Hij en ik: hebben weinig woorden

Ik        :    Thee! soms ben ik een vrouw van weinig woorden
Hij       :    …
Ik        :    Théé-eee
Hij       :    …
Ik        :    Lief… Wil jij alsjeblieft thee voor mij maken?
Hij       :    Wat?
Ik        :   verlies het geduld en verander in een diva met PMS-for-life  THEE!!
En voordat jullie nu denken dat Lief met bibberende benen thee ging maken en er een chocoladetaart bij bakte om me gunstig te stemmen… Lief weet zich prima te redden op die niet zo uitzonderlijke dagen dat ik me ongegeneerd misdraag.
“Thee! Thee! Thee!”, scandeerde ik.
Het was dat ik op de bank lag, anders had ik met mijn voeten gestampt. In plaats daarvan gooide ik mijn hoofd in mijn nek en begon als een vasthangende langspeelplaat ‘THEE!’ te roepen.
Voor de jongeren onder ons, de naald kon blijven hangen in een lp, waardoor telkens hetzelfde stuk werd afgespeeld. En geloof me, dat was knap irritant.
Nu ligt de keuken zo’n -pak ‘m beet- vijf meter van de bank af. Dus in de tijd dat ik mijn longen aan het vullen was, had ik allang zelf een kop thee kunnen maken. Ik weet het.
Maar soms nemen de horrormonen het over van het fatsoen.
En is er geen land meer met me te bezeilen.
Al heb ik me altijd afgevraagd welke idioot nu aan land probeert te zeilen!
Dan kun je maar beter doen wat Lief toen deed.
Hij stond op van de bank, stampte flink met zijn voeten en begon heel hard “Q! Q! Q”!”te roepen.
–_–
*zucht*

De duivel en zijn staart

Ik heb vaak de klepel wel gehoord, maar weet niet meer waar hij hangt.
Of zoiets.
Op één of andere manier vind ik spreekwoorden en gezegdes ontzettend leuk.
Ze zijn zo beeldend. En treffend.
Maar toch kan ik er bijna geen één correct reproduceren zonder een (online) woordenboek te moeten raadplegen.
Zo twijfelde ik laatst over een hele bekende.
Was het nu ‘Als je het over de duivel hebt’ of ‘Alsof je het over de duivel hebt‘?
Als een rasechte allochtoon klinken beide me correct in de oren.
De eerste was niet onmogelijk:
Als je het over de duivel hebt, dan zal ie komen ook.
Of iets dergelijks.
De tweede leek me ook wel logisch:
Als je het over iemand hebt en hij/zij ineens voor je neus staat, dan is het net alsof diegene een duivel is (want die komt ook altijd uit het niets).
Wat blijkt?
Er zit nog een hele riedel achter de duivel!
Ik had er zelf nog nooit van gehoord.
Maar eigenlijk hoor je heel duidelijk het puntje, puntje, puntje.
“Als je het over de duivel hebt…” fluisterde Kees en Jan komt de kamer binnen.
Zoiets.
Maar goed.
De volledige gezegde blijkt dus Als je het over de duivel hebt, dan trap je op zijn staart.
Er zijn nog wat varianten hierop, waarbij je het niet over de duivel hebt, maar over de duivel spreekt. Maar het moge duidelijk zijn.
De duivel heeft krijgt een staartje…

