Over Bep en onverschillige Harry

Don’t shoot the messenger!
Maar bij elk bedrijf heb je wel een paar collega’s, waarbij je je regelmatig afvraagt wanneer Gerechtigheid eens toeslaat.
Je weet wel, die ene collega die maar wat doet.
Of die ene die altijd te laat komt (en op tijd naar huis gaat).
En vergeet Onverschillige Harry niet, die zijn tijd uitzit tot de pensioengerechtige leeftijd.
Ze zijn er nu eenmaal.
En het zij zo.
Maar waar ik me soms toch wel zorgen over maak is, dat je ze natuurlijk óveral hebt. Overal.
In De Bilt zit vast ergens een dame achter de computer analyses te maken.
Laten we de dame Bep noemen.
Bep maakt al járen analyses.
Dat doet ze al jaren niet al te best.
Maar hé, het is Bep.
En Bep maakt analyses.
Dus als ze er weer eens faliekant naast zit, mopperen we met zijn allen dat ‘het weer in Nederland niet te voorspellen valt’.
Waarom denk je anders dat we zoveel vertragingen hebben op het spoor?
Meneer de machinist kijkt iedere avond naar het weerbericht in de hoop op regen/zon/hagel/sneeuw. Want dan kan hij de trein laten uitvallen.
‘Pure overmacht’, noemen ze dat dan.
En mocht het onverhoopt toch ‘gewoon weer’ worden, dan komt de machinist natuurlijk óók  te laat op het werk.
Maar omdat het nogal oncollegiaal is om te zeggen dat ‘ie altijd te laat komt en op tijd naar huis gaat, zeggen ze maar dat de boogie-woogie-besturings-kabel door het weer is getroffen.
En wie had dat nou kunnen voorspellen? Bep in ieder geval niet.
En stel, hè?
Stel.
Dat Bep eens in het ziekenhuis belandt en Onverschillige Harry de dienstdoende arts is!
Dan heb je echt de poppen aan het dansen.
“Goh, mevrouw, wat mankeert er aan?”
“Nou, uhm, ik heb hevige steken hier rechts onderin. En ik plas bloed. Heel veel bloed.”
“Ik schrijf u wel wat aspirines voor. En neemt u vooral rust. Als het niet beter wordt,     dan komt u vrijdag maar weer terug.”
“Oh, maar… U hoeft het niet verder te onderzoeken?”
Harry: schouderophalend en op de klok kijkend “Neuh, mevrouw, als u last blijft houden, komt u vrijdag maar terug. Dan kijkt mijn collega er wel naar.”
Snap je nu waarom ik zo blij ben als het weer weekend is?

Over het weer

“Gek weertje, hè?”
“Nou, vertel mij wat!”

Als je wérkelijk niets te zeggen hebt, kun je in Nederland gelukkig altijd nog praten over het weer.
Het ene moment staan we met zijn allen in ons hemd, het volgende moment heb je geen droge draad aan het lijf. Niet gek dat het weer een dankbaar onderwerp is om aan te snijden als het gesprek stil valt.

Toch weet ik zelf nooit zo goed wat ik met ‘het weer’ moet.
Het regent. Of niet.
De zon schijnt. Of niet.

“Wat een weer, hè?”
“Het is @$#%weer”
“Ja, nou en of!”
En dan valt het gesprek eigenlijk wel weer stil.
Althans. Bij mij.
Wat voor zinnigs kun je hier nog aan toevoegen?
Juist.
Niets.

Wat een weertje, he?

Met dank aan Geartsje, die voorstelde dat ik over het weer kan loggen, als ik niet weet waar ik over moet schrijven.
Ze stelde overigens ook voor om over – ik citeer – “de kangoeroeplaag in het Zuidwesten van Australië of over de financiële problemen van Russische eenoudergezinnen” te praten.
Maar dat bewaar ik liever voor de volgende keer.

Hoe Kwangie werd geskimd

Donderdagochtend.
Centraal Station Nijmegen.

6:44 uur.

