Categorie archief: je hebt van die dagen
Doorhalen wat niet van toepassing is
Huisjes kijken
Goh, wat moet je eens doen op zaterdag met je Grote Broer in Shanghai? Je kunt moeilijk in bed blijven liggen en hopen dat hij hetzelfde doet. Dus sta je vroeg op en slaap je op de bank verder. Zo tegen lunchtijd kom je pas weer tot leven: tijd voor Belangrijke Zaken!
Et voila! De eerste de beste uit-huur-auto stopte voor mijn neus. Weet je meteen waar het gisteren aan lag.
Hup, richting Gubei, want allebei nog nooit geweest. Gubei is een luxere wijk in Shanghai en ik moet zeggen, ongelooflijk! Zoveel nieuwe gebouwen, luxe spa’s en Real Estate Agents bij elkaar! Alle vrouwtjes liepen met een bruine Louis Vuitton aan de arm en alle mannen liepen met een bruine Louis Vuitton aan de arm. Gelukkig had ik mijn grijze Margaretha van den Bosch* bij me anders had ik me vast erg opgelaten gevoeld.
Wij bij zo’n Real Estate Agent binnengelopen. Broer babbelt er vrolijk op los en ik praat exclusief Nederlands tegen Broer. “Ik ben haar vertaler!” roept hij een paar keer en ik knipper evenzoveel keer onbegrijpend met mijn ogen. “Bent u op zoek naar een woning van 4.000 of 5.000 RMB?” vraagt de woonbemiddelaar, waarop Broer quasi beledigd antwoordde dat het budget rond de tien- à vijftienduizend lag.
Het kostte nogal wat moeite om niet met open mond de vier slaapkamers, twee badkamers, vier (!) balkonnen en een woonkamer zo groot als onze hele woning in Nijmegen te bezichtigen.
Maar je moet koel blijven, he? Mensen die zich zo’n woning kunnen veroorloven, zijn wel wat gewend. En dus klaagde ik over het uitzicht of over de meegeleverde meubels. Of over de lelijke indeling van de woning en het grote raam in de badkamer. Zeg nou zelf, das toch ontzettend onhandig??
“Een buitenlander, ja!”
Ben ik daar gewoon eventjes ont-Chinees door mijn bloedeigen broer! En Broer maar lachen, he? Die houdt wel van een beetje leedvermaak. Nou, vanavond gaan we eten in een Frans restaurant, zal ik ze daar wel eventjes toefluisteren dat Broer Nederlands is.
Open brief aan de lezer
Kwangie, de columnist
Vandaag ben ik benaderd door de projectmanager en acquisiteur van een mediabedrijf, dat gespecialiseerd is in het werken met freelancers. Mijn logjes zijn ze namelijk opgevallen en meneer de projectmanager vindt mijn stukjes – ik citeer – grappig. Het lezen over mijn mutsenleven is zelfs onderdeel van zijn ochtendritueel geworden! WOW!
“Is een column niets voor jou?” vroeg hij mij.
Nou! En of, natuurlijk! Maar we mogen niet te happig zijn, he? Nee, altijd koel spelen! Bescheidenheid siert de mens. En een profesional like me wordt natuurlijk elke dag wel benaderd! Genoeg aanbiedingen om uit te kiezen. Niets van waar natuurlijk, maar dat hoeft hij niet te weten! In mijn hoofd stond ik al in een studio foto’s te maken voor mijn column. Wat moet ik aan? Wat moet ik aan?!
“Dank u” diende ik van repliek. Niet te veel zeggen, dan daalt je marktwaarde. Altijd een waas van mysterie om je heen behouden. Hoe graag ik ook wilde schreeuwen omdat überhaupt iemand mijn schrijfsels leest, laat staan ze grappig vindt, we bleven kalm. Helemaal niet hysterisch of door het dolle heen. Gewoon professioneel. Zoals het hoort.
Nu loop ik met mijn hoofd in de wolken.
Kwangie, de columnist, zie je het al voor je? Moi? Muts eerste klas? In stilte wordt er nagedacht over een gouden toekomst in schrijversland. Misschien zelfs ooit een boek. En de salarisonderhandelingen niet te vergeten. Toch goed dat ik het koel heb gespeeld.
HOE HET IN WERKELIJKHEID GING:
Vandaag sprak vriend Niels mij aan op MSN. Of ik al heimwee had naar China. “Hoe weet jij dat nou?” vroeg ik, gevolgd door het ochtendritueel-verhaal en het gegeven dat hij sommige stukjes grappig vond.
“Is een column niets voor jou?” vroeg hij mij.
Ik helemaal vereerd. Het kan natuurlijk ook een vorm van beleefdheid zijn geweest. Een vriendelijk woord, omdat dat hoort. Laten we hem (en mijzelf) maar even het voordeel van de twijfel geven en er van uitgaan dat hij inderdaad onder de indruk is van mijn schrijfkunsten. Of dat hij gewoon graag op de hoogte blijft van mijn Shanghai-avontuur.
Eventjes zag ik mezelf als een betaalde columniste bij één of ander fancy blad. Met deadlines en een laptop, misschien wel een auto van de zaak. En lezers, héél veel lezers, want een muts zijn, das HOT! Naast columnist zijn, een nieuwe trend zetten! Klinkt niet verkeerd.
Het mocht niet lang duren.
Toen Niels zelfs onder de indruk bleek van mijn voetbalkennis, wisten we genoeg. Hier hebben we te maken met een klassiek geval van een, uhm, beleefde jongen. Toch bedankt.