Vroeger was alles beter (6)

We hebben tegenwoordig veel minder tijd.
Vierentwintig uur anno 2026 is een stuk minder dan, pak ‘m beet, vierentwintig uur in 2000.
Zolang niemand de inflatie corrigeert, hou je onder aan de streep maar weinig over.
En die schaarste merk je.

De zomervakantie bijvoorbeeld.
Die duurde vroeger een eeuwigheid.
Zes hele weken. Achter. Elkaar.

De eerste week was het probleem niet. Die kwam je wel door met uitslapen en lummelen. Je trok je favoriete tracksuit uit de kast en knaagde op een eierkoek (want Sonja Bakker, weet je nog? Omdat we nog niet van onszelf hadden leren houden). De daaropvolgende vijf weken telde elke dag driedubbel. De zomer ging maar door en door en door en door.

Mocht je eindelijk terug naar school, waren je broeken drie centimeter korter en je vrienden vijf tinten bruiner. Hilariteit alom, omdat iedereen zijn arm tegen de jouwe aanhield en zei dat ie net zo bruin was geworden als jij.

Hahahaha!
Hahaha.
Ha…
oh.

#misschienwasvroegertochnietallesbeter

En nu?
Nu vliegen de zomers voorbij, is vóór de wekker wakker worden het nieuwe uitslapen en is er elk uur wel iemand (ik noem geen namen, maar zijn naam begint met een W en rijmt op katercitroen) die roept:
– Wat gaan we eten?
– Nee, niet alwéér [vul maar in].
– Ik wil iets anders eten. Iets L.E.K.K.E.R.S!
Gevolgd door een pleidooi voor de drie P’s.
#pizzapatatenpannenkoekenhooligan

Waarom wil hij altijd eten? Het lijkt nog maar zo kort geleden dat ie tevreden was met een aai over de bol en een flesje warme melk. Hij wilde niets anders! 350 milliliter hield hem zoet voor de hele nacht.

Waar blijft de tijd?
Wie zit achter deze scam?
Wat is het einddoel hier?

Zoveel vragen, zo weinig tijd.

.

.

.

Nu we het er toch over hebben: ik blijf voorlopig stukjes posten tot de eierkoek op is. Daarna duik ik als vanouds onder en zien we elkaar weer ergens in 2031 of zo.

No worries. Je zult er weinig van merken. Vijf jaar is praktisch een lang weekend tegenwoordig.

Komt goed. Ooit. Doeiiiii

Vroeger was alles beter (5)

Toen deze blog nog springlevend was, was Vroeger was alles beter een terugkerend item, waarin ik mijmerde over de hoogtijdagen van de flippo’s en de heupbroek waardoor menig bilspleet spontaan genas van een chronisch vitamine-D tekort. Heel veel meer memorabels kan ik me niet meer herinneren, want we hadden geen iPhones of social media om alles te documenteren, maar toch.

Niet dat ik geloof dat vroeger altijd alles beter was (opgroeien in de jaren ’90/’00 betekende ook te pas en te onpas een hand op je billen – en nee, dat was echt niet omdat wildvreemde mannen je bilspleet probeerden te beschermen), maar wat ik soms, heel soms mis, is hoe ik zelf vroeger was.

Allereerst: hoezo heb ik een blog?!
Ik bedoel, ik ben geen beroemdheid, heb niets te verkopen en ook geen blijde boodschap te verkondigen. Er is ook geen rode draad in de onderwerpen van mijn stukjes, behalve dat ze allemaal over mijzelf gaan.
En dat vond ik – vreemd genoeg – helemaal niet raar.

Ik mis de Kwan die volkomen schaamteloos en zelf-onbewust door het leven ging en er geen seconde bij stilstond dat niemand stond te wachten op haar onzin. Ik vond het zélf leuk en dus was het ook leuk. Simpel als wat.

En toen Puk en Watermeloen waren geboren, heb ik nog lang een dankbaar onderwerp gehad voor de blog en stukjes.
Ik was een Kris Jenner avant la lettre, mensen!
Behalve dat ik de privacy van de kinderen altijd heb willen beschermen en daarom nooit hun naam of foto’s online deel.
En behalve, misschien, dat Kris Jenner een dubieuze, doch zeer succesvolle zakenvrouw is en ik rondren als de laatste neurochirurg tijdens een zombie-apocalyps.
Maar toch!
Wie weet had ik nu wel een heel imperium en een setje verknipte kinderen rijker kunnen zijn!

Maar alle gekheid op een stokje: ik kan echt niet verklaren waarom ik stukjes over mezelf schrijf – laat staan met het internet deel.

But here we are.

.

.

.

Als je zover bent gekomen: dank voor je tijd.

.

.

.

Als je er nog steeds bent: serieus, dankjewel.

.

.

.

Eh… ik geloof dat dit het wel weer was voor vandaag.

.

.

.

#awkward

Vroeger was alles beter (4)

Je bent zo jong als je je voelt.
In dat geval ben ik twenty-something.
Geboren in de ’80s heb ik pas echte herinneringen aan de ’90s.
Toen, in het laatste decennium voor het nieuwe millennium, gebeurden er wonderen.
En ik heb het allemaal mee mogen maken!

We hadden TMF, de Spice girls en kochten ons arm aan chips, omdat er zo’n plat schijfje, een flippo in zat.
Er was geen Netflix, maar wel de TV gids.
Je keek naar The Fresh Prince of Bel-Air, Beverly Hills 90210 en gewoon Goede Tijden, Slechte Tijden met Arnie en Peter.
En binge watchen deed je met gehuurde video’s.
Je moest niet vergeten de videobanden netjes terug te spoelen, anders moest je daar een fortuin voor neerleggen.
Een gulden of zo.

