Hoe Kwangie in China belandde

Een tijdje terug vroeg Toaske hoe ik in China was beland.
Tja, hoe eigenlijk? Het lijkt nu alweer zo lang geleden.

Het begon allemaal met een hele leuke bijbaan waar ik wat centjes verdiende, terwijl er officieel *kuch* gestudeerd werd. Deeltijd opleiding PABO en ergens nog een scriptie geschiedenis in de kast.

Het werd helemaal leuk toen ons bedrijf aankondigde de Aziatische markt op te gaan.
Het nieuwe bloed moest natuurlijk getraind worden. Eén groepje Chinezen werd in Enschede ondergebracht, één groep in Tilburg. En drie Chineesjes uit Hong Kong kwamen onder mijn hoede in Arnhem. Héél gezellig. Vooral omdat ik in het dagelijkse leven geen Chinees spreek en nu opeens alles uit de kast moest halen om me verstaanbaar te maken. Zo erg is het nou ook weer niet, maar het was wel even omschakelen.

Zo noemde ik Roodkapje (je moet het toch ergens over hebben, he?) ‘Cement-wijf’.
Oeps! Kwestie van verkeerde vertaling.
Of dat ik beweerde van antiek te houden, terwijl ik ‘electronica’ wilde zeggen.
En ‘verse ogen’ toen ik ‘een frisse blik’ bedoelde.
Jaja! Het luistert allemaal erg nauw, dat Chinees.
Het was een vrolijke tijd met de drie meiden uit Hong Kong, mede door mijn taalcreativiteit.

Halverwege hun training werd ik gevraagd Hong Kong te ondersteunen tijdens de opening.
En of ik tussendoor even naar Zweden wilde. Twee keer.
“Geen probleem” zei ik, “WAAAAAAAAAAAAUW!!!” dacht ik. Maar, hee, ik heb me gedragen.
Koffers gepakt, Lief uitgezwaaid nou ja, hij mij dan en vertrokken.

Na twee maanden Hong Kong, ben ik gevraagd de opening in Shanghai te ondersteunen.
“Geen probleem” zei ik en zo werd mijn verblijf van twee maanden verlengd naar vier.
Vier maanden die voorbij vlógen. Van ontzettend lange werkdagen tot muizenkeutels in het appartement, van ni hao tot g*dverrrrrrrrr! Heel veel lachen. Heel veel tranen. Heel veel geleerd. Heel veel wijzer.

Ik heb dan ook niet lang getwijfeld toen ik gevraagd werd te blijven in Hong Kong.
Dichtbij pap, mam en Broer. Ieder weekend naar ‘huis’ om van paps kookkunsten te genieten. Luieren met Broer en moeders ‘hilarische’ uitspattingen aan te horen.
Bovendien was het werk hartstikke leuk. En dan die collegaatjes. Die waren hartverwarmend! Echt hele lieve mensen, die ik nu erg mis.

In totaal ben ik één jaar in Hong Kong en een half jaar in Shanghai geweest.
Mensen, het was geweldig!

Waarom ik dan toch terug ben?
Omdat Lief alleen in ons pas gekochte woning zat.
Omdat Zus en Gijs weigerden dichter bij mij te komen wonen.
En omdat ze geen hamka’s chips in China verkopen.

Boerderij der dieren

Deze tekst schreef ik lang geleden in China, maar telkens kwam hij niet door de persoonlijke keuring. Kwangie die politiek schrijft, dat dient toch herschreven, nagekeken en heroverwogen te worden. Wegens mooi weer en gebrek aan inspiratie hier dan toch.
 

Het was in het tweede jaar van Dominicus toen meneer De Beukelaer het Marxisme introduceerde.
In die periode kwamen allerlei -ismen aan bod, maar het Marxisme, communisme en socialisme fascineerden mij mateloos. Het gelijkheidsprincipe, zorgdragen voor elkaar, wegvallen van het kapitalisme/materialisme; hoe kan het dat we niet allang wereldwijd volgens dit gedachtengoed leven?

Meneer De Beukelaer probeerde mijn enthousiasme te temmen. “Helaas heeft niet iedereen het beste met elkaar voor,” zei hij. Daarom. Nou, dat komt dan vast door onwetendheid. Zien zij dan niet dat er Hogere Belangen meespelen?

