Over de eerste oliebol van het jaar en muffe ouders

Gisteren at ik mijn eerste en tweede, derde en vierde oliebol van het jaar.
En lékker dat ie was!
Ik werd er haast emotioneel van.
Het was immers de eerste oliebol van het jaar.
Maar ook de eerste oliebol die ik met de bolle buik at.

En toen kwam ineens het besef dat dit tevens een laatste Kerstmis wordt.
De laatste Kerstmis als nog-geen-moeder.
De Kleine is er uiteraard al een beetje bij, maar als alles goed gaat, is ze volgend jaar rond deze tijd alweer negen maanden.
Négen máánden!

Voor je het weet pakt ze zelf haar kerstkadootjes uit.
Krijgt ze een eigen willetje.
Gaat ze zich voor ons schamen.
En mag Lief haar vriendjes gaan intimideren.

Ik zag het al helemaal voor me.
Een meisje dat stampvoetend staat te schreeuwen: “IK MAG OOK NOOIT IETS VAN JULLIE! JULLIE ZIJN ZO HOPELOOS OUDERWÉTS!!”
Gelukkig vind ik ‘ouderwets’ helemaal niet zo’n slechte eigenschap.
Bovendien heb ik het vermoeden dat je als ouder nooit alles goed kan doen.
Maar ik vind het toch wel een beetje sneu voor de Kleine.
Dat ze ons er gratis en voor niets bij krijgt.

Dus kocht ik vandaag wederom een zak oliebollen.
Om nog even te genieten van het idee dat we ooit ‘muffe’ ouders zullen worden.
En hopelijk kan de Kleine er over twintig jaar ook een beetje om lachen.

Over horrormonen en zo…

Er is iets geks met me aan de hand.
Iedere nacht word ik klokslag 4:07 wakker.
Ik staar dan niet naar het plafond.
Ook val ik Lief niet meer echt lastig.
Toch kan ik niet slapen.

Ergens diep van binnen is er een allesoverheersende drang om op te staan.
Omdat er íets moet gebeuren.
En dat iets, dat kan niet wachten.
Dat moet echt NU!

Zo kroop ik midden in de nacht uit bed om alle zorgverzekeringen met elkaar te vergelijken.
Toen ik eindelijk de aller- aller- allervoordeligste had gevonden, stuurde ik Lief een mailtje.
Terwijl ie naast me lag.
Of ie even wilde bevestigen dat de OHRA zijn huidige zorgverzekering mag opzeggen per 1 januari 2013.
En ik was erg moe in mijn nopjes over mijn eigen speurwerk.

Op een andere avond werd ik wakker en ging mijn hart als een bezetene tekeer.
Ik wist meteen wat me te doen stond.
In no time was ik in de babykamer en heb ik alle rompertjes op maat opgevouwen.
Ook sorteerde ik de sokjes op klein, kleiner, kleinst en maakte ik ienieministapeltjes van ienieminikleding.
Vraag me niet waarom, maar het móest gewoon gebeuren.
En het geeft toch een gerust gevoel dat alles nu op maat klaar ligt, niet waar?

Ik weet niet of dit dan nesteldrang is of dat ik gewoon doordraai.
Maar het feit dat ik bereid was om op de zaterdag voor Kerst naar de IKEA te gaan, zegt al genoeg.
Lief hield voet bij stuk en weigerde aan zo’n gevaarlijke onderneming te beginnen.
“Ja, maar… Ik moet echt naar de IKEA!”
“Waarom dan? Kan dat niet na Kerst?”
“Ik moet echt zaterdag naar de IKEA.”
“Maar waarom dan deze zaterdag?”
“Je hoeft niet mee als je niet wilt. Ik kan wel zelf naar de IKEA rijden.”
“Ga je dan ook zelf alles sjouwen en zo? Dat lijkt me dus echt geen goed plan.”
“Ik moet wel… Ik ga zaterdag naar de IKEA.”
“Ja, maar wáárom dan deze zaterdag? Het zal hartstikke druk zijn!”
“En toch ga ik!”

Waarschijnlijk zag hij de waanzin in mijn ogen.
Ik zou het niet weten.
Maar Lief koos eieren voor zijn geld.
Hij wilde niet naar de IKEA op de zaterdag voor Kerst.
Maar hij wilde ook niet dat ik in mijn eentje op Expeditie Eigenwijs ging.
Dus vertrok Lief op een woensdag, toen ik veilig op het werk was, naar de IKEA.
Hij kocht alles, sjouwde het mee naar huis en zette de boel in elkaar.

