Lezers gezocht!

Zo ondertussen is het bijna vijf maanden geleden dat hier iets verscheen.
Dat ik niets te melden heb – het gaat goed met me, dank u – doet er niet toe.
Anno 2018 is niets posten het equivalent van de vriendschap dood laten bloeden.
En dat is niet de bedoeling.

Het gaat goed met me, echt waar.
Een tijdlang ging het zelfs héél goed met me.
Tot op zekere dag het een goed plan leek om de Watermeloen een grote-jongens-bed te geven. Sindsdien schrik ik elke nacht wakker van twee koude voetjes op mijn buik. Of van een arm over mijn hoofd. Of een hoofd onder mijn oksel.
Maar verder gaat het dus goed.

Ik heb zelfs voor het eerst in mijn leven luizen gekamd!
Dat is tegenwoordig heel hip, luizenmoeder zijn.
Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent!
Je loopt de rest van de dag rond met jeuk, maar dat is een kriebelig, klein detail.

Maar nu je er naar vraagt.
Weet je nog dat ik bezig was met het schrijven van een boek?
Nou, dat boek is dus klaar!
Wait! What?!
Mijn boek is klaar!
Helaas is het nog niet te koop, maar daar kunnen jullie – ja, jij ook! – een handje bij helpen.

Wat is het geval?
Op http://www.sweek.com heb ik mijn boek aangemeld voor de schrijfwedstrijd van uitgeverij Moon. Lezers kunnen het verhaal lezen, liken en volgen.
Hoe meer volgers, hoe groter de kans om op de felbegeerde shortlist te komen, met als hoofdprijs dat je een uitgeverscontract kunt winnen!

Wat moet je doen (niets mag, alles moet overigens):

1) Ga naar https://sweek.com/explore
2) Klik op het vergrootglas rechtsboven
3) Typ in ‘Kwan’
4) Klik op mijn boek ‘De Tussenwereld’
5) Klik op ‘Read’ (‘Lees’)
6) Klik op het plusje ‘Follow’ (‘Volg’)

Simpel toch?

Het eerste hoofdstuk staat nu online.
16 februari zal ik het hele boek posten.
Lees je mee?

Advertenties

#Fitmom

Eén van de moeilijkste dingen aan het ouderschap vind ik luisteren naar je lichaam. Vooral omdat mijn lichaam iets heeft geproduceerd dat te goed meeluistert.

Zo rond een uur of vier heb ik gewoon trek.
Als ik trek heb, bedoel ik trék.
In voedsel.
Het zware spul.
Mét suiker, zevenhonderd calorieën en druipend in de koolhydraten.
Mocht je het nog niet door hebben, dat is dus geen zelfgemaakte appel-kaneel-dadel-energiereep-hashtag-suikervrij-hashtag-glutenvrij-hashtag-om-de-hashtag.
Niet iedereen is gezegend met #fitmom-genen.
Ik moet Eten.
en snel een beetje!

Ondertussen probeer ik Puk en Watermeloen het goede voorbeeld te geven.
Gewoon lekker water drinken!
Fruit als tussendoortje!
Schijf van vijf!
Etc. etc.

Dus zet ik de televisie aan, plant Puk en Watermeloen op de bank en sluip als een schaduw door de nacht naar de keuken.
Nog voordat ik mijn hand uit de snoeppot kan trekken, roept er al iemand “Mama, wat ben je aan het doen?”

Of “Waarom ruikt het hier naar dropjes?” terwijl ik me half verslik in een minimaal gekauwd dropje a.k.a. bewijsmateriaal dat terstond vernietigd dient te worden.

De Watermeloen is misschien nog erger. Als in een horrorfilm staat de jongeman geluidloos achter je. Net wanneer je denkt dat je opgelucht adem kunt halen met een koekje in de mond – best lastig overigens – schreeuwt ie “KOOK!”
Ik.Ook.

