Komt een vrouw bij de tandarts…

… Zegt de tandarts tegen de vrouw: “Heeft u al nagedacht over een beugel?”

Pardon?!?!
Een béugel?
Daar kan ik nu toch helemaal niet mee aankomen!

Met mijn achtentwintig lentes stralend gebit en niet te vergeten bruiloft voor de boeg.

“Niet?”
“Nou, ja, kijk, ik ben gewoon niet zo heel erg ijdel,” probeerde ik nog.
“Weet je, je mag eigenlijk best wel wat ijdeler zijn.”
“Oh…”

“In uw geval… ” Nou nou, ben ik al een heus geval? Okee, mijn ondertanden staan schots en scheef, maar dat zie je toch niet echt “… en met name uw voortand, daar boven, die ga je op den duur toch echt zien. Het licht valt daar anders op en dat valt op. En dat wordt écht alleen maar erger!”

Pats!
In your mouth face!
Loop ik dus al jaren rond als en halve gare met een scheve voortand.

En dat dan niemand, maar dan ook echt helemaal NIEMAND zich erom heeft bekommerd om mij daar eventjes op te wijzen? Onder mom van “… als ik heel eerlijk mag zijn…

Zodat ik nu geen normaal gesprek meer kan voeren, omdat ik obsessief met mijn tong aan die ene tand zit, waar iedereen naar zit te staren als ze met me praten, omdat het licht er anders op valt en dat gewoon opvalt en alleen maar erger wordt. Zodat ik nu alles dwangmatig recht en netjes moet duwen. Gewoon even terugzetten. Zonder blokjes, touwtjes, haakjes en weet ik veel wat er allemaal bij zo’n geval komt kijken.

“Waarschijnlijk moeten toch eerst alle vier de verstandskiezen eruit, dus je hebt voldoende tijd!” grapte de tandarts nog.

Zoveel goed nieuws op een dag: daar lachen we om! a.e.b.m.k.*

*… Als Een … Inderdaad, ja!

Hij en ik: praten niet meer

Ik    :    Hier* staat dat vrouwen per dag twintigduizend woorden zeggen en mannen slechts zevenduizend!
Hij  :    …    Kijkt televisie en staat dus op de offline-mode: oftewel ik-hoor-je-wel-maar-ik-luister-niet-stand
Ik    :    En dan ben jij ook nog eens zo’n uitzonderlijk geval, dat slechts honderd woorden per dag gebruikt.
Hij  :    …
Ik    :    Praten we niet meer?
Hij  :    …
Ik    :    Heb je soms je quotum van honderd woorden al bereikt?
Hij  :    Nee, hoor! Jij bent zo’n uitzonderlijk geval dat honderdduizend woorden per dag gebruikt. Ik kom er gewoon niet tussen!

Ik     :    …   — __ —  …

* Paulien Cornelisse, Taal is zeg maar echt mijn ding, p.162.

Sportief!

Ik ben nogal een sportief type.
Mensen die mij kennen, zullen dit zeker beamen.

Héél sportief.

Zo kan ik bij gezelschapspelletjes gerust voor spek en bonen meespelen.
Geen probleem.
Ik kan goed tegen mijn verlies.
Ga niet mokken of moeilijk doen.

Gooi niets van tafel en sla niet met deuren.

Zo ben ik!
Niet dat ik me op de borst wil kloppen.
Maar ik ben onvermoeibaar sportief.
Neem nu het marathon-slapen.

Ook écht mijn ding.

Het is wel flink trainen.
Dat wel.
Het leven van een sportvrouw gaat nu eenmaal niet over rozen.
Daar tegenover staat de voldoening die je eruit haalt.
En de erkenning natuurlijk.
Die is niet van de lucht.
“Zo! Jij kan écht goed slapen, zeg!”
En dan die jaloerse blikken.

Daar doe je het stiekem ook wel voor!

Hoe dan ook.
Ik zou nog uren door kunnen gaan.
Ware het niet dat ik nu moet trainen.
Want sportief.
Dat word je niet zomaar!

From Russia with love

foto wereldkaart 1

Kwangie heeft pas acht procent van de wereld gezien.
Dat is veel te weinig!

En dus zei ik ‘ja’, toen ik gevraagd werd om Moskou te ondersteunen.
Over een week.
Vlieg ik naar Rusland.
Om een procentje aan mijn wereldkaart toe te voegen:
foto wereldkaart 2
 En ik maar denken dat China grooooooooot was…

 Spannend dus!
En als kwangie.punt.nl niet geblokkeerd wordt, dan kunt u vanaf 9 maart twee weken lang een kijkje nemen in het leven van een Russische muts!
Быть продолженным

 

Mission Impossible: Almost Accomplished!

Kwangie vertrok om 5:00 uit haar bedje.
Stapte om 6:15 op de trein.
Haalde netjes de aansluiting in Zwolle.
Boemelde zonder vertraging door naar Groningen.
En kwam netjes op tijd aan in het Hoge Noorden.

Kwangie vertrok om 17:00 van het werk.
Stapte om 17:15 in de trein.
Haalde netjes de aansluiting in Zwolle.
Boemelde zonder vertraging door naar Nijmegen.
En kwam netjes op tijd aan in de Keizerstad.

Niets geen spanning en sensatie.
Of hevige frustratie.
Of hemeltergende, hartverscheurende ontberingen.

De barre tocht naar de Verweggistan van de Lage Landen verliep dus boven verwachting voorspoedig.
Smetteloos.
Vlekkeloos.
Kortom.
Saai.

Van zoveel saaiheid, krijg je saaie logjes.
En van saaie logjes wordt niemand blij. *Gaap!*
Zeg nou zelf.
Wie zit  te wachten op een logje over één of andere muts, die urenlang in de trein zat.
En dat er onderweg he-le-maal niets gebeurde?
Nichts, nothing, nada!

Vandaar dat ik de NS een herkansing geef.
Een nieuwe poging om het allemaal eens goed fout te doen.
Gewoon zoals we van ze gewend zijn.

Morgen.
NS and me.
Kom maar op!