Melk is goed voor elk

Naast de gebruikelijke angsten (Ademt ie nog?/Wat als hij nooit leert slapen?!/Poepen ze altijd zo veel?) heb ik er een nieuwe fobie bij.
Het heet aliquid-lactis-fobie.
Oftewel, doodsangst voor een melkpoeder tekort.

Ik weet het, ik weet het.
Borstvoeding is ‘de beste voeding voor je baby’, aldus het Voedingscentrum.
Volgens sommige fora is borstvoeding zelfs het allerbeste voor je kind en mag je in de hel branden als je er voor kiest om het je kind te ontzeggen.
En dus is het een beetje mijn eigen schuld dat ik nu een melk-tekort-angst heb.
Had ik maar niet aan de witte poeder moeten beginnen.

Maar het is al te laat.
De Watermeloen wordt gevoed met poedervoer en ik zal het warm krijgen in het hiernamaals.
Dus gaat er om de vijf, zes dagen een bus melkpoeder doorheen.

Het liefst heb ik daarom altijd een pak extra op voorraad, maar soms lukt dat niet.
Dan wordt Manlief op pad gestuurd om poeder te scoren.
En soms, héél soms, slaat het noodlot toe.
Dan schraap ik met het maatlepeltje tegen de bodem.
Acuut staat het zweet op mijn voorhoofd. Wordt het warm en koud tegelijk.

Want dat betekent dat het einde in zicht is.
Of nee, erger.
Dat betekent dat ik melkpoeder moet halen.
En daar gaat het mis.

Ik durf namelijk geen melkpoeder te kopen.
Echt niet.
Want.
Melkpoeder is schaars.
Het is zo gewild, dat de schappen leeg zijn.
Dat winkeliers een daglimiet hebben ingesteld.
En ik een medewerker iemand letterlijk de winkel hoorde uitjagen met “Nee, meneer, u krijgt niets meer! U hebt vandaag al een pak gekocht!”

Het zijn barre tijden.
Voor melkpoeder-moeders.
En het zijn extra barre tijden voor melkpoeder-moeders die er uitzien als een crimineel Chinees.
Okee, toegegeven.
Ik zie er niet alleen uit als een Chinees.
Ik bén het ook.
Naar de hel ging ik toch al.
Dus geef me nu mijn melkpoeder, wil je?!

De geboorte van een watermeloen

Voordat je denkt dat ik maanden overtijd ben… De kleine Watermeloen is alweer bijna een maand oud!
Hij is alsnog in november gekomen.
Hoe?
Dat lees je hieronder.

De gecensureerde versie (aanbevolen voor mensen met een zwakke maag of die nog moeten eten):
… En toen was de Watermeloen geboren!
Hoera!

Hoe het echt ging:
Op 17 november werd ik ’s ochtends wakker met een natte broek.
Normaal gesproken is dat best zorgelijk gezien mijn jeudige leeftijd, maar nu was er alle reden tot feest.
EIN-DE-LIJK!
De vliezen zijn gebroken!
Het was weliswaar geen *FLATS* zoals bij de kleine Puk, maar een natte broek is een natte broek.
Met ingehouden adem telde ik elk krampje en al gauw kon ik de klok er op gelijk zetten: de weeën kwamen om de vijf minuten.
Ik schudde Lief wakker, smste Zus dat ze moest komen en de buren en schoonouders werden opgetrommeld om de Puk op te vangen.
Het was tijd om naar het ziekenhuis te gaan!

En oeh, wat deed het pijn.
Maar ik was kalm.
En stoer.
Heel stoer.

