Een opstel

Stel, je bent niet welgesteld.
Ben je dan soms ongesteld?
Je bent immers niet niet gesteld, want de meeste mensen houden toch heus wel een beetje van geld.

Maar je hoort nooit mannen zeggen:
“Hee, man heb je een tientje voor me?”
“Wát?! Een tientje? Wat denk je wel niet, ik ben hartstikke ongesteld!”
Of misschien zeggen mannen dat onderling wel tegen elkaar, maar kan ik het me niet voorstellen.

En nu we het daar toch over hebben.
Wat is dat toch voor armoe om het stukje ‘stellen’ tot in den treure te hergebruiken?

Je moet niet te stellig zijn.
Daar houden mensen niet van.
Maar je kunt je wel herstellen.
Dan zeg je: “Sorry, ik heb mijn mening bijgesteld.”

En je kunt ook ergens voor worden aangesteld.
Maar je moet je zeker niet aanstellen.
Dus op je eerste dag neem je taart mee en stel je je netjes voor aan iedereen. Dan heb je je in elk geval goed opgesteld, want gek genoeg kun je je achteraf niet meer nastellen.
En je instelling is het belangrijkst, dat weet iedereen.

Tot slot kun je nog van alles en nog wat bestellen.
Dat is heel fijn met internet en zo, dan laat je je portie groente en fruit gewoon bij je thuis afleveren.
Is goed voor je gestel.
En als je van je green happiness dieet een paar maten afvalt, kun je je kleding laten verstellen, gesteld dat je gesteld bent op je huidige garderobe.

Gelukkig ben ik niet achtergesteld en lukt het me nog best om alles te volgen, geloof ik, maar ik sta er wel van…
Juist.
Versteld.

Advertenties

Tropenjaren

img_7361Ik ben er nog nooit geweest, maar het lijkt er me zalig.
Altijd zon.
Altijd warm.
Nooit meer koude voeten.
Dag dekentje op de bank, hallo hangmatje onder de palmboom!

Het lijkt me heerlijk vertoeven, daar in de Tropen.
Ik zou het helemaal niet associëren met bijvoorbeeld chaos.
Of slapeloze nachten.
Of uitdijende heupen en uitgelijden over rondslingerend Duplo.

Tropenjaren.
Wie heeft dát nou weer bedacht?
Het zorgelijke vind ik nog, dat niemand het ‘tropenweken’ noemt, waardoor ik vermoed dat deze gekte nog wel eventjes gaat duren.
Tropenjáááren. Seriously?

Gelukkig moet mag ik morgen weer werken.
Dan is de anarchie compleet.
Ik zie al voor me hoe ik na een dag werken van de opvang naar huis sjees.

De eerste uitdaging is om twee kinderen thuis zien te krijgen.
Zonder auto (want die is met Lief mee).
En zonder fiets (want Watermeloen kan nog niet zitten).
Maar dat is nog niet de echte uitdaging.

Het wordt pas ingewikkeld als het regent.
Want Puk háát regen ik zou niet weten van wie ze dat heeft.
Als Puk door de regen loopt, zou je haast denken dat ze bekogeld wordt door waterballonnen gevuld met zwavelzuur.
Om te voorkomen dat ze midden op de weg stil staat omdat haar capuchon weer eens is afgewaaid of dat ze als een Mary Poppins met paraplu en al de lucht ingeblazen wordt, kun je haar maar het beste optillen.

Dan heb je maar liefst 21 kilo aan je lijf hangen.
Huh?
Ja, je leest het goed.
21 kilo.
Want Watermeloen hangt er ook nog bij.
En Puk + Watermeloen = 21 kilo.

Watermeloen is namelijk een reïncarnatie van een babykangaroe.
En hij is vastbesloten in dit leven niet anders vervoerd te worden dan in een draagzak.
Ook niet in een kinderwagen?
Zelfs niet in een auto?
Nope en nope.
Het is ook best logisch.
Je kunt wel een watermeloen uit een kangaroe halen, maar probeer maar eens een kangaroe uit een watermeloen te halen.
Onmogelijk!

Maar goed.
Alles went.
Het is niet te doen ideaal, maar je moet toch wat.

Eenmaal thuis begint de tweede ronde.
Het is belangrijk om de aardappels zo snel mogelijk op het vuur te hebben.
Dan zet je Puk voor de televisie en vervang je met één hand de luier(s) van Watermeloen.
Gelukkig scheelt het dat je al bent natgeregend.
Dan maakt het niet meer uit als Watermeloen besluit zijn fontein aan te zetten terwijl jij boven hem hangt en dat Puk roept dat ze liever Shimmer & Shine kijkt.

Ondertussen probeer je in het nu te leven.
Te genieten.
En het maximale uit het leven te halen.
Want zen ben ik allesbehalve wanneer de aardappels aanbranden, omdat Puk óók NU moet plassen en Watermeloen toch echt liever in de buidel dan in de box ligt.

