En hoe is het om weer in Nederland te zijn?

“En? Hoe is het om weer in Nederland te zijn?” is de meest gestelde vraag van de afgelopen weken. Gevolgd door “Heb je Lief niet gemist?” en “Ben je alweer gewend aan Nederland?”

Op zulke momenten komt mijn sociale-vaardigheden-stoornis weer uit de mouw.
Ik vind het heel erg, maar ik kan dat gewoon niet: normaal  antwoord geven op doodgewone vragen. In mijn hoofd ontwikkelen zich de meest dramatische taferelen die enkel en alleen vermeden kunnen worden door Het Juiste Antwoord te geven. En dat juiste antwoord, dat weet ik dus niet. Het ligt altijd op het puntje van mijn tong. Maar nee. Ik kom er op cruciale momenten niet op.

Op de vraag “En? Hoe is het om weer in Nederland te zijn?” weet ik niet wat ik moet zeggen.
Als ik “Heel fijn!” zou zeggen, ben ik weer bang dat mensen denken dat ik het niet fijn in China heb gehad. Dat ik bijdraag aan een slecht beeld over China. Zo van ben ik eventjes blij dat ik dáár niet meer zit. Dat mensen dan denken dat China nog steeds ver achterloopt op het geweldige Westen dat zelfs een Chinees blij is terug te zijn in Nederland.

Om maar “Mwah, het is eventjes wennen” te zeggen, vind ik weer zo zeurderig.
Hoezo wennen? Je hebt heel je leven in Nederland gewoond!
Of erger dat ik aanpassingsproblemen heb bovenop mijn sociale-vaardigheden-stoornis.
Kortom: dit is voor mij een onmogelijke vraag. Je krijgt dan ook met geen mogelijkheid een normaal antwoord van mijn kant.

 
Hetzelfde probleem heb ik met “Heb je Lief niet gemist?”
Wat willen die mensen toch horen?
“Heb je Lief NIET gemist?”
Ik bedoel maar.
“Ik heb hem héél erg gemist!” klinkt zo ongeëmancipeerd. Alsof ik dagenlang in bed huilend naar zijn foto heb gestaard en aan zijn t shirt heb zitten sniffen. Uren aan de telefoon gehangen om zijn stem maar te horen en vooral niet meer levensvatbaar te zijn geweest.
Nou, dat was dus niet het geval.

“Neuh, niet echt” levert steevast een relaas op van “NIET?!?! Ik zou hem zoooooo erg missen!!”
Alsof ik een slechterik ben. Een koud en onliefhebbend persoon. Arme Lief. Wat moet ie met zo’n heks?

Lieve Mensen, ik kán het gewoon niet.
Gewoon normale antwoorden geven op doodgewone vragen.
Ja, het gaat heel goed met mij hier in Nederland. Ik mis Hong Kong en Shanghai niet, maar wel de lieve mensen daar. Het is ook fijn om weer terug te zijn, want heb de mensen hier natuurlijk ook lang moeten missen. Geen aanpassingsproblemen. Geen drama’s. Of ik nu in het Verre Oosten of in het Verre Westen ben, in beide voel ik mij thuis.
Ik ben gewoon een gemakkelijk mens.

 

Alle punten verzamelen

Sparen.

Ik ben er een ster in.
Tenminste, als je onder sparen verzamelen verstaat, waarbij het een kwestie is van kopen, kopen, meer, méér! niets weggooien. Dat kan ik wel, hoor!

Hier in huis staan er meer dan genoeg dozen met ik-kan-er-geen-afstand-van-nemen-spul. Vaak wegens emotionele waarde, des te vaker wegens ergens neergezet en nooit meer naar omgekeken. Dat verhaal.

En het feit dat de koffer nog stééds niet uitgepakt is, ligt niet aan een drukke agenda. De kledingkast is nogal, uhm vol. Een en ander moet eerst weggegooid uitgeruimd worden, voordat de koffer uitgepakt kan worden. Allemaal gevolg van gedisciplineerd spaarbeleid. En dat jarenlang. Structureel. Dat doorbreek je niet zomaar een, twee, drie.