“Weet je, het is goed te doen,” zei ik tegen Lief om hem gerust te stellen, “ik ben heel rustig.”
Maar heel rustig, is meestal geen goed teken.
Althans… Niet bij een bevalling.
De weeën deden geen centje pijn.
Maar dat kwam dus, omdat het helemaal geen weeën waren.
Nope.
En de vliezen waren al helemaal niet gebroken.
Nope.
De dienstdoende verloskundige zei nog vriendelijk dat het ‘van alles kon zijn’.
Maar we wisten allebei wat ze daarmee bedoelde: Ik had gewoon in mijn broek geplast. Ondanks mijn jeudige leeftijd.
Dus moesten mochten we weer naar huis.
Heel even overwoog ik om hysterisch te gaan huilen.
En dat deed ik ook.

Eenmaal thuis moest helaas ook de hele PR machine rollen.
Niets aan de hand, vals alarm, kan de beste overkomen! en dan vooral proberen van onderwerp te veranderen.
Zusjelief kon na bijna twee uur onderweg te zijn geweest, weer terug naar huis.
Aan schoonmoeders legde ik nog eens uit dat de vliezen niet gebroken waren.
“Niet?!”
“Nee, niet… Lust je nog koffie?”

De hele dag bleven de weeën-die-geen-weeën-maar-vóórweeën-waren om de vijf minuten komen.
Op internet las ik horrorverhalen van vrouwen die dagen of zelfs wéken voorweeën hadden.
Toen ben ik maar verder gaan huilen.
Wat moet je anders?

Zo tegen 21:00 uur had ik al 15 uur lang iedere vijf minuten van die nutteloze voorweeën.
Wat is dit voor een zieke grap?
Ik was moe, koud en strontchagerijnig.
Jankend zat ik op de wc, toen Lief voorzichtig informeerde hoe lang ik daar al zo zat.

“Ik weet het niehiehiet…” jammerde ik.
“Volgens mij heb je om de twee minuten weeën!” riep hij paniekerig, ” Je moet naar het ziekenhuis!”
“Ik wil niet naar het ziekenhuis.”
“We moeten echt zo gaan, als je nog langer wacht, krijg ik je niet meer in het ziekenhuis.”
“Maar straks sturen ze me weer weg!”
“Dan is het maar zo!”
“Ik ga NIET naar het ziekenhuis!” en ik klampte me vast aan de wc pot.
“Je moet nu echt meekomen.”
” @#%$#$^@$#%” [onverstaanbaar]
“Echt, serieus, kom op.”
“Nee! Nee! NEE! GA WEG!”

Maar ik moest. En ik liet de wc pot los.
In tegenstelling tot de ochtend, was ik ’s avonds zen noch kalm.
Ik was in Grote Blinde Paniek.
Tegen het hysterische aan.
Mijn hele lijf, iedere vezel schreeuwde: EEN WATERMELOEN PAST NIET DOOR EEN GAT VAN 10 CENTIMETER!
En daar gedroeg ik me ook naar.
Het was maar goed dat ze er een ruggeprik in duwden, want anders had Lief de bevalling niet overleefd.
Die ene prik veranderde de hysterische heks (moi) in een ware persprinses (moi aussi).
Mocht je ooit een natuurlijke bevalling zonder pijnstilling overwegen, dan moet je eens een hele watermeloen in je mond proppen.
Als je dat enigszins onaangenaam vindt, dan raad ik je een ruggeprik aan

24 uur na de natte broek mocht ik eindelijk proberen de Watermeloen eruit te persen.
Gelukkig bleek de Watermeloen maar een kleine Mango.
En kleine mango’s passen prima door een gat van 10 centimeter.
Met wat knip- en scheurwerk weliswaar.
Maar laten we het verder een beetje smakelijk houden.
Hij is er in ieder geval uit!
Hoera!

—————————————————————————————————————————-
We zijn heel trots op onze Watermeloen!
Maar om hem te beschermen en een klein beetje privacy te gunnen, willen we – net als bij de kleine Puk – vragen of je de Watermeloen gewoon Watermeloen wilt noemen op het internet. Dan kan hij later nog een baan vinden, zonder dat zijn baas moet grinniken om alle poep-en scheetverhalen die zeker weten nog gaan komen!

