Sinterklaas discrimineert

Sinterklaas discrimineert.

Dat is de enige logische conclusie die je kunt trekken.
En dan heb ik het niet eens over de Zwarte slaafjes Pieten.
Neen.

Ik heb het over mijzelf.

Laat ik even bij het begin beginnen.
Bij ons thuis, vroeger, had je Broer, Zus en ik.
Drie kleine Chineesjes.
Lief, schattig en slim.
Precies wat je van drie kleine Chineesjes mag verwachten.
En toch.
Tóch, hadden we alledrie nog nooit van een Goedheiligman gehoord die gratis pakjes rondstrooide.

Wat op zich geen probleem was, totdat we vier werden en naar de basisschool gingen.

Daar leerden we dat een oude meneer uit Spanje met zijn roversbende midden in de nacht je huis binnensloop om je schoen leeg te halen.
Ik heb er nachten van wakker gelegen.
Gelukkig had ik nog niet begrepen dat stoute kinderen in een zak mee naar Spanje moesten, want anders was ik spontaan gaan bedplassen.
Hoe dan ook.
Dágen waren we er op school mee bezig.

We maakten tekeningen voor in de schoen, knutselden Pieten en Sinterklazen van wc-rollen en we zongen Zie ginds komt de stoomboot alsof ons leven ervan afhing. Hij komt! Hij komt!

 

Maar wie er ook kwam, hij liet verstek gaan.
Het enige wat ik in mijn schoen vond was een brief met het verzoek ’s avonds de lampen uit te doen zodat Broer kon slapen. Wat ik bijzonder toevallig vond, want Broer liep al langer te zeuren dat ik moest leren slapen in het donker. De volgende morgen toen de kinderen uit de klas hun kadootjes tentoon spreidden, liep ik daar dus rond met die brief.
Dit is mijn vroegste herinnering aan Sinterklaas.
Een persoonlijk bericht dat mij vraagt te slapen in het donker, terwijl ik dat doodeng vond.
Kun je je voorstellen dat ik daarvan behoorlijk in de war raakte?
Al die andere kinderen met de gek gaafste presentjes en ik dan ‘alleen maar’ die brief?

Ik snapte gewoon niet wat ik verkeerd had gedaan.

Het jaar daarop was het wéér raak.
Niets in de schoen of onder de schoorsteen.
Niet eens een chocoladeletter.
Terwijl dat zo’n beetje de aardappel onder de kadootjes is.
Het jaar erop net zo.
Niets.Geen.Kadootjes.Voor.Kwangie.
En daarom.
Daarom kan ik slechts één conclusie trekken:
Sinterklaas houdt niet van schattige Chineesjes.

Sinterklaas discrimineert.

 
Voor degenen die het willen weten: Ik slaap nog altijd met een lampje.

Rehab

Mijn naam is Kwan en ik ben een chips-verslaafde.

*applaus*

In mijn jeugd maakte ik voor het eerst kennis met chips.
Mijn ouders boden het me eens in de zoveel tijd aan.
Natuurlijk had ik ook ‘nee’ kunnen zeggen, maar mijn nieuwsgierigheid was te groot.
Hoe zou het proeven?
Wat zou er gebeuren als ik de hele zak in mijn eentje leeg zou eten?

Kan ik sneller dan Broer de zak op krijgen? het antwoord luidt: neen.

Langzaam begon ik ook zelf te experimenteren.
Struinde ik supermarkten af op zoek naar nieuwe soorten en smaken.
Van naturel naar paprika naar bolognese.

Altijd die drang naar sterker spul.

Bleef het in het ouderlijk huis nog bij incidenteel gebruik, eenmaal op eigen benen kamers begon het buitensporig consumeren. Die zaligmakende smaaksensatie in combinatie met het onweerstaanbare gekraak, zorgden ervoor dat ik meer en meer afhankelijk werd.
Geen dag zonder chips.
Geen chips zonder Kwangie.

En zo leefde ik van aardappel naar aardappel.

Iedereen wist van mijn passie en hield er ook rekening mee.
Lief neemt altijd een zak of twee, drie mee als hij boodschappen doet.

