Hoe is het eigenlijk met … Kwangie?

Hee!
Jij ook hier?
Goed om je te zien!
Hoe is het met jou dan?
Druk met de feestdagen, zeker!
Ga je nog iets bijzonders doen?
Gezellig, hoor!

Met mij?
Goed, hoor! Alles zijn gangetje!
14 december hebben we een neefje erbij gekregen!
Hij heet W.!
En wij zijn weer supertrots!
Weer een neefje, ja!
Geweldig, hè!

Alleen… Weet je nog, van die hand?
Ja, die, ja.
Waar ik op heb liggen slapen, ja.
Dat was inderdaad niet zo handig, nee.

Want nu heeft Kwangie al meerdere bezoeken bij de huisarts afgelegd.
Voor ontstekingremmers slash pijnstillers slash gasopwekkers slash darmontregelaars slash korstjes-bij-de-mond-veroorzakers.
Die werkten goed, ja.
Die Diclofenac.
Maar niet tegen pijn.
Nee.
Dat dan weer niet.
Maar mijn darmen zijn weer goed wakker geschud!

En dus ging Kwangie voor het eerst in haar leven naar de fysiotherapeut.
Kuste haar no claim goodbye.
Liet haar hand bekijken.
En werd weer terugverwezen.
Want.
Niet te verhelpen, die pols.
Wie slaapt dan ook op zijn hand?!?!?!

 
En nu?
Tja…
Nu mag Kwangie naar een orthopeed.
Op 30 december.
In het ziekenhuis.
Spannend, hoor, zeker weten!
In ieder geval gaat er wat gebeuren.
En wie weet, betekent dat een goede start van het nieuwe jaar!

Maar hee, ik hou je niet langer op!
Druk, druk, druk, hè?
Je kent het wel.
Het was goed om je zien!

Fijne feestdagen!

Afscheid van nummer 1 / Ode aan nummer 2

F. en J. stelden hem aan mij voor.
Laten we hem voor het gemak nummer 1 noemen.
Helemaal hoteldebotel was ik. Op nummer 1.

Het was liefde op het eerste gezicht.

Zoals dat gaat met kalverliefdes, lieten we er geen gras over groeien.
Hij trok bij mij in, kreeg zijn eigen plekje hier in huis en werd dag en nacht in het zonnetje gezet.
Ik adoreerde hem.
Mijn nummer 1.
Ik was zó verliefd dat ik alle waarschuwingen en wijze raad in de wind sloeg.
Niemand begreep hem zo goed als ik.
Ik voelde wat hij nodig had.

Mijn liefde is groot genoeg om hem te dragen.

Maar zoals het soms kan gaan met eerste liefdes, het maakt niet uit hoe hard je ervoor vecht.
Liefde alleen is niet sterk genoeg.
Het ging niet goed met hem.
Iedere dag ging hij een stukje meer achteruit.
Mijn mooie nummer 1.
Ooit in de bloei van zijn leven.
Gooide het bijltje erbij neer.

Gestikt door al mijn liefde.

Ik had beloofd op hem te wachten.
En ik was dat ook echt van plan.
Totdat ik hém tegenkwam.
Laten we hem nummer 2 noemen.
Nummer 2 en ik.
Het had zo moeten zijn.

Een tweede kans op liefde.

Dit keer is het helemaal anders.
Echt waar.
Ik zal veel beter voor je zorgen.
Meer tijd voor je vrij maken.
Er voor je zijn.
Aandacht geven.

Tegen je praten.

Mijn mooie nummer 2.
Hopelijk ga jij wat langer mee!

orchidee

Nummer 1 is – ondanks alle wijze raad – nog altijd een uitgermergeld hoopje op de vensterbank. Daarnaast staat mijn mooie nummer 2, vol in de bloei!

 

Hoe Kwangie in China belandde

Een tijdje terug vroeg Toaske hoe ik in China was beland.
Tja, hoe eigenlijk? Het lijkt nu alweer zo lang geleden.

