Hij en ik: over lunchen om 12 uur

Maandagochtend 11 uur:

Ik   :     Ik heb honger.
Hij :     Wat wil je eten?
Ik   :     Heb jij nog geen honger?
Hij :     Nee, niet echt.
Ik   :     Dan wacht ik nog wel even.
Hij :     Moet ik iets voor je maken?
Ik   :     *op nonchalante toon*  Neuh…
Hij :     Zeker weten?
Ik   :     Ik had eigenlijk zin om ergens iets te eten. Maar alleen als jij ook wilt, hoor!
Hij :     Dat kan wel…
Ik   :     Het hoeft niet.
Hij :     Kan wel, maar je kunt toch nergens lunchen voor 12 uur.
Ik   :     Echt wel!
Hij :     Lúnchen? Vòòr 12 uur? Dat kan toch niet!
Ik   :     Dat kan echt wel, hoor! Al die dingen gaan toch om 10 uur al open!
Hij :     Maar toch niet om te lunchen!?!?!
Ik   :     Hoezo niet? Het maakt toch niet uit hoe laat het is!
Hij :     Waar dan?
Ik   :     *zet de troef in* Overal! Maar als je gewoon geen zin hebt, mag je dat best zeggen, hoor!
Hij :     Nee, dat is het niet. Ik wist gewoon niet dat je ook voor 12 uur kunt lunchen.
Ik   :     Dat kan dus wél.
Hij :     Dan gaan we toch zo.
Ik   :     Gezellig, schatje!

En we vertrekken om 12 uur precies voor een ongedwongen lunch bij het Vlaams Arsenaal.

De wereld draait door

*Trrrrring* de telefoon gaat, mensen! Let’s pick up the phone.

“Hallo!”
“Goedemiddag. Is je vader er ook?”
“Mijn vader?!?!”
“… Ja?”
“Vroeg u nu echt naar mijn vader?!?!” Ik ben 27, man! Tsss….
“… Ja?”
“Die is er niet!”
“… O.”
“Kan ik u misschien helpen?”
“U spreekt met Vissers Advies Bureau.”
“Zeg, meneer, hoe komt u aan dit nummer?” Ik bedoel, zie ik eruit alsof ik advies van een visser nodig heb?!?
“(…)” 
Pardon, maar hoe komt u aan dit nummer?”

“O, moment, er komt een ander telefoontje binnen. Ik zet u even in de wacht, mevrouw!”

*TUUT*TUUT*TUUT*

 

Nou ja, zeg!
Even voor de duidelijkheid: HIJ hing MIJ op!
En dat terwijl ik van plan was vriendelijk doch dringend te vragen naar zijn nummer, zodat ik hem op ieder ongewenst moment van de dag thuis kon opbellen met ongevraagd advies.
Wat een verloren kans!

Over slippertjes en bijna-rampen (3)

Het kan de beste …* overkomen.
Een slippertje.
Geen echte ramp.
Als je jezelf maar corrigeert.
Nog voordat iemand het merkt.
Niets aan de hand.

Het is pas erg als je het zelf niet doorhebt.
Dat iemand anders het wel opmerkt.
En dat je dan denkt en denkt.
Maar toch niet weet waar de schoen wringt.

Toleratie / tolerantie.

Helemaal van deze tijd.
Helemaal hip.
Helemaal onduidelijk.

Gelukkig ben ik erg tolerant en tolereer ik toleratie net zoals ik tolerantie tolereer!

* tja, wie kan het ookal weer overkomen?

 

Regenend fietsen

September is amper begonnen of het regent alweer.
Zolang ik thuis zit, op de bank met een goed boek en een kop thee is er niets aan de hand.
Dan mag het van mij regenen, onweren, stormen.
Het kan me niets schelen.
Laat maar waaien.

Het ergste vind ik fietsen door de regen.
En fietsen in de regen.
Of fietsen met die regen.
Wat heb ík er toch een hekel aan.
Regenend fietsen.
Het zou verboden moeten worden.

We kunnen tegenwoordig zo veel.
Mensen lopen op de maan. Auto’s rijden op water. Senseo-apparaten zetten tegenwoordig zelfs kopjes thee! Hoe kan het dan dat er absoluut geen schot in de zaak zit in de ontwikkeling naar fietsen zonder regen?

Ben ik dan echt de enige die het erg vindt om nat, koud en andersoortig vies aan te komen op de plek van bestemming?

Nooit meer fietsen door de regen.
En nooit meer fietsen in de regen.
Of fietsen met die regen.
Gewoon DROOG fietsen.
Ik stem voor!

Dus

Ik dus er graag op los.
Zo!
Dus.

Dus is een fijn stopwoord.
Je kunt je gesprekspartner ermee op gang brengen. “Dus…..?”  kom op, kom op, kom op!
Of zinloze opmerkingen afkeuren. “Dus?!?!”
En je eigen argumenten versterken. “Daarom, dus!” 
Heel onderbouwend.

   
Al met al, ik gebruik het te pas en te onpas.
Het is gewoon gemakkelijker dan bijgevolg of zodoende.
En minder uit de hoogte dan dientengevolge, derhalve of erger, ergo.
Stel je eens voor:

        “En toen zei hij, en toen zei ik en toen zei hij weer…”
        “Lieve schat, ergo?!?Zie? Daar kan ik toch niet mee aankomen?

Het is verschrikkelijk irritant. Ik weet het.
Toch blijf ik dussen. Ookal raakt het kant noch wal.
Het kan me niet schelen.
Ik ben gewoon taalarm en weinig creatief.
Dat blijkt.
Dus.

Geinspireerd door kaatkakelt die graag duht. Ieder zijn ding!