Nog 2.209 dagen

Over niet al te lange tijd word ik 34.
Slechts 2.209 dagen die mij scheiden van de Big Four Oh my god.
Dat is even schrikken, he?
Ja, vind ik ook.

Ik heb nog steeds niets van het leven gemaakt.
Maak alleen het huis schoon als er bezoek komt.
En stop de Puk chocolaatjes toe als ze zegt dat ik de liefste mama ben.

Soms lig ik op de bank en denk ik…
Misschien moet ik maar eens volwassen worden.
Serieus worden en kappen met dat aanmodderen.
Want laten we wel wezen, op een dag wordt het triest.

Je kunt wel jong van geest zijn, maar je lijf tikt je uiteindelijk op de vingers.
Pure wilskracht wint niet van zwaartekracht.
Alles gaat hangen en flubberen.
En als je ’s morgensvroeg eerst tien onderkinnen opzij moet schuiven voor je je tanden kunt poetsen dan moet je gewoon je verlies nemen.

Dus daar ging ik.
Klaar om een nieuwe wereld te betreden.
Met een beetje tegenzin hees ik mezelf er toch in.
In die shapewear.
En ik moet zeggen, ik kan er wel in wonen!
Alles wordt heel netjes in het gareel gehouden.
En lijkt het maar zo, of heb ik nu ineens mijn lang verloren taille terug?

“Kijk!” roep ik tegen Lief, “Kijk!”
En Lief doet wat hem opgedragen wordt.
Nog voordat hij het verkeerde antwoord kan geven, ratel ik al verder: “Het is net alsof ik dunne benen heb!”
“Oh ja?” zei de spelbreker.
“Het is toch briljant? Vind je niet?” en ik negeer de neiging om Lief een lijst te overhandigen met ‘de enige juiste antwoorden’.

Het maakt ook allemaal niet uit.
IK ben er blij mee.
Het is goedkoper dan aan je lijf laten sleutelen en gemakkelijker dan sporten.
Een flubberlijf hebben is nog nooit zo leuk geweest!

En weet je…
Na die 2.209 dagen is het nog maar 9.855 dagen tot het pensioen.
Dan kun je lekker in je corrigerend badpak aan het water liggen luieren.
En genieten van alle herinneringen achter die blubberbuik.
Ouder worden, wat een mooi vooruitzicht!

Goudeerlijk

Mijn moeder is niet bepaald diplomatiek.
Met een beetje gevoel voor eufemisme kun je haar zelfs goudeerlijk noemen.
En daar houden we allemaal van, niet waar?
Ik heb het nooit onderzocht of zo.
Maar ik vermoed dat een “onoprechte, jonge vrouw met neigingen tot pathologisch liegen” weinig succes zal boeken op datingsites.
En dat terwijl je alleen maar eerlijk bent.

Enfin.
Eerlijkheid, daar houden we van.
En mijn moeder kan aan ieders behoefte voldoen.

Zo ook vandaag, toen ik met mijn vader (in Hong Kong, red.) in gesprek was via FaceTime.
Mijn moeder kwam er even bij staan.
Ze tuurde op het kleine scherm van de iPad en kneep een beetje met haar ogen.
Opeens barstte ze in lachen uit.
“Kijk die buik!” riep ze, “Dat is een grote hangbuik geworden!”

Onwillekeurig dwaalde mijn blik naar beneden.
En inderdaad.
In plaats van mijn voeten, zag ik mijn buik.
Die onappetijtelijk over de broek hing.
Natuurlijk weten we allemaal dat die stomme Apple dikmakend is.
Daar was Steve Jobs vóór zijn dood toch nog mee bezig?
Niet? Niet!?

Kerstmis, oliebollen en nog ergens een paar verdwaalde kilo’s van de Puk pakten hun 5-minutes-of-fame.
En bijna, bijna, werd de vernedering te veel.
Had ik willen roepen: “Ooooh, maar dat wist je natuurlijk nog niet?” waarna ik liefkozend over mijn buik zou aaien.
“Het is weer zover, mam!”

Maar ho!
Stop.
Voordat Lief, vrienden, familie en iedereen van het werk die hier meeleest overstuur raakt:
Ik ben niet zwanger.
Maar ik had wél zin om het te roepen.
Heel.Veel.Zin.

In de plaats daarvan ging ik stotteren.
“Wat?… Wat?… Ik hoor je niet…? Hallo?? HALLO!?!”
Waarna ik met alle plezier de knop op ‘uit’ zette.
Want ookal duurt eerlijk het langst, zwijgen is nog altijd goud.

 

* Note to myself: kilo’s kwijtraken zwart hemdje verbranden, flatteert niet.

Dromen die uitkomen

Als kind had ik een blauwe pyjamajurk.
De pyjama had lange mouwen.
Hij was zacht, smurfjes-blauw en van heerlijk katoen.

Die jurk, die plantte ik dus op mijn hoofd.
Met de mouwen langs mijn oren, waande ik me een écht meisje met prachtig lang haar.
Ik was namelijk gezegend met een kort kapsel.
Waardoor er hardop werd afgevraagd waarom mijn moeder haar zoon een jurkje aan had getrokken.

En dus nam ik het heft in eigen handen en creëerde mijn eigen haardos.
Nu moet u dit allemaal wel in perspectief zien.
Ik groeide namelijk op in de jaren ’80.
Toen haarspray net zo gewoon was als de mobiele telefoon nu.
En Last Christmas nog een hit was, in plaats van een klassieker.
In die tijd had ie-de-reen lang haar.
Dus hielp ik mezelf een handje en zette een eerste stap in het verwezenlijken van mijn droom.