Het begon allemaal met een hele leuke bijbaan waar ik wat centjes verdiende, terwijl er officieel *kuch* gestudeerd werd. Deeltijd opleiding PABO en ergens nog een scriptie geschiedenis in de kast.

Het werd helemaal leuk toen ons bedrijf aankondigde de Aziatische markt op te gaan.
Het nieuwe bloed moest natuurlijk getraind worden. Eén groepje Chinezen werd in Enschede ondergebracht, één groep in Tilburg. En drie Chineesjes uit Hong Kong kwamen onder mijn hoede in Arnhem. Héél gezellig. Vooral omdat ik in het dagelijkse leven geen Chinees spreek en nu opeens alles uit de kast moest halen om me verstaanbaar te maken. Zo erg is het nou ook weer niet, maar het was wel even omschakelen.

Zo noemde ik Roodkapje (je moet het toch ergens over hebben, he?) ‘Cement-wijf’.
Oeps! Kwestie van verkeerde vertaling.
Of dat ik beweerde van antiek te houden, terwijl ik ‘electronica’ wilde zeggen.
En ‘verse ogen’ toen ik ‘een frisse blik’ bedoelde.
Jaja! Het luistert allemaal erg nauw, dat Chinees.
Het was een vrolijke tijd met de drie meiden uit Hong Kong, mede door mijn taalcreativiteit.

Halverwege hun training werd ik gevraagd Hong Kong te ondersteunen tijdens de opening.
En of ik tussendoor even naar Zweden wilde. Twee keer.
“Geen probleem” zei ik, “WAAAAAAAAAAAAUW!!!” dacht ik. Maar, hee, ik heb me gedragen.
Koffers gepakt, Lief uitgezwaaid nou ja, hij mij dan en vertrokken.

Na twee maanden Hong Kong, ben ik gevraagd de opening in Shanghai te ondersteunen.
“Geen probleem” zei ik en zo werd mijn verblijf van twee maanden verlengd naar vier.
Vier maanden die voorbij vlógen. Van ontzettend lange werkdagen tot muizenkeutels in het appartement, van ni hao tot g*dverrrrrrrrr! Heel veel lachen. Heel veel tranen. Heel veel geleerd. Heel veel wijzer.

Ik heb dan ook niet lang getwijfeld toen ik gevraagd werd te blijven in Hong Kong.
Dichtbij pap, mam en Broer. Ieder weekend naar ‘huis’ om van paps kookkunsten te genieten. Luieren met Broer en moeders ‘hilarische’ uitspattingen aan te horen.
Bovendien was het werk hartstikke leuk. En dan die collegaatjes. Die waren hartverwarmend! Echt hele lieve mensen, die ik nu erg mis.

In totaal ben ik één jaar in Hong Kong en een half jaar in Shanghai geweest.
Mensen, het was geweldig!

Waarom ik dan toch terug ben?
Omdat Lief alleen in ons pas gekochte woning zat.
Omdat Zus en Gijs weigerden dichter bij mij te komen wonen.
En omdat ze geen hamka’s chips in China verkopen.

Boerderij der dieren

Deze tekst schreef ik lang geleden in China, maar telkens kwam hij niet door de persoonlijke keuring. Kwangie die politiek schrijft, dat dient toch herschreven, nagekeken en heroverwogen te worden. Wegens mooi weer en gebrek aan inspiratie hier dan toch.
 

Het was in het tweede jaar van Dominicus toen meneer De Beukelaer het Marxisme introduceerde.
In die periode kwamen allerlei -ismen aan bod, maar het Marxisme, communisme en socialisme fascineerden mij mateloos. Het gelijkheidsprincipe, zorgdragen voor elkaar, wegvallen van het kapitalisme/materialisme; hoe kan het dat we niet allang wereldwijd volgens dit gedachtengoed leven?

