Over mijn nieuwe baas, harteloze mensen en fopspenen

De kleine Puk drinkt
De kleine Puk gaapt
De kleine Puk poept
De kleine Puk slaapt

Sinds enkele weken heb ik een nieuwe baas.
Ze drinkt, huilt, poept en slaapt.
En met veel gevoel voor dramatiek laat ze me maar al te graag merken dat ik véél en véél te langzaam ben.

Het verschonen gaat niet snel genoeg.
Het flesje staat niet op tijd klaar.
En als ik ook nog eens op zoek moet naar een speentje, dan zet ze het huilalarm al aan.
*DIT. IS. ONACCEPTABEL!* schreeuwt ze naar het universum.
Waarop ik als een kip zonder kop door het huis ren om haar te behagen.

En omdat mijn nieuwe baas een communicatief ei is (ik overdrijf niet als ik zeg dat ze behoorlijk primitief communiceert) is het elke keer weer een beetje schipperen tussen gissen, gokken en een beetje op gevoel kijken wat nu weer de bedoeling is.
De ene keer wil ze dit, de andere keer wil ze dat.
Wat dat betreft is het echt een kleine Diva.
Maar ach, zonder een vleugje wispelturigheid, word je nooit een wereldster.

En gelukkig bestaat er het internet.
Met heel veel bruikbare tips (waarvoor dank), maar ook klinkklare onzin van het kaliber “Binnen tien dagen kon ik mijn oude spijkerbroeken weer aan!” of “Ons kind had geen huiluurtje, want wij gaven haar vanaf dag één een gevoel van geborgenheid.” Mensen die dat allemaal durven te beweren zijn gewoon harteloos.

Er blijft echter één vraag onbeantwoord.
Ik kan er werkelijk niets over vinden.
Die fopspenen, he?
Zijn die om de baby’s mee te foppen of de ouders?

Iedere keer als je nét weer voorzichtig adem durft te halen, kun je van de bank/ het bed/ toilet (of waar je je op dat moment ook bevindt) afkomen om die @#$% speen terug te stoppen.
Waarom leveren ze die krengen niet gewoon met kindvriendelijke gezichtslijm?
Dan is het hele probleem opgelost.
Kind blij.
Jij blij.

Anti-Puk-campagne

Het begon al in het ziekenhuis.
De kleine Puk was amper drie dagen oud of een verpleegkundige zei schoorvoetend:
“U weet dat borstvoeding alleen niet toereikend is?”
Op het voorhoofd van Lief verscheen een Groot Vraagteken, maar ik knikte gauw ja.
Blij dat ze hét gesprek niet hoefde te voeren, schoof de verpleegkundige een folder onder mijn neus.
ANTICONCEPTIE voor beginners, een dertig pagina tellend manifest over wat je allemaal kunt doen om een volgende telg te voorkomen.

Nu zien Lief en ik er sprankelend jong uit.
Niet gek dus dat de verpleegkundige ons voorlichting wilde geven.
“Of ze zijn zó geschrokken van Puk dat ze allemaal willen voorkomen dat er ooit een Puk 2 komt?” grapten we nog.

In de daaropvolgende dagen kwam de ongewenste voorlichting van alle hoeken en gaten.
De kraamhulp wees ons er nogmaals op dat borstvoeding alleen niet toereikend is. Kom op! Wie denkt dat nou echt?!
De verloskundige vertelde ons dat er altijd weer een kans op een zwangerschap is, als…
Het consultatiebureau wilde weten of we al geïnformeerd waren over de verschillende soorten anticonceptie.
De huisarts vroeg bezorgd of we al gemeenschap hadden gehad. Wát zeg je!?
Opgelucht om onze reactie begint iedereen routinematig een preek praatje af te vuren.

Dat er áltijd een zwangerschap op de loer ligt.
Dat er allerlei foefjes bestaan om te voorkomen dat.
Dat vooral géén seks het beste middel is tegen kleine Puks en een gezellig huwelijk.

Pffff!
Het lijkt wel alsof iedereen je wil behoeden voor Het Leed Dat Zwangerschap heet.
Hoe dan ook.
De anti-Puk-campagne heeft gewerkt.
Ik ben weer aan de pil.
Niet de Stediril of Mycrogynon, maar een fancy pil met de geniale naam Ethinylestradiol/Levonorgestrel.
Tegen de tijd dat ik dat kan uitspreken, heeft de Kleine Puk wel een broertje of zusje verdiend!

De geboorte van de kleine Puk

Het begon allemaal op 13 maart 2013.
De zon scheen en ik had nog een afspraak bij de verloskundige.