Toen we bij de Koude Oorlog aankwamen, kon ik er met mijn verstand niet bij waar de angst voor het Rode Gevaar vandaan kwam. Trouwens, hoezo gevaar? Zij willen toch alleen maar betere leefomstandigheden voor iedereen? Okee, als je kapitaal bezit, lijkt het misschien alsof je erop achteruitgaat, maar het principe ‘bezit’ krijgt een heel andere dimensie, dus waar verzetten ze zich nou tegen?

Het lezen van ‘Animal Farm’ heeft ietwat bijgedragen aan een meer realistisch wereldbeeld. Toch zit het in de aard van het beestje om met een rode roze bril naar de wereld te kijken. Ik geloof nog altijd heilig in de klassenloze samenleving. Ik ben zeker bereid om meer belasting of (een deel van) mijn loon af te staan als we daarmee meer mensen kunnen onderhouden. En nee, ik geloof niet dat mensen die ‘moeilijk’ werk doen, zoveel meer beloond moeten worden. Die mensen hebben vaak een hoog IQ, voor hen is het werk helemaal niet zo moeilijk.

Met de jaren heeft mijn idealisme wel degelijk plaats gemaakt voor pragmatisch cynisme. En dat vind ik eigenlijk best wel jammer. Maakt ouder worden, daadwerkelijk wijzer? Maakt “Ja, maar” en “Nee, want” de wereld zoveel beter?

Noem het hemelbestormen, noem het naïef. De wereld van een optimist is nooit grijs, die blijft altijd roze. En eigenlijk blijf ik veel liever op die roze wolk.

Ik keur de praktijk waarop ‘men’ het communisme in- en uitvoerde niet goed. Het gaat mij vooral om het ideaal.

First job

Daar zit je dan! In Shanghai, voor je werk.
Ik kan me ergere dingen voorstellen.
Het was ook bepaald geen straf om in Hong Kong te werken.
He-le-maal geen problemen mee. Flexibel als ik ben.
Béétje jammer dat Lief in Nijmegen zit, maar daarvoor hebben ze voetbal uitgevonden.

Enniewee…
Vandaag moest ik denken aan My First Job.
Mijn eerste baantje was in een warenhuis in Nijmegen.
Het begon met een V en eindigde met een D, dus het was niet de Hema.

Welgeteld voor 5,10 gulden per uur stond ik achter een toonbank.
Op de eerste dag legde de afdelingsverantwoordelijke mij uit: “Dit is echt goud en zilver. Je mag dit nóóit alleen laten.”
Zo gezegd, zo gedaan.
Twee maanden lang stond ik er.
Beetje toonbankje poetsen, mensen helpen: “Het toilet is dáár. Bij de tijdschriften links.” van dat kaliber. Tjongejonge wat was dat hard werken, zeg!
Zonder airco en in mijn uniformpje.
Maar mijn vlijt werd opgemerkt en beloond: ik mocht ook na de zomer blijven werken!

Zo leerde ik F. en J.kennen.
In dat warenhuis.
In ons bloesje, sjaaltje en rokje.
Bij het goud en zilver.
Het was F. die mij erop wees dat er zoiets bestond als pauze.
Wist ik veel. Ze hadden toch gezegd dat ik het NOOIT alleen mocht laten?
En wat moet je tijdens je pauze doen anyway?
Laat mij maar achter die toonbank.

En zo stonden we jarenlang elke koopavond, zaterdag, koopzondag en feestdag achter die toonbank. Te kletsen natuurlijk en een beetje te werken en steeds meer ook een beetje te wachten op de pauzes.
Midden in Nijmegen.
In ons apenpakkie.
Bij het goud en zilver.

 

Kleine meisjes, grote wensen

Kleine meisjes* hebben grote wensen.

Zo was ik vroeger erg jaloers op Irene Moors. Je weet wel, die van Telekids. Zij had altijd zo’n stapel brieven en kaarten om zich heen liggen. Bérgen post, dat wilde ik ook! Helaas bleef het beperkt tot de Donald Duck op de zaterdagochtend. En meneer-de-assistent-van-mevrouw-de-orthodontist haalde me uit mijn dromen toen hij mij adviseerde geen beugel te nemen. “Dan word je toch niet beroemd?” zei ie. Het einde van mijn potentiële carrière als celebrity met zakken vol fanmail.

