Uit de kast!

Ik zit altijd boordevol ideeën.
Aan inspiratie geen gebrek.
Ook met de motivatie zit het wel snor.
Alleen…
Soms, héél soms, vind ik slapen zo fijn.
En iedereen weet dat als de kans zich voordoet, je alles moet laten vallen om die paar minuutjes te pakken.
Even de ogen dicht en snurken, een luxe die weinig mensen zich kunnen veroorloven.

En zo blijven al die briljante ideeën liggen op de plank in een kast achter een deur met zevenhonderd sloten voor de komende vijftien jaar. Kan vast geen kwaad.

Ik heb lang nagedacht of ik ze uit de kast wilde laten komen, maar waarom niet?
Het is 1 januari, tijd voor een lijstje van net-niet-haalbare ambities die gisteravond nog een goed idee leken, maar na een beetje nachtrust als lijk in de kast blijven liggen:

1. “Great leaders read”
Het schijnt dat de gemiddelde Amerikaan één boek per jaar leest en daarbij niet verder komt dan het eerste hoofdstuk.
Geen idee waar ik dat heb gelezen en ook niet of de cijfers kloppen, maar gelukkig ben ik geen gemiddelde Amerikaan.

Lezen is voor mij als leider van de boevenbende namelijk essentieel.
Hoe kunnen Puk en Watermeloen immers hun streken uithalen als moeders als een havik elke beweging registreert?
Voor hun ontwikkeling is het alleen maar goed dat ik met de neus in de boeken zit, zodat zij vrijuit kunnen slopen en plunderen.

Afgelopen jaar las ik er 19.
Maar ja, 19… Dat is het nét niet.
Het is iets meer dan een boek per maand, net minder dan een boek per twee weken.
Dus leek het me logischer om 365 boeken te gaan lezen dit jaar.
Lekker overzichtelijk.
Alleen, dat slapen hè?
Onverenigbaar met het lezen.
De ambitie maar bijstellen naar de 100? 52? 26?
Toch maar een nachtje over slapen.

2. Vaker schrijven, vaker posten.
Nu schrijf ik al elke dag, dus vaker schrijven is niet helemaal haalbaar, maar zolang ik niets post, schrijf ik voor de buitenwereld niet.
Misschien kan ik het eeuwige stemmetje dat niets goed genoeg vindt eens temmen door juist vaker te posten.
Elke week op een vast moment iets het internet opslingeren.
Laten we zeggen elke woensdagochtend 9.00 uur.
Of juist ’s avonds op vrijdag, als er niets op tv is.
Maar dan moet ik wel elke week iets hebben wat zo het www op kan.
En minstens 26 (of 52?) stukken vooruit schrijven en – horror! – misschien inleveren op kwaliteit.
En iedereen is juist gewend aan mijn hoge standaarden *kuch*
Toch maar een nachtje over slapen.

3. Meer bewegen.
Het staat er echt.
Klinkt als een briljant plan.
Stoppen we toch maar weer even terug in de kast.

4. Een systeem bedenken voor het huishouden.
HAHAHA!
Grapje.
Geen goed plan.

En zo, beste mensen, blijft de kast voorlopig gewoon dicht.
Geen goede voornemens.
Geen actieplannen.
Geen to-do of bucketlijsten.

Gewoon blijven lachen en vooral verder dromen want dan weet ik zeker dat ik slaap!

Iedereen een liefdevol, gezond en licht 2017 gewenst!
Dat al jullie voornemens wél mogen slagen!

Advertenties

Dromen die uitkomen

Als kind had ik een blauwe pyjamajurk.
De pyjama had lange mouwen.
Hij was zacht, smurfjes-blauw en van heerlijk katoen.

Die jurk, die plantte ik dus op mijn hoofd.
Met de mouwen langs mijn oren, waande ik me een écht meisje met prachtig lang haar.
Ik was namelijk gezegend met een kort kapsel.
Waardoor er hardop werd afgevraagd waarom mijn moeder haar zoon een jurkje aan had getrokken.

En dus nam ik het heft in eigen handen en creëerde mijn eigen haardos.
Nu moet u dit allemaal wel in perspectief zien.
Ik groeide namelijk op in de jaren ’80.
Toen haarspray net zo gewoon was als de mobiele telefoon nu.
En Last Christmas nog een hit was, in plaats van een klassieker.
In die tijd had ie-de-reen lang haar.
Dus hielp ik mezelf een handje en zette een eerste stap in het verwezenlijken van mijn droom.