Met slechts één minuut te gaan, ren ik het station binnen.
En ik twijfelde geen moment.
No way dat ik zwart zou rijden.

Want dat durf ik niet zo zit ik niet in elkaar.

Snel naar zo’n kaartjesautomaat.
Enkele reis > 2e klasse > Vol tarief > Vandaag geldig > Pinbetaling
Pinpas erin.
Met half oog op de stationsklok, tikte ik mijn pincode in.
Met de andere helft keek ik naar de trein die in de verte stond.

Dat wordt sprinten, dacht ik nog.

En ik sjorde nog wat aan het apparaat opdat dat de transactie zou versnellen.
Al met al kan het niet meer dan enkele seconden hebben geduurd, maar het mocht niet baten.
Ik miste hem faliekant op het nippertje.

Gelukkig rijden er meerdere treinen naar de plaats van bestemming, dus kun je ook zeggen dat ik ruim op tijd was.Het glas kan niet altijd half leeg zijn, mensen!

 

 
Later die dag.
In een tee-mobiel winkel.
16:00 uur.
 
Mensen, wat een prachtexemplaren!
Mijn hart was meteen verkocht aan een wel heel bijzondere Held.
Zo schoon.
Zo handig.
Zo geweldig heb ik ze in tijden niet meer gezien.
Ik twijfelde geen moment.
“Mag… Mag ik deze meenemen?” vroeg ik aan de verkoper.
“Maar natuurlijk, mevrouw! Ik zal even kijken of we hem nog op voorraad hebben,” antwoordde de verkoper.
Mijn hart bonkte in de keel.
In een paar minuten zou die mooie telefoon van mij zijn.
Ik kon niet wachten totdat ik hem onder handen kon nemen!
“Dat is dan nog €69, mevrouw!”
“Ik wil graag pinnen.”
“Geen probleem. U mag uw pas doorhalen!”
Pas doorhalen> Pincode > ‘ok’

MAXIMUM BEREIKT

 

Ik kreeg ter plekke een hoofd als een pompoen. Vat u hem?
Maar… Dat kan helemaal niet!
Ik heb net mijn salaris gehad! En ik heb deze maand nog helemaal niets leuks voor mijzelf gekocht! Ik heb niet eens iets leuks gedáán! Laat staan… Hoe kan het dan…
Wait a minute! Wait a minute!
What happened here??
IK BEN GEWOON GESKIMD!
Vanmorgen op het station natuurlijk! Hoe stom kan ik zijn!
Heb ik wel mijn hand ervoor gehouden toen ik mijn pincode intoetste?
Vast niet. Ik lette natuurlijk weer eens niet op.
Ik had ook zo’n haast.

Shit! Ik moet die telefoon hebben!! Ik moet de bank bellen!!

“Lukt het, mevrouw?”
“Sorry, maar hier staat ‘maximum bereikt’ en dat kan niet. Ik denk dat ik geskimd ben. Ik ga even langs de bank en dan kom ik terug, okee?”

“O jeetje! Dat is goed, hoor! Ik hou hem zolang wel voor u apart!”

Op hoge poten rende ik naar de bank.
Het is dan niet mijn eigen bank, maar ze zijn vast hartstikke geïnteresseerd in mijn geval.
Ik weet nog precies bij welk apparaat het is geweest.
En ze hebben voor enkele honderden euro’s mijn rekening leeggeplunderd.

Stelletje rotzakken!

“Goedenmiddag mevrouw, hoe kan ik u van dienst zijn?” zei de bankmedewerker vriendelijk.
“Ik denk dat ik geskimd ben. Kan ik hier mijn rekening nakijken?”
“O echt? En waarom denkt u dat dat gebeurd is?”
“Omdat ik net ‘maximum bereikt’ heb, terwijl dat niet kan!”

“Nou, dan gaan we dat gauw nakijken!”

