Good girl gone bad

Sommige kwaliteiten veranderen met de jaren.
Dat is gewoon zo.
Maar toch vind ik het jammer.
Vroeger was netjes schrijven bijvoorbeeld een deugd.
Je kreeg niet voor niets een sticker als je tussen de regeltjes wist te blijven.
En gemakkelijk was het niet, want alle letters moesten aan elkaar verbonden blijven.
Probeer nu maar eens ‘kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedencomitéleden’ op papier te zetten à la Basisschool-stijl, zonder je pen van het papier te halen!
Ik vind het nog steeds knap als je dat kunt.
Maar niemand ligt meer wakker van je handschrift als je eenmaal volwassen bent.
Lezen is ook zo iets.
Jaren doe je erover om te leren lezen.
En als je goed kon lezen, was dat echt knap.
(zeker als je dyslexie had, maar dat had ik niet, dus het was wel ietsjes minder knap)
Kijk maar hoe verbaasd we allemaal zijn als een kind uit een chaos van letters woorden herkent.
Maar dat ik nu nog steeds een boek per week verslind, vindt niemand meer knap.
Het is eerder een beetje… sneu.
Mensen vragen zich hardop af waar ik de tijd vandaan haal (lees: heb jij geen hobbies en vrienden?)
of kijken vol medelijden naar Lief (Wist je dit al voordat jullie gingen trouwen?)
Kunnen lezen is niet langer een kwaliteit, maar gedegradeerd tot zoiets als een slechte eigenschap.
 
Het meest droevige van ouder worden, vind ik toch wel dat rustig zitten ook niet meer wordt gewaardeerd.
Weet je nog?
Vroeger?
Dan moest je rustig aan je tafeltje kunnen blijven zitten en luisteren.
Arme R.
Ik denk dat hij tegenwoordig gediagnosticeerd zou zijn met ADHD.
Maar het waren de jaren ’80.
En R. was ‘gewoon’ een lastig jongetje, op wie de juf continu moest mopperen.
Hoe erg hij ook zijn best deed, de discipline van stil zitten, kreeg hij nooit echt onder de knie.
Ik vraag me af wanneer dat kantelpunt komt.
Dat stil zitten niet langer een kwestie van discipline is, maar luiheid.
En kunnen lezen en schrijven niet meer is dan een vanzelfsprekendheid.
En zo kan ik nog eindeloos doorgaan.
Goed eten bijvoorbeeld.
Nóg iets wat ik goed kan.
Fijn voor je ouders op jonge leeftijd.
Een gebrek aan discipline als je in je eentje een zak chips kunt legen.
Of uren achter elkaar kunnen slapen. Ook zoiets.
 
Maar ik denk dat ik deze sombere zondag er mee verpest als ik nog verder ga.
Dus trek ik me maar even terug.
Misschien lees ik een boek.
Of vul ik wat schriften met kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedencomitéleden.
Maar zeker is dat ik vandaag geen vin meer verroer.
Fijne zondag!