Ode aan een vriendin

Het is 11 juli 2012.
0:05 uur.
Tijd om mijn vriendinnetje Birgit D. in het zonnetje te zetten!
Birgit zie ik niet zo vaak.
Veel te ‘niet-zo-vaak’ zelfs.
En ik weet dat het niet aan haar ligt.
Maar als ik haar zie, is het meteen weer vertrouwd.
Ik ontmoette Birgit in de kantine van de middelbare school.
Negentien jaar geleden.
Tijdens een kennismakingsdag.
Op de school waar we zes jaar lief en leed zouden delen.
Ik herinner me nog dat zij zich voorstelde en dat ik nog nooit van de naam Birgit had gehoord.
Brigitte ja, zoals Brigitte Bardot, maar Birgit?
“Hebben je ouders misschien een foutje gemaakt?”, vroeg ik haar.
En gelukkig moest ze daar om lachen.
“Nee”, zei ze, haar ouders hadden haar bewust Birgit genoemd.
“Oh…”
Achteraf nogal een vreemde reactie van mijn kant, aangezien je bij het horen van mijn naam ook zo je vraagtekens kunt zetten of mijn ouders niet onder invloed waren. 
Hoe dan ook.
Daar leerde ik Birgit D. dus kennen.
In die grote kantine.
Op de middelbare school.
Waar we vreselijke wiskundelessen kregen – TRAUMA! – en nog ergere gymactiviteiten.
De eerste jaren ging ik niet echt met haar om.
Of zij niet met mij.
Het is maar hoe je het ziet.
We kenden elkaar wel, en we konden goed door één deur.
Pas in de vierde, bij de lessen van meneer Altena, leerden we elkaar kennen.
Meneer Altena was onze leraar Nederlands en we vonden hem aardig.
Het was een leuke vent.
Dus praatten we niet tijdens zijn les, maar schréven we elkaar.
Briefjes vol.
Soms over onzinnige dingen (al leken die toen nog niet zo onzinnig), maar vaak ging het ook de diepte in (voor zover puber-issues diepzinnig kunnen zijn).
Ik heb heel wat afgeschreven met Birgit over het leven en over de dood.
En heb me altijd vrij gevoeld om mijn gedachtes met haar te delen.
Juist omdat het allemaal op papier ging.
Maar vooral omdat Birgit een bijzonder persoon is, die overal voor open staat.
Zij was ook degene die mij vertelde dat je nooit iets moet beginnen met een jongen als je er niet mee kon praten. We waren toen pas zestien/zeventien, hè?
Dus Birgit was erg wijs. Toen al!
En nu?
Nu is Birgit tot mijn vreugde aan het project 365 begonnen.
Elke dag, 365 dagen lang, staat ze even stil bij het jonge gezinnetje dat zij heeft.
Want mijn vriendin is moeder geworden.
Daar waren we negentien jaar geleden nog niet mee bezig.
Maar ik ben wel heel, héél erg blij dat zij haar woorden op papier zet, zodat ik haar gedachtes weer kan lezen.
En ze is vandaag ook nog eens jarig!
Dus ga gezellig bij haar langs en lees mee met mijn lieve vriendinnetje MamaBirgit

Good girl gone bad

Sommige kwaliteiten veranderen met de jaren.
Dat is gewoon zo.
Maar toch vind ik het jammer.
Vroeger was netjes schrijven bijvoorbeeld een deugd.
Je kreeg niet voor niets een sticker als je tussen de regeltjes wist te blijven.
En gemakkelijk was het niet, want alle letters moesten aan elkaar verbonden blijven.
Probeer nu maar eens ‘kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedencomitéleden’ op papier te zetten à la Basisschool-stijl, zonder je pen van het papier te halen!
Ik vind het nog steeds knap als je dat kunt.
Maar niemand ligt meer wakker van je handschrift als je eenmaal volwassen bent.
Lezen is ook zo iets.
Jaren doe je erover om te leren lezen.
En als je goed kon lezen, was dat echt knap.
(zeker als je dyslexie had, maar dat had ik niet, dus het was wel ietsjes minder knap)
Kijk maar hoe verbaasd we allemaal zijn als een kind uit een chaos van letters woorden herkent.
Maar dat ik nu nog steeds een boek per week verslind, vindt niemand meer knap.
Het is eerder een beetje… sneu.
Mensen vragen zich hardop af waar ik de tijd vandaan haal (lees: heb jij geen hobbies en vrienden?)
of kijken vol medelijden naar Lief (Wist je dit al voordat jullie gingen trouwen?)
Kunnen lezen is niet langer een kwaliteit, maar gedegradeerd tot zoiets als een slechte eigenschap.
 
