Daar zit een luchtje aan

De lievelingsknuffel van de Watermeloen is een konijn dat na twee jaar kwijlen/sabbelen/snotteren de koosnaam Stinkiestankie heeft gekregen.
Zoals de naam al zegt: het beest stinkt een uur in de wind en als de Watermeloen met de stinkbom aan komt lopen, zou ik zweren dat poeplucht potentie heeft om als parfum verkocht te worden.

Watermeloen is desondanks dol op Stinkiestankie. Hij staat er mee op, hij gaat er mee naar bed. Wat zeg ik? Zonder kan hij niet slapen.
En dat is een probleem. Want Stinkiestankie riekt alsof het vijf jaar op de bodem van het riool heeft gelegen en Watermeloen hapt er in alsof er niets in de wereld beter smaakt dan een vies oud stinkkonijn.
Ik kon het niet meer aanzien.

Op een ochtend zag ik mijn kans schoon. De Watermeloen was bezig met een puzzel. Stinkiestankie lag naast hem op de grond. Vlug gooide ik een doos met honderd puzzelstukjes over de Watermeloen. In alle commotie die ontstond griste ik Stinkiestankie van de grond en stopte hem onder mijn trui.
‘Sorry!’
‘ZOVEEL!’ mopperde de Watermeloen.
‘Ja, dat kan je wel, grote jongen!’

En ik sloop naar de zolder en propte Stinkiestankie in de wasmachine voor een snelwas met een driedubbele schep wasmiddel.
Toen ik terugkwam, was de Watermeloen nog steeds bezig.
‘ZOVEEL!’ klaagde het jong en ik gaf hem een aai over de bol.

Gelukkig overleefde Stinkiestankie de make-over en het intensieve droogproces met een haardroger -don’t ask- en kon ik het die avond al bij de Watermeloen op bed leggen.
Ik was even bezig met de kleine Puk toen ineens een ijzige schreeuw door het huis klonk.
‘Wat is er, jongen?’
‘NIET STINKIESTANKIE!’
‘Wat? Oh dat is wel Stinkiestankie! Hij is alleen schoon!’
‘NEE!’ zei hij resoluut en hij smeet het konijn tegen de muur, ‘NIET STINKIESTANKIE!’
Ik raapte het konijn op en legde uit dat het toch echt Stinkiestankie was.
Maar de Watermeloen was niet overtuigd.
‘KIJK!’ zei hij stellig en hij drukte het konijn in mijn neus, ‘NIET STINKIESTANKIE! KONIJN!’

Sinds die avond heet de knuffel weer gewoon Konijn en doolt de Watermeloen door de nachten op zoek naar zijn geliefde, verloren Stinkiestankie.
‘STINKIESTANKIE! WAAR BEN JE NOU?’
Elk. Uur. Van. De. Nacht.

Misschien dat ik Konijn toch maar in een bak azijn ga leggen.

Advertenties

Futiliteiten die je dag kunnen maken of breken

Futiliteiten kunnen je dag maken of breken.
Zo ook kleur.
Kleur is echt een ding.
‘Nee! Niet! Groen!’ roept de Watermeloen.
De ene keer betekent dat: ‘Ik zeg toch dat ik geen groene beker wil?!’
De andere keer: ‘Geef me als de wiedeweerga die groene beker!’
De Watermeloen heeft de kleuren namelijk nog niet op een rijtje.
En meestal gaat dat goed, behalve als het niet goed is.
Dan gooit hij met zijn spullen alsof ze vervloekt zijn en zet hij het op een brullen om het onrecht dat hem wordt aangedaan.
Serieus, de wereld zou een stuk mooier zijn in de kleuren zwart, wit en grijs.

Want de kleine Puk is ook zo’n kleurennazi.
Zo heeft zij de kleur roze geclaimd. Alles wat roze is, valt onder haar gezag.
Roze bekers, roze potloden en zelfs het wc-papier met roze lijntjes zijn van Puk. Schappelijk als ze is mag de Watermeloen de kleur blauw hebben, want ‘blauw is niet zo mooi.’ maar alles wat roze riekt, is eigendom van Puk.
En dat kan op de meest rare momenten leiden tot chaos.