Zij : “Alles ziet er keurig uit! Ze is volledig ingedaald.”
Ik  : “Mooi!”
Zij : “Heb je nog vragen voor mij?”
Ik  : “Eigenlijk niet, of nee, wacht… Enig idee wanneer ze geboren wordt?”
Zij : “Als we dát toch eens wisten!”

Niemand wist wanneer de Kleine geboren zou worden.
Dan kun je net zo goed nog even naar de HEMA.
Ik was niet echt op zoek naar iets en de luieremmer hadden we ondertussen al in huis, maar toch.
Even neuzen kan nooit kwaad.

Nou, lieve mensen, het kan dus wél kwaad.
Ik was nog geen meter van de baby afdeling verwijderd of *FLATS!*
En als ik ‘flats’ zeg, dan bedoel ik ook echt *FLÁTS!*
130 liter vruchtwater stroomde tussen mijn benen door naar beneden.
Daar, bij de HEMA.

Even wist ik niet meer wat voor en achter was.
Zou ik wegrennen?
Of me verstoppen?
Plat liggen?
Een HEMA baby, dat zal het nieuws wel halen.
En ondertussen bleef het er maar uit gutsen.

“Goh, mevrouw, heeft u soms een ongelukje gehad?”
Een medewerkster zag de bui al hangen, wéér zo’n idioot die in zijn broek plast.
“Uh, nee, sorry, maar uh, mijn water is gebroken, ik bedoel mijn vliezen, sorry!”
En ik ratelde verder: “Ik ga wel even naar de wc, dan uh, ruim ik het hierna wel op hier. Sorry, hoor, ik wist niet dat het zoveel zou zijn, waar is jullie toilet?”
De medewerkster zette grote ogen op.
“Mevrouw, u gaat helemaal nergens heen!”
“Oh, maar ik kan ook niet echt met die natte broek rond blijven lopen… toch?”
“Mevrouw, u gaat NU even iemand bellen.”
“O ja.”

Lief en Zus werden gealameerd en Superheld vriendinnetje M. kwam binnen 2 minuten af op mijn oproep, regelde een handdoek, geld en een taxi, die me veilig thuis bracht. Niemand heeft de vloer meer gedweild. En mocht er iemand van de HEMA Nijmegen dit lezen: Sorry daarvoor!

Eenmaal thuis ging het allemaal snel.
Heel snel.
Lief wilde nog een 15 minutes meal van Jamie Oliver in elkaar draaien, maar de weeën kwamen al om de vijf minuten.
Dus werd de verloskundige gebeld en ging ik als een bosjesvrouw verder met grommen en snuiven.
Waar de term ‘puffen’ vandaan komt, mag Joost weten.
Maar ík vond het heerlijk om te HOEEEEE en te HAAAAAA-en.

Helaas merkte de verloskundige dat de Kleine niet helemaal lag zoals het hoorde.
“Ik voel haar mondje, dat betekent hoogstwaarschijnlijk dat zij met haar gezichtje naar boven ligt, maar ik weet het niet zeker…”
En zo kwam er een ziekenhuisrit en een volgende verloskundige die tot de conclusie kwam dat ze “het niet zeker wist”.
Gelukkig heb je anno 2013 zoiets als een echo-apparaat en werd die op aandringen aanraden van Lief en Zus tevoorschijn gehaald.

Wat bleek?
Mevrouwtje lag in een volkomen stuit.
Oftewel, de Kleine zat in een kleermakerszit met haar billen ingedaald.
Tja, toen volgde de morfine (lekker!), een ruggenprik (fantástisch!) en een keizersnee (kan je helemaal niets meer schelen als je onder invloed bent).

Dat allemaal voor een prachtige Puk.
51 cm lang, 6 pond sterk en een temperament van heb ik jou daar.
Ze slaapt veel, drinkt goed en groeit als kool.

Lieve mensen, we zitten op een roze, knálroze wolk.
Het is zo hartverwarmend en mooi en prachtig allemaal.
Alle clichés zijn waar.
Behalve ééntje dan.
Daar zijn Lief en ik het met elkaar over eens.
De poep van je eigen kind stinkt dus écht wel!

——————————————————————————————————————
De kleine Puk heet geen Puk.
Althans, Lief heeft haar niet zo opgegeven bij de gemeente.
Om haar privacy een beetje te beschermen in het digitale tijdperk, noem ik haar hier Puk.
Mocht je haar naam (willen) weten, zou ik je toch willen vragen haar hier gewoon Puk te noemen 🙂

Over fabeltjes en sprookjes

Allereerst wil ik alle moeders ter wereld bedanken.
Bedankt dat jullie ons – de rest van de wereld- zo veel wijsheid geven.
Als bijna-mam is het fijn om ingewijd te worden in de geheimen en mysteries rondom de zwangerschap.