Over een ananas en een watermeloen

November.
Ik heb er niets mee.
Sorry dat ik nu mensen beledig, die vinden dat november bij de Nederlandse traditie hoort.
Het is niet dat ik november wil veranderen of af wil schaffen.

Het is gewoon niet mijn maand.
Voor mij is het een tussenmaand, waarin niet al te veel gebeurt.
Een noodzakelijk kwaad van 30 saaie dagen tot de feestmaand begint.
En ondertussen vallen de blaadjes van de bomen en rijden de treinen niet.
Zo’n maand.

Toen er twee streepjes op de test verscheen, ging ik meteen tellen wanneer ik met verlof kon de kleine kon verwachten.
De uitslag was onverbiddelijk.
November.
En dan ook nog eens ergens in het midden.
Eventjes ging ik twijfelen.
Was ik wel echt zwanger?
Dus plaste ik weer over zo’n stick.
En nog een keer en nog een keer.

Toen ik over de eerste shock heen was, ging ik voor een andere verklaring.
Slechts 5% van de babies wordt op de uitgerekende datum geboren.
Dat betekent dat 95% van de babies niet op de verwachte datum komt (ik ben een rekenwonder, ik weet het).
Ons kind zal niet in november worden geboren.
Ja, dat is het.
Het wordt gewoon een vroege, oktoberbaby.

En met dat in mijn achterhoofd ging ik 6 weken voor de uitgerekende datum met verlof.
Want hee, het zou niet lang meer duren.
Beter had ik genoeg doorligplekken gekweekt voordat de Watermeloen komt.
En het was heerlijk om op 2 oktober alles te laten vallen en te genieten van alle vrije tijd.

Maar toen werd het 27 oktober, 28, 29…
En alles bleef rustig.
Oktober raakte gewoon op.

Daarom nam ik het heft in eigen handen en sneed ik op 30 oktober een ananas door midden.
Ik kauwde – en herkauwde – op het taaie, smakeloze ananashart en gaf de rest aan de kleine Puk.
En binnen een uur was er al resultaat.
Alles rommelde en borrelde.
Hoopvol keek ik op de klok.
Zat er regelmaat tussen die krampen?
Oeh, het wordt toch wel heftig nu.

Ik zuchtte en pufte.
En nog geen half uurtje later perste ik er een halve ananas uit.
Het was een snelle, pijnloze bevalling.
Heel gezellig allemaal.
Maar de Watermeloen?
Die bleef lekker zitten.

Aangezien het vandaag 31 oktober is, blijven er weinig opties over.
Ik heb geen zin in het wegwerken van zes eetlepels wonderolie, vijf liter bitter lemon en zeven ananassen.
Noch heb ik puf om Lief als een konijn te bespringen met mijn zeekoeienlijf.

Bij deze zal ik november omarmen.
Omdat het zo mooi is om wederom moeder te mogen worden.
En wat is daar nou saai aan?
Niets, toch?

Dus, lieve Watermeloen, hopelijk ben je niet al te erg geschrokken van je dwangmatige moeder.
Normaal ben ik niet zo.
Je bent van harte welkom wanneer je er klaar voor bent.
Maar waag het niet tot december te blijven hangen, jij!

Nog 2.209 dagen

Over niet al te lange tijd word ik 34.
Slechts 2.209 dagen die mij scheiden van de Big Four Oh my god.
Dat is even schrikken, he?
Ja, vind ik ook.

Ik heb nog steeds niets van het leven gemaakt.
Maak alleen het huis schoon als er bezoek komt.
En stop de Puk chocolaatjes toe als ze zegt dat ik de liefste mama ben.

Soms lig ik op de bank en denk ik…
Misschien moet ik maar eens volwassen worden.
Serieus worden en kappen met dat aanmodderen.
Want laten we wel wezen, op een dag wordt het triest.

