Open brief aan het universum

Universum
t.a.v. Afdeling Klantenservice

  Nijmegen, 31 december 2009

Betreft:    Klacht

Beste Universum,

Als zondagskind heb je bepaalde privileges.
En die privileges wil ik graag terug, ja!?

Wat is er nu mis met een zorgeloos habitat?
Ik zie niet in waarom we de wind niet altijd in de rug mogen hebben dus ook als we naar het werk fietsen. En ik begrijp niet goed waarom U nog zoveel te wensen overlaat.
Zulke hoge eisen stel ik nu ook weer niet.
Gewoon een gelukkig en gezond bestaan.
Meer vraag ik niet.

En wilt U zich ook eens gaan bekommeren om alle andere mensen?
Naar het schijnt heeft U dit jaar nogal naar groen gras gestaard en hebben we allemaal onze portie wel weer gehad. Met een schamele 27,5 miljoen kunt U het niet meer goedmaken maar het zal wel helpen. Misschien.

Bij deze laten we 2009 dus héél gauw achter ons!
En niet vergeten: ik wil een zorgeloos en gezond 2010 voor ons allemaal.
Mijn dank zal groot zijn.

Met vriendelijke groet,

Kwangie

Merry Christmas, everybody

Het is Kerstmis, mensen!
Tijd voor bezinning en overpeinzingen.

Mijn gedachten gaan uit naar de bergen stof hier in huis.
Waarom ligt er altijd zoveel stof?
Het is niet zo dat ik stof verzamel of zo.
Ik vind het helemaal niets aan!
En ik heb er zoveel van, daar kom ik van mijn levensdagen niet meer van af.

Dus voortaan geef ik mijn portie liever aan de minderbedeelden onder ons.
Aan degenen die een smetvrij huis hebben, bijvoorbeeld. Ik denk aan jou, lieve Ingmar!
Die kunnen vast wel wat extra stof gebruiken.
Maar ook aan u wil ik best een kilo stof schenken als u daar om verlegen zit.

Stuur gerust een mailtje naar kwangie.nl@gmail.com.
Ik zal discreet met uw gegevens en tekortkomingen omgaan.

FIJNE FEESTDAGEN IEDEREEN!

Sinterklaas maakt alles goed!

Het onmogelijke is mogelijk geworden!

Sinterklaas heeft mijn klaagblog gelezen en voelde zich zo schuldig dat hij drie kleine Chineesjes aan hun lot heeft overgelaten dat hij een pakje op de post heeft gedaan.
Met daarin van alles waar Kwangie behoorlijk blij van wordt!

Een boek voor in de trein, chocolade -letters, munten, -Sinterklaas en pepernoten om de winterdagen door te komen.

En weet je wat er nog meer bij zat?
Een excuusbrief.
Voor zijn afwezigheid in de jonge jaren.
En weet je, ik geloof dat het hem echt spijt ook!
Nou, dan smelt je toch ter plekke?
Ik bedoel, zo’n ouwe man, die zijn fouten durft toe te geven.

Waar vind je ze tegenwoordig nog?

Nou, bij deze:

Sinterklaas, ik vergeef u!!

 

 
Lieve Kwang,
 
Jouw blog van 14 november doet ons veel verdriet.
De Sint en ik, wij wisten het niet.
Er moet iets verkeerd zijn gegaan met het Grote Boek.
Daardoor waren jullie waarschijnlijk al die jaren zoek.
Het doet ons heel erg pijn om te lezen over het gemis.
En dat er nooit eens iets in je schoen gelegd is.
Drie kindjes die maar in hun bedjes lagen te hopen
en wij, die dan jullie huis voorbij lopen.
Goedmaken kunnen wij al die jaren niet meer
Daarvoor doet het waarschijnlijk te zeer
En hoewel het waarschijnlijk niets oplost
Sturen we jou dit pakje per post
Met alles wat jou door je neusje is geboord
en wat eigenlijk elk jaar bij het Sinterklaasfeest hoort
Daarbij doen we nog een cadeautje klein
Dat je mee kunt nemen als je weer eens reist met de trein
Lieve Kwang, veel liefs van mij en de Sint,

we hopen dat je ons zoenoffer een beetje acceptabel vindt?!