Zoals de zwangerschapsgloed.
Je weet wel, zo’n gloed die zwangeren doet stralen.
Het leek me geweldig!
Zonder tussenkomst van poedertjes en blushes, stap je zó uit bed – Hollywoodklaar.
Nu weet ik dat je inderdaad gaat gloeien.
Van de opvliegers.
Of van alle vocht die je vasthoudt (en ook weer uitzweet).
Daar ga je inderdaad nogal van *kuch* schitteren.
Maar of je ooit een moeder dit fabeltje hebt horen ontkrachten?

En dan de transformatie naar Scary BigFoot.
Dat je een buik krijgt, okee.
Dat je voorgevel zonder tussenkomst van siliconen in een groeispurt komen, ja graag!
Maar dat je voeten zó groot worden dat je ze – ongeacht hoe groot je buik wordt – steeds blijft zien, daar houdt iedereen zijn mond over.
Daar moet je zelf achter zien te komen.
En vaak is het dan al te laat.
Te laat om nog nieuwe schoenen te halen of je voeten in te binden.
En geloof me, als je je platvoeten in te krappe schoenen propt, ga je vanzelf waggelen.

De allergrootste deceptie vond ik toch wel het eten-voor-twee.
Daar had ik me zó op verheugd!
Schaamteloos dubbele porties eten, hoera!
Je wilt toch het beste voor je kindje, dus zorg je ervoor dat je braaf aan de 4.000 calorieën per dag komt.
Dat leek me een fantastische uitdaging, die ik uiteraard zeer serieus nam.
BLIJKT ER HELEMAAL NIETS VAN WAAR TE ZIJN!

Mensen, wat een teleurstelling was dat!
Je moet tegenwoordig zelfs opletten dat je niet te véél aan komt.
En alsof dat niet erg genoeg is, moet je ook nog eens in beweging blijven.
Conditie op peil houden.
Nu was ik al niet bepaald in vorm, dus zo moeilijk was het niet om die conditie vast te houden.
Maar toch.
Het lijkt wel een bootcamp!
Ondanks dat je liters vocht meezeult en – o ja – een baby mag je niet teveel kilo’s aankomen.
En eten voor twee is ‘nergens voor nodig’.
Oh.

Dus alle moeders ter wereld, zeg nou eens eerlijk…
Wat houden jullie nog meer stil voor ons?
Deel je wijsheid en kennis.
Mijn dank zal zo groot als mijn voeten zijn!

Hij en ik: verschillen wel eens van mening

En toen had ik ineens 19 weken vakantie verlof.
De eerste week zit er al weer op en ik moet zeggen… Tot nu toe bevalt – ha ha – het me erg goed!
Naast dat ik nu ineens zeeën van tijd heb om te eten, slapen en te Genieten, heb ik ook alle tijd van de wereld om Lief lastig te vallen.

Ik : “Weet je wat kraamtranen zijn?”
Hij : “Nee?”
Ik : “Dat is een soort van toestand, waarin je geestelijk labiel bent omdat je last hebt van hormonale schommelingen na de bevalling.”
Hij : “Oh…”
Ik : “Ja, het treedt gemiddeld op zo’n vier dagen na de bevalling.”
Hij : “Okee…?”
Ik : “Ja, ik dacht, ik laat het je vast weten. Ik zal mijn best doen om normaal te doen, maar als ik lelijk tegen je doe, dan alvast sorry!”
Hij : “Vier dagen na de bevalling zeg je? Dan duik ik toch gewoon onder! Hoef jij niet je best te doen om normaal te doen.”

Of.

Ik : “Jij praat nooit tegen mijn buik, he?”
Hij : “Nee.”
Ik : “Waarom eigenlijk niet?”
Hij : “Dat vind ik raar.”
Ik : “Raar?”
Hij : “Ik praat toch ook niet tegen je been?”

Of.

Ik : “Je moet echt liever tegen mij zijn!”
Hij : “?”
Ik : “Anders geven we straks een verkeerd beeld aan de kleine Puk!”
Hij : “??”
Ik : “Dan denkt ze dat het heel normaal is dat ze tegen een jongen praat en dat hij dan niets terug zegt en zo.”
Hij : “…”
Ik : “En dadelijk gaat ze ook zo lopen smeken om een héél klein beetje aandacht!”
Hij : “…”
Ik : “Is dát wat je wilt? Nou!?”
Hij : “Weet je zeker dat je pas vier dagen ná de bevalling last krijgt van hormonale schommelingen?”