd, want dat betekent dat er ook wat mindere versies van mezelf naar boven komen drijven.
Maar dan weten we dat ook weer 🙂

Het grootste probleem is dat ik alle inspiratie moet putten uit mijn eigen leven.
En dat is alles behalve rock ‘n’ roll.
Het is zelfs zo gezapig, dat ik er van in slaap sukkel.
En slapen is niet verenigbaar met schrijven.
Zie daar! Een vicieuze cirkel.

En misschien komt het ook wel door de poepmachine.
Onze Watermeloen blijkt namelijk een rasechte luierverslinder.
Zo’n tien volle luiers produceert hij per dag.
En bij dat proces komen heel, heel erg veel gassen vrij.
Als mensen het hebben over ‘de roze wolk’ of ‘een wolk van een baby’, dan bedoelen ze volgens mij de walmen die zo’n baby met zich meebrengt.
“Hou eens op met dat poepen!” roep ik regelmatig, waarna hij mij trakteert op een stralende lach met een flinke klodder mosterd.
Ik weet bijna zeker dat die dampen me een paar honderd hersenscellen per keer kosten.
Keer tien luiers per dag.
Keer 365 dagen.
Keer 3 jaar.
Is heel erg veel sterfte in de bovenkamer.
♪Het houdt niet op, niet vanzelf…♪

Enfin.
Ondanks de walmen en de dampen, de gassen en de stanken, ga ik de komende dagen mijn uiterste best doen om iets te posten.
Maar nu eerst even een dutje.
Tot morgen!

Heb je een abonnement?

Zo af en toe kom ik een zeldzaam exemplaar tegen.
Een lezer.
Iemand die vrijwillig en zonder betaling de woorden leest die uit mijn hoofd rollen.
De narcist in mij wordt daar altijd wild enthousiast van.
EEN LEZER! YEAAAAAH! gaat er dan door mijn hoofd.

Het liefst vraag ik de lezer in kwestie het hemd van het lijf.
“Wat vind je zo leuk aan mij mijn blog?”
“Wat zijn verbeterpunten?” [het enige juiste antwoord daarop is overigens ‘ik vind alles wat je schrijft fantastisch’ – red.]

Wanneer ik schrijf heb ik namelijk de grootste lol.
HA HA! roep ik dan vanachter mijn laptop.
Of HA HA HA! als ik mezelf heel grappig vind.
Maar altijd worstel ik met het einde.
Daar moet namelijk iets héél grappig komen.
En dan probeer ik 47 verschillende opties uit.
Laat ik het even rusten.
Schaaf het nog wat bij.
Om meer dan de helft van de tijd niets te posten.
De waarheid is dat ik dagelijks schrijf, al zou je dat niet zeggen gezien de lage frequentie hier.
De keren dat er iets op het internet belandt, ben ik altijd in een soort van beschonken schrijverstoestand.
Dus schaam ik me de dag erop voor alle onzin die ik heb uitgekraamd.
Ik troost mezelf met de gedachte dat ‘toch niemand ooit die nonsens leest’.

Als ik dan een keer iemand tegenkom die zegt dat hij mijn blog leest, dan juicht het kind in mij.
“Echt waar?” zou ik willen zeggen, “Echt, echt, écht waar?”
Maar meestal zeg ik gewoon niets.
Bang dat ik tegenval.
In levende lijve ben ik namelijk nogal, uhm… mezelf.
Op een gemiddelde dag betekent dat zo’n vijf vreemde opmerkingen per minuut.
Onder druk verdubbelt dat tot tien rare dingen per minuut.
Minstens.
En in het echt heb je geen type-ex.
“Oeps! Stomme opmerking, verwijder dat maar uit je oren!”
Dat kan dus niet.
In het echt heb je maar één kans om een normale indruk achter te laten.
Eén moment om te laten zien dat je geen psycho bent.

Gelukkig zijn er miljoenen opmerkingen wél goed.
Dus toen ik een lezer tegenkwam op een feestje ging het zo.
Zij: “Hee! Ik heb je blog gelezen!”
Ik : “Heb je een abonnement?”

HEB JE EEN ABONNEMENT?!
Hoe verzin ik het?
Heb je een abonnement…
Okee, ik geloof dat ik een lezer kwijt ben.

Nog 2.209 dagen

Over niet al te lange tijd word ik 34.
Slechts 2.209 dagen die mij scheiden van de Big Four Oh my god.
Dat is even schrikken, he?
Ja, vind ik ook.

Ik heb nog steeds niets van het leven gemaakt.
Maak alleen het huis schoon als er bezoek komt.
En stop de Puk chocolaatjes toe als ze zegt dat ik de liefste mama ben.

Soms lig ik op de bank en denk ik…
Misschien moet ik maar eens volwassen worden.
Serieus worden en kappen met dat aanmodderen.
Want laten we wel wezen, op een dag wordt het triest.

Je kunt wel jong van geest zijn, maar je lijf tikt je uiteindelijk op de vingers.
Pure wilskracht wint niet van zwaartekracht.
Alles gaat hangen en flubberen.
En als je ’s morgensvroeg eerst tien onderkinnen opzij moet schuiven voor je je tanden kunt poetsen dan moet je gewoon je verlies nemen.

Dus daar ging ik.
Klaar om een nieuwe wereld te betreden.
Met een beetje tegenzin hees ik mezelf er toch in.
In die shapewear.
En ik moet zeggen, ik kan er wel in wonen!
Alles wordt heel netjes in het gareel gehouden.
En lijkt het maar zo, of heb ik nu ineens mijn lang verloren taille terug?

“Kijk!” roep ik tegen Lief, “Kijk!”
En Lief doet wat hem opgedragen wordt.
Nog voordat hij het verkeerde antwoord kan geven, ratel ik al verder: “Het is net alsof ik dunne benen heb!”
“Oh ja?” zei de spelbreker.
“Het is toch briljant? Vind je niet?” en ik negeer de neiging om Lief een lijst te overhandigen met ‘de enige juiste antwoorden’.

Het maakt ook allemaal niet uit.
IK ben er blij mee.
Het is goedkoper dan aan je lijf laten sleutelen en gemakkelijker dan sporten.
Een flubberlijf hebben is nog nooit zo leuk geweest!

En weet je…
Na die 2.209 dagen is het nog maar 9.855 dagen tot het pensioen.
Dan kun je lekker in je corrigerend badpak aan het water liggen luieren.
En genieten van alle herinneringen achter die blubberbuik.
Ouder worden, wat een mooi vooruitzicht!