Puk en Watermeloen zijn nog in de veronderstelling dat alles in de wereld eerlijk verdeeld dient te worden.
Met name voedsel mét suiker, zevenhonderd calorieën en druipend in de koolhydraten.
“KOOK! KOOK!” roept de Watermeloen, terwijl Puk – half beledigd, half verontwaardigd – vraagt hoe lang ik al in de keuken sta.

En dat, die hele toestand, maakt het haast onmogelijk om naar je lichaam te luisteren.
Het moge duidelijk zijn wie de Strijd voor Gelijke Verdeling der Koekjes en Andere Geneugten wint.
Niet deze #badmom.

Als je moe bent, moet je slapen

Als je moe bent, moet je slapen.
Mijn ouders hamerden er altijd op dat we voldoende rustten.
“Maar ik bén niet moe!” sputterde ik weleens tegen, dat mocht niet baten.
Als je moe bent, moet je slapen.
En als je niet moe bent, kun je alvast wat slapen.
Daar kwam je met geen speld tussen.
Met als gevolg dat ik overal heb leren slapen.
In de bus, trein, auto, maar ook gewoon bij iemand op de bank als dat moet.
Dat heeft niets met het gezelschap te maken, maar als je moe bent, moet je slapen.
En ik ben vaak moe, zeker omdat de Watermeloen zo vaak niet moe is.

Met enige regelmaat val ik in slaap tussen de Duplo en ander speelgoed. Meestal is het Puk die me dan wakker maakt.
“Mama, de Watermeloen gooit allemaal speelgoed in de wc, dat mag toch niet, hè?”
Waarna ik me plechtig voorneem niet meer overdag te slapen (en om het speelgoed eens op te ruimen).

Gelukkig voor mij (en voor onze riolering) gelooft de Meloen nog heilig in middagdutjes.
Die slaat hij nooit over.
Zodra hij in bed ligt, nestel ik me met Puk op de bank.
Gezellig filmpjes kijken op de televisie.
Niet zo verantwoord, maar wel broodnodig.
Een power nap verricht wonderen.
Het hoeft niet uitgebreid, gewoon even je oogjes dicht en je kunt er weer tegenaan.

Jarenlang hield ik mijn inhaalslaapjes op de bank wanneer dat zo uitkwam.
En het kwam altijd uit, want we woonden op vier hoog.
Niemand die per ongeluk zou zien dat ik met mijn mond open slaap, behalve misschien een nieuwsgierige vogel die voorbij vloog.
Maar sinds we in een huis wonen, is het een heel ander verhaal.
Vooral omdat het huis in een wijk vol groen staat.

Wandelaars die genieten van de omgeving, komen met het mooie weer graag even voorbij.
Niet zelden wordt er een blik naar binnen geworpen.
Om gênante vertoningen te voorkomen, slaap ik niet meer op de bank.

Mocht je ooit voorbij wandelen en naar binnengluren kijken, schrik dan niet als je mij op de vloer ziet liggen.
Daar tussen de Duplo.
Er is niets aan de hand.
Ik ben gewoon moe en als je moe bent, moet je slapen.

Dit stuk verscheen eerder in een aangepaste versie in De Stenen Bank.

Vriendschap is een illusie

Onlangs is de kleine Puk stiekem vier geworden.
Vier!
Hoe dan?
En dat betekent dat ze eindelijk naar school mag.

Het was niet gemakkelijk.
De eerste dagen waren bijzonder pijnlijk en de tranen vloeiden rijkelijk.
Maar zo ondertussen kan ik wel zeggen dat ik aardig gewend ben.
Met de Puk gaat ook alles goed, dank je.

Mijn hart maakte een sprongetje toen ik Puk ophaalde en er ineens een meisje bij haar stond.
Een meisje met een rode jas.
In haar handen hield ze een boekje.

“Uh, Puk, ken je dit meisje?”
“Ja.”
“Wil je iets aan Puk geven?”
Het meisje knikte.

