Nachtmuziek

Toen Puk zes weekjes oud was, sliep ze al door.
Van acht tot acht wel te verstaan.
Heerlijk vonden we dat!
Met een plat hoofdje als bewijs dat ze een geboren slaaptalent was.

Iedereen waarschuwde ons.
Resultaten behaald in het verleden, bieden geen garanties voor de toekomst.
Dat Puk de nachten tevreden doorbracht, zou niets zeggen over haar broertjes slaapgedrag.

Onzin! dacht ik altijd.
Gewoon een kwestie van strakke regelmaat.
Goed plannen.
Consequent zijn.
Dat Puk zo goed sliep was stiekem onze eigen verdienste.

Boy, was I wrong!
Uh-uh.
We plannen nog steeds goed.
Zijn consequent.
Maar als doorslapen en weinig huilen een graadmeter is voor goed ouderschap, dan falen we bij deze jammerlijk.
Lief en ik blijken gewoon one-hit-wonders te zijn en Watermeloen is alles behalve een geboren slaper.

Watermeloen houdt namelijk niet van slapen.
Of ja.
Hij houdt wel van slapen.
Maar hij kan het niet zo goed.

In slaap vallen is moeilijk.
Maar in slaap blijven is óók moeilijk.
En als je maar lang genoeg wakker bent, word je vanzelf chagerijnig.
Dan ga je uit frustratie maaien met je armen, maar dat houdt je weer uit de slaap.
En op zo’n speentje sabbelen?
Prima!
Maar dan moet ie #%^*[}# wel blijven zitten.

En zo staan we elke nacht om 2, 4 en 6 uur op.
Meestal om de volgende stappen te doorlopen.
1) Watermeloen wordt wakker.
2) In het donker zoek je zijn speentje (gek genoeg liggen die altijd aan de andere kant van de kamer)
3) Even een aai over de bol
4) Zo zachtjes mogelijk achteruit de kamer uitlopen.

Dit rijtje breidt zich steeds verder uit.
5) Watermeloen blijft wakker
6) Toch maar even optillen
7) Als de rust is wedergekeerd, zo voorzichtig mogelijk terug in bed leggen.
Zo. Voorzichtig. Mogelijk. ik herhaal: Zo. Voorzichtig. Mogelijk.

Op het moment dat Watermeloen het matras aanraakt en het daar niet mee eens is, volgen ook deze stappen.
8) Watermeloen begint hard te huilen
9) Zo snel mogelijk optillen
10) Sorry, sorry, sorry zeggen. “Het was maar een grapje!”
11) Heen en weer lopen
12) Voorzichtig zitten
13) Watermeloen haalt nog één keer uit
14) Watermeloen valt in slaap op de arm
15) Je kunt weer rustig ademhalen

Het is wel een beetje vermoeiend.
Elke nacht om 2, 4 en 6 uur opstaan.
Soms werkt een speentje, soms een knuffel en soms slaapt Watermeloen alleen verder op je arm.
Het is niet ideaal, maar ik heb wél extra quality time met de Watermeloen.
En wie kan nou zeggen dat ‘ie elke avond een gratis nachtconcert krijgt?

Het is een kwestie van goed plannen.
Consequent zijn.
En volhouden.
Want eerlijk, 2, 4 en 6 is ook een soort van regelmaat!

Tegen een deur aanlopen. Letterlijk.

Men neme een deur.
Voegt daaraan toe een Watermeloen die in het holst van de nacht afgaat als een luchtalarm.
En een verleidelijk warm bed.

Als je deze drie ingrediënten in huis haalt, is succes verzekerd.
Dat beloof ik!

Zo kun je eindeloos variëren.
De simpelste versie is in bed liggen, wakker schrikken van het luchtalarm en in allerijl tegen een deur aanlopen.
Deze klassieker is niet voor niets wereldberoemd.
Dat zullen veel nachtouders beamen.

Behalve bed-alarm-deur, kun je ook experimenteren met alarm-deur-bed.
Zie je dat voor je?
Watermeloen die een kreet slaakt, erheen rennend tegen een deur aanlopen en vervolgens vloekend terug in bed stappen, omdat het maar vals alarm was?
Dat kan natuurlijk ook.

Of bed-deur-alarm.
Voordat je naar je bed gaat, nog even bij de Watermeloen kijken, tegen een deur aanlopen want geen licht aan waardoor Watermeloen het op een huilen zet omdat ie wakker wordt van jouw gebonk tegen de deur.
Ook echt heel leuk, al zeg ik het zelf.

