Hij en ik: verschillen wel eens van mening

En toen had ik ineens 19 weken vakantie verlof.
De eerste week zit er al weer op en ik moet zeggen… Tot nu toe bevalt – ha ha – het me erg goed!
Naast dat ik nu ineens zeeën van tijd heb om te eten, slapen en te Genieten, heb ik ook alle tijd van de wereld om Lief lastig te vallen.

Ik : “Weet je wat kraamtranen zijn?”
Hij : “Nee?”
Ik : “Dat is een soort van toestand, waarin je geestelijk labiel bent omdat je last hebt van hormonale schommelingen na de bevalling.”
Hij : “Oh…”
Ik : “Ja, het treedt gemiddeld op zo’n vier dagen na de bevalling.”
Hij : “Okee…?”
Ik : “Ja, ik dacht, ik laat het je vast weten. Ik zal mijn best doen om normaal te doen, maar als ik lelijk tegen je doe, dan alvast sorry!”
Hij : “Vier dagen na de bevalling zeg je? Dan duik ik toch gewoon onder! Hoef jij niet je best te doen om normaal te doen.”

Of.

Ik : “Jij praat nooit tegen mijn buik, he?”
Hij : “Nee.”
Ik : “Waarom eigenlijk niet?”
Hij : “Dat vind ik raar.”
Ik : “Raar?”
Hij : “Ik praat toch ook niet tegen je been?”

Of.

Ik : “Je moet echt liever tegen mij zijn!”
Hij : “?”
Ik : “Anders geven we straks een verkeerd beeld aan de kleine Puk!”
Hij : “??”
Ik : “Dan denkt ze dat het heel normaal is dat ze tegen een jongen praat en dat hij dan niets terug zegt en zo.”
Hij : “…”
Ik : “En dadelijk gaat ze ook zo lopen smeken om een héél klein beetje aandacht!”
Hij : “…”
Ik : “Is dát wat je wilt? Nou!?”
Hij : “Weet je zeker dat je pas vier dagen ná de bevalling last krijgt van hormonale schommelingen?”

Knip, knip, knip!

“Dat is toch het werk van de verloskundige!”
“Dat is net als in een taxi zitten en dat je dan zelf het laatste stukje moeten rijden.”
“Dat ga ik écht niet doen!”

Lief vindt het he-le-maal niets.
Daar is hij vrij duidelijk over.
Hij wil best koffie zetten, maar je kunt ook te ver gaan.

Lief is verder best stoer, hoor.
En helemaal niet angstig uitgevallen.
Of kleinzerig.

Maar het doorknippen van de navelstreng laat hij toch echt liever aan een ander over.

Hij en ik: koffie zetten of bevallen. Lief heeft het er maar druk mee!

“Ik voel me zo elléndig,” jammerde ik, “mijn buik zit in de weg, mijn lies doet zeer, ik kan niet normaal meedoen met de samenleving…”

Het was midden in de nacht.
Tranen stroomden over mijn wangen.
En Lief snakte naar een beetje nachtrust.

Hij : *zucht* “Wil je een ijsje?”
Ik : “Huh?”
Hij : “Wil je een ijsje?”
Ik : “Hebben we dat dan?”
Hij : “Ik dacht, je zoekt troost…”
Ik : “Uhm, klopt, maar ik hoef nu geen ijs.”
Hij : “Oh, gelukkig. Want we hebben geen ijs in huis.”

En laatst. Maakte Lief me ook zo gelukkig.

Ik : “Hier staat dat veel mannen hun vrouwen extra sexy vinden tijdens de zwangerschap.”
Hij : “…”
Ik : “Maar dat geldt niet voor jou, he?”
Hij : “Nou, het is niet bepaald ‘Oeh, wat sexy, die dikke buik en striemen’.”

Of vanmorgen.

