Afscheid van nummer 1 / Ode aan nummer 2

F. en J. stelden hem aan mij voor.
Laten we hem voor het gemak nummer 1 noemen.
Helemaal hoteldebotel was ik. Op nummer 1.

Het was liefde op het eerste gezicht.

Zoals dat gaat met kalverliefdes, lieten we er geen gras over groeien.
Hij trok bij mij in, kreeg zijn eigen plekje hier in huis en werd dag en nacht in het zonnetje gezet.
Ik adoreerde hem.
Mijn nummer 1.
Ik was zó verliefd dat ik alle waarschuwingen en wijze raad in de wind sloeg.
Niemand begreep hem zo goed als ik.
Ik voelde wat hij nodig had.

Mijn liefde is groot genoeg om hem te dragen.

Maar zoals het soms kan gaan met eerste liefdes, het maakt niet uit hoe hard je ervoor vecht.
Liefde alleen is niet sterk genoeg.
Het ging niet goed met hem.
Iedere dag ging hij een stukje meer achteruit.
Mijn mooie nummer 1.
Ooit in de bloei van zijn leven.
Gooide het bijltje erbij neer.

Gestikt door al mijn liefde.

Ik had beloofd op hem te wachten.
En ik was dat ook echt van plan.
Totdat ik hém tegenkwam.
Laten we hem nummer 2 noemen.
Nummer 2 en ik.
Het had zo moeten zijn.

Een tweede kans op liefde.

Dit keer is het helemaal anders.
Echt waar.
Ik zal veel beter voor je zorgen.
Meer tijd voor je vrij maken.
Er voor je zijn.
Aandacht geven.

Tegen je praten.

Mijn mooie nummer 2.
Hopelijk ga jij wat langer mee!

orchidee

Nummer 1 is – ondanks alle wijze raad – nog altijd een uitgermergeld hoopje op de vensterbank. Daarnaast staat mijn mooie nummer 2, vol in de bloei!

 

Hij en ik: digitale televisie

Bij ons thuis hebben we digitale televisie.
Hoe dat hier terecht is gekomen?
Het ging ongeveer zo.

Hij:    “Kijk eens wat een mooie aanbieding van UPC!”
Ik :    “Vertel eens.”
Hij:    “Met deze éénmalige aanbieding krijg je digitale televisie EN gratis telefoneren
            naar alle vaste nummers in Nederland.”
Ik :    “WAT!?! GRATIS bellen? Naar ALLE vaste nummers in Nederland?”
Hij:    “Ja! En je krijgt ook nog sneller internet!”
Ik :     in alle staten van zoveel goed nieuws “DOEN! DOEN!”

En zo geschiedde het dat we digitale televisie, met sneller internet EN twee telefoons erbij kregen, waarmee ik gratis kan bellen naar alle vaste nummers in Nederand.
Allemaal leuk en aardig.
Tot de aap uit de mouw kwam.
Of beter gezegd, apen.

Allereerst dat gratis bellen.
Dat is dus echt zo.
We hoeven he-le-maal niets te betalen.
Ik stelde me urenlange gratis diepgaande gesprekken voor.
Mijn sociale leven zou opbloeien van al mijn attente belletjes.
Ware het niet dat nauwelijks iemand in onze omgeving een vaste telefoon heeft.
Niet de mensen met wie ik urenlange, diepgaande telefoontjes mee wil plegen in ieder geval.

Bovendien zijn de mensen die ik het meest bel helemaal niet in Nederland!
Niets geen gratis babbeltjes met pap of Broer. Nope. Dat kost dan weer centen. En nee, ik stap niet over op Skype. Daar snap ik niets van. Laat staan mijn ouders.

Dan dat digitale op de televisie.
Lief had voor het gemak niet vermeld dat je er zo’n dertig SPORTkanalen erbij krijgt.
Is de woensdagavond met alle Champions League en weet ik veel wat voor voet-bal-dra-ma al traumatisch genoeg. Nu kan Lief op elk gewenst moment sport op de televisie toveren. Dat doet ie dan met een magische afstandsbediening waarvan de gebruiksvriendelijkheid aangepast is op de gemiddelde man. Oftewel, druk op elke willekeurige knop en er verschijnt voetbal, tennis, golf of de Olympische Spelen op tv.

Er zijn zoveel knoppen op die behekste afstandsbediening, verschrikkelijk!
Als ik een keertje een filmpje wil kijken, begint de DVD al te lopen maar verschijnt er niets dan @#$%^& sport in beeld. Dan moet Lief er weer bij geroepen worden.
“Dit ding werkt echt niet!”
“Je moet eerst op die knop drukken, dan op die en dan die en dan die, daarna kun je DVD kijken.”
Dan ben ik natuurlijk al afgehaakt, tsss…

Het is me toch wat, digitale televisie.
Echt een verrijking in mijn leven.
UPC, bedankt!

The Big Three-O

Nog 2 jaar, 29 weken en 4 dagen te gaan.
Onvermijdelijk.
Kwangie wordt dertig.

