Het schema voor mensen met kinderen

Ik ben altijd een beetje jaloers op mensen die een marathon kunnen lopen.
Hoe fijn is het om te weten dat je in geval van nood 42.2 km aan één stuk kunt rennen?
Als je achterna wordt gezeten door een seriemoordenaar bijvoorbeeld.
Of door een beer.
Je zou maar als berenvoer eindigen, omdat je na tien meter al kramp in je kuiten kreeg.
Al beweert Lief dat je ‘op een beetje adrenaline ook best een eind kunt lopen’, ik vertrouw er liever niet op.

Nu bestaan er hardloopschema’s in alle kleuren en maten.
Je hebt schema’s voor beginners, voor de absolute beginners en voor de échte beginners (want alle andere beginners zijn maar wannabe beginners, of zo).
Alles wat je nodig hebt, vind je terug op het internet.
Hoe je je linker- voor de rechtervoet moet zetten bijvoorbeeld, maar ook wat je niet moet eten, drinken of aantrekken. Welke muziek je kunt luisteren, welk schoeisel het meest geschikt is voor mensen met platvoeten en er staat zelfs dat goed getrainde hardlopers betere prestaties leveren in bed. Al staat er niet bij wat voor prestaties.

Toch kon ik op het internet nergens het schema onder de schema’s vinden: het Hardloopschema voor Mensen met Kinderen.
Hoe zijn al die #fitmoms en #fitdads ooit zo fit geworden, denk je? Met het schema natuurlijk!
Het is simpel, maar effectief. Een must voor alle mensen van wie het uithoudingsvermogen dagelijks op de proef wordt gesteld. Voor iedereen die ’s avonds zo afgepeigerd is, dat ’s morgensvroeg op-de-zij-rollen-om-de-wekker-uit-te-zetten zijn beste bedprestatie is. En dat vinden wij niet raar, dat vinden we alleen maar heel bijzonder.

Ik weet als geen ander hoe het is om nergens tijd voor te hebben.
Daarom besloot ik het hardloopschema voor mensen met kinderen hier te plaatsen.
Geen verplichte trainingen. Geen onmogelijke planningen. Geen onhaalbare doelen.
Wel efficiënt omgaan met je kostbare tijd en een maximaal resultaat.

Lieve mensen, doe er je voordeel mee!

10 seconden stilte: haal adem en geniet.
20 seconden stilte: haal adem, maar spits je oren.
30 seconden stilte: houd één voet aan de grond.
60 seconden stilte: zet beide voeten op de grond.
2 minuten stilte: loop vast in.
5 minuten stilte: zet je schrap voor een sprint.
10 minuten stilte: trek een sprint naar je kind, je bent waarschijnlijk al te laat.
20 minuten stilte: dit schema is bedoeld voor mensen met kinderen.

Advertenties

Daar zit een luchtje aan

De lievelingsknuffel van de Watermeloen is een konijn dat na twee jaar kwijlen/sabbelen/snotteren de koosnaam Stinkiestankie heeft gekregen.
Zoals de naam al zegt: het beest stinkt een uur in de wind en als de Watermeloen met de stinkbom aan komt lopen, zou ik zweren dat poeplucht potentie heeft om als parfum verkocht te worden.

Watermeloen is desondanks dol op Stinkiestankie. Hij staat er mee op, hij gaat er mee naar bed. Wat zeg ik? Zonder kan hij niet slapen.
En dat is een probleem. Want Stinkiestankie riekt alsof het vijf jaar op de bodem van het riool heeft gelegen en Watermeloen hapt er in alsof er niets in de wereld beter smaakt dan een vies oud stinkkonijn.
Ik kon het niet meer aanzien.

Op een ochtend zag ik mijn kans schoon. De Watermeloen was bezig met een puzzel. Stinkiestankie lag naast hem op de grond. Vlug gooide ik een doos met honderd puzzelstukjes over de Watermeloen. In alle commotie die ontstond griste ik Stinkiestankie van de grond en stopte hem onder mijn trui.
‘Sorry!’
‘ZOVEEL!’ mopperde de Watermeloen.
‘Ja, dat kan je wel, grote jongen!’

En ik sloop naar de zolder en propte Stinkiestankie in de wasmachine voor een snelwas met een driedubbele schep wasmiddel.
Toen ik terugkwam, was de Watermeloen nog steeds bezig.
‘ZOVEEL!’ klaagde het jong en ik gaf hem een aai over de bol.