We kregen Hotmail, MSN en net als nu was er een groep gezondheidsfanaten die je kon uittekenen in een trainingspak, meestal van het merk Australian.
Ja, echt.
Je kon gewoon in trainingspak over straat!
Dat waren nog eens tijden
Op een gegeven moment kwamen er velourse varianten met ‘Juicy’ op je kont.
Daar trok ik de grens.

Uiteraard was ik alles behalve sportief, maar ik fietste wel elke dag naar school.
Daar koos je nog zeven vakken (in mijn geval een onsamenhangend geheel van Nederlands, Engels, Duits, geschiedenis, tekenen, biologie en Latijn. En het is toch goed gekomen soort van)
De meeste werkstukken schreef je met de hand (!) en als je eens een keer iets in WordPerfect uittypte leek het tenminste alsof je écht je best had gedaan.

Jamie Oliver heette nog the naked chef.
En als vegetarier kreeg je een omelet in een restaurant.
Of een tosti kaas.
Met curry.
Als avondeten.

En aan het eind van de jaren ’90 vreesden we dat alle computers zouden uitvallen omdat de teller niet van 99 naar 00 kon.
Vol spanning telden we af.
10
9
8
7
6
5
4
3
2
1
Welkom in een nieuw millenium!
De computers doen het nog!
De wereld is niet vergaan stelletje doemdenkers!
De toekomst is begonnen.

Lees ook: Vroeger was alles beter (1), (2) en (3)

Vroeger was alles beter (3)

Weet je wat ik écht mis?
Een ouderwetse liefdesbrief.
Handgeschreven met een vulpen.
Iemand die zijn gevoelens op papier zet en dit vervolgens aan PostNL durft te geven, verdient de Nobelprijs voor de Liefde!

Het enige nadeel dat ik kan bedenken is dat zo’n liefdesbrief kwijt kan raken.
Een track-and-trace nummer op zo’n brief is wat overdreven.
En dus kan het zo zijn dat je nagelbijtend, halsreikend, smachtend wacht op een antwoord dat niet zal komen.

Dat wachten op antwoord is overigens echt een ding.
Want binnen welke termijn is een antwoord redelijk?
Na hoeveel dagen/weken/maanden mag je er van uit gaan dat je liefde onbeantwoord blijft?

Wat een ouderwetse liefdesbrief ook echt mist, zijn de smileys.
Zo’n knipoog zegt soms meer dan duizend woorden.
Ik bedoel…
‘Ik vind je lief.’ of ‘Ik vind je lief’ gevolgd door zo’n gele smiley die jankt van het lachen is toch best een beetje een andere boodschap.

Bij nader inzien.
Spellingscontrole werkt natuurlijk niet offline.
En een liefdesbrief vol spelfouten is alles behalve aantrekkelijk.
Ik geeft je me hart.
Brrrr!
Engerd.
Nee, laat maar.
Stuur maar een sms.

Vroeger was alles beter (2)

Vroeger, in het tijdperk zonder kinderen, had ik sommige dingen best goed voor elkaar.
Toiletprivacy bijvoorbeeld.
Als de nood aan de man was, hoefde ik nergens over na te denken.
De enige mogelijke obstakels waren 1) het einde van een wc rol 2) obstipatie.

Tegenwoordig is het een hele onderneming voor ik het kleinste kamertje van binnen kan bewonderen.
De Watermeloen is nog redelijk gemakkelijk.
Die leg je op een plek neer waar hij niet van af kan rollen.

De Puk is een ander verhaal.
Die moet formeel geïnformeerd worden.
Anders gaat ze naar mij op zoek en beschuldigt ze me van vals spelen (“Ik had nog niet ‘wie niet weg is, is gezien’ gezegd!”)
Vervolgens moet ik een hele lijst van verwachtingen opsommen.
“Puk, ik ga even naar de wc. Jij mag lekker verder spelen, maar je gaat niet naar de keuken, je gaat geen koekjes pakken en ook van de chocolade paashaas blijf je af, okee?”
En als ze bevestigd heeft dat ze niet naar de keuken gaat, geen koekjes pakt en ook van de chocolade paashaas afblijft, moet ik niet vergeten dat de regels ook voor haar knuffel gelden: “En Broer Konijn blijft ook hier, gaat niet naar de keuken, gaat geen koekjes pakken en blijft van de chocolade paashaas af, okee?”
Het zou namelijk niet de eerste keer zijn dat niet Puk, maar haar konijn moeders regels aan de laars lapt.
Als alle stappen zijn doorlopen, kan ik een sprintje trekken naar het toilet.

Maar heel soms gooit de Watermeloen roet in het eten.
Dan doet hij zijn naam eer aan; rond en gezond, maar vol pit!
Tijdens zo’n uitbarsting van pit, is het enige dat helpt vasthouden en wiegen.
Vasthouden én wiegen.
Want vasthouden zonder te wiegen werkt niet.
Wiegen zonder vast te houden evenmin.
Dus houd ik hem vast en wieg hem heen en weer.

En als zo’n bui samenvalt met een volle blaas hebben we een serieus probleem.
Dan dreigt er dubbel explosiegevaar.
Het neerleggen van de Watermeloen is geen optie.
De andere optie, de vloer dweilen, is ook zeker geen optie (Puk geeft onze houten vloer al genoeg bijvoeding).
Dus blijft over optie C, multitasken.
Dat houdt in: vasthouden, wiegen en met je zoon op de arm plassen, terwijl je je huilende dochter troost omdat ze geen chocola mag om 9 uur ’s ochtends.
Geen aanrader, maar wel efficiënt.
En oh zo gezellig.
Ik zeg het je, tegenwoordig is alles beter!