The Big Three-O

Nog 2 jaar, 29 weken en 4 dagen te gaan.
Onvermijdelijk.
Kwangie wordt dertig.

Ik moet volwassen worden. Doen. Zijn.
Knopen doorhakken. Vooruitgang boeken. Gelukkig én succesvol zijn.

Helaas behoor ik tot de selecte groep van mensen zonder talent.
Heel mijn leven al ben ik gewoontjes.
Ik schiet nergens in uit. Ben niet bijzonder, speciaal of enigszins gifted.
Talent? Nergens te bekennen. Tenzij je slapen en eten bewonderenswaardig vindt.

En het ergste is dat ik niets heb om mijn tekortkomingen te compenseren.
Niemand zal ooit over mij zeggen “… maar ze heeft wel humor!” of “… maar ze werkt wel hard!”
Geen ijver en vlijt die het een en ander bedoezelt.

“Jij bent de enige luie Chinees die ik ken!” zei een vriendin ooit tegen mij.
Ik bedoel maar.
Hopeloos.

 
The Big Three-O is coming.
Ik draai me nog maar eens om in bed.

 

Die is oud!

Ik word oud.

Deze week kwam ik erachter dat mijn nieuwe collega maar liefst elf (!) jaar jonger is dan ik.
Goeie, goeie! Een jaren negentiger! Zij aan zij. Naast mij. Op de werkvloer!
Het arme ding schrok zich een hoedje toen ze erachter kwam dat ik al een rijbewijs had.
En een auto. En een huis. En ging trouwen. (als we toch bezig zijn, kunnen we net zo goed alles op tafel leggen, niet?) Je zag haar denken. Die is oud!
Maar ik loop haar er zo uit, hoor! Want zij rookt.

Hoe dan ook.
Het was een traumatische ervaring.
Geconfronteerd worden met ‘de jeugd’ en mijn eigen ‘ouderdom’.
Maar ik heb het geaccepteerd.

Mag ik dan nu met pensioen?

 

1 juli

En toen was het 1 juli.
Tijd voor het opmaken van een balans.

Gisteren drukte Lief mijn neus nog eens flink op de feiten toen we een rondje in de stad liepen, waar de mensen – naar mijn mening – steeds jonger worden.
“Je kunt wel jong zijn, maar je kunt niet jong worden.”
Zo corrigeerde Lief mij in één klap zowel taalkundig als denkbeeldig.

Je kunt nog zo je best doen, maar jong(er) word je er niet op.
Momenteel ben ik 27. En gelukkig blijft dit zo tot maart 2009. Genoeg tijd om na te denken over De Toekomst die allang begonnen is dus. Nu is het de laatste dagen sowieso een beetje moeizaam in de bovenkamer. Wijt het aan het mooie weer, wijt het aan het lekkere eten of de gezellige bezoekjes.

Steevast vragen mensen hoe het is geweest en wat ik nu ga doen.
“Heel goed nadenken,” antwoord ik dan maar.
Maar hoe ik ook nadenk. Hoe goed ik ook nadenk. Er gebeurt gewoon niets. Geen “AHA!” of “Eureka!”. He-le-maal niets.
Ik schrik ervan hoe leeg mijn hoofd is. Er is niet eens meer ruimte voor logideeën. Zo leeg.

En ik besef wat een luxe dat is.
Blijkbaar is er geen reden tot zorgen of nachtelijk piekeren. Geen onoverkomelijke problemen of bergen die verzet moeten worden. Niets te peinzen. Niets te klagen. Het zit allemaal even goed zo.