Over Bep en onverschillige Harry

Don’t shoot the messenger!
Maar bij elk bedrijf heb je wel een paar collega’s, waarbij je je regelmatig afvraagt wanneer Gerechtigheid eens toeslaat.
Je weet wel, die ene collega die maar wat doet.
Of die ene die altijd te laat komt (en op tijd naar huis gaat).
En vergeet Onverschillige Harry niet, die zijn tijd uitzit tot de pensioengerechtige leeftijd.
Ze zijn er nu eenmaal.
En het zij zo.
Maar waar ik me soms toch wel zorgen over maak is, dat je ze natuurlijk óveral hebt. Overal.
In De Bilt zit vast ergens een dame achter de computer analyses te maken.
Laten we de dame Bep noemen.
Bep maakt al járen analyses.
Dat doet ze al jaren niet al te best.
Maar hé, het is Bep.
En Bep maakt analyses.
Dus als ze er weer eens faliekant naast zit, mopperen we met zijn allen dat ‘het weer in Nederland niet te voorspellen valt’.
Waarom denk je anders dat we zoveel vertragingen hebben op het spoor?
Meneer de machinist kijkt iedere avond naar het weerbericht in de hoop op regen/zon/hagel/sneeuw. Want dan kan hij de trein laten uitvallen.
‘Pure overmacht’, noemen ze dat dan.
En mocht het onverhoopt toch ‘gewoon weer’ worden, dan komt de machinist natuurlijk óók  te laat op het werk.
Maar omdat het nogal oncollegiaal is om te zeggen dat ‘ie altijd te laat komt en op tijd naar huis gaat, zeggen ze maar dat de boogie-woogie-besturings-kabel door het weer is getroffen.
En wie had dat nou kunnen voorspellen? Bep in ieder geval niet.
En stel, hè?
Stel.
Dat Bep eens in het ziekenhuis belandt en Onverschillige Harry de dienstdoende arts is!
Dan heb je echt de poppen aan het dansen.
“Goh, mevrouw, wat mankeert er aan?”
“Nou, uhm, ik heb hevige steken hier rechts onderin. En ik plas bloed. Heel veel bloed.”
“Ik schrijf u wel wat aspirines voor. En neemt u vooral rust. Als het niet beter wordt,     dan komt u vrijdag maar weer terug.”
“Oh, maar… U hoeft het niet verder te onderzoeken?”
Harry: schouderophalend en op de klok kijkend “Neuh, mevrouw, als u last blijft houden, komt u vrijdag maar terug. Dan kijkt mijn collega er wel naar.”
Snap je nu waarom ik zo blij ben als het weer weekend is?

Fifty shades of 2012

Joehoe!!
Ja, ik leef nog.
En nee, ik was niet van plan om 2012 stilletjes voorbij te laten gaan.
De waarheid is dat ik gewoon weinig inspiratie heb.
Veel te weinig inspiratie.
Lief heeft nog geen briljante opmerking gemaakt.
Ik ga er vanuit dat niemand zit te wachten op zijn analyses over het Nederlands elftal. Mocht dat wel zo zijn: zijn telefoonnummer is verkrijgbaar bij de redactie
Over het werk schrijf ik niet, dat is vreemd genoeg privé.
Ik ben nog steeds niet stinked rijk.
Heb geen grootste plannen met 2012.
Ben niet meer bij de tandarts of orthodontist geweest.
Verwacht geen kinderen.
En ben ook niet ontdekt als the next whatsoever.
Dus blijft er niet zo veel meer over.
En bloggen over niets is zó niet koel.
Zeker niet als je bedenkt dat ik in de voorgaande jaren alleen maar *kuch* diepzinnige en hoogstaande stukken de wereld in heb geslingerd.
En dus stel ik de comeback telkens uit.
Want hoe triest is het, dat het spannendste van het afgelopen half jaar Fifty Shades of Grey* is geweest?
Daar kun je toch niet mee aankomen?
Laat staan wegkomen!
En zo zit ik nu dus op de bank.
Met de laptop op schoot.
Dertig-something te wezen.
En te beseffen dat ik toch maar eens wat met mijn leven blog moet doen.
 * Geef toe: Christian Grey heeft op geen één pagina over voetbal gerept, hoe hot  is dát! Oh my! Ik bedoel maar… 🙂

Klaagblog: 2011

2011 kunnen we niet afsluiten zonder enige vorm van, uhm, afsluiting.
Maar weet je, eigenlijk klaag ik gewoon liever even een blogje vol.
Over van alles en nog wat.
Maar vooral over 2011.

Het jaar waarin ik 30 wederom 25 werd.
Ik heb altijd geloofd dat de reden waarom ik niet weet ‘wat ik later worden wil’ simpel was.
Ik hóefde niet te weten wat ik wil worden, omdat ik stinkend rijk ging worden.
Zodat ik voor mijn dertigste nog met pensioen zou gaan.
Nog voor ik goed en wel iets ben geworden.

Die verwachting heb ik al enigszins bijgesteld.
Ik ga vast óp mijn dertigste met pensioen.
En de tijd begint zo onderhand te dringen, mensen!
Voor je het weet, moet ik mijn hoop vestigen op met-pensioen-gaan-in-mijn-dertiger-jaren.
Of erger: tot ik zevenenzestig ben! Brrrrr!