Jeetje, dat mij dit juist moet overkomen.
En dan net nu.
In december, waarin ik nog miljoen kadootjes moet halen.
Hoe lang zou het duren voor de bank het geld heeft terug gestort?
Een week?
Twee weken?
Misschien hoef ik dan helemaal geen kado’s meer te halen!
Sorry jongens, maar ik ben geskimd. Dus hopelijk vinden jullie deze kerstcake ook lekker? Helemaal zelf gebakken!
Scheelt ook weer feestdagenstress.
Zou mooi zijn.
Nee!
NEE!!
Dit kan niet waar zijn.
Laat dit niet waar zijn!

Kan ik nog vluchten?

“Zo mevrouw, het ziet er naar uit dat u de afgelopen dagen gewoon teveel heeft gepind!”

De bittere waarheid wil, dat ik in de tussentijd Lief en het werk al had gebeld over mijn marterlaarschap.

Kwangie zoent niet zo graag…

“Hoewel ik sociaal niet zo handig ben, ben ik behoorlijk handig in het vermijden van anti-sociaal gedrag.”

kwangie, november 2010

 

Er zijn maar een paar mensen die ik graag zoen.
Dat zijn de mensen waar ik blij van word als ik ze zie.
De rest van de wereld zou ik het liefst niet zoenen.

Laat staan drie keer.

Het probleem is echter dat er geen duidelijke zoenetiquettes zijn.
Nergens staat vastgelegd wie je wel en wie je niet zoent.
Noch is bekend bij de hoeveelste begroeting het handjes-schudden vervangen wordt door de drie smakkerds.

Je moet het allemaal maar een beetje áánvoelen.

En weet je, je mag er niet eens eerlijk over zijn.
“Ik vind het niet zo prettig om je te zoenen. Het is niet dat ik je heel goed ken of zo. Vind je het okee als ik je een hand geef?” dat horen mensen gewoon niet graag.
En als je ze eenmaal voor het hoofd hebt gestoten, is de kans klein dat ze het gauw vergeten zijn.
Niet handig als je zo’n persoon nog vaker tegen gaat komen.

Of erger: Dat je bij die persoon in loondienst bent of op de erfgenamenlijst wenst te blijven staan.

En er wórdt me toch een partij afgezoend hier in Nederland.
Men!
Dat heeft, denk ik, te maken met de oerhollandse gezelligheid.
Alles is zo heerlijk knus. Zo samen bij elkaar. En voor je het weet zoen je elkaar drie keer bij binnenkomst en drie keer bij vertrek.

Ben je eenmaal beland in het zoen-stadium, dan is het niet meer de bedoeling dat je elkaar de hand schudt. Want dat is een degeneratie van de kameraadschap.

Er is gewoon geen weg terug.

Om te voorkomen dat ik met te veel mensen in dat hele zoen gebeuren beland, heb ik zo mijn maniertjes ontwikkeld om de mensen op een gezonde afstand te houden.

De geveinsde ziekte
Wat altijd werkt is de: “Ik kan je helaas niet zoenen, want ik ben snótverkouden!”
Lekker is dat.

Die zogenaamde mensen die je nabij staan, zijn spontaan vies van je als je aangeeft dat je ziek bent. Maar goed, ze zullen je in ieder geval met rust laten.

Het wrijfje
Een andere prima methode is het wrijfje.
Zodra iemand met een bedreigende houding op je afstapt, strek je je arm uit en pak je diens bovenarm stevig vast.
Vervolgens *wrijf* *wrijf* *wrijf* je quasi liefkozend over de bovenarm en breng je vlucht het gesprek op gang. “Heeeee, hoe is het met jou dan?”
Het is zeer belangrijk dat je daarbij zorgt dat de ander gaat praten.
Voor je het weet zijn ze vergeten dat ze je wilden zoenen.
*Pfieuw!*

Het voordeel van het wrijfje, is dat het vriendelijk overkomt en toch geen wrijving oplevert.

