Het kappersincident

Afgelopen dinsdag was het zover.
Watermeloen ging een ochtendje wennen bij de kinderopvang.
En dat was nogal wennen.

Bij Puk huilde ik de tranen uit mijn kop.
Mijn kind achterlaten?
Onmenselijk!

Volgens Lief valt het allemaal reuze mee.
Puk gaat direct spelen (‘Doei papa!’) en het is helemaal niet emotioneel of dramatisch.

Toch was ik er niet gerust op toen ik die ochtend Watermeloen naar de opvang bracht.
Met lood in de schoenen liep ik naar de plek des onheils.
Op de deur hing een briefje waarop stond dat er een griepgolf én een waterpokkenuitbraak was.
Dat moest toch een teken zijn van hogerhand?
Watermeloen was het beste af als ik hem de rest van zijn leven thuis houd.

Maar de leidsters hadden me al gesignaleerd en de kleine Watermeloen schonk ze meteen een grote lach.
Heel geraffineerd plukten ze hem uit mijn handen.
Hij vond het allemaal prima.

Toen ik wegging, lachte Watermeloen.
En ik?
Ik hield het aardig droog.
En dat, beste mensen, is een hele grote stap voor de mensheid!

Want wat was ik verdrietig.
Voor drie uur lang was ik moederziel alleen en liep ik met mijn ziel onder de arm. (Hoe meer zielen, hoe meer vreugd ging voor mij niet op).
Wat moest ik in hemelsnaam met al die tijd doen? Wat?!
Misschien maar even langs de kapper.
Je dacht toch niet dat dit stukje een verkeerde titel had, hè?

Gelukkig kon ik er zonder afspraak terecht.
Ik mocht meteen met mijn hoofd in de wasbak en terwijl ik daar lag, zag ik Sofie van den Enk op tv.
Ze zag er stralend uit.
Dus zei ik tegen de kapper: “Doe mij maar haar haar!”
Ja, heel creepy, ik weet het.
Maar ze heeft echt heel mooi haar en dat wilde ik dus ook.

De kapper was wat stilletjes.
En stiltes zijn awkward.
Maar niet zo awkward als ik die de stilte probeer te doorbreken:
“Ik heb mezelf een beetje verwaarloosd, erg hè? Ik zei altijd niet jezelf verwaarlozen als je moeder wordt! Maar ik heb mezelf toch laten verslonzen.”

Vreemd genoeg zei de kapper niet “Jij?! Verwaarloosd? Ga toch weg! Als elke moeder zo’n hot mama was als jij, zou de wereld zoveel mooier zijn!” of iets in die trant.
Op mijn monoloog, zei de kapper letterlijk: “Och, je bent echt niet de enigste.”

Je begrijpt dat ik hem in gedachten over de wasbak sleurde en met een priemende vinger “FOUT!” heb geroepen?
Fout, omdat 1) het ‘enige’ is en 2) omdat ik daar moederziel alleen zat met mijn ziel onder de arm en ik dus een beter antwoord nodig heb dan ‘je bent echt niet de enigste.’ Tsss…

Maar goed.
Zo stoer als ik ben, hield ik uiteraard mijn mond.
Het zij hem allemaal vergeven, want hij heeft me Sofie van den Enk-haar geschonken.
En daardoor voelde ik me eventjes beter.
Al bleef de knoop in mijn maag.

Er was pas sprake van een incident diezelfde avond.
Lief kwam thuis en er gebeurde niets.
Helemaal niets.
Toen Lief na meer dan een uur nog steeds niet had gezien dat ik briljant nieuw haar had was het tijd voor actie.
Op aanraden van Door, die me op Twitterafstand ondersteunde, heb ik met mijn haren gewapperd.
Dan zou hij het vast zien!

Ik gooide met mijn haar.
Schudde erop los.
Ik wapperde en wapperde.
Met de windenergie die daarbij vrijkwam, had ik heel Nijmegen van stroom kunnen voorzien.
Maar Lief gaf niet thuis.
Reactie: zero.

Toen was de maat he-le-maal vol.
“Ik ben naar de kapper geweest!” schreeuwde riep ik uit en misschien riep ik nog wel meer.
“Er is minstens 167 centimeter eraf gehaald! MINSTENS” tierde ik.

En hij had er nog best mee weg kunnen komen als ‘ie gewoon “Verrek, nu je het zegt… Ik dacht al, wat zie je er goed uit!” had gezegd.
Meer verwachtte ik niet.
Echt niet.
In plaats daarvan moest ik het doen met een ‘ik had het niet gezien’.

“Ik ben naar de kapper geweest!”
“Ik had het niet gezien.”

Toen heb ik toch maar eventjes gehuild.
Als een brulaap.
De rest van de avond.
Stomme hormonen.

Foodie

Mensen, ook ik ben om.
Ik begin de dag met een kommetje havermoutpap.
“IEUW!” hoor ik je denken.
Dat klopt.
Het is ook ieuw.

Het grootste compliment voor een bord havermoutpap is dat het op behanglijm lijkt.
Maar met wat simpele toevoegingen wordt het echt… Wow!
Niet tegen mijn moeder zeggen, maar Ik ben tegenwoordig echt enthousiast over havermoutpap.

En ik ben niet de enige.
Want havermout is helemaal hip and happening. (wordt deze uitdrukking eigenlijk nog gebruikt?)
En aangezien ik maar wat achter de meute aanhobbel, is havermout zo ondertussen misschien al op zijn retour.