Wanneer je de tafel dekt voor het ontbijt bijvoorbeeld.
Dan kun je zomaar de dag verpesten nog voor hij goed en wel is begonnen.
Puk in tranen omdat haar roze bord/beker/mes/vork in de vaatwasser ligt, terwijl de Watermeloen ‘Nee! Niet! Groen!’ roept.
En iedereen weet dat het ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag is.
Als je die verpest, komt het niet meer goed.
Dan gaat de Watermeloen in één ruk over op ‘Nee! Niet lekker! Andere!’ omdat een gat in zijn boterham zit of ‘Nee! Past niet!’ omdat zijn kraag/rits/mouw/naad niet lekker zit.

Ondertussen probeer je Puk uit te leggen dat paars ook een hele mooie kleur is, terwijl je achter een naakte kerel aanrent. Want reken maar dat de Watermeloen zichzelf bevrijd heeft van alle gêne kledingstukken.
Hij zei toch dat zijn kraag/rits/mouw/naad niet lekker zat?
En als je zijn hoofd door een trui probeert te wurmen, hoor je hem nog schreeuwen: ‘Nee! Niet! Groen! Past niet! Niet lekker!’ en roept Puk dat ze het liefste roze heeft, dan oranje, dan geel en dán pas paars.
Met een beetje pech is het complete anarchie nog voor de klok half acht slaat.

In het leven kunnen futiliteiten je dag maken of breken. Was het maar zo zwart-wit.

#Fitmom

Eén van de moeilijkste dingen aan het ouderschap vind ik luisteren naar je lichaam. Vooral omdat mijn lichaam iets heeft geproduceerd dat te goed meeluistert.

Zo rond een uur of vier heb ik gewoon trek.
Als ik trek heb, bedoel ik trék.
In voedsel.
Het zware spul.
Mét suiker, zevenhonderd calorieën en druipend in de koolhydraten.
Mocht je het nog niet door hebben, dat is dus geen zelfgemaakte appel-kaneel-dadel-energiereep-hashtag-suikervrij-hashtag-glutenvrij-hashtag-om-de-hashtag.
Niet iedereen is gezegend met #fitmom-genen.
Ik moet Eten.
en snel een beetje!

Ondertussen probeer ik Puk en Watermeloen het goede voorbeeld te geven.
Gewoon lekker water drinken!
Fruit als tussendoortje!
Schijf van vijf!
Etc. etc.

Dus zet ik de televisie aan, plant Puk en Watermeloen op de bank en sluip als een schaduw door de nacht naar de keuken.
Nog voordat ik mijn hand uit de snoeppot kan trekken, roept er al iemand “Mama, wat ben je aan het doen?”

Of “Waarom ruikt het hier naar dropjes?” terwijl ik me half verslik in een minimaal gekauwd dropje a.k.a. bewijsmateriaal dat terstond vernietigd dient te worden.

De Watermeloen is misschien nog erger. Als in een horrorfilm staat de jongeman geluidloos achter je. Net wanneer je denkt dat je opgelucht adem kunt halen met een koekje in de mond – best lastig overigens – schreeuwt ie “KOOK!”
Ik.Ook.

Puk en Watermeloen zijn nog in de veronderstelling dat alles in de wereld eerlijk verdeeld dient te worden.
Met name voedsel mét suiker, zevenhonderd calorieën en druipend in de koolhydraten.
“KOOK! KOOK!” roept de Watermeloen, terwijl Puk – half beledigd, half verontwaardigd – vraagt hoe lang ik al in de keuken sta.

En dat, die hele toestand, maakt het haast onmogelijk om naar je lichaam te luisteren.
Het moge duidelijk zijn wie de Strijd voor Gelijke Verdeling der Koekjes en Andere Geneugten wint.
Niet deze #badmom.

Als je moe bent, moet je slapen

Als je moe bent, moet je slapen.
Mijn ouders hamerden er altijd op dat we voldoende rustten.
“Maar ik bén niet moe!” sputterde ik weleens tegen, dat mocht niet baten.
Als je moe bent, moet je slapen.
En als je niet moe bent, kun je alvast wat slapen.
Daar kwam je met geen speld tussen.
Met als gevolg dat ik overal heb leren slapen.
In de bus, trein, auto, maar ook gewoon bij iemand op de bank als dat moet.
Dat heeft niets met het gezelschap te maken, maar als je moe bent, moet je slapen.
En ik ben vaak moe, zeker omdat de Watermeloen zo vaak niet moe is.

Met enige regelmaat val ik in slaap tussen de Duplo en ander speelgoed. Meestal is het Puk die me dan wakker maakt.
“Mama, de Watermeloen gooit allemaal speelgoed in de wc, dat mag toch niet, hè?”
Waarna ik me plechtig voorneem niet meer overdag te slapen (en om het speelgoed eens op te ruimen).