Hij : “Wie moet ik eigenlijk bellen tijdens de bevalling?”
Ik : “Mijn zus.”
Hij : “Nee, de kraamzorg of verloskundige of huisarts…”
Ik : “Die hoef je helemaal niet te bellen.”
Hij : “Niet?”
Ik : “Het kan wel 24 uur duren en de verloskundige komt echt niet langs als ik één wee heb.”
Hij : “24 uur!?!”
Ik : “Ja, erg he?”
Hij : “Dan moet ik zorgen dat er genoeg koffie in huis is!”

En later op de dag.

Ik : “Wist je dat er zoiets bestaat als een totaal ruptuur?”
Hij : “Wat is dat?”
Ik : “Nou, dan gebeurt er iets tijdens de bevalling en scheur je helemaal van voor naar achteren uit.”
Hij : “He, bah!”
Ik : “Ja, heel vervelend, want dan moet je ook nog aan die pilletjes zodat je ontlasting gedurende langere tijd dun blijft en zo.”
Hij : “Hou op! Ik hoef het allemaal niet te weten!”
Ik : “Nou, ik ook niet!”
Hij : “Kan je niet gewoon… Gewóón bevallen?”
Ik : “Kan JIJ het niet gewoon doen?”
Hij : “Ik zorg al voor de koffie!”

Prioriteiten stellen is zeg maar echt mijn ding

Ik ben een ster in prioriteiten stellen.
Ook knopen doorhakken.
Áb-so-luut mijn ding.
En deze talenten zijn door de zwangerschap alleen maar versterkt.
Hoe cliché dit ook mag klinken, je gaat de dingen gewoon in een ander perspectief zien.
Ik kan me nu ook echt niet meer druk maken over onbelangrijke dingen.

Dus ging ik gisteren in de namiddag nog even de laatste kerstinkopen doen.
Juist.
Op 24 december.
De dag dat iedereen nog even de laatste dingen moet halen.
Omdat Kerstmis anders in duigen valt.
Ging ik op oorlogspad.

Ik zou niet meer dan een uurtje kwijt zijn.
Voor het vinden van iets kleins voor de gastheren- en vrouwen waar ik de komende twee dagen bij aansluit.
En nee, ik had het niet eerder kunnen bedenken.
Maar het maakte niet uit.
Ik zou alle chagrijnige mensen *hop* *hop* trotseren.
De lange rijen zou ik voor lief nemen.
En ik zou tegen alle mensen netjes “FIJNE FEESTDAGEN!” zeggen, ookal wenste ik ze hele andere dingen toe.

Toen ik eenmaal in de veel te volle Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam was, werd ik ineens getroffen door een benauwend gevoel. We hebben nog helemaal geen luieremmer!! O.M.G.! Hoe stóm kon ik zijn. Zo’n ding is hartstikke handig.
Tegen nare luchtjes en zo… Echt onmisbaar in een huishouden met poep luierproducerend kind.
Voordat het te laat was, snelde ik naar de babyafdeling, waar de aller-aller-allerlaatste luieremmer op me wachtte.
Alsof het zo had moeten zijn, gooide ik de luieremmer onder de arm en ging ik verder door de winkel.

Ik weet niet wat het was, maar opeens zag ik álles in een ander perspectief.
Het was al december nota bene! En we hadden nog níets voor de baby. Hoe slecht! Dit kon zo niet meer langer.
Je moet vooruit denken. Lange termijn. Niet brandjes blussen!
En dus stond ik uiteindelijk met een luieremmer, drie pakken billendoekjes, een slaapzakje en twee van die handige bewaardozen in de rij bij de kassa. Verder had ik nog een taartvorm meegenomen. Voor als de Kleine 1 jaar wordt. Kan Lief ik een taart voor haar bakken.

Ondertussen tikte de tijd door en raakte ik bijna overspannen van de snelheid van het kassameisje.
Het zou maar een uurtje duren, weet je nog? Maar hoe het er nu voor stond, leek het wel alsof we met zijn allen in de rij stonden voor een Efteling attractie. En ik had echt grote haast.

Ik moest namelijk nog spenen halen.
Daar kun je nooit genoeg van in huis hebben.
Die werden hier weliswaar ook verkocht, maar deze waren afgekeurd.
Ik wilde namelijk léuke spenen hebben.
Oh en ik moest ook nog zo’n billendoekjesbewaardoos hebben.
En als het lukt ook nog een knuffel.
Dus als dat $%^&%$ kassameisje eens opschoot!!!