Maar vannacht probeerde ik iets nieuws.
Ik ging voor het alarm-bed-deur-scenario.
Watermeloen, die het geduld van zijn vader heeft, werd wakker en zette meteen alle kanalen open.
Wèèèh wèèèh WÈÈÈÈÈÈÈÈÈH!
* denk aan elke eerste maandag van de maand 12:00 uur *

Ik ging er even heen.
Aaide over zijn bolle hoofd, tilde hem toch maar uit bed en wiegde hem terug in slaap.
Toen het gevaar geweken was, sloop ik zachtjes naar mijn verleidelijk warm bed.
Even.
Heerlijk.
Slapen.

En dan toch weer uit om bij Puk te gaan kijken.
Want zo dwangmatig ben ik.
Ik wil later niet herinnerd worden als de moeder die alleen maar bij de Watermeloen keek.
En aangezien slapende peuters strontchagerijnig doen als je zomaar ineens het licht aandoet, knalde liep ik dus tegen de deur aan.

Weer een les geleerd.
Weer een beetje wijzer.
En dat mag ook als je een jaartje ouder wordt.
Dus bij deze.

Happy birthday to me!
… en de bult op mijn kop.

Back in business

De kop is eraf!
De eerste week zit er weer op.
En geen van mijn doemscenario’s is uitgekomen.

Zo herkende ik Watermeloen nog na een dag werken.
Want zeg nou zelf, alle babies lijken op elkaar.
Gelukkig waren er maar vijf babies op de opvang toen ik Watermeloen ging halen.
Vier daarvan waren meisjes.
En zo wist ik: dat is de Mol Watermeloen!

Wat gebeurde nog meer niet?
Ik ben niet één dag op de bank in slaap gevallen.
In mijn hoofd zag ik het voor me.
Uitgeput thuiskomen, tas in de hoek, schoentjes uit en dan *plof* op de bank.
Heerlijk!
Even… ogen… dicht.
Tot de telefoon gaat.
Laat maar gaan, denk ik dan.
Arme Puk.
Arme Watermeloen.
Wachtend op hun moeder.
Die hen is vergeten op te halen.

Wat werk-rampscenario’s betreft kwam ook weinig uit.
Zo raakte ik niet verdwaald.
Ik hoefde dus niet te zwerven door de gevaarlijke straten van Nijmegen.
Uitgehongerd en verwilderd.
Sterker nog, ik kon het kantoor in één keer vinden.
En als klap op de vuurpijl hoefde ik niemand te vragen waar de ‘aan’-knop van de computer was gebleven.

Ik hoefde trouwens ook niet te huilen.
Kurkdroog hield ik het.
De doos met tissues die ik van een collega heb gekregen als welkomstkadootje stopte ik opportunistisch in de la.
Weliswaar binnen handbereik (je moet het lot niet tarten), maar niet meer op schoot. Zoals het eerste half jaar bij Puk.

Okee, vooruit.
Eén moment had ik misschien wel een ienimini kleine inzinking toen ik zestienmiljoen keer dezelfde mail had gelezen en nóg geen flauw idee had wat er nou stond.
Toen ging de la wel even open om wat zout water weg te deppen.
Maar dat moet je maar even door de vingers zien.

Wat mij betreft ben ik back in business.
Helemaal on the roll.
En nog meer one-liners die in het Engels beter klinken dan in het Nederlands.

Maar nu eerst: Weekend!

Het kappersincident

Afgelopen dinsdag was het zover.
Watermeloen ging een ochtendje wennen bij de kinderopvang.
En dat was nogal wennen.

Bij Puk huilde ik de tranen uit mijn kop.
Mijn kind achterlaten?
Onmenselijk!

Volgens Lief valt het allemaal reuze mee.
Puk gaat direct spelen (‘Doei papa!’) en het is helemaal niet emotioneel of dramatisch.

Toch was ik er niet gerust op toen ik die ochtend Watermeloen naar de opvang bracht.
Met lood in de schoenen liep ik naar de plek des onheils.
Op de deur hing een briefje waarop stond dat er een griepgolf én een waterpokkenuitbraak was.
Dat moest toch een teken zijn van hogerhand?
Watermeloen was het beste af als ik hem de rest van zijn leven thuis houd.

Maar de leidsters hadden me al gesignaleerd en de kleine Watermeloen schonk ze meteen een grote lach.
Heel geraffineerd plukten ze hem uit mijn handen.
Hij vond het allemaal prima.

Toen ik wegging, lachte Watermeloen.
En ik?
Ik hield het aardig droog.
En dat, beste mensen, is een hele grote stap voor de mensheid!

Want wat was ik verdrietig.
Voor drie uur lang was ik moederziel alleen en liep ik met mijn ziel onder de arm. (Hoe meer zielen, hoe meer vreugd ging voor mij niet op).
Wat moest ik in hemelsnaam met al die tijd doen? Wat?!
Misschien maar even langs de kapper.
Je dacht toch niet dat dit stukje een verkeerde titel had, hè?