Gelukkig overleefde Stinkiestankie de make-over en het intensieve droogproces met een haardroger -don’t ask- en kon ik het die avond al bij de Watermeloen op bed leggen.
Ik was even bezig met de kleine Puk toen ineens een ijzige schreeuw door het huis klonk.
‘Wat is er, jongen?’
‘NIET STINKIESTANKIE!’
‘Wat? Oh dat is wel Stinkiestankie! Hij is alleen schoon!’
‘NEE!’ zei hij resoluut en hij smeet het konijn tegen de muur, ‘NIET STINKIESTANKIE!’
Ik raapte het konijn op en legde uit dat het toch echt Stinkiestankie was.
Maar de Watermeloen was niet overtuigd.
‘KIJK!’ zei hij stellig en hij drukte het konijn in mijn neus, ‘NIET STINKIESTANKIE! KONIJN!’

Sinds die avond heet de knuffel weer gewoon Konijn en doolt de Watermeloen door de nachten op zoek naar zijn geliefde, verloren Stinkiestankie.
‘STINKIESTANKIE! WAAR BEN JE NOU?’
Elk. Uur. Van. De. Nacht.

Misschien dat ik Konijn toch maar in een bak azijn ga leggen.

Futiliteiten die je dag kunnen maken of breken

Futiliteiten kunnen je dag maken of breken.
Zo ook kleur.
Kleur is echt een ding.
‘Nee! Niet! Groen!’ roept de Watermeloen.
De ene keer betekent dat: ‘Ik zeg toch dat ik geen groene beker wil?!’
De andere keer: ‘Geef me als de wiedeweerga die groene beker!’
De Watermeloen heeft de kleuren namelijk nog niet op een rijtje.
En meestal gaat dat goed, behalve als het niet goed is.
Dan gooit hij met zijn spullen alsof ze vervloekt zijn en zet hij het op een brullen om het onrecht dat hem wordt aangedaan.
Serieus, de wereld zou een stuk mooier zijn in de kleuren zwart, wit en grijs.

Want de kleine Puk is ook zo’n kleurennazi.
Zo heeft zij de kleur roze geclaimd. Alles wat roze is, valt onder haar gezag.
Roze bekers, roze potloden en zelfs het wc-papier met roze lijntjes zijn van Puk. Schappelijk als ze is mag de Watermeloen de kleur blauw hebben, want ‘blauw is niet zo mooi.’ maar alles wat roze riekt, is eigendom van Puk.
En dat kan op de meest rare momenten leiden tot chaos.

Wanneer je de tafel dekt voor het ontbijt bijvoorbeeld.
Dan kun je zomaar de dag verpesten nog voor hij goed en wel is begonnen.
Puk in tranen omdat haar roze bord/beker/mes/vork in de vaatwasser ligt, terwijl de Watermeloen ‘Nee! Niet! Groen!’ roept.
En iedereen weet dat het ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag is.
Als je die verpest, komt het niet meer goed.
Dan gaat de Watermeloen in één ruk over op ‘Nee! Niet lekker! Andere!’ omdat een gat in zijn boterham zit of ‘Nee! Past niet!’ omdat zijn kraag/rits/mouw/naad niet lekker zit.

Ondertussen probeer je Puk uit te leggen dat paars ook een hele mooie kleur is, terwijl je achter een naakte kerel aanrent. Want reken maar dat de Watermeloen zichzelf bevrijd heeft van alle gêne kledingstukken.
Hij zei toch dat zijn kraag/rits/mouw/naad niet lekker zat?
En als je zijn hoofd door een trui probeert te wurmen, hoor je hem nog schreeuwen: ‘Nee! Niet! Groen! Past niet! Niet lekker!’ en roept Puk dat ze het liefste roze heeft, dan oranje, dan geel en dán pas paars.
Met een beetje pech is het complete anarchie nog voor de klok half acht slaat.

In het leven kunnen futiliteiten je dag maken of breken. Was het maar zo zwart-wit.

#Fitmom

Eén van de moeilijkste dingen aan het ouderschap vind ik luisteren naar je lichaam. Vooral omdat mijn lichaam iets heeft geproduceerd dat te goed meeluistert.