En als ik ergens op visite ga, zorgen de gastheren- en vrouwen er altijd voor dat ze sjips in huis hebben. Bang dat ik ga flippen en alles overhoop haal op zoek naar die laatste kruimel die wellicht op de grond is gevallen. Voorkomen is immers beter dan genezen.

 

Toch ging afgelopen maandag de knop om.
Ik lag op de bank met mijn zak te dippen in een sausje, toen ik besefte dat het maandag was.
Máándag, mensen!
De slechtste dag van de week.
Was ik dan zo verslaafd dat ik chips zonder reden eet?
Kon ik werkelijk waar niet meer zonder?

Kortom: Is hier sprake van een uit de hand gelopen hobby?

En dus kapte ik die dag resoluut met chips.
Gewoon cold turkey.
Gestopt.
 
En nu?

Nu ben ik al vijf dagen clean.

Koude rillingen wisselen zich af met koortsige periodes waarin ik me op een groot chipsfestijn waan met mij als eregast.
Ik voel me beroerd en ellendig.
Het lontje werd steeds korter en korter.
En mijn humeur heeft het dieptepunt bereikt.

Het zullen wel afkickverschijnselen zijn, veroorzaakt door een tekort aan plezierig zetmeel.

Morgen begin ik weer gewoon,
Want dan is het maandag.
Máándag, mensen!
De slechtste dag van de week.
En dat is reden genoeg voor een zakje troost.
Toch?

Fruitvliegjes-terreur

Ik háát fuitvliegjes.
En fruitvliegjes haten mij.

Het is allemaal begonnen, zo’n twaalf jaar geleden.
In de biologieles van meneer Heine.

Iedere leerling kreeg twaalf fruitvliegjes voor zijn neus.
En ether.
Daarmee moest je de vliegjes verdoven.
Om uit te zoeken of het mannetjes of vrouwtjes waren.
Of dood.
Dan stonden hun vleugeltjes raar.
En moest je nieuwe halen bij meneer Heine.
Ik hoef vast niet te vermelden dat het doel van die hele les mij ontgaan is.

En ever since wordt mij de genocide van de jaren negentig verweten.
Niet alleen heb ik de klas (en meneer Heine) niet tegengehouden bij de fruitvlieg-onterende-experimenten, nee, ik heb er zelfs aan deelgenomen.

Ik zal niet zeggen dat ik het niet gewußt heb, want ik wist het wel degelijk.
Van al die vliegjes die onnodig het loodje hebben gelegd.
Terwijl ik toekeek.

Nu, jaren later, achtervolgt het mij nog.
In groten getale.
Blijven die dingen hier binnendringen.
Om al het fruit in huis op te eisen.
En de boel te terroriseren.
Ter compensatie van die twaalf die destijds te zwak waren om 30 seconde ether te overleven.

Daarom.
Háát ik fruitvliegjes.

Een jaar en een maand of twee

Vandaag bestaat kwangie.punt.nl precies een jaar en een maand plus nog een maand!

Jeuh!

Eén jaar en twee maanden, dat is toch ook een beetje een jubileum?
Zeker als je vergeten bent de Eerste Verjaardag te vieren.
Dan telt een jaar en een maand of twee best als een heugelijk feit.

Al zeg ik het zelf.

Happy birthday to me!

Om dit alles te vieren, gaat Kwangie een weekje naar Rome!
Tot na de pizza’s, ijsjes en ciao bella’s vakantie!
 

Een maand Moskou in beeld

Twee weken is natuurlijk véél te kort om een stad als Moskou te ontdekken.
Zeker als je non-stop aan het werk bent om alle fashionista’s die de stad rijk is van de laatste mode te voorzien.

En dus bleef ik wat langer.
In Москва.
Een hele maand om precies te zijn.
Nèt lang genoeg om het Rode Plein bezocht te hebben.
En bijzonder lang, om zonder internet te zitten.
Langer gaat gewoon niet.
Onmogelijk.

Hoe dan ook, een verslag met foto’s:

Zo!
Dat was dus Moskou.
Nu weer terug naar de orde van de dag!