Gelukkig kon ik er zonder afspraak terecht.
Ik mocht meteen met mijn hoofd in de wasbak en terwijl ik daar lag, zag ik Sofie van den Enk op tv.
Ze zag er stralend uit.
Dus zei ik tegen de kapper: “Doe mij maar haar haar!”
Ja, heel creepy, ik weet het.
Maar ze heeft echt heel mooi haar en dat wilde ik dus ook.

De kapper was wat stilletjes.
En stiltes zijn awkward.
Maar niet zo awkward als ik die de stilte probeer te doorbreken:
“Ik heb mezelf een beetje verwaarloosd, erg hè? Ik zei altijd niet jezelf verwaarlozen als je moeder wordt! Maar ik heb mezelf toch laten verslonzen.”

Vreemd genoeg zei de kapper niet “Jij?! Verwaarloosd? Ga toch weg! Als elke moeder zo’n hot mama was als jij, zou de wereld zoveel mooier zijn!” of iets in die trant.
Op mijn monoloog, zei de kapper letterlijk: “Och, je bent echt niet de enigste.”

Je begrijpt dat ik hem in gedachten over de wasbak sleurde en met een priemende vinger “FOUT!” heb geroepen?
Fout, omdat 1) het ‘enige’ is en 2) omdat ik daar moederziel alleen zat met mijn ziel onder de arm en ik dus een beter antwoord nodig heb dan ‘je bent echt niet de enigste.’ Tsss…

Maar goed.
Zo stoer als ik ben, hield ik uiteraard mijn mond.
Het zij hem allemaal vergeven, want hij heeft me Sofie van den Enk-haar geschonken.
En daardoor voelde ik me eventjes beter.
Al bleef de knoop in mijn maag.

Er was pas sprake van een incident diezelfde avond.
Lief kwam thuis en er gebeurde niets.
Helemaal niets.
Toen Lief na meer dan een uur nog steeds niet had gezien dat ik briljant nieuw haar had was het tijd voor actie.
Op aanraden van Door, die me op Twitterafstand ondersteunde, heb ik met mijn haren gewapperd.
Dan zou hij het vast zien!

Ik gooide met mijn haar.
Schudde erop los.
Ik wapperde en wapperde.
Met de windenergie die daarbij vrijkwam, had ik heel Nijmegen van stroom kunnen voorzien.
Maar Lief gaf niet thuis.
Reactie: zero.

Toen was de maat he-le-maal vol.
“Ik ben naar de kapper geweest!” schreeuwde riep ik uit en misschien riep ik nog wel meer.
“Er is minstens 167 centimeter eraf gehaald! MINSTENS” tierde ik.

En hij had er nog best mee weg kunnen komen als ‘ie gewoon “Verrek, nu je het zegt… Ik dacht al, wat zie je er goed uit!” had gezegd.
Meer verwachtte ik niet.
Echt niet.
In plaats daarvan moest ik het doen met een ‘ik had het niet gezien’.

“Ik ben naar de kapper geweest!”
“Ik had het niet gezien.”

Toen heb ik toch maar eventjes gehuild.
Als een brulaap.
De rest van de avond.
Stomme hormonen.

Foodie

Mensen, ook ik ben om.
Ik begin de dag met een kommetje havermoutpap.
“IEUW!” hoor ik je denken.
Dat klopt.
Het is ook ieuw.

Het grootste compliment voor een bord havermoutpap is dat het op behanglijm lijkt.
Maar met wat simpele toevoegingen wordt het echt… Wow!
Niet tegen mijn moeder zeggen, maar Ik ben tegenwoordig echt enthousiast over havermoutpap.

En ik ben niet de enige.
Want havermout is helemaal hip and happening. (wordt deze uitdrukking eigenlijk nog gebruikt?)
En aangezien ik maar wat achter de meute aanhobbel, is havermout zo ondertussen misschien al op zijn retour.

Ik weet het niet.
Maar dat maakt niet uit.
Want eindelijk ben ik ook een soort van foodie! Een nieuwe Rens Kroes, maar dan zonder de bijbehorende taille.

En bijna zag ik mezelf al een heel nieuw blog starten. Zo’n healty, green and delicious site met allemaal tips, recepten en fantastische foto’s. De enige hobbel op de weg is dat ik niet kan koken mooie foto’s maken niet op mijn lijf geschreven staat.

Aangezien ik dit…2015-08-overnight-oats-header-2-1-of-1
(recept is hier te vinden)

…heb weten te reduceren tot dit.img_7188
Maar ach.

Met je ogen dicht smaakt dit écht beter dan behanglijm!
Overigens heb ik nog nooit behanglijm geproefd, dus echt weten doe ik het niet, maar probeer het gerust! De havermout dan, niet de behanglijm.