Douwe Egberts punten. Ook zoiets.
Die doen we altijd braaf in zo’n potje. Even knippen, in het potje stoppen en niet meer naar omkijken. Nu zijn wij best trouwe DE-lurkers. Herfstthee voor mij, ongeacht het seizoen. Voor Lief koffie. Heel veel. Drie kopjes ’s morgens, drie kopjes ’s avonds en hier en daar tussendoor ook nog een paar kopjes. Nooit minder.

Hoe dan ook.
Douwe Egberts punten.
Gisteren vatte ik het plan die punten eens te tellen. Het potje was al aardig vol. En het voelt zo goed om grote hoeveelheden te tellen, als ware het verse bankbiljetten. Toch maar zo’n Staatslot kopen vanmiddag.

 
Wat zouden we met al die spaarpunten kunnen kopen? Een vierentwintigdelig serviesset? Zo’n superdeluxe Italiaans koffiezetapparaat? Een retourtje Brazilië? Ik waande mezelf al in een zonnig land, allemaal dankzij ons goed spaar- en drinkgedrag. Hoef ik die koffer helemaal niet meer uit te pakken.

 
Nou, NIETS van dit alles!
Het blijkt dat wij niet genoeg hamsteren.
Wij zijn de lachertjes in Douwe Egberts-spaarpuntenland met onze 1.940 punten.
Dat is de equivalent van een stuiver bij DE.

Maar och, wat keek ik verlekkerd naar al die mooie hebbedingetjes! Hebberig werd ik ervan. Indien nodig kan er altijd geld bijgelegd worden, maar dat is natuurlijk niet zo leuk als gratis.

Even doorsparen dus.

 
Nog een kopje koffie, schat?

Aan tafel!

Lief komt uit een warm en groot, Limburgs gezin.
Dat ‘Limburgs’ heeft er op zich niet zoveel mee te maken, maar ik vind het zo gezellig klinken. Een Limburgs gezinnetje. Dat is toch net eventjes anders dan een Gelders of een ons Brabants gezinnetje. Laat staan een Chinees huishouden.

Anyway.
Waar het om gaat, is dat het gezin groot is.
Twee ouders, vier kinderen; zes man in totaal.
Nu bestaan er heus wel grotere gezinnen, maar ik heb het idee dat het naar de maatstaven van tegenwoordig toch wel een behoorlijke familie is.

Het opgroeien in een groot gezin laat zo zijn sporen achter.
Naar eigen zeggen, eet Lief altijd in een rap tempo om zich te verzekeren van een tweede portie. Eet je niet vlug genoeg of treuzel je teveel dan was de pot leeg en had je maar te hopen dat je de nacht doorkwam.

Ookal zit Lief niet meer met zes man aan tafel, maar met mij alleen die niet vecht om zijn eten, want vegetarisch en vriend niet, Lief is nog altijd in staat eten in een mum van tijd weg te werken. Het is net uhm, toveren. Een, twee, drie: WEG! Waar je bijzit!
Alle gekheid op een stokje, Lief is voor de rest een welopgevoede jongen, hoor! En honger heeft hij ook nooit geleden.

Waar het écht om gaat.
Iedereen schuift bij ons aan tafel deze zaterdag.
Het begon met een smsje naar Ma. Gevolgd door eentje naar broertje en zussen. Allemaal hadden ze tijd en zin om naar Nijmegen te komen. Nu moet ik er even bij vermelden dat het gezin van zes zich in de loop der jaren heeft uitgebreid met gezellige aanhangers, zoals ik en een nieuwe generatie. Al met al (op het moment van dit logje): elf man sterk en een twaalfde op komst.

Dus moet er voor elf man gekookt worden deze zaterdag. Een klein kerstdinertje dus!
Hoe ongelooflijk ik ook ben. Bij Kerst hoort een Maaltijd. Dat is een ongeschreven regel. Zoals zout en peper, zwart en wit of dag en nacht. Ookal gaat het met Kerst om de gedachte, door alle uitsloverij is de Maaltijd het middelpunt geworden. Het is net een contradictio in terminis.

Nu zei Ma nog “Doe maar iets gemakkelijks” en “We kunnen jullie wel helpen!”, maar Lief en ik zijn al volop bezig met alle voorbereidingen. Want Kerst moet mag knallen. Decadent en volledig over the top.

 
Ookal is het juli.

1 juli

En toen was het 1 juli.
Tijd voor het opmaken van een balans.

