Hoe de slak een naaktslak werd

Het was voorbij voor ik er erg in had.
Zomaar.
Midden op de dag.
In een moment van onoplettendheid.
Veranderde mijn leven voorgoed.

Puk en ik waren net buiten.
Ik zette een stap achteruit en voelde iets kraken.

Ik wist meteen dat het niet goed was.
Mijn hart klopte in mijn keel.
Nee, nee, NEE!
Laat het niet waar zijn!

Voorzichtig tilde ik mijn voet op.
Daar lag hij dan.
Een slak.
In duizenden stukjes.

“Wat is er, mama?” vroeg Puk en ze kwam dichterbij.
Zo goed als het ging, legde ik uit dat ik op een slak was gaan staan.
En dat de ravage op de stoep een ogenblik geleden nog een slak in de bloei van zijn leven was. “Is dat allemaal… Jouw schuld?” vroeg Puk verontwaardigd.

Ze kon haar minachting haast niet verbergen.
“Mama keek niet goed uit,” antwoordde ik schuldbewust, “maar nu is de slak… een naaktslak!” En ik keek daarbij alsof dat een hele leuke upgrade in het leven is.

En zo was de crisis bezworen.
Het spijt me, slakje, maar ik ben er nog niet aan toe om van het voetstuk af te donderen.

Vermist!

GRAAG ZOVEEL MOGELIJK DELEN!!!

Vermist: Slaap
Sinds    : Half november 2015
De politie heeft een verdachte opgepakt, W., maar verdachte zwijgt in alle toonaarden.

Heb jij Slaap gezien?
We missen hem zo!
Hij was in het verleden wel vaker een paar dagen afwezig, maar nog nooit is hij zo lang van huis geweest.

Weet jij waar Slaap is?
Neem dan alsjeblieft contact op!
Alle informatie is welkom.
We loven een beloning uit voor de gouden tip!

Lieve Slaap, waar ben je? Je wordt zo gemist… Kom maar heelhuids terug!

Vroeger was alles beter (3)

Weet je wat ik écht mis?
Een ouderwetse liefdesbrief.
Handgeschreven met een vulpen.
Iemand die zijn gevoelens op papier zet en dit vervolgens aan PostNL durft te geven, verdient de Nobelprijs voor de Liefde!

Het enige nadeel dat ik kan bedenken is dat zo’n liefdesbrief kwijt kan raken.
Een track-and-trace nummer op zo’n brief is wat overdreven.
En dus kan het zo zijn dat je nagelbijtend, halsreikend, smachtend wacht op een antwoord dat niet zal komen.

Dat wachten op antwoord is overigens echt een ding.
Want binnen welke termijn is een antwoord redelijk?
Na hoeveel dagen/weken/maanden mag je er van uit gaan dat je liefde onbeantwoord blijft?

Wat een ouderwetse liefdesbrief ook echt mist, zijn de smileys.
Zo’n knipoog zegt soms meer dan duizend woorden.
Ik bedoel…
‘Ik vind je lief.’ of ‘Ik vind je lief’ gevolgd door zo’n gele smiley die jankt van het lachen is toch best een beetje een andere boodschap.

Bij nader inzien.
Spellingscontrole werkt natuurlijk niet offline.
En een liefdesbrief vol spelfouten is alles behalve aantrekkelijk.
Ik geeft je me hart.
Brrrr!
Engerd.
Nee, laat maar.
Stuur maar een sms.

Wat losse kreten

Vanmorgen aan de ontbijttafel.
Ik :  Woon je nu bijna twintig jaar in Nijmegen?
Hij:  Iets korter.
Ik :  Sinds 1998 of zo?
Hij:  Ja, zoiets. Achttien jaar. Hoezo?
Ik :  Oh, gewoon.
Hij:  Je gaat me toch niet voor de gek houden op je blog, he?

Toen we langs een stoplicht reden.
Ik  :  Puk, kijk! Welke kleur is dat?
Puk:  GROEN!
Ik  :  En in het Chinees zeggen we…?
Puk:  ROOD!

Toen ik achter de laptop een stukje typte.
Puk:  Lieve mama, mag ik ook eventjes typen, alsjeblieft?
Ik  :  Nu nog niet, straksjes.
Puk:  (verontwaardigd) Maar ik heb het lief gevraagd!

Toen Lief zei dat Puk niet alle kaas had mogen pakken.
Hij :  Maar waarom huil je?
Puk:  Ik huil niet.
Hij :  Niet?
Puk:  Er zit gewoon iets in mijn oog.

Toen het tijd werd voor chocola. Volgens Puk dan.
Puk:  Mama?
Ik  :  Ja?
Puk: Sssst! Niet zo hard!
Ik  : (op fluistertoon) Sorry.
Puk: Zullen we stiekem paashaas eten?

Naar het Wilde Westen!

Laatst moest ik voor een feestje in Amsterdam zijn.
Dit was overigens hetzelfde feestje als waar ik de lezer ontmoette, voordat mijn imago als huismus aan gruzelementen wordt geslagen.
Van te voren had ik uitgezocht hoe ik er kwam.
Het is immers Amsterdam, hè.
Voor stadsmeisjes uit Nijmegen is dat best een grote stad.

Dus maakte ik verschillende aantekeningen.
Eerst met de trein.
Dan tram 14 zoeken.
Uitstappen bij de Bos en Lommerweg.
En dan nog 3 minuten lopen.
Moet goed komen!

Nu ben ik nogal beperkt wat kaartlezen betreft.
Als Google Maps zegt dat ik rechtdoor moet, eindig ik na 10 minuten lopen steevast aan de verkeerde kant van de kaart.
Dus draai ik bij voorbaat de telefoon 180 graden om en loop tegen mijn gevoel in.
Meestal met als gevolg dat ik na een kwartier op dezelfde plek uitkom als waar ik startte.

Gelukkig was de diagnose route-dyslexie jaren geleden al gesteld.
Ik neem de moeite dan ook niet meer en vraag gewoon willekeurige mensen op straat.
Zo ook die avond.

De treinreis was goed gegaan en de tram had ik ook gevonden.
Of ja, die had iemand anders voor me gevonden, maar ik zat in tram 14.
En toen we bij de halte aankwamen (Vergeet niet in- of uit te checken!), stapte ik netjes uit.

Ik klampte me vast aan de eerste de beste die ik tegenkwam.
“Hallo!” riep ik, “Hallo! Weet jij waar Het Wilde Westen is?”
De jongen rolde met zijn ogen en verstevigde zijn pas.

Dus rende ik de straat over naar het enige meisje dat nog op straat liep.
“Hallo!” riep ik, “Hallo!”
Het meisje verstevigde de grip op haar tas en rende gauw weg.

Ik kan het hen niet echt kwalijk nemen.
Het is immers Amsterdam, hè.
En ik zie er nogal louche uit.
Sorry!

Na een kwartier zoeken, liep ik maar ergens naar binnen.
Daar konden de mensen tenminste niet weglopen.
En hoewel iedereen oogcontact meed, deed ik toch een poging.
“Hallo!” zei ik en ik tikte een meisje aan, “Hallo!”
Het meisje bekeek me van top tot teen en schatte de situatie in.
Ik toverde een glimlach op mijn gezicht.
Eentje dat zei dat ik echt niet koekkoek was.
“Pardon, maar hoe kom ik in het Wilde Westen?”
Het meisje kon er gelukkig om lachen.
“Het Wilde Westen?” zei ze vriendelijk, “Dat is gewoon rechtdoor!”
De.Andere.Kant.Op.