2013: de beste wensen, bevallen en nog meer bijna-maar-net-niet-verhalen

Het schijnt dat je elkaar na Driekoningen niet meer “de beste wensen” mag wensen.
Dat vind ik wel een beetje vreemd.
Want eigenlijk wens ik jullie allemaal nog steeds het beste.
Ookal is het 13 januari.
En zijn de oliebollen op.

Hoe dan ook.
Ineens waren de eerste twee weken van 2013 alweer voorbij.
Ben ik 30 weken zwanger.
En begon ik schoppen onder de kont te krijgen waarom het hier zo stil was.

Het is eigenlijk allemaal heel simpel, die radiostilte.
Dit waren namelijk mijn hoogtepunten van 2013, tot nu toe:

De iPad Mini.
Ladies and Gentlemen, we’ve got him!
Almost.
Het duurt alleen nog zo’n onbekend aantal weken voordat we hem echt hebben.
Want niemand gunt een wanhopige zwangere voorrang.
Dat valt me toch wel een beetje tegen!

De babykamer.
De babykamer is klaar!
Alhoewel…
Het schijnt dat baby’s nogal hygienisch zijn ingesteld.
Best gek, aangezien zij degenen zijn die nooit hun handen wassen na het poepen.
Maar goed.
Alles moet dus nog gesteriliseerd worden voordat de kleine komt.
Nog vrijwilligers? Iemand?!

De bevalling volgens Beatrijs.
Ik ben er bíjna klaar voor, mensen!
Want ik heb het Veilig Bevallen-boek van Beatrijs Smulders gelezen.
Nou ja, ik zit op de helft, maar – correct me if I’m wrong – het komt eigenlijk op het volgende neer:
•Je kunt je niet voorbereiden;
•Je kunt zittend, hurkend, liggend, knielend, lopend, hangend en in bad bevallen, maar mijn favoriet – slapend bevallen – moet nog uitgevonden worden;
•Stress werkt remmend.
Dus ondanks dat er down under een gat van tenminste tien centimer ontstaat, moet je vooral NIET stressen. En niet nadenken. Ook niet over het feit dat je al het zware werk mag verrichten, terwijl Lief naar alle waarschijnlijkheid stiekem Eredivisie Live zit te kijken.

2013.
Ik heb er nu al zin in!
Het allerbeste voor iedereen, maar ook een beetje voor mezelf.
Ik zal het nodig hebben…

Modus Overmoed

Vandaag is het derde trimester begonnen.
Met het aanbreken van de laatste fase, kwam Overmoed om de hoek kijken.
En hoe!
Nergens zijn er beren op de weg.
En als ze er zijn, eet ik ze gewoon op.
Groot voordeel van zwanger zijn: niemand zegt “Zou je dat nou wel doen?” als je weer iets in je mond propt.

Op een dag werd ik wakker en wist ik het zeker: ik moet een naaimachine kopen.
Hoe moeilijk kan het zijn?
Zo’n jurkje of kussenhoes.
Is dat niet gewoon een kwestie van Immer Gerade Aus?
Dat ik nog nooit in mijn leven met naald en draad heb gewerkt, is maar een klein detail.
In gedachte telde ik de keiharde euro’s uit die ik allemaal ging besparen.

De vraag is alleen wanneer ik dit ga doen.
Want in 2013 ga ik ook nog een trilogie schrijven.
Een commercieel succes dat uiteraard verfilmd gaat worden.
En om fatsoenlijk op de rode loper van de premiere te kunnen verschijnen, zal ik in no time fotomodellenslank worden.
Ik ben immers E.L. James niet.
Geef toe: toen je haar voor het eerst zag, kreeg ‘Vijftig Tinten’ een vreemd tintje, niet waar?

Hoe dan ook, slank word je niet vanzelf. Daarvoor ga ik hardlopen. Lekker buiten.
Dat ik niet kan rennen, is maar een klein probleem.
Als ik begin met een uurtje per dag, kan ik me wel inschrijven voor de marathon in New York.
Dus struin ik internet af voor trainingsschema’s, leuke outfits en vliegtickets.
Het is een kwestie van dóen.
Ergens in 2013.

Wat nog meer op de agenda staat?
De Kleine uitpoepen welkom heten!
En het begint een beetje te dagen waarom de natuur Modus Overmoed heeft bedacht.
Het schijnt namelijk dat de Kleine nog aan een groeispurt gaat beginnen.
Terwijl mijn buik al een omtrek heeft van een meter!
Hoe gróót maken ze die baby’s tegenwoordig?
En waarom is de opening dan zo klein?
Daar had beter over nagedacht kunnen worden.