Gelukkig voor mij (en voor onze riolering) gelooft de Meloen nog heilig in middagdutjes.
Die slaat hij nooit over.
Zodra hij in bed ligt, nestel ik me met Puk op de bank.
Gezellig filmpjes kijken op de televisie.
Niet zo verantwoord, maar wel broodnodig.
Een power nap verricht wonderen.
Het hoeft niet uitgebreid, gewoon even je oogjes dicht en je kunt er weer tegenaan.

Jarenlang hield ik mijn inhaalslaapjes op de bank wanneer dat zo uitkwam.
En het kwam altijd uit, want we woonden op vier hoog.
Niemand die per ongeluk zou zien dat ik met mijn mond open slaap, behalve misschien een nieuwsgierige vogel die voorbij vloog.
Maar sinds we in een huis wonen, is het een heel ander verhaal.
Vooral omdat het huis in een wijk vol groen staat.

Wandelaars die genieten van de omgeving, komen met het mooie weer graag even voorbij.
Niet zelden wordt er een blik naar binnen geworpen.
Om gênante vertoningen te voorkomen, slaap ik niet meer op de bank.

Mocht je ooit voorbij wandelen en naar binnengluren kijken, schrik dan niet als je mij op de vloer ziet liggen.
Daar tussen de Duplo.
Er is niets aan de hand.
Ik ben gewoon moe en als je moe bent, moet je slapen.

Dit stuk verscheen eerder in een aangepaste versie in De Stenen Bank.

Het jaar van de billenman

Hoewel ik geen praktiserende Chinees ben, zijn sommige gebruiken best handig.
Zo begon gister Chinees Nieuwjaar – de beste wensen, allemaal!
De mist in gegaan met je goede voornemens?
Zeg gewoon dat je een ánder nieuw jaar bedoelde.
Heel logisch.
Tegenwoordig volgt iedereen een alternatief dieet, waarom niet een andere kalender?
Voel je je vooral niet schuldig dat je na vier weekjes 2017 alweer op de bank hangt in plaats van in de sportschool: het nieuwe jaar was gewoon nog niet begonnen.

Nu had ik zelf weinig voornemens, behalve dat ik 26 boeken wilde lezen dit jaar en meer bewegen.
Gelukkig loop ik daarmee niet achter, maar juist vóór volgens de Chinese jaartelling *ahum*.
Alleen heeft de Watermeloen mijn e-reader op de grond gesmeten.
En dat is een probleem.
Een halve e-reader met zeven barsten in het scherm is nog daar aan toe, maar dat smíjten van Watermeloen.
Daar moeten we het eventjes over hebben.
Want helaas heeft hij meer barbaarse neigingen die gecultiveerd moeten worden, naast dat smijten.
Wat dat betreft zou ‘kind opvoeden’ eigenlijk een beter voornemen zijn.

Zo heeft Watermeloen het geduld van een popcorn en is hij liever moe dan lui.
Geen idee van wie hij het heeft, maar als ik niet beter zou weten zou ik zeggen: niet mijn kind.

Nog meer aanwijzingen?
Watermeloen is ontzettend eigenwijs en kan al achteruit inparkeren met zijn bolderkar.
Bovendien is het een jongen van weinig woorden.
De meloen bedient zich met ‘die!’ en ‘DIE!’ en dat was het wel zo’n beetje.

Je kunt veel over mij zeggen, maar stil ben ik zeker niet.
Maar Watermeloen is een typisch gevalletje stille watermeloenen diepe gronden.

Eén moment lette ik niet op of Puk riep vol afschuw uit: “Mama! Hij heeft de billencrème te pakken!”
Meneer vond een krukje, schoof het voor de commode, en heeft zichzelf opgetrokken om bij de sudocrème te komen.

Bij de pot billencrème komen was één.
Zijn echte doel was zichzelf helemaal ondersmeren.
Lekker, joh!
In zijn haren, op zijn snoet, aan zijn oren.
Overal had Watermeloen sudocrème zitten.
Behalve op zijn billen.

Even twijfelde ik of ik mijn telefoon moest pakken.
Een paar delicate foto’s zijn immers goud waard bij latere onderhandelingen.
Maar voor ik iets kon doen, rende de billenmans op me af en zaten we met zijn allen onder de witte, plakkerige billencrème.

Opvoeden.
Ik ga dat maar weer eens oppakken in het nieuwe jaar.
Volgens de Joodse kalender.