 

 
 
* Dank je wel, lieve lieve hulppiet Toetje, ik stond echt met mijn mond vol tanden!
 

Sinterklaas discrimineert

Sinterklaas discrimineert.

Dat is de enige logische conclusie die je kunt trekken.
En dan heb ik het niet eens over de Zwarte slaafjes Pieten.
Neen.

Ik heb het over mijzelf.

Laat ik even bij het begin beginnen.
Bij ons thuis, vroeger, had je Broer, Zus en ik.
Drie kleine Chineesjes.
Lief, schattig en slim.
Precies wat je van drie kleine Chineesjes mag verwachten.
En toch.
Tóch, hadden we alledrie nog nooit van een Goedheiligman gehoord die gratis pakjes rondstrooide.

Wat op zich geen probleem was, totdat we vier werden en naar de basisschool gingen.

Daar leerden we dat een oude meneer uit Spanje met zijn roversbende midden in de nacht je huis binnensloop om je schoen leeg te halen.
Ik heb er nachten van wakker gelegen.
Gelukkig had ik nog niet begrepen dat stoute kinderen in een zak mee naar Spanje moesten, want anders was ik spontaan gaan bedplassen.
Hoe dan ook.
Dágen waren we er op school mee bezig.

We maakten tekeningen voor in de schoen, knutselden Pieten en Sinterklazen van wc-rollen en we zongen Zie ginds komt de stoomboot alsof ons leven ervan afhing. Hij komt! Hij komt!

 

Maar wie er ook kwam, hij liet verstek gaan.
Het enige wat ik in mijn schoen vond was een brief met het verzoek ’s avonds de lampen uit te doen zodat Broer kon slapen. Wat ik bijzonder toevallig vond, want Broer liep al langer te zeuren dat ik moest leren slapen in het donker. De volgende morgen toen de kinderen uit de klas hun kadootjes tentoon spreidden, liep ik daar dus rond met die brief.
Dit is mijn vroegste herinnering aan Sinterklaas.
Een persoonlijk bericht dat mij vraagt te slapen in het donker, terwijl ik dat doodeng vond.
Kun je je voorstellen dat ik daarvan behoorlijk in de war raakte?
Al die andere kinderen met de gek gaafste presentjes en ik dan ‘alleen maar’ die brief?

Ik snapte gewoon niet wat ik verkeerd had gedaan.

Het jaar daarop was het wéér raak.
Niets in de schoen of onder de schoorsteen.
Niet eens een chocoladeletter.
Terwijl dat zo’n beetje de aardappel onder de kadootjes is.
Het jaar erop net zo.
Niets.Geen.Kadootjes.Voor.Kwangie.
En daarom.
Daarom kan ik slechts één conclusie trekken:
Sinterklaas houdt niet van schattige Chineesjes.

Sinterklaas discrimineert.

 
Voor degenen die het willen weten: Ik slaap nog altijd met een lampje.

Over het huilende meisje bij de bushalte

Daar stond ineens een huilend meisje bij de bushalte.
Ze was van een soort dat tranen met tuiten kan huilen en er toch prachtig uit blijft zien.

“Ga je ook naar de uni?” snikte ze.
Uni?
Mie?!
Daar ben ik in geen jaren meer geweest.
“Uhm, vandaag niet,” zei ik maar.
“Mijn fiets is gejat” snikte ze, “en ik heb zo tentamen.”
“Och!” knikte ik alsof je tentamen missen een niet te overkomen dramatische gebeurtenis in je leven is.
“Weet je wel hoe je op de uni moet komen?” vroeg ik.
En ik hielp haar met de route uit stippelen.
“Dank je wel!” riep ze, toen de bus kwam.

En ik bedankte haar.
Want hoewel bijna dertig ik alweer een tijdje een young professional ben, zie ik er volgens haar toch uit als een eerstejaars student!
En dat terwijl ik toen mijn grijze haren nog niet gedekt had!