Maar ik maak me niet echt druk over de bevalling.
Hoe moeilijk kan het zijn?
Gewoon een beetje jammeren, tot in den treure puffen en heel hard krijsen, toch?
En op het moment suprême roep je met een boze blik “JIJ RAAKT MIJ NOOIT MEER AAN!”.
Tegen Lief uiteraard.
Niet tegen de verloskundige.
Maar als het van toepassing is, roep je het alsnog naar allebei.
Als je het zo bekijkt, is het écht een eitje!

Prioriteiten stellen is zeg maar echt mijn ding

Ik ben een ster in prioriteiten stellen.
Ook knopen doorhakken.
Áb-so-luut mijn ding.
En deze talenten zijn door de zwangerschap alleen maar versterkt.
Hoe cliché dit ook mag klinken, je gaat de dingen gewoon in een ander perspectief zien.
Ik kan me nu ook echt niet meer druk maken over onbelangrijke dingen.

Dus ging ik gisteren in de namiddag nog even de laatste kerstinkopen doen.
Juist.
Op 24 december.
De dag dat iedereen nog even de laatste dingen moet halen.
Omdat Kerstmis anders in duigen valt.
Ging ik op oorlogspad.

Ik zou niet meer dan een uurtje kwijt zijn.
Voor het vinden van iets kleins voor de gastheren- en vrouwen waar ik de komende twee dagen bij aansluit.
En nee, ik had het niet eerder kunnen bedenken.
Maar het maakte niet uit.
Ik zou alle chagrijnige mensen *hop* *hop* trotseren.
De lange rijen zou ik voor lief nemen.
En ik zou tegen alle mensen netjes “FIJNE FEESTDAGEN!” zeggen, ookal wenste ik ze hele andere dingen toe.

Toen ik eenmaal in de veel te volle Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam was, werd ik ineens getroffen door een benauwend gevoel. We hebben nog helemaal geen luieremmer!! O.M.G.! Hoe stóm kon ik zijn. Zo’n ding is hartstikke handig.
Tegen nare luchtjes en zo… Echt onmisbaar in een huishouden met poep luierproducerend kind.
Voordat het te laat was, snelde ik naar de babyafdeling, waar de aller-aller-allerlaatste luieremmer op me wachtte.
Alsof het zo had moeten zijn, gooide ik de luieremmer onder de arm en ging ik verder door de winkel.

Ik weet niet wat het was, maar opeens zag ik álles in een ander perspectief.
Het was al december nota bene! En we hadden nog níets voor de baby. Hoe slecht! Dit kon zo niet meer langer.
Je moet vooruit denken. Lange termijn. Niet brandjes blussen!
En dus stond ik uiteindelijk met een luieremmer, drie pakken billendoekjes, een slaapzakje en twee van die handige bewaardozen in de rij bij de kassa. Verder had ik nog een taartvorm meegenomen. Voor als de Kleine 1 jaar wordt. Kan Lief ik een taart voor haar bakken.

Ondertussen tikte de tijd door en raakte ik bijna overspannen van de snelheid van het kassameisje.
Het zou maar een uurtje duren, weet je nog? Maar hoe het er nu voor stond, leek het wel alsof we met zijn allen in de rij stonden voor een Efteling attractie. En ik had echt grote haast.

Ik moest namelijk nog spenen halen.
Daar kun je nooit genoeg van in huis hebben.
Die werden hier weliswaar ook verkocht, maar deze waren afgekeurd.
Ik wilde namelijk léuke spenen hebben.
Oh en ik moest ook nog zo’n billendoekjesbewaardoos hebben.
En als het lukt ook nog een knuffel.
Dus als dat $%^&%$ kassameisje eens opschoot!!!

Ondertussen belde ik Lief.
“Moet ik nog een iPad mini kopen?”
“Huh?”
“Ja, ik ben nu toch in de stad dus dat leek me wel efficiënt.”
“Waarom ben je in de stad?”
“Ik moest nog wat halen voor kerst.”
“Een iPad mini?”
“Nou, eigenlijk … weet ik niet meer waarom ik hier ben.”
“Ga naar huis, gek!”
“Maar die iPad mini dan?”
“Die mocht ik van jou toch ook niet kopen? Anders had ik dat allang gedaan.”
“Maar…”
“We hebben helemaal niets nodig, Kwangie. Echt niet.”

Dus legde ik alles netjes terug in de schappen.
En waggelde ik Kerstmis met lege handen tegemoet.
Het Kindje Jezus had ook geen luieremmer.
Dus.