De zwarte piepers verstop je maar onder een berg appelmoes.
Dan nog de plas van de grond dweilen.
En de afstandsbediening uit Puks handen trekken.
En niet te vergeten een spoedwasje te draaien.
En pedagogisch verantwoord uit te leggen dat je niet boos bent maar teleurgesteld dat er in de broek is geplast.
Zo rond 18.30 is het huilende kinderen all.over.the.place.
En dan moeten we nog aan tafel.

Maar als alles gevoed en gedroogd is en iedereen zijn pyjama aan heeft, is er eindelijk tijd voor het opruimen van Duplo vijf minuutjes niets doen.

Even.
Helemaal.
Niets.
(Hoor je de rust? Fijn, hè?)

Totdat weer iemand roept.
Mamááááá!!!

Tropenjaren.
Kunnen we alsjeblieft een tropenrooster daarvoor instellen?

Hij en ik: van Limburgs makelaardij

Ik : “Hoe schrijf je makelaardij?”
Hij: “Hoezo?”
Ik : “Gewoon, even checken.”
Hij: “Wat wil je schrijven dan?”
Ik : “Dat je van Limburgs makelaardij bent.”
Hij :”Van Limburgs makelaardij?!”

Lief verkoopt geen huizen.
Hij werkt ook niet in de woningsector.
Of voor Funda.
Ik bedoelde gewoon, je weet wel, dat ‘ie van Limburgse afkomst was.

makelaardij, makelij… het lijkt ook allemaal op elkaar, niet waar?

Broccoli blijf bij je lees(t)

Worden jullie al gek van alle zwangerschapsverhalen?

a. Ja! Hou er eens over op!
b. Een beetje.
c. Nee, hoor! Vertel gerust verder want ik lees het toch allemaal niet.

Nou, het spijt me.
Ik wil best iets vertellen over broccoli, maar daar weet ik gewoon niet zoveel over te vertellen.
Behalve dat het goed voor je is.

Dus blijf ik maar een beetje bij de leest, schoenmaker die ik ben.
Ik weet niet of het iets met mijn huidige toestand te maken heeft, maar ik ben ineens nóg slechter geworden in Algemeen Beschaafd Nederlands. Had ik voorheen vooral moeite met lidwoorden, tegenwoordig moet ik echt moeite doen om hele zinnen te maken!

Zo wist ik niet meer of je in je handjes kunt klappen of wrijven.
Gelukkig kunnen de meeste mensen het allebei – mits je armen lang genoeg zijn dat je handen elkaar kunnen raken.
Maar waar het mij om ging is hoe de uitdrukking ookal weer luidde.
Als iemand heel erg blij met je mag zijn, mag hij dan in zijn handjes klappen of mag hij dan in zijn handjes wrijven? Dat laatste lijkt me de juiste, maar ik vind hem ineens niet meer zo logisch. Waarom zou je in je handen wrijven als je blij bent? Ik wrijf alleen maar in mijn handen als ik het koud heb. En dan ben ik écht niet blij, hoor!

Of laatst.
Twijfelde ik of je nekharen overeind gaan staan of dat ze overeind springen.
En als ik héél eerlijk ben, heb ik bij het schrijven van dit stuk behoorlijk vaak op Google gezeten.
Want is het nou schoenmaker of schoenenmaker?
En blijft hij bij de lees of bij de leest?
Wat ís een lees(t) überhaupt?
En waarom moet ik zo nodig uitdrukkingen gebruiken die mijn pet te boven gaan?

U ziet, ik heb het allemaal niet meer op een rijtje!
Zal ik het dan toch maar over broccoli hebben?

Hij en ik: contamineren (althans… Ik doe dat)

Volgens de officiele begrippen ben ik een authentieke allochtoon.
Ik ben zelfs met trots (?) een eerste-generatie-allochtoon!
En daarom mag ik graag klungelen met de Nederlandse spreekwoorden en gezegdes.
Die zitten er gewoon niet zo ingebakken omdat we graag wokken.
Regelmatig wordt Lief dan ook ingeschakeld:
Ik    :    “Lieeeeef!!”
Hij   :    “Ja?”
Ik    :    “Waar kom je ook al weer op terecht?”
Hij   :    “Hoe bedoel je?”
Ik    :    “Op je benen, op je voeten?”
Hij   :    “Op de pootjes.”
Ik    :    “O ja, o ja!”
Of tijdens een verhitte discussie:
Ik    :    “Geen hond die er naar kraait, dus waar maak je je druk om?”
Hij   :    “Haan.”
Ik    :    “Pardon?”
Hij   :    “Haan. Geen haan die er naar kraait.”
Ik    :    “Dat zég ik!”
Hij   :    “Niet. Je zei geen hond die er naar kraait. Maar honden kraaien niet, die blaffen.”
Ik    :    “…”
Bovenstaand logje stamt van 28-07-2010, maar is nooit gepubliceerd.
Ik schrijf weleens iets en sla het eventjes op om het straal te vergeten.
Meestal leg ik het opzij, omdat ik geen plot kan verzinnen of omdat ik halverwege denk ‘dit gaat werkelijk nérgens over’. Maar eigenlijk gaan de gesprekken tussen Lief en mij toch al nooit echt ergens over.
Dus twee jaar na dato, schiet ik hem gewoon de wereld in en zie wel of het op zijn voetjes pootjes terecht komt!