Ondertussen belde ik Lief.
“Moet ik nog een iPad mini kopen?”
“Huh?”
“Ja, ik ben nu toch in de stad dus dat leek me wel efficiënt.”
“Waarom ben je in de stad?”
“Ik moest nog wat halen voor kerst.”
“Een iPad mini?”
“Nou, eigenlijk … weet ik niet meer waarom ik hier ben.”
“Ga naar huis, gek!”
“Maar die iPad mini dan?”
“Die mocht ik van jou toch ook niet kopen? Anders had ik dat allang gedaan.”
“Maar…”
“We hebben helemaal niets nodig, Kwangie. Echt niet.”

Dus legde ik alles netjes terug in de schappen.
En waggelde ik Kerstmis met lege handen tegemoet.
Het Kindje Jezus had ook geen luieremmer.
Dus.

HELE FIJNE FEESTDAGEN ALLEMAAL!
Laten we vooral alles in perspectief blijven zien 😉

Over horrormonen en zo…

Er is iets geks met me aan de hand.
Iedere nacht word ik klokslag 4:07 wakker.
Ik staar dan niet naar het plafond.
Ook val ik Lief niet meer echt lastig.
Toch kan ik niet slapen.

Ergens diep van binnen is er een allesoverheersende drang om op te staan.
Omdat er íets moet gebeuren.
En dat iets, dat kan niet wachten.
Dat moet echt NU!

Zo kroop ik midden in de nacht uit bed om alle zorgverzekeringen met elkaar te vergelijken.
Toen ik eindelijk de aller- aller- allervoordeligste had gevonden, stuurde ik Lief een mailtje.
Terwijl ie naast me lag.
Of ie even wilde bevestigen dat de OHRA zijn huidige zorgverzekering mag opzeggen per 1 januari 2013.
En ik was erg moe in mijn nopjes over mijn eigen speurwerk.

Op een andere avond werd ik wakker en ging mijn hart als een bezetene tekeer.
Ik wist meteen wat me te doen stond.
In no time was ik in de babykamer en heb ik alle rompertjes op maat opgevouwen.
Ook sorteerde ik de sokjes op klein, kleiner, kleinst en maakte ik ienieministapeltjes van ienieminikleding.
Vraag me niet waarom, maar het móest gewoon gebeuren.
En het geeft toch een gerust gevoel dat alles nu op maat klaar ligt, niet waar?

Ik weet niet of dit dan nesteldrang is of dat ik gewoon doordraai.
Maar het feit dat ik bereid was om op de zaterdag voor Kerst naar de IKEA te gaan, zegt al genoeg.
Lief hield voet bij stuk en weigerde aan zo’n gevaarlijke onderneming te beginnen.
“Ja, maar… Ik moet echt naar de IKEA!”
“Waarom dan? Kan dat niet na Kerst?”
“Ik moet echt zaterdag naar de IKEA.”
“Maar waarom dan deze zaterdag?”
“Je hoeft niet mee als je niet wilt. Ik kan wel zelf naar de IKEA rijden.”
“Ga je dan ook zelf alles sjouwen en zo? Dat lijkt me dus echt geen goed plan.”
“Ik moet wel… Ik ga zaterdag naar de IKEA.”
“Ja, maar wáárom dan deze zaterdag? Het zal hartstikke druk zijn!”
“En toch ga ik!”

Waarschijnlijk zag hij de waanzin in mijn ogen.
Ik zou het niet weten.
Maar Lief koos eieren voor zijn geld.
Hij wilde niet naar de IKEA op de zaterdag voor Kerst.
Maar hij wilde ook niet dat ik in mijn eentje op Expeditie Eigenwijs ging.
Dus vertrok Lief op een woensdag, toen ik veilig op het werk was, naar de IKEA.
Hij kocht alles, sjouwde het mee naar huis en zette de boel in elkaar.

En ik?
Ik kan sindsdien weer lekker slapen!