Grijze muts

Midden in haar verhaal, stopte vriendin M.
“Sta eens stil!”, zei ze.
En M. kwam voorzichtig dichterbij.
Ze bekeek me met een blik in haar ogen die ik nog nooit gezien had.
“Niet bewegen nu…”

“AUW!” schreeuwde ik en misschien riep ik nog wel wat meer.
“Ja, sorry! Kijk eens! Een grijze haar!”, zei ze triomfantelijk,
“…en je hebt er nog véél meer!”


 
 
 
* Note to myself: kapper bellen voor een emergency verfklus.

Maandagochtend-vakantie-dip

Houston, we’ve got a problem.

Iemand opgevallen dat ik twee weken weg ben geweest?
Ik ben dus twee weken weg geweest.
Naar Shanghai en Hong Kong.

Waar ik leefde ik als een varken in de bio industrie God op aarde.

Mijn dagelijkse beweging bestond uit het nog-even-op-het-andere-oor-liggen en het wegkauwen van al het lekkers wat de Aziatische keuken je te bieden hebt.
Man!

Wat een heerlijkheid!

Beetje jammer dat we gisteren thuis zijn gekomen.
En dat ik vandaag alweer moet werken.
Vooral omdat ik om 4 uur ’s nachts al last had van Grote Honger en wagenwijde ogen.
 
Dus ik zeg: we maken er maar weer het beste van.

Van deze maandag, die sowieso al verschrikkelijk is, zoals alle maandagen verschrikkelijk zijn, maar die zo na de vakantie al helemaal niet te verteren valt.

Pfff… Volgens mij ben ik nu alweer toe aan vakantie.

Rehab

Mijn naam is Kwan en ik ben een chips-verslaafde.

*applaus*

In mijn jeugd maakte ik voor het eerst kennis met chips.
Mijn ouders boden het me eens in de zoveel tijd aan.
Natuurlijk had ik ook ‘nee’ kunnen zeggen, maar mijn nieuwsgierigheid was te groot.
Hoe zou het proeven?
Wat zou er gebeuren als ik de hele zak in mijn eentje leeg zou eten?

Kan ik sneller dan Broer de zak op krijgen? het antwoord luidt: neen.

Langzaam begon ik ook zelf te experimenteren.
Struinde ik supermarkten af op zoek naar nieuwe soorten en smaken.
Van naturel naar paprika naar bolognese.

Altijd die drang naar sterker spul.

Bleef het in het ouderlijk huis nog bij incidenteel gebruik, eenmaal op eigen benen kamers begon het buitensporig consumeren. Die zaligmakende smaaksensatie in combinatie met het onweerstaanbare gekraak, zorgden ervoor dat ik meer en meer afhankelijk werd.
Geen dag zonder chips.
Geen chips zonder Kwangie.

En zo leefde ik van aardappel naar aardappel.

Iedereen wist van mijn passie en hield er ook rekening mee.
Lief neemt altijd een zak of twee, drie mee als hij boodschappen doet.

En als ik ergens op visite ga, zorgen de gastheren- en vrouwen er altijd voor dat ze sjips in huis hebben. Bang dat ik ga flippen en alles overhoop haal op zoek naar die laatste kruimel die wellicht op de grond is gevallen. Voorkomen is immers beter dan genezen.

 

Toch ging afgelopen maandag de knop om.
Ik lag op de bank met mijn zak te dippen in een sausje, toen ik besefte dat het maandag was.
Máándag, mensen!
De slechtste dag van de week.
Was ik dan zo verslaafd dat ik chips zonder reden eet?
Kon ik werkelijk waar niet meer zonder?

Kortom: Is hier sprake van een uit de hand gelopen hobby?

En dus kapte ik die dag resoluut met chips.
Gewoon cold turkey.
Gestopt.
 
En nu?

Nu ben ik al vijf dagen clean.

Koude rillingen wisselen zich af met koortsige periodes waarin ik me op een groot chipsfestijn waan met mij als eregast.
Ik voel me beroerd en ellendig.
Het lontje werd steeds korter en korter.
En mijn humeur heeft het dieptepunt bereikt.

Het zullen wel afkickverschijnselen zijn, veroorzaakt door een tekort aan plezierig zetmeel.