Meneer De Beukelaer probeerde mijn enthousiasme te temmen. “Helaas heeft niet iedereen het beste met elkaar voor,” zei hij. Daarom. Nou, dat komt dan vast door onwetendheid. Zien zij dan niet dat er Hogere Belangen meespelen?

Toen we bij de Koude Oorlog aankwamen, kon ik er met mijn verstand niet bij waar de angst voor het Rode Gevaar vandaan kwam. Trouwens, hoezo gevaar? Zij willen toch alleen maar betere leefomstandigheden voor iedereen? Okee, als je kapitaal bezit, lijkt het misschien alsof je erop achteruitgaat, maar het principe ‘bezit’ krijgt een heel andere dimensie, dus waar verzetten ze zich nou tegen?

Het lezen van ‘Animal Farm’ heeft ietwat bijgedragen aan een meer realistisch wereldbeeld. Toch zit het in de aard van het beestje om met een rode roze bril naar de wereld te kijken. Ik geloof nog altijd heilig in de klassenloze samenleving. Ik ben zeker bereid om meer belasting of (een deel van) mijn loon af te staan als we daarmee meer mensen kunnen onderhouden. En nee, ik geloof niet dat mensen die ‘moeilijk’ werk doen, zoveel meer beloond moeten worden. Die mensen hebben vaak een hoog IQ, voor hen is het werk helemaal niet zo moeilijk.

Met de jaren heeft mijn idealisme wel degelijk plaats gemaakt voor pragmatisch cynisme. En dat vind ik eigenlijk best wel jammer. Maakt ouder worden, daadwerkelijk wijzer? Maakt “Ja, maar” en “Nee, want” de wereld zoveel beter?

Noem het hemelbestormen, noem het naïef. De wereld van een optimist is nooit grijs, die blijft altijd roze. En eigenlijk blijf ik veel liever op die roze wolk.

Ik keur de praktijk waarop ‘men’ het communisme in- en uitvoerde niet goed. Het gaat mij vooral om het ideaal.

First job

Daar zit je dan! In Shanghai, voor je werk.
Ik kan me ergere dingen voorstellen.
Het was ook bepaald geen straf om in Hong Kong te werken.
He-le-maal geen problemen mee. Flexibel als ik ben.
Béétje jammer dat Lief in Nijmegen zit, maar daarvoor hebben ze voetbal uitgevonden.

Enniewee…
Vandaag moest ik denken aan My First Job.
Mijn eerste baantje was in een warenhuis in Nijmegen.
Het begon met een V en eindigde met een D, dus het was niet de Hema.

Welgeteld voor 5,10 gulden per uur stond ik achter een toonbank.
Op de eerste dag legde de afdelingsverantwoordelijke mij uit: “Dit is echt goud en zilver. Je mag dit nóóit alleen laten.”
Zo gezegd, zo gedaan.
Twee maanden lang stond ik er.
Beetje toonbankje poetsen, mensen helpen: “Het toilet is dáár. Bij de tijdschriften links.” van dat kaliber. Tjongejonge wat was dat hard werken, zeg!
Zonder airco en in mijn uniformpje.
Maar mijn vlijt werd opgemerkt en beloond: ik mocht ook na de zomer blijven werken!

Zo leerde ik F. en J.kennen.
In dat warenhuis.
In ons bloesje, sjaaltje en rokje.
Bij het goud en zilver.
Het was F. die mij erop wees dat er zoiets bestond als pauze.
Wist ik veel. Ze hadden toch gezegd dat ik het NOOIT alleen mocht laten?
En wat moet je tijdens je pauze doen anyway?
Laat mij maar achter die toonbank.

En zo stonden we jarenlang elke koopavond, zaterdag, koopzondag en feestdag achter die toonbank. Te kletsen natuurlijk en een beetje te werken en steeds meer ook een beetje te wachten op de pauzes.
Midden in Nijmegen.
In ons apenpakkie.
Bij het goud en zilver.