Grijze muts

Midden in haar verhaal, stopte vriendin M.
“Sta eens stil!”, zei ze.
En M. kwam voorzichtig dichterbij.
Ze bekeek me met een blik in haar ogen die ik nog nooit gezien had.
“Niet bewegen nu…”

“AUW!” schreeuwde ik en misschien riep ik nog wel wat meer.
“Ja, sorry! Kijk eens! Een grijze haar!”, zei ze triomfantelijk,
“…en je hebt er nog véél meer!”


 
 
 
* Note to myself: kapper bellen voor een emergency verfklus.

Ten confessions of a Muts

Van Maartje kreeg ik de opdracht met de billen bloot te gaan.
En ach, waarom ook niet?
Ik weet zeker dat mijn bekentenissen bij zullen dragen aan een betere wereld.
Dus.
Bij deze.
Tien dingen die u altijd al hebt willen weten, maar nooit hebt durven vragen:

TEN CONFESSIONS OF A MUTS

 
1.
Ik ben dol op internet shoppen.
Met mijn koopwoede aankopen steun ik al die prachtige winkelketens in deze barre economische tijden. Meer kun je niet betekenen voor de medemens, vind je niet?
En stiekem vind ik het gewoon hartstikke leuk om elke keer vol verwachting naar de brievenbus te lopen!!

2.
Ik kan niet poepen bij mensen thuis die van dat grijze, recycle schuurpapier aan de muur hebben hangen. Geloof me nou maar, nooit besparen op zoiets basaals als toiletpapier.

3.
Ik heb een lichte tic wat haren wassen betreft.
Als ik niet twee keer shampoo en één keer conditioner gebruik, dan vallen alle haren van mijn kop.
Althans. Dat denk ik. Al jaren.

4.
Mijn neefje is de mooiste baby van de hele wereld.
En ik snap dat iedereen een wit voetje bij de ouders wil halen, maar kom op. Iedere blinde kan het zien: hij lijkt het meest op zijn tante.

5.
Ik denk de hele tijd dat ik zwanger ben.
Niet omdat we er mee bezig zijn.
Of omdat ik een notoire pil-vergeetster ben.
Maar omdat ik al héél  lang let op wat ik eet (sinds maandag al!) en ik nog steeds geen grammetje ben afgevallen. Bovendien begin ik hier en daar een buikje te ontwikkelen. En ik ben toch echt liever zwanger dan dat ik toe moet geven dat ik de afgelopen weken nogal buitensporig heb geleefd.

6.
Ik kan niet bellen.
Ik kan wel face to face kwebbelen en gezellig doen, maar over de telefoon voel ik me altijd een beetje verloren. Je moet altijd door zo’n sociale procedure voordat je to the point mag. Zo van:
“Hee hallo!!”
“Stoor ik?”
“Waar ben je nu?”
“Alles goed?”
“O ja hee?”
“Dat méén je niet!”
“Echt waar??”
“Nou!”
“Maar hee, waar ik eigenlijk voor bel…”

Kijk! Daar hou ik dus niet zo van. Je mag nooit rechtuit zijn over de telefoon en dat is jammer. Wat is er toch mis met een simpele:
“Hee hallo! Luister, wil je eventjes hierheen komen, want ik heb geen zin om die hele weg af te fietsen naar jou toe.”

7.
Ik geloof dat Michael Jackson nog leeft.

8.
Ik vind Lief zo leuk omdat hij stiekem slimmer is dan ik.
Maar dat hoeft hij niet te weten natuurlijk.

9.
Ik ben al jaren vegetariër, maar heb ooit in een dwarse bui een hap frikandel gegeten. Stiekem. En lékker dat ie was! Ik voel me er nog schuldig over.
En nee, ik ben nooit meer in de verleiding geweest.
Ik vind het gewoon te erg om lijken dieren te eten.

10.
Ik ben nog altijd chipsverslaafd.

Maandagochtend-vakantie-dip

Houston, we’ve got a problem.

Iemand opgevallen dat ik twee weken weg ben geweest?
Ik ben dus twee weken weg geweest.
Naar Shanghai en Hong Kong.

Waar ik leefde ik als een varken in de bio industrie God op aarde.

Mijn dagelijkse beweging bestond uit het nog-even-op-het-andere-oor-liggen en het wegkauwen van al het lekkers wat de Aziatische keuken je te bieden hebt.
Man!