Het was een vriendschapsboekje.
Woeaaah!
Ik hartje vriendschapsboekjes!
We beloofden plechtig goed voor het boek te zorgen.

De grootste uitdaging was het boek uit handen te houden van de Watermeloen.
Die wildebras beheerst de kunst van het slopen tot in de puntjes.

De andere uitdaging was een fatsoenlijke tekst.
Aangezien Puk nog niet kan lezen of schrijven, ben ik degene die de pen voert.

“Wat is je lievelingseten?”
“Spaghetti.”
“Wat eet je liever niet?”
“Mosterd.”
So far so good.

Het werd lastig toen de diepere vragen kwamen. Die over je toekomstdromen en je grootste wensen en wat je zo leuk vindt aan elkaar.

“Puk, wat wil je later worden?”
Daar hoefde ze niet lang over na te denken.
Prinses.”
“Okee, prinses.”
“… met een gouden jurk en een gouden kroon met roze diamanten.”

En zo ging dat verder.
Er waren kinderen die droomden dat er nooit meer oorlog of ruzie zou zijn.
Puks grootste wens was “dat ons huis verandert in een kasteel.”

“Ik kijk graag op de televisie…”
“Nieuwe Shimmer and Shine.”
“Shimmer and Shine?”
“NIEUWE Shimmer and Shine.”
(voor de onwetenden onder ons: dat is serieuze kleuter-televisie)

De vraag wat zij zo leuk vond aan het meisje met de rode jas, beantwoordde Puk met “omdat zij mijn rok mooi vindt.”

Als editor kon ik dit moeilijk laten staan.
“Puk, het meisje met de rode jas is toch ook leuk, omdat ze…”
“…”
“…slim is?”
“Ja!”
“…lief is?”
“Ja!”
“…grappig is?”
“Ja! Ze is slim en lief en grappig!”

Zie daar.
Een citaat!
Snel pakte ik mijn pen en schreef op:
“Dus jij vindt het meisje met de rode jas leuk, omdat zij slim en lief en grappig is. Correct?”
Puk was onverbiddelijk.
“Neehee, omdat zij mijn rok mooi vindt!”

Wat te doen als je geen koffie lust

Even iets onzinnigs.
Want ik schrijf al zoveel taaie kost.
Maar ik heb dus een ding.
Ik lust geen koffie.

Boy, dronk ik maar koffie, want koffie is gemakkelijk.
“Wat wil je drinken?”
“Doe maar koffie.”
“Melk en suiker?”
“Doe maar zwart.”

Heb je een beeld?
Koffie is gemakkelijk.
Zwart, melk, suiker.
Zelfs de variëteiten zijn clean.
Espresso, cappuccino, latte, Irish.
In één woord duidelijk.
Maar niet te zuipen.

Thee daarentegen, is complex.
“Wat wil je drinken?”
“Doe maar thee.”
“Wat voor thee wil je?”

Wat voor thee wil je.
“Doe maar witte thee met perensmaak, lekker, zonder suiker.”

Welke thee wil je?
Géén idee!
Welke thee heb je?
Gewoon, verse munt, groen?

Ik ben niet lastig.
Ik hou alleen niet van ‘gewone’ thee (overigens, wat is gewone thee? English blend? Breakfast tea? Earl Grey?).
Verse muntthee en bladluizen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Behalve als je er kokend water over giet, dan laten die beestjes wel los – alleen drijven ze zo in je thee.
Blijft er groene thee over, maar daarvoor geldt de formule van Einstein in het kwadraat:
1xT=5xWC

Welke thee wil je?
“Doe maar thee, maar niet gewoon, verse munt of groen.”
Dat werkt niet.
Daar spugen mensen in je glas van.

Wat is dan een goed antwoord?
Wat is sociaal wenselijk?
Hoe houden we het fatsoenlijk?

“Welke thee wil je?”
“Doe toch maar cola.”