Dus

Ik dus er graag op los.
Zo!
Dus.

Dus is een fijn stopwoord.
Je kunt je gesprekspartner ermee op gang brengen. “Dus…..?”  kom op, kom op, kom op!
Of zinloze opmerkingen afkeuren. “Dus?!?!”
En je eigen argumenten versterken. “Daarom, dus!” 
Heel onderbouwend.

   
Al met al, ik gebruik het te pas en te onpas.
Het is gewoon gemakkelijker dan bijgevolg of zodoende.
En minder uit de hoogte dan dientengevolge, derhalve of erger, ergo.
Stel je eens voor:

        “En toen zei hij, en toen zei ik en toen zei hij weer…”
        “Lieve schat, ergo?!?Zie? Daar kan ik toch niet mee aankomen?

Het is verschrikkelijk irritant. Ik weet het.
Toch blijf ik dussen. Ookal raakt het kant noch wal.
Het kan me niet schelen.
Ik ben gewoon taalarm en weinig creatief.
Dat blijkt.
Dus.

Geinspireerd door kaatkakelt die graag duht. Ieder zijn ding!

Saturday Night Fever

Heeft u dat ook weleens?

Thuis komen van een dagje hard werken.
Eindelijk weekend.
Huis voor jezelf alleen.
Pizza mozarella in de oven.
Eten voor de televisie.
Toch nog even afwassen omdat je weet dat je het er anders echt niet meer van komt.
Hup, snel, een wasje draaien.
Kopje thee zetten.
Klaar om van de avond te genieten.
Vooruit, nog eventjes een dutje doen.
In slaap vallen.
Vele uren later wakker worden en…
…beseffen dat de zaterdagavond gewoon VOORBIJ is?

Niets geen terrasje. Of een hippe barbecue. Geen bezoekjes of Saturday Night Fever-achtige perikelen.

Is het eindelijk weekend, slaap ik er gewoon doorheen.
Wat een mutsenleven!

 

Afscheid van nummer 1 / Ode aan nummer 2

F. en J. stelden hem aan mij voor.
Laten we hem voor het gemak nummer 1 noemen.
Helemaal hoteldebotel was ik. Op nummer 1.

Het was liefde op het eerste gezicht.

Zoals dat gaat met kalverliefdes, lieten we er geen gras over groeien.
Hij trok bij mij in, kreeg zijn eigen plekje hier in huis en werd dag en nacht in het zonnetje gezet.
Ik adoreerde hem.
Mijn nummer 1.
Ik was zó verliefd dat ik alle waarschuwingen en wijze raad in de wind sloeg.
Niemand begreep hem zo goed als ik.
Ik voelde wat hij nodig had.

Mijn liefde is groot genoeg om hem te dragen.

Maar zoals het soms kan gaan met eerste liefdes, het maakt niet uit hoe hard je ervoor vecht.
Liefde alleen is niet sterk genoeg.
Het ging niet goed met hem.
Iedere dag ging hij een stukje meer achteruit.
Mijn mooie nummer 1.
Ooit in de bloei van zijn leven.
Gooide het bijltje erbij neer.

Gestikt door al mijn liefde.

Ik had beloofd op hem te wachten.
En ik was dat ook echt van plan.
Totdat ik hém tegenkwam.
Laten we hem nummer 2 noemen.
Nummer 2 en ik.
Het had zo moeten zijn.

Een tweede kans op liefde.

Dit keer is het helemaal anders.
Echt waar.
Ik zal veel beter voor je zorgen.
Meer tijd voor je vrij maken.
Er voor je zijn.
Aandacht geven.

Tegen je praten.

Mijn mooie nummer 2.
Hopelijk ga jij wat langer mee!

orchidee

Nummer 1 is – ondanks alle wijze raad – nog altijd een uitgermergeld hoopje op de vensterbank. Daarnaast staat mijn mooie nummer 2, vol in de bloei!

 

Dilemma

Volgens Lief heb ik vrijdag een dilemma.
Een dilemma?
Ben ik iets vergeten?
Dubbele afspraak gemaakt?
Is mijn lichte vorm van oost-indische doofheid eindelijk naar het hoofd doorgetrokken?

Helaas! Niets van dit alles.
Lief heeft het over sport. What’s new?
Vrijdag is de dameshockey finale tussen Nederland en China.
Mijn twee werelden. Zal ik de Nederlandse dames toejuichen of schreeuwen voor de Chinezen?
Ga ik voor mijn roots of ga ik voor het land waarin ik opgegroeid ben?

Laten we wel wezen:
1) ik kijk nooit, maar dan ook echt nóóit sport.
2) sport kan me gestolen worden.
3) met zo’n finale kom ik altijd als winnaar uit de bus.

 

Augurken met slagroom

Afgelopen vrijdag was ik op kraamvisite bij een vriendinnetje met een geweldige nieuwe baby. Het was dat de nieuwe moeder haviksogen had, anders had baby Damla bij mij in de tas gezeten. Zo’n snoezig lief meisje was het!

Na alle babyvoeding begon ook mijn maag te rammelen en ging ik met een ander vriendinnetje lunchen. In Den Bosch. Dat is me toch een leuke stad! Als het aan mij had gelegen, verhuisden we daar meteen naar toe. Bye Bye Nijmegen. Hello Den Bosch! De sfeer is gemoedelijk en – niet onbelangrijk – er zijn meer dan genoeg leuke eetgelegenheden om tien kilo aan te komen zonder er een traan om te laten.

Vriendinnetje vertrekt begin november voor ons werk naar Shanghai. Zo’n zes weken zal ze in die mooie stad vertoeven. En natuurlijk gaat er bij mij dan weer het een en ander kriebelen.
Shanghai. Terug. Naar de lieve Chineesjes met hun rare aparte gewoontes.
Voorlopig moet ik het maar doen met haar verhalen!

Aangezien Den Bosch dichtbij Utrecht ligt, belde ik Zus nog even op. Wat ze aan het doen was en of ze het leuk vond als ik nog even langskwam. “Ja, hoor! Gezellig! We eten pannenkoeken!” en ik was om, ondanks mijn lunch van salade met geitenkaas en een dame blanche die gerust Madame Blanche had mogen heten.

Hoe dan ook. Pannenkoeken, die lust ik wel! Zeker omdat het al veel te lang geleden was dat ik die op had. En omdat Zus van een pannenkoek nog een Michelin-ster-waardige maaltijd kan maken. Het water liep me al in de mond.

Ik was alleen een beetje vergeten dat Zus zwanger is.
En vrouwen met kindjes in hun buik kunnen soms een beetje, uhm, anders worden.
Naast een volledige gedaanteverandering (zeg maar gerust extreme makeover) kunnen zij ineens volledig van smaak veranderen. Zus is hierop geen uitzondering.

Eerst kreeg ik een heerlijke pannekoek met kaas.
Daar schonk ik wat stroop overheen.
Verrukkelijk!

Of ik er nog één lustte.
Maar natuurlijk!
Wat was ik verbaasd toen in plaats van nog zo’n lekkere kaaspannekoek, aardbeien, warme kersen, slagroom en straciatella ijs op tafel werd gezet.
Volgens Zus kon dat best.
Een toetje als maaltijd.

Tja, wie ben ik dan om een zwangere vrouw tegen te spreken?