1 juli

En toen was het 1 juli.
Tijd voor het opmaken van een balans.

Gisteren drukte Lief mijn neus nog eens flink op de feiten toen we een rondje in de stad liepen, waar de mensen – naar mijn mening – steeds jonger worden.
“Je kunt wel jong zijn, maar je kunt niet jong worden.”
Zo corrigeerde Lief mij in één klap zowel taalkundig als denkbeeldig.

Je kunt nog zo je best doen, maar jong(er) word je er niet op.
Momenteel ben ik 27. En gelukkig blijft dit zo tot maart 2009. Genoeg tijd om na te denken over De Toekomst die allang begonnen is dus. Nu is het de laatste dagen sowieso een beetje moeizaam in de bovenkamer. Wijt het aan het mooie weer, wijt het aan het lekkere eten of de gezellige bezoekjes.

Steevast vragen mensen hoe het is geweest en wat ik nu ga doen.
“Heel goed nadenken,” antwoord ik dan maar.
Maar hoe ik ook nadenk. Hoe goed ik ook nadenk. Er gebeurt gewoon niets. Geen “AHA!” of “Eureka!”. He-le-maal niets.
Ik schrik ervan hoe leeg mijn hoofd is. Er is niet eens meer ruimte voor logideeën. Zo leeg.

En ik besef wat een luxe dat is.
Blijkbaar is er geen reden tot zorgen of nachtelijk piekeren. Geen onoverkomelijke problemen of bergen die verzet moeten worden. Niets te peinzen. Niets te klagen. Het zit allemaal even goed zo.

Kwangie, de columnist

Vandaag ben ik benaderd door de projectmanager en acquisiteur van een mediabedrijf, dat gespecialiseerd is in het werken met freelancers. Mijn logjes zijn ze namelijk opgevallen en meneer de projectmanager vindt mijn stukjes – ik citeer – grappig. Het lezen over mijn mutsenleven is zelfs onderdeel van zijn ochtendritueel geworden! WOW!

“Is een column niets voor jou?” vroeg hij mij.
Nou! En of, natuurlijk! Maar we mogen niet te happig zijn, he? Nee, altijd koel spelen! Bescheidenheid siert de mens. En een profesional like me wordt natuurlijk elke dag wel benaderd! Genoeg aanbiedingen om uit te kiezen. Niets van waar natuurlijk, maar dat hoeft hij niet te weten!  In mijn hoofd stond ik al in een studio foto’s te maken voor mijn column. Wat moet ik aan? Wat moet ik aan?!

“Dank u” diende ik van repliek. Niet te veel zeggen, dan daalt je marktwaarde. Altijd een waas van mysterie om je heen behouden. Hoe graag ik ook wilde schreeuwen omdat überhaupt iemand mijn schrijfsels leest, laat staan ze grappig vindt, we bleven kalm. Helemaal niet hysterisch of door het dolle heen. Gewoon professioneel. Zoals het hoort.

Nu loop ik met mijn hoofd in de wolken.

Kwangie, de columnist, zie je het al voor je? Moi? Muts eerste klas? In stilte wordt er nagedacht over een gouden toekomst in schrijversland. Misschien zelfs ooit een boek. En de salarisonderhandelingen niet te vergeten. Toch goed dat ik het koel heb gespeeld.

 

 HOE HET IN WERKELIJKHEID GING:
Vandaag sprak vriend Niels  mij aan op MSN. Of ik al heimwee had naar China. “Hoe weet jij dat nou?” vroeg ik, gevolgd door het ochtendritueel-verhaal en het gegeven dat hij sommige stukjes grappig vond.

“Is een column niets voor jou?” vroeg hij mij.

Ik helemaal vereerd. Het kan natuurlijk ook een vorm van beleefdheid zijn geweest. Een vriendelijk woord, omdat dat hoort. Laten we hem (en mijzelf) maar even het voordeel van de twijfel geven en er van uitgaan dat hij inderdaad onder de indruk is van mijn schrijfkunsten. Of dat hij gewoon graag op de hoogte blijft van mijn Shanghai-avontuur.

 

Eventjes zag ik mezelf als een betaalde columniste bij één of ander fancy blad. Met deadlines en een laptop, misschien wel een auto van de zaak. En lezers, héél veel lezers, want een muts zijn, das HOT! Naast columnist zijn, een nieuwe trend zetten! Klinkt niet verkeerd. 

Het mocht niet lang duren.

Toen Niels zelfs onder de indruk bleek van mijn voetbalkennis, wisten we genoeg. Hier hebben we te maken met een klassiek geval van een, uhm, beleefde jongen. Toch bedankt.

Stoppen met werken

Ik ben geen altruïst. Nope. Hoewel ethisch onverantwoord – ik kan niet zeggen dat ik dat ben. Ben ook alles behalve zo’n boomlange schone die meedingt naar de Miss Universe titel en graag haar bijdrage wil leveren tegen armoede/honger/oorlog en alles wat ze maar verzinnen om het felbegeerde kroontje te winnen – als je echt wat om die arme kindjes zou geven, zou je dat diamanten kroontje van je eens moeten verkopen. Levert meer melkpoeder op dan die praatjes van je, tssss!!  

 
Begrijp me niet verkeerd, ik zou ook graag willen dat deze wereld oorlogvrij en hongerloos was. En als het kan ook nog diervriendelijk en milieubewust en dat alle middelen over alle mensen werden verdeeld.

Als ik iets mocht wensen dan laat ik toch echt  liever mijn eigen meisjesdroom in vervulling gaan: jong met pensioen. Hoe jong is jong? Nou, dat heb ik allang uitgevogeld: vóór mijn dertigste. Dat lijkt mij een prima leeftijd. Serieus, als je 80 wordt, dan heb je gewoon nog vijftig, vijf-tig jaar om van alles te doen – alles behalve werken dan. Werken is optional, hoe cool is dat? Bijna net zo cool als 22,4 miljoen verdienen met fotogeniek zijn, zoals die ene Gisele Bündchen. Als zij wil, maakt ze van iedere Nederlander een miljonair en van mij een multimiljonair!

Tot die dag zou ik het toch echt zelf moeten doen, he? Dat jong met pensioen gaan. En ookal zit ik nog aan de goede kant van de twintig  het wordt toch eens tijd dat ik  harder ga werken een kapitaal bij elkaar verzamel. Ik breek mijn hersenen over hoe dat te doen zonder met een ijslolly in een rolstoel de bank een bezoekje te brengen. Voorlopig blijft het dus bij gewone noestere arbeid en stug doorgaan. Gelukkig vind ik werken leuk. Heel erg leuk zelfs! Maar hee, je moet blijven dromen, he?  
  

Naar aanleiding van: