Over een watermeloen in november

Stel je dit eens voor.
Een grote, ronde watermeloen.
Zwaar en log.
Stel je die watermeloen eens voor.
Ter hoogte van je navel.

Freaking scary, he?
En met dit weer, al helemaal.

De enige troost is dat de meloen met de dag groter en groter wordt.
En als het een kilootje of vijf is, komt het er vanzelf weer uit.
In de vorm van een broertje.
Voor de kleine Puk.
Ergens in november.

29 februari

Ergens tussen vandaag en morgen zijn Lief en ik veertien-en-een-half jaar samen.
“Dat moeten we vieren!”, vind ik, “elk half jaar is er weer één!”
Maar als het aan Lief ligt, is het volgende feest pas als we 25 jaar samen zijn.
Veertien-en-een-half jaar is namelijk “niets”.
En bovendien is er dit jaar geen 29 februari – een veel gebruikt excuus om het halfjaarlijkse jubileum over te slaan.

Nu geef ik mezelf niet zo snel gewonnen ben ik best van het overleggen en compromis sluiten, maar niet stil staan bij de heugelijke momenten in het leven dat kan echt niet. Dat is als het kopje dat achteloos op het aanrecht wordt gelegd, terwijl iemand anders net anderhalf uur de keuken heeft staan boenen en schrobben ik noem geen namen.

Wat mij betreft moeten we echt vaker stilstaan.
Genieten van de mooie momenten in het leven.
En ja, daar hoort veertien-en-een-half jaar vieren óók bij.

Dus bij deze.
Lief, bedankt voor het afgelopen half jaar en op naar het volgende feestje!

Nog 2.209 dagen

Over niet al te lange tijd word ik 34.
Slechts 2.209 dagen die mij scheiden van de Big Four Oh my god.
Dat is even schrikken, he?
Ja, vind ik ook.

Ik heb nog steeds niets van het leven gemaakt.
Maak alleen het huis schoon als er bezoek komt.
En stop de Puk chocolaatjes toe als ze zegt dat ik de liefste mama ben.

Soms lig ik op de bank en denk ik…
Misschien moet ik maar eens volwassen worden.
Serieus worden en kappen met dat aanmodderen.
Want laten we wel wezen, op een dag wordt het triest.

Je kunt wel jong van geest zijn, maar je lijf tikt je uiteindelijk op de vingers.
Pure wilskracht wint niet van zwaartekracht.
Alles gaat hangen en flubberen.
En als je ’s morgensvroeg eerst tien onderkinnen opzij moet schuiven voor je je tanden kunt poetsen dan moet je gewoon je verlies nemen.

Dus daar ging ik.
Klaar om een nieuwe wereld te betreden.
Met een beetje tegenzin hees ik mezelf er toch in.
In die shapewear.
En ik moet zeggen, ik kan er wel in wonen!
Alles wordt heel netjes in het gareel gehouden.
En lijkt het maar zo, of heb ik nu ineens mijn lang verloren taille terug?

“Kijk!” roep ik tegen Lief, “Kijk!”
En Lief doet wat hem opgedragen wordt.
Nog voordat hij het verkeerde antwoord kan geven, ratel ik al verder: “Het is net alsof ik dunne benen heb!”
“Oh ja?” zei de spelbreker.
“Het is toch briljant? Vind je niet?” en ik negeer de neiging om Lief een lijst te overhandigen met ‘de enige juiste antwoorden’.

Het maakt ook allemaal niet uit.
IK ben er blij mee.
Het is goedkoper dan aan je lijf laten sleutelen en gemakkelijker dan sporten.
Een flubberlijf hebben is nog nooit zo leuk geweest!

En weet je…
Na die 2.209 dagen is het nog maar 9.855 dagen tot het pensioen.
Dan kun je lekker in je corrigerend badpak aan het water liggen luieren.
En genieten van alle herinneringen achter die blubberbuik.
Ouder worden, wat een mooi vooruitzicht!

Goudeerlijk

Mijn moeder is niet bepaald diplomatiek.
Met een beetje gevoel voor eufemisme kun je haar zelfs goudeerlijk noemen.
En daar houden we allemaal van, niet waar?
Ik heb het nooit onderzocht of zo.
Maar ik vermoed dat een “onoprechte, jonge vrouw met neigingen tot pathologisch liegen” weinig succes zal boeken op datingsites.
En dat terwijl je alleen maar eerlijk bent.

Enfin.
Eerlijkheid, daar houden we van.
En mijn moeder kan aan ieders behoefte voldoen.

Zo ook vandaag, toen ik met mijn vader (in Hong Kong, red.) in gesprek was via FaceTime.
Mijn moeder kwam er even bij staan.
Ze tuurde op het kleine scherm van de iPad en kneep een beetje met haar ogen.
Opeens barstte ze in lachen uit.
“Kijk die buik!” riep ze, “Dat is een grote hangbuik geworden!”

Onwillekeurig dwaalde mijn blik naar beneden.
En inderdaad.
In plaats van mijn voeten, zag ik mijn buik.
Die onappetijtelijk over de broek hing.
Natuurlijk weten we allemaal dat die stomme Apple dikmakend is.
Daar was Steve Jobs vóór zijn dood toch nog mee bezig?
Niet? Niet!?

Kerstmis, oliebollen en nog ergens een paar verdwaalde kilo’s van de Puk pakten hun 5-minutes-of-fame.
En bijna, bijna, werd de vernedering te veel.
Had ik willen roepen: “Ooooh, maar dat wist je natuurlijk nog niet?” waarna ik liefkozend over mijn buik zou aaien.
“Het is weer zover, mam!”

Maar ho!
Stop.
Voordat Lief, vrienden, familie en iedereen van het werk die hier meeleest overstuur raakt:
Ik ben niet zwanger.
Maar ik had wél zin om het te roepen.
Heel.Veel.Zin.

In de plaats daarvan ging ik stotteren.
“Wat?… Wat?… Ik hoor je niet…? Hallo?? HALLO!?!”
Waarna ik met alle plezier de knop op ‘uit’ zette.
Want ookal duurt eerlijk het langst, zwijgen is nog altijd goud.

 

* Note to myself: kilo’s kwijtraken zwart hemdje verbranden, flatteert niet.

Dromen die uitkomen

Als kind had ik een blauwe pyjamajurk.
De pyjama had lange mouwen.
Hij was zacht, smurfjes-blauw en van heerlijk katoen.

Die jurk, die plantte ik dus op mijn hoofd.
Met de mouwen langs mijn oren, waande ik me een écht meisje met prachtig lang haar.
Ik was namelijk gezegend met een kort kapsel.
Waardoor er hardop werd afgevraagd waarom mijn moeder haar zoon een jurkje aan had getrokken.

En dus nam ik het heft in eigen handen en creëerde mijn eigen haardos.
Nu moet u dit allemaal wel in perspectief zien.
Ik groeide namelijk op in de jaren ’80.
Toen haarspray net zo gewoon was als de mobiele telefoon nu.
En Last Christmas nog een hit was, in plaats van een klassieker.
In die tijd had ie-de-reen lang haar.
Dus hielp ik mezelf een handje en zette een eerste stap in het verwezenlijken van mijn droom.

Mijn droom is inmiddels uitgekomen.
Ik heb lang haar.
Het duurde even, maar het is er echt.
En dus koester ik stilletjes de hoop dat ook mijn andere dromen uit kunnen komen.

Vroeger wilde ik graag zangeres, actrice of musicalster worden.
En toen ik Sisi, die junge Käiserin had gezien, wilde ik graag keizerin worden.
De hele dag in mooie jurken rondlopen, dat leek me fantastisch.
Dat je daarvoor ook een flinke voorgevel nodig had, dat loste ik wel op met drie paar sokken aan elke kant.
Nu ben ik mijn prins tegengekomen, maar was hij helaas niet in het bezit van een paard of stuk land.

Dus blijf ik verder dromen.
Over van alles en nog wat.
Maar vooral over mijn boek.
Hoe die naast J.K. Rowling in de boekhandel zou liggen.
En in twintig talen vertaald zou worden.
Hoe de filmstudio’s zouden vechten om de rechten.
En uiteraard zou Ed Sheeran het titellied schrijven voor de verfilming.
Voor mijn boek, alleen het beste.

Totdat ik onlangs besefte dat ik maar droomde.
Met de dromen in mijn hoofd, komt er natuurlijk geen boek van de grond.
Net als met de blauwe pyjama, moest ik toch echt het heft in eigen handen nemen.
En dus opende ik de laptop.
Haalde diep adem.
En liet mijn vingers langs alle toetsen glijden.

Voorlopig ben ik nog wel even bezig.
Met schrijven, schrappen, herschrijven.
Herlezen, verbeteren en corrigeren.

Maar ik schrijf en ik schrijf en ik schrijf.
Dus ik blijf en ik blijf en ik blijf.
De eerste woorden staan op papier.
Ze staan er echt!

En ooit, hopelijk, mag ik misschien wel in de boekhandel.
Wellicht schrijft Ed Sheeran een liedje voor de film.
Maar Anouk is ook prima.

Dan zal ik Puk vertellen over de blauwe pyjama.
En dat alle dromen.
Uit kunnen komen.
Als je die eerste stap maar zet!

 

*Gelukkig nieuw jaar allemaal en moge al jullie dromen uitkomen!*