Het meest droevige van ouder worden, vind ik toch wel dat rustig zitten ook niet meer wordt gewaardeerd.
Weet je nog?
Vroeger?
Dan moest je rustig aan je tafeltje kunnen blijven zitten en luisteren.
Arme R.
Ik denk dat hij tegenwoordig gediagnosticeerd zou zijn met ADHD.
Maar het waren de jaren ’80.
En R. was ‘gewoon’ een lastig jongetje, op wie de juf continu moest mopperen.
Hoe erg hij ook zijn best deed, de discipline van stil zitten, kreeg hij nooit echt onder de knie.
Ik vraag me af wanneer dat kantelpunt komt.
Dat stil zitten niet langer een kwestie van discipline is, maar luiheid.
En kunnen lezen en schrijven niet meer is dan een vanzelfsprekendheid.
En zo kan ik nog eindeloos doorgaan.
Goed eten bijvoorbeeld.
Nóg iets wat ik goed kan.
Fijn voor je ouders op jonge leeftijd.
Een gebrek aan discipline als je in je eentje een zak chips kunt legen.
Of uren achter elkaar kunnen slapen. Ook zoiets.
 
Maar ik denk dat ik deze sombere zondag er mee verpest als ik nog verder ga.
Dus trek ik me maar even terug.
Misschien lees ik een boek.
Of vul ik wat schriften met kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedencomitéleden.
Maar zeker is dat ik vandaag geen vin meer verroer.
Fijne zondag!

Over Bep en onverschillige Harry

Don’t shoot the messenger!
Maar bij elk bedrijf heb je wel een paar collega’s, waarbij je je regelmatig afvraagt wanneer Gerechtigheid eens toeslaat.
Je weet wel, die ene collega die maar wat doet.
Of die ene die altijd te laat komt (en op tijd naar huis gaat).
En vergeet Onverschillige Harry niet, die zijn tijd uitzit tot de pensioengerechtige leeftijd.
Ze zijn er nu eenmaal.
En het zij zo.
Maar waar ik me soms toch wel zorgen over maak is, dat je ze natuurlijk óveral hebt. Overal.
In De Bilt zit vast ergens een dame achter de computer analyses te maken.
Laten we de dame Bep noemen.
Bep maakt al járen analyses.
Dat doet ze al jaren niet al te best.
Maar hé, het is Bep.
En Bep maakt analyses.
Dus als ze er weer eens faliekant naast zit, mopperen we met zijn allen dat ‘het weer in Nederland niet te voorspellen valt’.
Waarom denk je anders dat we zoveel vertragingen hebben op het spoor?
Meneer de machinist kijkt iedere avond naar het weerbericht in de hoop op regen/zon/hagel/sneeuw. Want dan kan hij de trein laten uitvallen.
‘Pure overmacht’, noemen ze dat dan.
En mocht het onverhoopt toch ‘gewoon weer’ worden, dan komt de machinist natuurlijk óók  te laat op het werk.
Maar omdat het nogal oncollegiaal is om te zeggen dat ‘ie altijd te laat komt en op tijd naar huis gaat, zeggen ze maar dat de boogie-woogie-besturings-kabel door het weer is getroffen.
En wie had dat nou kunnen voorspellen? Bep in ieder geval niet.
En stel, hè?
Stel.
Dat Bep eens in het ziekenhuis belandt en Onverschillige Harry de dienstdoende arts is!
Dan heb je echt de poppen aan het dansen.
“Goh, mevrouw, wat mankeert er aan?”
“Nou, uhm, ik heb hevige steken hier rechts onderin. En ik plas bloed. Heel veel bloed.”
“Ik schrijf u wel wat aspirines voor. En neemt u vooral rust. Als het niet beter wordt,     dan komt u vrijdag maar weer terug.”
“Oh, maar… U hoeft het niet verder te onderzoeken?”
Harry: schouderophalend en op de klok kijkend “Neuh, mevrouw, als u last blijft houden, komt u vrijdag maar terug. Dan kijkt mijn collega er wel naar.”
Snap je nu waarom ik zo blij ben als het weer weekend is?