En ik?
Ik kan sindsdien weer lekker slapen!

De koekjesbakker

M., de collega van Lief had De kraamzorg op visite gelezen.

M.   : Zo! Dus als je dadelijk thuis komt, ruikt het lekker naar koekjes bij jullie?
Hij  : Koekjes?
M.  : Ja, Kwan zou toch koekjes bakken voor de Kraamzorg?
Hij  : *proest* de koffie spetterde tegen de muur.
M.  : Dat schreef ze toch?
Hij  : Als ik één ding zeker weet, is dat ze écht geen koekjes heeft gebakken.
M.  : Oh?
Hij  : En áls ze dat al heeft gedaan, dan zijn ze aangebrand!

Ja ja.
Lief kent me langer dan vandaag.
En zoals alleen hij het kan verwoorden: Je moet niet alles geloven wat Kwangie schrijft op internet staat!

Verstoppertje

“Lief! Lief! Voel eens! Ze schopt! HIER!”
Met een zucht en een kreun, gaat Lief zo liggen dat hij zijn handen op mijn buik kan leggen.
Ondertussen houdt hij de televisie in de gaten.
Die elf zwetende mannen kunnen namelijk niet zonder Liefs toezicht.

“Ik voel niets…”, zegt Lief droog, lichtelijk geirriteerd dat hij voor de gek gehouden wordt.
“Ja, maar… Net was ze nog heel druk bezig…”
“Ik krijg kramp in mijn pols,” bromt Lief, en hij schudt theatraal met zijn slapende pols.

Het moment dat Lief weer een beetje ge-re-installeerd is (lees: languit op de bank met de volle aandacht weer gericht op het elftal uit Eindhoven) begint de Kleine weer te dansen.
*Plop* *Plop*
“Lief! Ze schopt NU!”

Als je ogen uit de kas konden rollen, dan waren die van Lief al onder de bank beland.
Dus ik grijp zijn hand en plant hem op mijn zij.
Lief zucht.
Samen kijken we gespannen naar de buik.
En ik hoop, bid, smeek de Kleine om een beetje actie.

“Ik voel niets…”
“Wacht nou.”
“…”
“Net was ze nog heel druk bezig!”
“Ik voel écht niets.”
“Oh, daar!”, roep ik triomfantelijk, “voelde je dat?”

Lief kijkt me onderzoekend aan.
“Echt niet? Oh, wacht. Daar! Dat was ze weer! Dat voelde je toch wel?”
“… Nee. Niets!” en Lief maakt aanstalten om zijn hand te bevrijden.
“Daar! Dat was ze weer! Voelde je dat? Het was bij je hand!”
“Nee, ECHT niet!”
“Helemaal niets?”
“Helemaal niets.”

En zo speelde de Kleine al een paar keer verstoppertje met haar vader deze week.

De kraamzorg op visite

Morgen komt de Kraamzorg op audiëntie bezoek.
Geen flauw idee wat ze komen doen, maar we hebben voor de zekerheid toch even gestofzuigd.
Mijn schoonmoeder heeft namelijk ooit gezegd dat de babykamer met 7 maanden klaar moet zijn.
“En als dat niet zo is?”, vroeg ik toen.
Daar kon ze geen antwoord op geven.

Ik ging er vanuit dat het met de Kinderkamerpolitie zo’n vaart niet zou lopen.
“Krijg je dan een boete?”, grapte ik nog.
“Of moet je gelijk naar de gevangenis?”, voegde Lief er aan toe.
Mijn schoonmoeder haalde haar schouders op.
Die is al die gekkigheid van ons wel gewend.

Maar nu knijp ik hem toch wel een beetje.
Want wij zijn vreemd genoeg nog helemaal niet klaar!
En om nu al onder toezicht van de Kinderbescherming te vallen, vind ik wel erg ambitieus.

Dus heb ik het plan bedacht om koekjes te gaan bakken.
Wie wordt daar nu niet blij van?
Daar zijn de mensen van de Kraamzorg vast ook gevoelig voor.
En anders kan ik de zandkoekjes nog altijd in de ogen strooien.

“Dit is de kinderkamer. Vindt u het niet práchtig? Lekker minimalistisch, ja.
Wij geloven niet in een materialistische opvoeding.
We willen ons kind verwennen met líefde, niet met opzichtige meubels.
Oh en die spinnenwebben daar? Dat is een stukje natuuronderwijs.
Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen, nee.
– Lust u nog een koekje?”