Mijn droom is inmiddels uitgekomen.
Ik heb lang haar.
Het duurde even, maar het is er echt.
En dus koester ik stilletjes de hoop dat ook mijn andere dromen uit kunnen komen.

Vroeger wilde ik graag zangeres, actrice of musicalster worden.
En toen ik Sisi, die junge Käiserin had gezien, wilde ik graag keizerin worden.
De hele dag in mooie jurken rondlopen, dat leek me fantastisch.
Dat je daarvoor ook een flinke voorgevel nodig had, dat loste ik wel op met drie paar sokken aan elke kant.
Nu ben ik mijn prins tegengekomen, maar was hij helaas niet in het bezit van een paard of stuk land.

Dus blijf ik verder dromen.
Over van alles en nog wat.
Maar vooral over mijn boek.
Hoe die naast J.K. Rowling in de boekhandel zou liggen.
En in twintig talen vertaald zou worden.
Hoe de filmstudio’s zouden vechten om de rechten.
En uiteraard zou Ed Sheeran het titellied schrijven voor de verfilming.
Voor mijn boek, alleen het beste.

Totdat ik onlangs besefte dat ik maar droomde.
Met de dromen in mijn hoofd, komt er natuurlijk geen boek van de grond.
Net als met de blauwe pyjama, moest ik toch echt het heft in eigen handen nemen.
En dus opende ik de laptop.
Haalde diep adem.
En liet mijn vingers langs alle toetsen glijden.

Voorlopig ben ik nog wel even bezig.
Met schrijven, schrappen, herschrijven.
Herlezen, verbeteren en corrigeren.

Maar ik schrijf en ik schrijf en ik schrijf.
Dus ik blijf en ik blijf en ik blijf.
De eerste woorden staan op papier.
Ze staan er echt!

En ooit, hopelijk, mag ik misschien wel in de boekhandel.
Wellicht schrijft Ed Sheeran een liedje voor de film.
Maar Anouk is ook prima.

Dan zal ik Puk vertellen over de blauwe pyjama.
En dat alle dromen.
Uit kunnen komen.
Als je die eerste stap maar zet!

 

*Gelukkig nieuw jaar allemaal en moge al jullie dromen uitkomen!* 

Er is een eerste keer voor alles

En toen…
Was de kleine Puk niet meer zo’n kleine Puk.
We hebben de eerste stapjes, de eerste verjaardag en de eerste tandjes gehad.

We zijn met de kleine Puk naar Hong Kong gevlogen.
Alsof dat niet spannend genoeg was, produceerde Puk maar liefst 12 volle luiers.
12 volle POEPluiers wel te verstaan.
In het vliegtuig.
Hysterie alom.
Maar ik heb het overleefd.

En niet onbelangrijk.
De Puk heeft haar eerste jaartje bij ons overleefd.
Ze groeit goed en lijkt het prima naar d’r zin te hebben.
Dat ze ondertussen ‘mama’ zegt als ze Tommie (die lelijke bruine hond van Sesamstraat, red.) ziet, dat is vast niet omdat ze dat beest vaker ziet dan haar werkende moeder. *Ik vermoed dat ze een beetje hoogbegaafd is*.

De kleine Puk heeft zelfs al eens in de hoek gestaan!
Ik weet niet zeker of dat iets is om trots op te zijn, maar ik voelde me wel even heel erg opvoedkundig verantwoord.
What happened?

Puk had ontdekt dat ze op tafel kon klimmen.
Gewoon een kwestie van een knietje optrekken en tadaaaaa!
Dus ik tilde Puk van tafel af, keek haar indringend aan en legde uit dat ik dat niet wilde hebben.

Puk knikte begrijpend.
En klom direct weer op tafel.
Triomfantelijk keek ze om zich heen.
Dat was dus NIET de bedoeling!

Ik pakte haar van tafel en legde nogmaals uit *misschien is ze toch niet zo hoogbegaafd* dat ik dat niet wilde hebben.
Mevrouwtje begon te lachen en maakte direct aanstalten om mijn gezag te ondermijnen op tafel te klimmen.

Dus hoppa!
In de hoek ermee!
Je kunt maar beter duidelijk zijn.

Uiteindelijk heb ik Puk tegen de boekenkast aan gezet.

“Puk… Luister, mama heeft je uitgelegd dat je niet op tafel mag klimmen. Je klom toch weer op de tafel en daarom zit je nu in de hoek.”

Supernanny Jo Frost zou trots op me zijn geweest.
Ik zei het met een serieuze stem en een strenge blik.
Tafelklimmen is serious business.
Je weet hoe dat gaat.
Het lijkt zo onschuldig.
Eerst klimmen ze op tafel.
En voor je het weet, staan ze op de Mount Everest.
Triomfantelijk om zich heen te kijken.