HELE FIJNE FEESTDAGEN ALLEMAAL!
Laten we vooral alles in perspectief blijven zien 😉

Over de eerste oliebol van het jaar en muffe ouders

Gisteren at ik mijn eerste en tweede, derde en vierde oliebol van het jaar.
En lékker dat ie was!
Ik werd er haast emotioneel van.
Het was immers de eerste oliebol van het jaar.
Maar ook de eerste oliebol die ik met de bolle buik at.

En toen kwam ineens het besef dat dit tevens een laatste Kerstmis wordt.
De laatste Kerstmis als nog-geen-moeder.
De Kleine is er uiteraard al een beetje bij, maar als alles goed gaat, is ze volgend jaar rond deze tijd alweer negen maanden.
Négen máánden!

Voor je het weet pakt ze zelf haar kerstkadootjes uit.
Krijgt ze een eigen willetje.
Gaat ze zich voor ons schamen.
En mag Lief haar vriendjes gaan intimideren.

Ik zag het al helemaal voor me.
Een meisje dat stampvoetend staat te schreeuwen: “IK MAG OOK NOOIT IETS VAN JULLIE! JULLIE ZIJN ZO HOPELOOS OUDERWÉTS!!”
Gelukkig vind ik ‘ouderwets’ helemaal niet zo’n slechte eigenschap.
Bovendien heb ik het vermoeden dat je als ouder nooit alles goed kan doen.
Maar ik vind het toch wel een beetje sneu voor de Kleine.
Dat ze ons er gratis en voor niets bij krijgt.

Dus kocht ik vandaag wederom een zak oliebollen.
Om nog even te genieten van het idee dat we ooit ‘muffe’ ouders zullen worden.
En hopelijk kan de Kleine er over twintig jaar ook een beetje om lachen.

Over horrormonen en zo…

Er is iets geks met me aan de hand.
Iedere nacht word ik klokslag 4:07 wakker.
Ik staar dan niet naar het plafond.
Ook val ik Lief niet meer echt lastig.
Toch kan ik niet slapen.

Ergens diep van binnen is er een allesoverheersende drang om op te staan.
Omdat er íets moet gebeuren.
En dat iets, dat kan niet wachten.
Dat moet echt NU!

Zo kroop ik midden in de nacht uit bed om alle zorgverzekeringen met elkaar te vergelijken.
Toen ik eindelijk de aller- aller- allervoordeligste had gevonden, stuurde ik Lief een mailtje.
Terwijl ie naast me lag.
Of ie even wilde bevestigen dat de OHRA zijn huidige zorgverzekering mag opzeggen per 1 januari 2013.
En ik was erg moe in mijn nopjes over mijn eigen speurwerk.

Op een andere avond werd ik wakker en ging mijn hart als een bezetene tekeer.
Ik wist meteen wat me te doen stond.
In no time was ik in de babykamer en heb ik alle rompertjes op maat opgevouwen.
Ook sorteerde ik de sokjes op klein, kleiner, kleinst en maakte ik ienieministapeltjes van ienieminikleding.
Vraag me niet waarom, maar het móest gewoon gebeuren.
En het geeft toch een gerust gevoel dat alles nu op maat klaar ligt, niet waar?

Ik weet niet of dit dan nesteldrang is of dat ik gewoon doordraai.
Maar het feit dat ik bereid was om op de zaterdag voor Kerst naar de IKEA te gaan, zegt al genoeg.
Lief hield voet bij stuk en weigerde aan zo’n gevaarlijke onderneming te beginnen.
“Ja, maar… Ik moet echt naar de IKEA!”
“Waarom dan? Kan dat niet na Kerst?”
“Ik moet echt zaterdag naar de IKEA.”
“Maar waarom dan deze zaterdag?”
“Je hoeft niet mee als je niet wilt. Ik kan wel zelf naar de IKEA rijden.”
“Ga je dan ook zelf alles sjouwen en zo? Dat lijkt me dus echt geen goed plan.”
“Ik moet wel… Ik ga zaterdag naar de IKEA.”
“Ja, maar wáárom dan deze zaterdag? Het zal hartstikke druk zijn!”
“En toch ga ik!”

Waarschijnlijk zag hij de waanzin in mijn ogen.
Ik zou het niet weten.
Maar Lief koos eieren voor zijn geld.
Hij wilde niet naar de IKEA op de zaterdag voor Kerst.
Maar hij wilde ook niet dat ik in mijn eentje op Expeditie Eigenwijs ging.
Dus vertrok Lief op een woensdag, toen ik veilig op het werk was, naar de IKEA.
Hij kocht alles, sjouwde het mee naar huis en zette de boel in elkaar.

En ik?
Ik kan sindsdien weer lekker slapen!