Zo rond een uur of vier heb ik gewoon trek.
Als ik trek heb, bedoel ik trék.
In voedsel.
Het zware spul.
Mét suiker, zevenhonderd calorieën en druipend in de koolhydraten.
Mocht je het nog niet door hebben, dat is dus geen zelfgemaakte appel-kaneel-dadel-energiereep-hashtag-suikervrij-hashtag-glutenvrij-hashtag-om-de-hashtag.
Niet iedereen is gezegend met #fitmom-genen.
Ik moet Eten.
en snel een beetje!

Ondertussen probeer ik Puk en Watermeloen het goede voorbeeld te geven.
Gewoon lekker water drinken!
Fruit als tussendoortje!
Schijf van vijf!
Etc. etc.

Dus zet ik de televisie aan, plant Puk en Watermeloen op de bank en sluip als een schaduw door de nacht naar de keuken.
Nog voordat ik mijn hand uit de snoeppot kan trekken, roept er al iemand “Mama, wat ben je aan het doen?”

Of “Waarom ruikt het hier naar dropjes?” terwijl ik me half verslik in een minimaal gekauwd dropje a.k.a. bewijsmateriaal dat terstond vernietigd dient te worden.

De Watermeloen is misschien nog erger. Als in een horrorfilm staat de jongeman geluidloos achter je. Net wanneer je denkt dat je opgelucht adem kunt halen met een koekje in de mond – best lastig overigens – schreeuwt ie “KOOK!”
Ik.Ook.

Puk en Watermeloen zijn nog in de veronderstelling dat alles in de wereld eerlijk verdeeld dient te worden.
Met name voedsel mét suiker, zevenhonderd calorieën en druipend in de koolhydraten.
“KOOK! KOOK!” roept de Watermeloen, terwijl Puk – half beledigd, half verontwaardigd – vraagt hoe lang ik al in de keuken sta.

En dat, die hele toestand, maakt het haast onmogelijk om naar je lichaam te luisteren.
Het moge duidelijk zijn wie de Strijd voor Gelijke Verdeling der Koekjes en Andere Geneugten wint.
Niet deze #badmom.

Als je moe bent, moet je slapen

Als je moe bent, moet je slapen.
Mijn ouders hamerden er altijd op dat we voldoende rustten.
“Maar ik bén niet moe!” sputterde ik weleens tegen, dat mocht niet baten.
Als je moe bent, moet je slapen.
En als je niet moe bent, kun je alvast wat slapen.
Daar kreeg je geen speld tussen.
Met als gevolg dat ik overal heb leren slapen.
In de bus, trein, auto, maar ook gewoon bij iemand op de bank als dat moet.
Dat heeft niets met het gezelschap te maken, maar als je moe bent, moet je slapen.
En ik ben vaak moe, zeker omdat de Watermeloen zo vaak niet moe is.

Met enige regelmaat val ik in slaap tussen de Duplo en ander speelgoed. Meestal is het Puk die me dan wakker maakt.
“Mama, de Watermeloen gooit allemaal speelgoed in de wc, dat mag toch niet, hè?”
Waarna ik me plechtig voorneem niet meer overdag te slapen (en om het speelgoed eens op te ruimen).

Gelukkig voor mij (en voor onze riolering) gelooft de Meloen nog heilig in middagdutjes.
Die slaat hij nooit over.
Zodra hij in bed ligt, nestel ik me met Puk op de bank.
Gezellig filmpjes kijken op de televisie.
Niet zo verantwoord, maar wel broodnodig.
Een power nap verricht wonderen.
Het hoeft niet uitgebreid, gewoon even je oogjes dicht en je kunt er weer tegenaan.

Jarenlang hield ik mijn inhaalslaapjes op de bank wanneer dat zo uitkwam.
En het kwam altijd uit, want we woonden op vier hoog.
Niemand die per ongeluk zou zien dat ik met mijn mond open slaap, behalve misschien een nieuwsgierige vogel die voorbij vloog.
Maar sinds we in een huis wonen, is het een heel ander verhaal.
Vooral omdat het huis in een wijk vol groen staat.

Wandelaars die genieten van de omgeving, komen met het mooie weer graag even voorbij.
Niet zelden wordt er een blik naar binnen geworpen.
Om gênante vertoningen te voorkomen, slaap ik niet meer op de bank.

Mocht je ooit voorbij wandelen en naar binnengluren kijken, schrik dan niet als je mij op de vloer ziet liggen.
Daar tussen de Duplo.
Er is niets aan de hand.
Ik ben gewoon moe en als je moe bent, moet je slapen.

Dit stuk verscheen eerder in een aangepaste versie in De Stenen Bank.