En dát, lieve mensen, dat kan ik echt niet handelen.
Bleef ze nog maar even heel lang klein…

Modus Overmoed

Vandaag is het derde trimester begonnen.
Met het aanbreken van de laatste fase, kwam Overmoed om de hoek kijken.
En hoe!
Nergens zijn er beren op de weg.
En als ze er zijn, eet ik ze gewoon op.
Groot voordeel van zwanger zijn: niemand zegt “Zou je dat nou wel doen?” als je weer iets in je mond propt.

Op een dag werd ik wakker en wist ik het zeker: ik moet een naaimachine kopen.
Hoe moeilijk kan het zijn?
Zo’n jurkje of kussenhoes.
Is dat niet gewoon een kwestie van Immer Gerade Aus?
Dat ik nog nooit in mijn leven met naald en draad heb gewerkt, is maar een klein detail.
In gedachte telde ik de keiharde euro’s uit die ik allemaal ging besparen.

De vraag is alleen wanneer ik dit ga doen.
Want in 2013 ga ik ook nog een trilogie schrijven.
Een commercieel succes dat uiteraard verfilmd gaat worden.
En om fatsoenlijk op de rode loper van de premiere te kunnen verschijnen, zal ik in no time fotomodellenslank worden.
Ik ben immers E.L. James niet.
Geef toe: toen je haar voor het eerst zag, kreeg ‘Vijftig Tinten’ een vreemd tintje, niet waar?

Hoe dan ook, slank word je niet vanzelf. Daarvoor ga ik hardlopen. Lekker buiten.
Dat ik niet kan rennen, is maar een klein probleem.
Als ik begin met een uurtje per dag, kan ik me wel inschrijven voor de marathon in New York.
Dus struin ik internet af voor trainingsschema’s, leuke outfits en vliegtickets.
Het is een kwestie van dóen.
Ergens in 2013.

Wat nog meer op de agenda staat?
De Kleine uitpoepen welkom heten!
En het begint een beetje te dagen waarom de natuur Modus Overmoed heeft bedacht.
Het schijnt namelijk dat de Kleine nog aan een groeispurt gaat beginnen.
Terwijl mijn buik al een omtrek heeft van een meter!
Hoe gróót maken ze die baby’s tegenwoordig?
En waarom is de opening dan zo klein?
Daar had beter over nagedacht kunnen worden.

Maar ik maak me niet echt druk over de bevalling.
Hoe moeilijk kan het zijn?
Gewoon een beetje jammeren, tot in den treure puffen en heel hard krijsen, toch?
En op het moment suprême roep je met een boze blik “JIJ RAAKT MIJ NOOIT MEER AAN!”.
Tegen Lief uiteraard.
Niet tegen de verloskundige.
Maar als het van toepassing is, roep je het alsnog naar allebei.
Als je het zo bekijkt, is het écht een eitje!

Over de eerste oliebol van het jaar en muffe ouders

Gisteren at ik mijn eerste en tweede, derde en vierde oliebol van het jaar.
En lékker dat ie was!
Ik werd er haast emotioneel van.
Het was immers de eerste oliebol van het jaar.
Maar ook de eerste oliebol die ik met de bolle buik at.

En toen kwam ineens het besef dat dit tevens een laatste Kerstmis wordt.
De laatste Kerstmis als nog-geen-moeder.
De Kleine is er uiteraard al een beetje bij, maar als alles goed gaat, is ze volgend jaar rond deze tijd alweer negen maanden.
Négen máánden!

Voor je het weet pakt ze zelf haar kerstkadootjes uit.
Krijgt ze een eigen willetje.
Gaat ze zich voor ons schamen.
En mag Lief haar vriendjes gaan intimideren.

Ik zag het al helemaal voor me.
Een meisje dat stampvoetend staat te schreeuwen: “IK MAG OOK NOOIT IETS VAN JULLIE! JULLIE ZIJN ZO HOPELOOS OUDERWÉTS!!”
Gelukkig vind ik ‘ouderwets’ helemaal niet zo’n slechte eigenschap.
Bovendien heb ik het vermoeden dat je als ouder nooit alles goed kan doen.
Maar ik vind het toch wel een beetje sneu voor de Kleine.
Dat ze ons er gratis en voor niets bij krijgt.

Dus kocht ik vandaag wederom een zak oliebollen.
Om nog even te genieten van het idee dat we ooit ‘muffe’ ouders zullen worden.
En hopelijk kan de Kleine er over twintig jaar ook een beetje om lachen.