De grote namenparade

Nog maar 19 weken (of minder) te gaan en dan moeten we de watermeloen een naam geven.
Nu vind ik Watermeloen best een leuke naam, maar Lief vindt het niets.
Net als de zevenhonderd-drie-en-negentig andere namen die ik voorstelde.
Stuk voor stuk afgekeurd.

De één was ‘meer een hondennaam’.
De andere was ‘gewoon niets’.
En weer een andere was ‘tien keer niets’.

“Zullen we hem anders No Name noemen?” opperde ik.
Maar u raadt het al, óók niet goed
En het komt echt niet alleen door de hormonen dat ik er chagerijnig van word.

Het moment dat we wisten dat er een watermeloen op komst was, had ik Lief al vriendelijk doch dringend verzocht op zoek te gaan naar dé naam.
Het excuus was echter dat we nog niet wisten of het een roze of een blauwe watermeloen zou worden.
Na de 20 weken echo.
Dán konden we 50% van de namen elimineren.
“Dat is veel efficienter!” aldus Lief.
Dus wachtte ik geduldig af.

Afgelopen week was het dan ein-de-lijk zover.
We hoefden alleen nog maar te denken aan een jongensnaam.
In één klap 50% minder namen om naar om te kijken.
Dat geeft de mens hoop.

“Heb je al een naam bedacht?” vroeg ik meteen aan Lief.
“Nee…”
“Kun je me vertellen wanneer je wél een naam bedacht hebt?”
“Nee… Ik kan dat niet onder druk.”
“Maar…”
“Sorry.”
“Je hebt nog maar 19 weken!”
“Of meer.”
“Of MINDER!” schreeuwde ik dreigend.

Maar Lief is niet zo snel onder de indruk van een bonk aan hormonale hysterie.
En dus heet de watermeloen, nog gewoon Watermeloen.
Behalve als uw hond Watermeloen heet.
Dan noemen we hem Kiwi.

Advertenties

Het grote namenboek

Sinds enkele weken (of bijna een half jaar alweer…) zijn Lief en ik de trotse bezitters van een groot probleem:
het vinden van dé naam.

Allereerst willen we graag een naam die we allebei leuk vinden.
Alleen vindt Lief niets leuk.
Dat maakt het hele gebeuren er niet gemakkelijker op.

Ik  : Wat vind je van …?
Hij : Is dat een echte naam?!
Ik  : Ja, écht! Als je het niets vindt, moet je dat gewoon zeggen, maar het is een echte naam!
Hij : Nou, dan vind ik het niets.

De ene naam rijmt op iets, de andere naam is weer vervloekt door een stomme klasgenoot van -tig jaar geleden.
En zo verdwijnen alle namen *hup!* in de prullenbak.

Hevig gefrustreerd opper ik dat Lief anders lekker zélf met een paar namen komt, aangezien hij toch niets leuk vindt.
Maar zo werkt dat niet, he?
Want Lief weet alleen wat hij níet leuk vindt.
Wat hij wél leuk vindt, dat weet hij zelf ook niet.
En zo zijn er best wel veel namen de revue gepasseerd en een stille dood gestorven.

Gelukkig kunnen we altijd rekenen op hulp van onze familie.
De broer en zussen van Lief hebben onlangs een briefje met twintig namen opgeschreven.
Allemaal namen die ze bij ons vonden passen.
Om ons een beetje op weg te helpen (en waarschijnlijk omdat ze de wanhoop in onze ogen zagen).

Ook onze neefjes proberen hun bijdrage te leveren.
Neefje J. van zes komt met namen van leuke kinderen uit zijn klas.
En kleine L. van vier stelde voor om ons kind “Slakkiebakkie” te noemen.
Of “Slokkieslokkiekoekkie”.
Of “Spelletje”.

Tja, als we echt ten einde raad zijn, kunnen we inderdaad gaan voor Slakkiebakkie.
Of Slokkieslokkiekoekkie.
Of Spelletje.
Het is alleen de vraag hoe lang het duurt voordat de Kleine ons bij de Kinderbescherming aangeeft.

What’s in a name?

Veel westerlingen – including me, ookal ben ik volgens de meeste maatstaven geen westerling – verwonderen zich over de kleurrijke Engelse namen die veel Chinezen dragen. Zo ook mijn Hong Kongse en Shanghainese collega’s: Eleven, Zero, Sky, Happing, Cherry en Bleach zijn een greep uit de kleurrijke namendoos.
Dat doen ze voor ons, is lekker gemakkelijk onthouden.
Daarentegen heb ik altijd mijn eigen Chinese naam mogen houden, geen haan in Nederland die daar ooit naar kraait.

Toch heb ik het laatste jaar wel een paar keer moeilijk gehad met mijn Chinese naam en vervloekte ik dat ik niet gewoon een stuk fruit ter inspiratie heb genomen, Strawberry of zo. In het kantonees, wat gesproken wordt in Hong Kong, is mijn naam namelijk erg hilarisch. Het klinkt nogal als Jij Nept Mij (of misschien wel erger, want je weet maar nooit he, als puntje bij paaltje komt, zijn ze ineens toch weer heel discreet die Chineesjes). In het mandarijn, wat officieel gesproken wordt in Shanghai is het Lie Koen Er, gevolgd door de vraag “waarom heb jij een jongensnaam?” Heel fijn!

Daarom bij deze: Alle toekomstige papa’s en mama’s denk alsjeblieft goed na over de naam van je kinderen! Je weet maar nooit of ze het bij je komen verhalen 😉