De gelukkige huisvrouw

Soms heb je als vrouw gewoon even bevestiging nodig…

 

Ik        :    Lief?
Hij      :    Ja?
Ik        :    Als je één ding mag noemen wat je bijzonder aan mij vindt, wat zou je dan zeggen?
Hij      :    Alles!
Ik        :    Zo gemakkelijk maak je je er niet van af!! Zeg nou eens even!
Hij      :    Gewoon. Ik weet niet. Waarom mag het niet alles zijn?
Ik        :    Omdat je maar één ding mag noemen!
Hij      :    Pfff… Ik kan daar zo geen antwoord op geven, hoor!
Ik        :    NIET?!?! Dramaqueen Kwangie verschijnt ten tonele.
                Weet je he-le-maal NIETS te noemen? Vind je dan NIETS leuk aan mij? Wil je dan nog wel met mij trouwen als je mij eigenlijk niet zo leuk vindt??
Hij      :    *De eerste zweetdruppeltjes staan al op het voorhoofd* Nee, dat zeg ik toch helemaal niet?
Ik        :    Nou, als iemand mij vraagt wat ik zo bijzonder aan jou vind, dan heb ik altijd een hele lange lijst die ik op kan sommen.
Hij      :    *Komt er niet tussen*
Ik        :    Dat ik je intelligentie bewonder bijvoorbeeld en dat je zo grappig bent. Dat je zoveel koffie drinkt en nog steeds geen maagzweer krijgt… Ik weet wèl wat ik bijzonder aan jou vind! Ik snap echt niet waarom je helemaal niet weet waarom je mij leuk vindt!
Hij      :    Okee. Eén ding. Wat ik bewonder. Aan jou… Is…
Ik        :    …

Hij      :    Jij kan zo fanatiek stofzuigen!

En dat lijkt mij een prima basis voor een geweldig huwelijk!

Over aardbeien en zo

Listen, Kwan”, zei vriendinnetje R., “wat er ook gebeurt, als een jongen je vraagt naar je favoriete fruit, dan moet je altijd – ik herhaal áltijd – zeggen dat dat aardbeien zijn.”

Aardbeien – of strawberries zoals zij ze noemde – zijn nu eenmaal schattige vruchtjes.
Zoet, mooi en vriendelijk fruit. Precies zoals jij wilt dat de jongen in kwestie jou ziet.
Je bent immers wat je eet. En dat betekent dat ik een aardappel ben.

Strawberries dus.

Toen ze merkte dat ik de ernst van deze gouden tip niet inzag, kwam er een heel betoog.
“Maar, denk je eens in hoe hij je ziet als je zegt dat je graag watermeloenen eet?” en ze hapte smakelijk in een denkbeeldige meloen.
*Hap!*
*Slurp!*
*Afvegen met de mouwen*
Nou?

“Hoe graag ik ook watermeloenen eet, ik zal altijd gaan voor de strawberry. Want die zijn tenminste leuk! Sinaasappels zijn ook uit den boze en bananen haal je maar helemaal niet in je hoofd!”, waarschuwde R. me. “Passievruchten werken ook niet, want eigenlijk weet niemand hoe je die dingen moet eten, dus hou het maar gewoon op strawberries, ok?”

Deze levenswijsheid is met stip de allerbeste tip die R. mij ooit heeft gegeven.
En daarom deel ik hem vandaag met u.

Strawberries, dus!

Al moet ik toegeven, dat tot op de dag van vandaag nog nooit een jongen interesse heeft getoond in mijn favoriete fruit.

Komt een vrouw bij de orthodontist…

… zegt de orthodontist tegen de vrouw:

“Ik wil u niet ontmoedigen, maar u moet écht gemotiveerd zijn, anders heeft het geen zin! Het duurt gemiddeld zo’n twee tot drie jaar, u moet iedere maand op controle komen, u kunt geen lange reizen naar het buitenland maken en dan heb ik het nog niet eens over de kosten gehad. Bovendien zult u het niet altijd even prettig vinden om op uw leeftijd met een beugel onder de mensen te moeten komen. Het zal ook niet altijd pijnloos zijn en naar alle waarschijnlijkheid moeten ook tanden en kiezen getrokken worden. Het heeft dus géén zin als u niet gemotiveerd bent.”

En réken maar dat Kwangie gemotiveerd is! Wie wil er nu niet kapitalen neerleggen voor het trekken van tanden en kiezen? Laat staan op je dertigste rondlopen met vrolijk gekleurde blokjes op de tanden? Ik heb dan ook meteen een vervolgafspraak gemaakt. Ergens eind oktober.