Ik weet het niet.
Maar dat maakt niet uit.
Want eindelijk ben ik ook een soort van foodie! Een nieuwe Rens Kroes, maar dan zonder de bijbehorende taille.

En bijna zag ik mezelf al een heel nieuw blog starten. Zo’n healty, green and delicious site met allemaal tips, recepten en fantastische foto’s. De enige hobbel op de weg is dat ik niet kan koken mooie foto’s maken niet op mijn lijf geschreven staat.

Aangezien ik dit…2015-08-overnight-oats-header-2-1-of-1
(recept is hier te vinden)

…heb weten te reduceren tot dit.img_7188
Maar ach.

Met je ogen dicht smaakt dit écht beter dan behanglijm!
Overigens heb ik nog nooit behanglijm geproefd, dus echt weten doe ik het niet, maar probeer het gerust! De havermout dan, niet de behanglijm.

Hoe de slak een naaktslak werd

Het was voorbij voor ik er erg in had.
Zomaar.
Midden op de dag.
In een moment van onoplettendheid.
Veranderde mijn leven voorgoed.

Puk en ik waren net buiten.
Ik zette een stap achteruit en voelde iets kraken.

Ik wist meteen dat het niet goed was.
Mijn hart klopte in mijn keel.
Nee, nee, NEE!
Laat het niet waar zijn!

Voorzichtig tilde ik mijn voet op.
Daar lag hij dan.
Een slak.
In duizenden stukjes.

“Wat is er, mama?” vroeg Puk en ze kwam dichterbij.
Zo goed als het ging, legde ik uit dat ik op een slak was gaan staan.
En dat de ravage op de stoep een ogenblik geleden nog een slak in de bloei van zijn leven was. “Is dat allemaal… Jouw schuld?” vroeg Puk verontwaardigd.

Ze kon haar minachting haast niet verbergen.
“Mama keek niet goed uit,” antwoordde ik schuldbewust, “maar nu is de slak… een naaktslak!” En ik keek daarbij alsof dat een hele leuke upgrade in het leven is.

En zo was de crisis bezworen.
Het spijt me, slakje, maar ik ben er nog niet aan toe om van het voetstuk af te donderen.

Vermist!

GRAAG ZOVEEL MOGELIJK DELEN!!!

Vermist: Slaap
Sinds    : Half november 2015
De politie heeft een verdachte opgepakt, W., maar verdachte zwijgt in alle toonaarden.

Heb jij Slaap gezien?
We missen hem zo!
Hij was in het verleden wel vaker een paar dagen afwezig, maar nog nooit is hij zo lang van huis geweest.

Weet jij waar Slaap is?
Neem dan alsjeblieft contact op!
Alle informatie is welkom.
We loven een beloning uit voor de gouden tip!

Lieve Slaap, waar ben je? Je wordt zo gemist… Kom maar heelhuids terug!

Naar het Wilde Westen!

Laatst moest ik voor een feestje in Amsterdam zijn.
Dit was overigens hetzelfde feestje als waar ik de lezer ontmoette, voordat mijn imago als huismus aan gruzelementen wordt geslagen.
Van te voren had ik uitgezocht hoe ik er kwam.
Het is immers Amsterdam, hè.
Voor stadsmeisjes uit Nijmegen is dat best een grote stad.

Dus maakte ik verschillende aantekeningen.
Eerst met de trein.
Dan tram 14 zoeken.
Uitstappen bij de Bos en Lommerweg.
En dan nog 3 minuten lopen.
Moet goed komen!

Nu ben ik nogal beperkt wat kaartlezen betreft.
Als Google Maps zegt dat ik rechtdoor moet, eindig ik na 10 minuten lopen steevast aan de verkeerde kant van de kaart.
Dus draai ik bij voorbaat de telefoon 180 graden om en loop tegen mijn gevoel in.
Meestal met als gevolg dat ik na een kwartier op dezelfde plek uitkom als waar ik startte.

Gelukkig was de diagnose route-dyslexie jaren geleden al gesteld.
Ik neem de moeite dan ook niet meer en vraag gewoon willekeurige mensen op straat.
Zo ook die avond.

De treinreis was goed gegaan en de tram had ik ook gevonden.
Of ja, die had iemand anders voor me gevonden, maar ik zat in tram 14.
En toen we bij de halte aankwamen (Vergeet niet in- of uit te checken!), stapte ik netjes uit.

Ik klampte me vast aan de eerste de beste die ik tegenkwam.
“Hallo!” riep ik, “Hallo! Weet jij waar Het Wilde Westen is?”
De jongen rolde met zijn ogen en verstevigde zijn pas.

Dus rende ik de straat over naar het enige meisje dat nog op straat liep.
“Hallo!” riep ik, “Hallo!”
Het meisje verstevigde de grip op haar tas en rende gauw weg.

Ik kan het hen niet echt kwalijk nemen.
Het is immers Amsterdam, hè.
En ik zie er nogal louche uit.
Sorry!

Na een kwartier zoeken, liep ik maar ergens naar binnen.
Daar konden de mensen tenminste niet weglopen.
En hoewel iedereen oogcontact meed, deed ik toch een poging.
“Hallo!” zei ik en ik tikte een meisje aan, “Hallo!”
Het meisje bekeek me van top tot teen en schatte de situatie in.
Ik toverde een glimlach op mijn gezicht.
Eentje dat zei dat ik echt niet koekkoek was.
“Pardon, maar hoe kom ik in het Wilde Westen?”
Het meisje kon er gelukkig om lachen.
“Het Wilde Westen?” zei ze vriendelijk, “Dat is gewoon rechtdoor!”
De.Andere.Kant.Op.