Oeh-aaaah!
Zie je het wrijven niet zitten?
Dan is er nog de ik-raak-helemaal-in-extase-van-het-nieuwe-kapsel/kledingstuk/figuurtje van de ander. Het vergt wel een beetje oog voor detail.
Nog voordat de ander in je comfortzone stapt, moet je een kreet slaken.
“OOOOOOH!”, roep je dan, “wat zit je haar leuk!” of  “wat een ontzéttend leuk jasje” of “jeetje, wat ben jij afgevallen, zeg!”
De ander zal bijna altijd op voldoende afstand blijven staan, zodat je hem/haar nog verder kunt bewonderen. En het mooiste is dat je er allebei blij van wordt!

Ik geef graag complimenten en als het dan ook nog eens goed uitkomt met mijn zoenfobie, dan is het alleen maar mooi meegenomen, toch?

Je ziet.
Ik moet behoorlijk mijn best doen om me niet te misdragen.
En het ligt echt niet aan jou.
Dat ik je liever een compliment geef of een ziekte veins of een wrijfje schenk.

Ik zoen gewoon niet zo graag.

Even goede vrienden?

Another 10 confessions of a Muts

Eigenlijk ben ik heel erg saai.
Ik rook niet.
Ik drink niet.
Ik eet vlees noch vis.
En ik bel nooit als ik in een stiltecoupé zit.

Al met al.
Ik leef niet op het randje.
Nooit gedaan ook.

Vandaar dat ik weinig inspiratie heb om te schrijven.
Ik maak gewoon niet zo veel mee!
 
Bij gebrek aan inspiratie stuur ik nogmaals een bekentenissenlogje de wereld in.
Neem dit stokje gerust over.
En wees niet te zuinig met het delen van je eigenaardigheden!
Hoef ik ook niet te denken dat ik heel speciaal ben.
 
 
ANOTHER TEN CONFESSIONS OF A MUTS

1.
Ik drink cola.
Líters.
En ik hou mezelf voor de gek dat het zo slecht niet is, omdat het light of zero is.
Waarbij ik voor het gemak vergeet dat zoetstoffen ook geen vitamines zijn.

2.
Het rijtje noord-oost-zuid-west onthoud ik zo:
Naast Ollie Zit Wollie’

3.
Ik ben fan van The Dog Whisperer.
Ik hou namelijk heel erg veel van honden.
Vooral die stil in een hoekje zitten en nooit blaffen of tegen je aanspringen.
En dat is precies wat die Dog Whisperer doet.
Hij maakt van elke valse keffer een schoothondje.
Bravo!!

4.
Ik heb ooit eens bij een parfumerie gestaan.
Voor een flesje Beerenburg.

5.
De maand november is traditioneel de maand waarin mensen hun hand op de knip houden.
Ik daarentegen heb deze maand al binnengehaald:
– een paar laarzen;
– zwarte pumps;
– enkellaarsjes met 10 cm hak;
– grijze denims;
– mooi colbertje;
– een little black dress en;
een veel te dure maar o zo prachtige suede tas.
Verwacht dus niet teveel van uw kerstkado!

6.
Ik moet altijd huilen als ik zo’n Derek Ogilvie zie. Of een Char. Of welk ander medium ook.
Het kan me niet schelen dat Char het hele alfabet afgaat.
“Is er iemand met een A? B? C? D? E? F? G? G! in de familie? Ik wist het. Met een G!”
Mijn traanbuisjes springen spontaan open.

7.
Over vier maanden word ik dertig.
Ik geloof dat Michael Jackson nog leeft.

8.
Ik ga de laptop regelmatig met een pincet te lijf.
Vroeger ging ik er ook weleens met de stofzuiger overheen.
Maar sinds ik twee toetsen moet missen, doe ik dat niet meer.
Nu pers ik het tangetje tussen de toetsen en wip ik alle stof en haartjes ertussen uit.
Zéér rustgevend.

9.
Ik wilde vroeger graag ballerina worden.
Of zangeres.
Of actrice.
Of musicalster. Met de nadruk op ster!
Maar ik had zeker nooit gedacht dat ik Kantoormiep zou worden.

10.
Ik poets het hele huis één keer
in de week dat iemand bij ons op bezoek komt.