Ik moet volwassen worden. Doen. Zijn.
Knopen doorhakken. Vooruitgang boeken. Gelukkig én succesvol zijn.

Helaas behoor ik tot de selecte groep van mensen zonder talent.
Heel mijn leven al ben ik gewoontjes.
Ik schiet nergens in uit. Ben niet bijzonder, speciaal of enigszins gifted.
Talent? Nergens te bekennen. Tenzij je slapen en eten bewonderenswaardig vindt.

En het ergste is dat ik niets heb om mijn tekortkomingen te compenseren.
Niemand zal ooit over mij zeggen “… maar ze heeft wel humor!” of “… maar ze werkt wel hard!”
Geen ijver en vlijt die het een en ander bedoezelt.

“Jij bent de enige luie Chinees die ik ken!” zei een vriendin ooit tegen mij.
Ik bedoel maar.
Hopeloos.

 
The Big Three-O is coming.
Ik draai me nog maar eens om in bed.

 

Over karma en gefrituurde levende vis

Zus had een documentaire opgenomen over een restaurant in China.
Altijd leuk om een beetje cultuur op te snuiven, want eerlijk is eerlijk: van de Chinese cultuur heb ik weinig kaas gegeten. Behalve dat ik zelf Chinees ben. Opgegroeid bij Chinese ouders. Met een Chinese Broer en een Chinese Zus. Ben ik nogal een nep-Chinees. Inclusief alle cultuurshocks.

De baas van het restaurant aan de West Lake – een vrouw (!) – deed veel voor haar 5.000 man personeel. Zo is ze lid van de Partij, omdat dat gunstiger is voor haar werknemers en bezoekt zij met regelmaat de plaatselijke boeddhistische tempel. Bovendien laat zij dieren los in de natuur.
Dat is goed voor de karma. Beestjes vrijlaten.

Nu is karma een ingewikkeld rekensysteem waarvan ik de spelregels nog altijd niet goed begrepen heb, maar simpelweg is het bevrijden van dieren een goede daad en kun je niet genoeg goede daden verrichten, omdat je nooit weet wat je in je voorgaande levens hebt uitgevreten.
Daarom doet de restauranthouder zoveel terug voor de dieren.

Na dit mooie gebaar wendden we ons tot het restaurant aan de West Lake, waar een wedstrijd werd gehouden onder de koks. Wie kan het snelst gefrituurde levende vis bereiden.
Ik hield de handen al voor mijn gezicht.
Wat niet ziet, wat niet deert, toch?
Had ik mijn handen maar voor mijn ogen gehouden.
De Chinese kok ontdeed de vis – ratsch ratsch ratsch- van zijn schubben, maakte inkervingen en hield het onderlijf in kokend vet. Vervolgens werd de vis – nog altijd levend en naar lucht happend – op een bord gesmeten en met een sausje overgoten. Verschrikkelijk dat die vis zo aan zijn einde komt.

Gefrituurde levende vis. In kokend vet en toch niet dood.
Zou die vis dan zoveel slechte karma hebben opgebouwd in zijn vorige levens?

Stoppen op het hoogste punt

Het was de afgelopen dagen nogal stil hier.
Ik ben van nature namelijk erg lui perfectionistisch aangelegd. Daar horen weer kuren bij, zoals de lat altijd op Olympische hoogtes leggen en falen persoonlijk aantrekken. Na het ontvangen van de Brillante Weblog nominatie was het hek van de dam.

Niet langer waren mijn schrijfsels ‘vermakelijk’ of ‘wel leuk’. Nee, ze zijn bril-jant. Kijk, het is dat anderen dat zeggen, anders zou ik mijzelf hoogstens als kan-er-mee-door bestempelen.
Hoe dan ook. Er is geen weg meer terug. De strijd tegen mijzelf is begonnen en ik kan u vertellen, de concurrentie is moordend. Me against myself. Ik had niet erger kunnen treffen.

Alles is stom en niet goed genoeg. Saai en afgezaagd. Te slecht voor woorden.
De onzekerheid druipt er van af. Moet ik maar ter plekke stoppen met schrijven? Kappen op het hoogste punt. Voordat Verval zijn intrede doet, zeg maar?

Bovendien was ik erg *ahum* druk de laatste tijd.
Met van alles en nog wat. U weet hoe dat gaat.
Luieren op de bank. Beetje televisie kijken. Werken aan de lichamelijke conditie (lees: eten) en zo nu en dan een beetje dutten en slapen.
U begrijpt. Er bleef helemaal geen tijd over om te loggen. Waarvoor mijn excuses. Met name aan Iben, die mij tot twee keer toe heeft moeten aansporen om weer iets op papier te zetten.

Ik beloof mijn leven te beteren.

Gelukkig is Gijs vanuit Beijing tot leven gekomen en blogt hij weer!! Beetje jammer dat hij nu ineens voor ‘Peking’ gaat in plaats van ‘Beijing’. Maar goed. Het is hem vergeven.