Morgen begin ik weer gewoon,
Want dan is het maandag.
Máándag, mensen!
De slechtste dag van de week.
En dat is reden genoeg voor een zakje troost.
Toch?

Run, Kwangie, RUN!

Ik kan niet rennen.
Zo!
Het hoge woord is eruit.
Ik kan gewoon niet rennen.
Het spijt me dat jullie een illusie armer zijn, maar ook ik kan niet alles.

Nu heb ik daar in het dagelijkse leven weinig last van.
Meneer Dijkstra, de gymleraar, zit niet meer achter mijn broek.
Ik hoef dus ook niet meer twaalf minuten rond te rennen voor lichamelijke vorming.
Die vormingen kwamen vanzelf, dank u!
En iemand recentelijk nog als een shuttle heen en weer hoeven hollen?
Ik bedoel maar!

Toch zat het me nogal dwars dat ik niet kan rennen.
Ik kan nu eenmaal niet graag iets niet.
Dat maakt me toch net ietsjes meer menselijk minder perfect.

En wat als ik eens een keertje midden in de nacht in een donker park rondloop, langs – ik zeg maar wat – een kerkhof of zo en dat dan out of nowhere een hele griezelige, harige… enfin, ik het écht op een lopen moet zetten?
Dat ik dan ergens dood gevonden word en Lief snikkend aan de politie zal verklaren: “Ze kon gewoon niet rennen. Dat heeft ze nooit gekund.”

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik ook nooit de moeite heb genomen om te leren rennen.
Ik luisterde gewoon niet zo graag naar meneer Dijkstra in zijn blauwe trainingspak.
Had ie een roze pak gehad, dan was het een heel ander verhaal geweest.
Dan was ik niet helemaal sportief gehandicapt.
Of bang voor ballen. Kan iemand mij uitleggen wat er zo verantwoord is aan trefbal!?!

 
Toch was ik laatst eventjes mijn beperking vergeten.
Het zat namelijk zo.
Ik heb een nieuw Adidasjasje bemachtigd.
Voor bij mijn collectie Adidasjasjes.
Ik hoef vast niet te vertellen dat geen daarvan blauw is.

Hoe het ook zij.
Dat jasje stond me zo goed, dat ik me ineens een heel sportief meisje achtte.
Zo eentje die midden op straat een flik flak doet.
Eentje die de Grote Jongens met gemak eruit loopt.

In dat outfit kreeg ik de grootste behoefte om me op zo’n loopband te begeven.
Ik zag mezelf al helemaal kek voorbij zoeven.
En laten we nu een gratis gym hebben hier in het hotel.
Zo eentje met veel spiegels, waarin ik mezelf mijn jasje zo goed kan bewonderen.
En ach.
Wat kan mij het nou schelen?
Ik kom hier in Moskou vast geen bekende tegen!

Aldus vertrok Kwangie in haar paarse jasje.
Naar de gym op de tweede verdieping.
Waar ik plaatsnam op zo’n treadmill en op quick start drukte.
Jaja, lekker verantwoord.
Niets geen handleidingen lezen of me in laten lichten.
Nee, gewoon, *hup* d’r op!

En d’r weer af!
Want men!
Wat schrok ik me rot.
Van het paarse gedrocht dat als een huppelende Teletubbie met de armen loopt te zwaaien in de spiegel!

Mensen.
Ik kan het niet.
Ik kan het gewoon écht niet.
IK KAN NIET RENNEN!

Vandaag at ik rode kool

Gisteren at ik rode kool.
Vandaag sushi.
En zo kan ik eindeloos doorgaan.
Maar zo speciaal is het allemaal niet.
Eten.
In Moskou.

Maar goed.
Ik beloofde Lief een logje te schrijven.
Over de rode kool die ik hier veroberde.
Hij stelde zelfs een simplistische schrijfstijl voor.
Waarom erom heen draaien, terwijl het in één zin kan?

“Vandaag at ik rode kool“
Gevolgd door een punt.
De lezers zullen aangenaam verrast zijn.
Wat een cliffhanger!
Onder de kenners zal de complexiteit van de vijf woorden geroemd worden.
Wie weet wint kwangie.punt.nl zelfs een oeuvreprijs!

Origineel.
Gewaagd.
Briljánt gewoon.
En zoveel diepzinnigheid ook achter die rode kool!
Vindt u ook niet?