Je kunt wel jong van geest zijn, maar je lijf tikt je uiteindelijk op de vingers.
Pure wilskracht wint niet van zwaartekracht.
Alles gaat hangen en flubberen.
En als je ’s morgensvroeg eerst tien onderkinnen opzij moet schuiven voor je je tanden kunt poetsen dan moet je gewoon je verlies nemen.

Dus daar ging ik.
Klaar om een nieuwe wereld te betreden.
Met een beetje tegenzin hees ik mezelf er toch in.
In die shapewear.
En ik moet zeggen, ik kan er wel in wonen!
Alles wordt heel netjes in het gareel gehouden.
En lijkt het maar zo, of heb ik nu ineens mijn lang verloren taille terug?

“Kijk!” roep ik tegen Lief, “Kijk!”
En Lief doet wat hem opgedragen wordt.
Nog voordat hij het verkeerde antwoord kan geven, ratel ik al verder: “Het is net alsof ik dunne benen heb!”
“Oh ja?” zei de spelbreker.
“Het is toch briljant? Vind je niet?” en ik negeer de neiging om Lief een lijst te overhandigen met ‘de enige juiste antwoorden’.

Het maakt ook allemaal niet uit.
IK ben er blij mee.
Het is goedkoper dan aan je lijf laten sleutelen en gemakkelijker dan sporten.
Een flubberlijf hebben is nog nooit zo leuk geweest!

En weet je…
Na die 2.209 dagen is het nog maar 9.855 dagen tot het pensioen.
Dan kun je lekker in je corrigerend badpak aan het water liggen luieren.
En genieten van alle herinneringen achter die blubberbuik.
Ouder worden, wat een mooi vooruitzicht!

Goudeerlijk

Mijn moeder is niet bepaald diplomatiek.
Met een beetje gevoel voor eufemisme kun je haar zelfs goudeerlijk noemen.
En daar houden we allemaal van, niet waar?
Ik heb het nooit onderzocht of zo.
Maar ik vermoed dat een “onoprechte, jonge vrouw met neigingen tot pathologisch liegen” weinig succes zal boeken op datingsites.
En dat terwijl je alleen maar eerlijk bent.

Enfin.
Eerlijkheid, daar houden we van.
En mijn moeder kan aan ieders behoefte voldoen.

Zo ook vandaag, toen ik met mijn vader (in Hong Kong, red.) in gesprek was via FaceTime.
Mijn moeder kwam er even bij staan.
Ze tuurde op het kleine scherm van de iPad en kneep een beetje met haar ogen.
Opeens barstte ze in lachen uit.
“Kijk die buik!” riep ze, “Dat is een grote hangbuik geworden!”

Onwillekeurig dwaalde mijn blik naar beneden.
En inderdaad.
In plaats van mijn voeten, zag ik mijn buik.
Die onappetijtelijk over de broek hing.
Natuurlijk weten we allemaal dat die stomme Apple dikmakend is.
Daar was Steve Jobs vóór zijn dood toch nog mee bezig?
Niet? Niet!?

Kerstmis, oliebollen en nog ergens een paar verdwaalde kilo’s van de Puk pakten hun 5-minutes-of-fame.
En bijna, bijna, werd de vernedering te veel.
Had ik willen roepen: “Ooooh, maar dat wist je natuurlijk nog niet?” waarna ik liefkozend over mijn buik zou aaien.
“Het is weer zover, mam!”

Maar ho!
Stop.
Voordat Lief, vrienden, familie en iedereen van het werk die hier meeleest overstuur raakt:
Ik ben niet zwanger.
Maar ik had wél zin om het te roepen.
Heel.Veel.Zin.

In de plaats daarvan ging ik stotteren.
“Wat?… Wat?… Ik hoor je niet…? Hallo?? HALLO!?!”
Waarna ik met alle plezier de knop op ‘uit’ zette.
Want ookal duurt eerlijk het langst, zwijgen is nog altijd goud.

 

* Note to myself: kilo’s kwijtraken zwart hemdje verbranden, flatteert niet.