Wat ik ook zo graag wilde, was een handtekening. Beter gezegd, dat ik het ergens mocht zetten. Ik stelde me een persoonlijke secretaresse voor met stapels papieren die ik dan – quasi ongeïnteresseerd – ondertekende. De krabbel moest zo interessant en vooral lang mogelijk worden. Ik kon toen niet weten dat een handtekening zetten zo’n tijdrovende klus zou zijn! Mensen achter een balie trekken vaak de documenten uit mijn handen, terwijl ik pas halverwege ben. Hoe gênant! En natuurlijk moet ik nu dagelijks voor het werk van alles en nog wat tekenen. Zonder secretaresse. Dat dan weer niet, ?

Tegenwoordig krijg ik meer post dan me lief is. Geen idee wanneer dat begonnen is, maar mijn wens is dus uitgekomen. Met name Nuon is groot fan van mij. Die stuurt mij met grote regelmatig een vriendelijke, doch dringende brief met een acceptgiro die ik dan met veel bombarie mag ondertekenen: acht blokletters, twee sterren (waarom toch!?), drie vaste letters en een punt. En die punt, daar doen we het voor!

Don’t worry, I don’t consider myself, uh, ‘klein’.

Fanatiekelingen (2)

Vandaag heb ik een nieuwe mijlpaal bereikt!
Sinds mijn komst in Shanghai loop ik met een veel te dure seizoenskaart danslessen. Vastbesloten dat het dit keer toch echt helemaal anders word, heb  ik vandaag mijn tiende les gevolgd. En daarmee heb ik de kaart voor 33,3333% (1/3 dus) verbruikt! Een derde!! Dat is al reden voor een feestje, gezien mijn historie:

*** De zwemkaart ***
Met F. en J. heb ik een tijdje elke week gezwommen. Lekker baantjes trekken en dan heerlijk met natte haren frietjes eten. (Iemand enig idee waarom friet het beste smaakt na een dagje zwemmen???) Na een paar weken was ik om. Ik ook aan zo’n zwemkaart, naar verhouding vele malen goedkoper! Moest je in één keer een groot bedrag neerleggen, maar dan kon je wel telkens gratis naar binnen. Zo redeneer ik dus 😉
Al gauw bleek het frietje voor het zwemmen ook wel goed te smaken. En na het eten moet je vooral rusten en zeker niet zwemmen. Krijg je kramp van. Niet lang daarna is die strippenkaart verlopen, zonder ook maar een keer ‘gratis’ te hebben gezwommen.
Moet ik wel even vermelden dat F. en J. gewoon verder zijn gaan zwemmen, hoor! Niet iedereen is zo hopeloos als ik!

*** De jaarkaart van de uni ***
Het ding kostte geloof ik 50 euro, maar dan kon je er een heel jaar mee vooruit. Niet dus! Slechts een lesje BOMMEN had ik er mee gevolgd. Bewegen Op Muziek klonk veelbelovend, maar betekende in de praktijk Heel Erg Veel Bewegen met een klein beetje muziek op de achtergrond. Het inlopen op zich was al een ramp en ergens halverwege werd me duidelijk dat ik dat dus nooit meer ging doen. Een lesje van 50 euro. Mijn buik trekt er nog steeds samen van!!

*** De tweede jaarkaart van de uni ***
Als je ouder wordt dan blijft het allemaal niet meer vanzelf strak. Daarvoor moet je sporten. En dus kocht ik voor de tweede keer zo’n unikaart, ondertussen in prijs gestegen. Het begon goed, ben twee keer gaan spinnen (das fietsen in gewoon Nederlands) en heb ook zo’n drie a vier keer met Lief een balletje geslagen op het squashveld (hij zal het tegendeel beweren, maar ik was dus ECHT wel beter dan hij! En nee, hij liet mij niet winnen, wil je mij alsjeblieft niet zo beledigen?!)
Het ging mis toen Lief niet meer tegen zijn verlies kon en voorstelde eens een keer te gaan tennissen.

Tennissen et Moi. Gaat niet samen. Met mijn badmintonverleden verwacht ik dat zo’n bal ook met vertraging in de lucht blijft hangen. En als ik de bal dan – veel te laat – alsnog lichtelijk raakte dan vloog de bal meer dan uit en kon Lief de hele tijd ballenjongen spelen. Laten we het erop houden dat er weinig spel en sportiviteit was die dag!
Maar dit keer is het helemaal anders 😉
… Nog maar twintig lessen te gaan …