Hij en ik: over ge, gij, keej

Om een taal te leren, moet je blijven oefenen.

Ik    :    Wat wildege drinken?
Hij  :    Wat wilde gij drinken?
Ik    :    Wat wildegij drinken?
Hij  :    Wat wilde gij drinken?
Ik    :    Wat doe ik anders dan?!
Hij  :    Wat… Wilde… Gij… Drinken?
Ik    :    Zeg je nou gij of ge?
Hij  :    Gij.
Ik    :    Gij.
Hij  :    Niet gij, maar gijijijij
Ik    :    Gijijijijijijijijij.
Hij  :    Wat wilde gij drinken?
Ik    :    Doe maar thee dan!

Het wil niet zo vlotten, dat Limburgs en Kwangie.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s