Mijn droom is inmiddels uitgekomen.
Ik heb lang haar.
Het duurde even, maar het is er echt.
En dus koester ik stilletjes de hoop dat ook mijn andere dromen uit kunnen komen.

Vroeger wilde ik graag zangeres, actrice of musicalster worden.
En toen ik Sisi, die junge Käiserin had gezien, wilde ik graag keizerin worden.
De hele dag in mooie jurken rondlopen, dat leek me fantastisch.
Dat je daarvoor ook een flinke voorgevel nodig had, dat loste ik wel op met drie paar sokken aan elke kant.
Nu ben ik mijn prins tegengekomen, maar was hij helaas niet in het bezit van een paard of stuk land.

Dus blijf ik verder dromen.
Over van alles en nog wat.
Maar vooral over mijn boek.
Hoe die naast J.K. Rowling in de boekhandel zou liggen.
En in twintig talen vertaald zou worden.
Hoe de filmstudio’s zouden vechten om de rechten.
En uiteraard zou Ed Sheeran het titellied schrijven voor de verfilming.
Voor mijn boek, alleen het beste.

Totdat ik onlangs besefte dat ik maar droomde.
Met de dromen in mijn hoofd, komt er natuurlijk geen boek van de grond.
Net als met de blauwe pyjama, moest ik toch echt het heft in eigen handen nemen.
En dus opende ik de laptop.
Haalde diep adem.
En liet mijn vingers langs alle toetsen glijden.

Voorlopig ben ik nog wel even bezig.
Met schrijven, schrappen, herschrijven.
Herlezen, verbeteren en corrigeren.

Maar ik schrijf en ik schrijf en ik schrijf.
Dus ik blijf en ik blijf en ik blijf.
De eerste woorden staan op papier.
Ze staan er echt!

En ooit, hopelijk, mag ik misschien wel in de boekhandel.
Wellicht schrijft Ed Sheeran een liedje voor de film.
Maar Anouk is ook prima.

Dan zal ik Puk vertellen over de blauwe pyjama.
En dat alle dromen.
Uit kunnen komen.
Als je die eerste stap maar zet!

 

*Gelukkig nieuw jaar allemaal en moge al jullie dromen uitkomen!* 

Over het dorakoekje en de vogel met zes vleugels

Laten we vooropstellen dat Puk een kind van haar moeder is.
De hele dag door kakelt ze vrolijk de oren van je kop (dat heeft ze van haar vader), maar zodra ze aan tafel zit, met haar bestek in de aanslag en het bord onder de neus is ze muisstil.

Puk buigt zich over haar bord en het komende kwartiertje zie je alleen nog de kruin op haar kop.
Eten is een serieuze aangelegenheid, daarom moet dat in opperste concentratie gebeuren.
Vol focus eet ze haar eten in een mum van tijd op.
Als je niet beter zou weten, zou je haast denken dat ze uitgehongerd wordt hier!

Zodra het bordje leeg is, zal Puk weer van zich laten horen.
“Toetje!” roept Puk dan, terwijl ze demonstratief haar bord van zich afschuift.
En zodra ze klaar is met haar toetje roept ze: “Meer!”
U begrijpt, eten is voor Puk net zo’n serious business als voor haar mama  olie voor de Verenigde Staten.

Ik was vanmiddag dan ook hoogst verbaasd toen Puk haar Dorakoekje opzij legde. Ze had er een beetje aan geknabbeld, misschien een hapje of twee eraf gekauwd, maar ze legde hem echt weg.
Nu was de Puk al een paar daagjes niet zo lekker, met koorts, drama en veel ellende.
Dus misschien had ze niet zoveel trek?
Ik dacht er niet al te veel over na en volgde mijn instinct: het koekje ging *hop* in mijn mond.

Best lekker, die Dora-koekjes.
Zouden ze ook voor volwassenen moeten maken #Verkade.
Ik zou zó een rol achterover kunnen schuiven!
Maar om nou op het werk te verschijnen met een Dora-snack.
Dat gaat zelfs mij te ver.

Het koekje was nog niet achter de kiezen, of ik hoorde Puk roepen.
Haar stem klonk hoog en ze ademde snel.
“Koekje?”
“Koekje! Waar ben je nou?”
En met die laatste zin, steeg de hitte naar mijn wangen.
“Koekjeeeee?!” En Puk begon aan een heuse zoektocht.

Puk keek onder de tafel, achter de bank, overal ging ze langs.
Geen hoekje sloeg ze over en ik zag haar ogen wild om zich heen schieten.
Binnen de kortste keren, begon Puk lades en kasten open te trekken.
Haar haar verwilderd om haar koppie. “Koekje, waar ben je nou???”

Uiteraard was dat koekje juist het allerlaatste koekje hier in huis.
Dus wierp ik me gauw op de grond en keek onder de bank.
“Koekje! Waar ben je? Puk zoekt jou!”

In Puks oogjes welden tranen op.
Zachtjes snikte ze “koekje…”
Alsof ze langzaam maar zeker besefte dat ze haar koekje nooit meer terug zal zien.

Dus ik deed wat elke ouder zou doen.
In het kader van eerlijk duurt het langst, stak ik mijn vinger uit en riep:”Kijk!” – ik wees uit het raam.
“Kijk, daar! Een vogel met zes vleugels!”

Puk rende naar het raam en miste op een haar na het gedrocht uit haar moeders grote fantasie.
“Vogel! Waar ben je nou?” vroeg Puk beteuterd, waarop ik besloot het enige juiste te doen.

Ik sloot mijn ogen, haalde diep adem en vroeg aan de Puk:
“Wil je een stukje chocola?”