Wat een heerlijkheid!

Beetje jammer dat we gisteren thuis zijn gekomen.
En dat ik vandaag alweer moet werken.
Vooral omdat ik om 4 uur ’s nachts al last had van Grote Honger en wagenwijde ogen.
 
Dus ik zeg: we maken er maar weer het beste van.

Van deze maandag, die sowieso al verschrikkelijk is, zoals alle maandagen verschrikkelijk zijn, maar die zo na de vakantie al helemaal niet te verteren valt.

Pfff… Volgens mij ben ik nu alweer toe aan vakantie.

Rehab

Mijn naam is Kwan en ik ben een chips-verslaafde.

*applaus*

In mijn jeugd maakte ik voor het eerst kennis met chips.
Mijn ouders boden het me eens in de zoveel tijd aan.
Natuurlijk had ik ook ‘nee’ kunnen zeggen, maar mijn nieuwsgierigheid was te groot.
Hoe zou het proeven?
Wat zou er gebeuren als ik de hele zak in mijn eentje leeg zou eten?

Kan ik sneller dan Broer de zak op krijgen? het antwoord luidt: neen.

Langzaam begon ik ook zelf te experimenteren.
Struinde ik supermarkten af op zoek naar nieuwe soorten en smaken.
Van naturel naar paprika naar bolognese.

Altijd die drang naar sterker spul.

Bleef het in het ouderlijk huis nog bij incidenteel gebruik, eenmaal op eigen benen kamers begon het buitensporig consumeren. Die zaligmakende smaaksensatie in combinatie met het onweerstaanbare gekraak, zorgden ervoor dat ik meer en meer afhankelijk werd.
Geen dag zonder chips.
Geen chips zonder Kwangie.

En zo leefde ik van aardappel naar aardappel.

Iedereen wist van mijn passie en hield er ook rekening mee.
Lief neemt altijd een zak of twee, drie mee als hij boodschappen doet.

En als ik ergens op visite ga, zorgen de gastheren- en vrouwen er altijd voor dat ze sjips in huis hebben. Bang dat ik ga flippen en alles overhoop haal op zoek naar die laatste kruimel die wellicht op de grond is gevallen. Voorkomen is immers beter dan genezen.

 

Toch ging afgelopen maandag de knop om.
Ik lag op de bank met mijn zak te dippen in een sausje, toen ik besefte dat het maandag was.
Máándag, mensen!
De slechtste dag van de week.
Was ik dan zo verslaafd dat ik chips zonder reden eet?
Kon ik werkelijk waar niet meer zonder?

Kortom: Is hier sprake van een uit de hand gelopen hobby?

En dus kapte ik die dag resoluut met chips.
Gewoon cold turkey.
Gestopt.
 
En nu?

Nu ben ik al vijf dagen clean.

Koude rillingen wisselen zich af met koortsige periodes waarin ik me op een groot chipsfestijn waan met mij als eregast.
Ik voel me beroerd en ellendig.
Het lontje werd steeds korter en korter.
En mijn humeur heeft het dieptepunt bereikt.

Het zullen wel afkickverschijnselen zijn, veroorzaakt door een tekort aan plezierig zetmeel.

Morgen begin ik weer gewoon,
Want dan is het maandag.
Máándag, mensen!
De slechtste dag van de week.
En dat is reden genoeg voor een zakje troost.
Toch?

Hij en ik: snappen niets van popsterren

Kwangie en Lief kijken Popstars

Hij      :    Wie zegt toch tegen die mensen dat ze kunnen zingen?
Ik        :    Gewoon. Vrienden, familie…
Hij      :    Dat zijn dan toch geen vrienden meer?!?!
Ik        :    Nou, die zeggen dat gewoon. Voor de aardig en zo. Weten zij veel dat zo’n knakker persoon zich dan opgeeft voor Popstars.
Hij      :    Dat kan ik me niet voorstellen.
Ik        :    Echt, hoor! Dat zeggen mensen ook tegen mij!
Hij      :    *verslikt zich bijna in de koffie*  
Ik        :    Echt waar! Nichtje nog, vorige week! Die zei dat tegen mij!
Hij      :    (…)

 

Kennen jullie Herman van Idols nog?
Imagine this: Herman, geveld door de Mexicaanse griep en geknevelde ballen.
Got the picture?
Zo klink ik.