Gisteren drukte Lief mijn neus nog eens flink op de feiten toen we een rondje in de stad liepen, waar de mensen – naar mijn mening – steeds jonger worden.
“Je kunt wel jong zijn, maar je kunt niet jong worden.”
Zo corrigeerde Lief mij in één klap zowel taalkundig als denkbeeldig.

Je kunt nog zo je best doen, maar jong(er) word je er niet op.
Momenteel ben ik 27. En gelukkig blijft dit zo tot maart 2009. Genoeg tijd om na te denken over De Toekomst die allang begonnen is dus. Nu is het de laatste dagen sowieso een beetje moeizaam in de bovenkamer. Wijt het aan het mooie weer, wijt het aan het lekkere eten of de gezellige bezoekjes.

Steevast vragen mensen hoe het is geweest en wat ik nu ga doen.
“Heel goed nadenken,” antwoord ik dan maar.
Maar hoe ik ook nadenk. Hoe goed ik ook nadenk. Er gebeurt gewoon niets. Geen “AHA!” of “Eureka!”. He-le-maal niets.
Ik schrik ervan hoe leeg mijn hoofd is. Er is niet eens meer ruimte voor logideeën. Zo leeg.

En ik besef wat een luxe dat is.
Blijkbaar is er geen reden tot zorgen of nachtelijk piekeren. Geen onoverkomelijke problemen of bergen die verzet moeten worden. Niets te peinzen. Niets te klagen. Het zit allemaal even goed zo.

Boerderij der dieren

Deze tekst schreef ik lang geleden in China, maar telkens kwam hij niet door de persoonlijke keuring. Kwangie die politiek schrijft, dat dient toch herschreven, nagekeken en heroverwogen te worden. Wegens mooi weer en gebrek aan inspiratie hier dan toch.
 

Het was in het tweede jaar van Dominicus toen meneer De Beukelaer het Marxisme introduceerde.
In die periode kwamen allerlei -ismen aan bod, maar het Marxisme, communisme en socialisme fascineerden mij mateloos. Het gelijkheidsprincipe, zorgdragen voor elkaar, wegvallen van het kapitalisme/materialisme; hoe kan het dat we niet allang wereldwijd volgens dit gedachtengoed leven?

Meneer De Beukelaer probeerde mijn enthousiasme te temmen. “Helaas heeft niet iedereen het beste met elkaar voor,” zei hij. Daarom. Nou, dat komt dan vast door onwetendheid. Zien zij dan niet dat er Hogere Belangen meespelen?

Toen we bij de Koude Oorlog aankwamen, kon ik er met mijn verstand niet bij waar de angst voor het Rode Gevaar vandaan kwam. Trouwens, hoezo gevaar? Zij willen toch alleen maar betere leefomstandigheden voor iedereen? Okee, als je kapitaal bezit, lijkt het misschien alsof je erop achteruitgaat, maar het principe ‘bezit’ krijgt een heel andere dimensie, dus waar verzetten ze zich nou tegen?

Het lezen van ‘Animal Farm’ heeft ietwat bijgedragen aan een meer realistisch wereldbeeld. Toch zit het in de aard van het beestje om met een rode roze bril naar de wereld te kijken. Ik geloof nog altijd heilig in de klassenloze samenleving. Ik ben zeker bereid om meer belasting of (een deel van) mijn loon af te staan als we daarmee meer mensen kunnen onderhouden. En nee, ik geloof niet dat mensen die ‘moeilijk’ werk doen, zoveel meer beloond moeten worden. Die mensen hebben vaak een hoog IQ, voor hen is het werk helemaal niet zo moeilijk.

Met de jaren heeft mijn idealisme wel degelijk plaats gemaakt voor pragmatisch cynisme. En dat vind ik eigenlijk best wel jammer. Maakt ouder worden, daadwerkelijk wijzer? Maakt “Ja, maar” en “Nee, want” de wereld zoveel beter?

Noem het hemelbestormen, noem het naïef. De wereld van een optimist is nooit grijs, die blijft altijd roze. En eigenlijk blijf ik veel liever op die roze wolk.

Ik keur de praktijk waarop ‘men’ het communisme in- en uitvoerde niet goed. Het gaat mij vooral om het ideaal.