2011 mag dan het einde betekenen van een droom.
Het was ook het jaar waarin de realiteit *pats* *BOEM!* in mijn gezicht sloeg.
Het gebeurde allemaal in de plaatselijke supermarkt.
Na een lange dag wilde ik even snel mijn avondeten bij elkaar rapen.
In de rij bij de kassa stond een meisje tegen het kassameisje te kletsen.
Ze hadden zichtbaar lol en tetterden er op los.
Toen ik eenmaal aan de beurt was, waren ze nog stééds aan het kletsen.
Het kassameisje was zo druk bezig met haar vriendinnetje, dat er gewoon iets knapte.

‘DE JEUGD VAN TEGENWOORDIG KENT GEEN FATSOEN MEER!!’, brieste ik tegen Lief.
Buiten weliswaar.
Het kassameisje kreeg slechts een nijdige blik en een zacht gemompel van protest.
Maar Lief moest mijn betoog over het gebrek aan normen en waarden nog lang aanhoren.
Hoe langer ik door ging, hoe meer het tot me doordrong.
Ik ben een ouwe zeur geworden.

Hoe is het mogelijk?
Ik bedoel… Huh?!
Wanneer is dat gebeurd?
Was ik gisteren niet nog gewoon… Eén van hen?

Zie je hoe het leven je uitlacht?
Als ik stinkend rijk was geweest dan hoefde ik mijn eigen boodschappen niet te doen of me te beklagen over ‘de jeugd van tegenwoordig’.
Nee, dan stond ik in de Forbes, bij het rijtje rijke mensen zonder talent.
Met een grijns van oor tot oor.
Het onderschrift zou luiden: ‘Kwangie has known all her life that she is going to be stinky rich’
 
Maar helaas.
2011 is bijna afgelopen.
Ik ben nog steeds niet stinkend rijk.
En ik zeik nog even door.
Over het verval van de jeugd (schande!), maar zeker ook over al dat vuurwerk (moet dat nou?) en niet te vergeten over oliebollen (te lekker!).
Want ach, over een paar uurtjes is het alweer 2012

IEDEREEN HET ALLERBESTE VOOR 2012!

Hij en ik: praten als Brugman

Ze beweren wel eens dat blijven praten de basis vormt van een goed huwelijk.
Als dat zo is, dan gaat alles prima hier!

Zo vraagt Lief altijd naar mijn voorkeuren:
Hij : Wie vind je knapper? Ronaldo, Huntelaar of Stekelenburg?
Ik  : Ze zijn toch alledrie niet echt Moeders Mooiste?
Hij : Neehee, niet Rinaldo, die apekop. RO-naldo. Christiano Ronaldo, weet je wel.
Ik  : Oh, dan natuurlijk Ronaldo.
Hij : Dan heb je geluk! Want om tien uur kun je twee keer drie kwartier naar hem kijken!
Ik  :   -_-

Of laatst, in de auto. Praten over De Toekomst:
Ik  : Weet je, Lief… Mocht ik later vergeetachtig worden of dement zijn…
Hij : Hmmm….
Ik  : … dan moet je me maar naar een verzorgingstehuis brengen. Je hoeft je niet schuldig te voelen. Ik wil jou niet tot last zijn.
Hij : …
Ik  : Echt, hoor. Misschien lijkt dat heel cru, maar ik kan me zo maar voorstellen dat het anders geen doen is. Dat moet je me dan maar beloven.
Hij : …
Ik  : En echt, je hoeft je daar niet schuldig over te voelen, ik wil je niet tot last zijn.
Hij :             *Stopt de auto en keert in een ruk om*
Ik  : HEE! Waar ga jij heen?!?!
Hij : Jou naar een verzorgingstehuis brengen! Want dit zei je vijf seconden geleden ook al!

En maar al te vaak, wil ik alles delen met Lief:
Ik   : Hè, bah! Wat stinkt het hier!
Hij  : schouderophalend Ik ruik niets.
Ik   : Ja, echt hoor! Daar! In die hoek.
Hij  : …
Ik   : Het ruikt naar *snif* iets weeïgs. *snif snif* Zurigs!
Hij  : Ik ruik niets…
Ik   : Echt niet? *snif* Het *snif* ruikt heel sterk.
Hij  : Nee, ik ruik echt niets.
Ik   : Dáár, in die hoek! Ga daar eens heen! Het stinkt echt hard!
Hij  : Ik ga écht niet stankluchtjes zitten snuiven!
Ik   : Maar toch stinkt het hier. *snif*