Ten confessions of a Muts

Van Maartje kreeg ik de opdracht met de billen bloot te gaan.
En ach, waarom ook niet?
Ik weet zeker dat mijn bekentenissen bij zullen dragen aan een betere wereld.
Dus.
Bij deze.
Tien dingen die u altijd al hebt willen weten, maar nooit hebt durven vragen:

TEN CONFESSIONS OF A MUTS

 
1.
Ik ben dol op internet shoppen.
Met mijn koopwoede aankopen steun ik al die prachtige winkelketens in deze barre economische tijden. Meer kun je niet betekenen voor de medemens, vind je niet?
En stiekem vind ik het gewoon hartstikke leuk om elke keer vol verwachting naar de brievenbus te lopen!!

2.
Ik kan niet poepen bij mensen thuis die van dat grijze, recycle schuurpapier aan de muur hebben hangen. Geloof me nou maar, nooit besparen op zoiets basaals als toiletpapier.

3.
Ik heb een lichte tic wat haren wassen betreft.
Als ik niet twee keer shampoo en één keer conditioner gebruik, dan vallen alle haren van mijn kop.
Althans. Dat denk ik. Al jaren.

4.
Mijn neefje is de mooiste baby van de hele wereld.
En ik snap dat iedereen een wit voetje bij de ouders wil halen, maar kom op. Iedere blinde kan het zien: hij lijkt het meest op zijn tante.

5.
Ik denk de hele tijd dat ik zwanger ben.
Niet omdat we er mee bezig zijn.
Of omdat ik een notoire pil-vergeetster ben.
Maar omdat ik al héél  lang let op wat ik eet (sinds maandag al!) en ik nog steeds geen grammetje ben afgevallen. Bovendien begin ik hier en daar een buikje te ontwikkelen. En ik ben toch echt liever zwanger dan dat ik toe moet geven dat ik de afgelopen weken nogal buitensporig heb geleefd.

6.
Ik kan niet bellen.
Ik kan wel face to face kwebbelen en gezellig doen, maar over de telefoon voel ik me altijd een beetje verloren. Je moet altijd door zo’n sociale procedure voordat je to the point mag. Zo van:
“Hee hallo!!”
“Stoor ik?”
“Waar ben je nu?”
“Alles goed?”
“O ja hee?”
“Dat méén je niet!”
“Echt waar??”
“Nou!”
“Maar hee, waar ik eigenlijk voor bel…”

Kijk! Daar hou ik dus niet zo van. Je mag nooit rechtuit zijn over de telefoon en dat is jammer. Wat is er toch mis met een simpele:
“Hee hallo! Luister, wil je eventjes hierheen komen, want ik heb geen zin om die hele weg af te fietsen naar jou toe.”

7.
Ik geloof dat Michael Jackson nog leeft.

8.
Ik vind Lief zo leuk omdat hij stiekem slimmer is dan ik.
Maar dat hoeft hij niet te weten natuurlijk.

9.
Ik ben al jaren vegetariër, maar heb ooit in een dwarse bui een hap frikandel gegeten. Stiekem. En lékker dat ie was! Ik voel me er nog schuldig over.
En nee, ik ben nooit meer in de verleiding geweest.
Ik vind het gewoon te erg om lijken dieren te eten.

10.
Ik ben nog altijd chipsverslaafd.

Correctiestickers en kromme logica

Wie weleens met de bus reist kent ze wel.
De correctiestickers.
Plakkertjes voor op je strippenkaart in het geval de buschauffeur teveel heeft afgestempeld.

En verkeerd stempelen, dat doen die chauffeurs regelmatig.

Nu begrijp ik best dat fouten maken menselijk is.
Mij zul je dan ook nooit horen mopperen als er te weinig afgestempeld wordt.
Doe ik niet moeilijk over.

Flexibel als ik ben.

Het is een ander verhaal als ze te veel stempelen.
Zoals vandaag.

Toen de chauffeur drie vakjes aftelde in plaats van twee.

“Meneer, het moeten twee strippen zijn.” assertief, he?
“O echt waar? Want de vorige keer zijn er drie afgestempeld.”
“Dat klopt, maar dat was een andere rit. In Utrecht.”
“Dan moet je de volgende keer maar even tegen de chauffeur zeggen dat ik teveel gestempeld heb.”
“Maar meneer, dat kan toch niet, dat snapt u zelf toch ook wel.” Toch?!?
“Ik heb geen correctiestickers meer.”
“En nu?”
“Weet je wat? Ik schrijf het wel even op.” pakt een pen en tekent een pijltje naar boven.
“Sorry meneer, maar dat kan toch iedereen erbij gezet hebben?”
“Dan zeg jij dat ze mij maar moeten zoeken. Komt goed, meisje”
“…”     ik had geen woorden meer