Last year hit

Jazeker, mensen!

Kwangie is still alive and kicking!

Ze is niet verzwolgen door de fruitvliegjes-brigade.
Ook is ze niet blijven hangen in een bord noodles, toch bedankt dat je meeleeft, Alice!

Noch is Lief bij haar weggegaan, zodat ze verstoken is van leuke opmerkingen.

Wat er wél aan de hand is?
Nou.
Dit.
Kwangie is in de ban van de trouwring Stieg Larsson.
Wie?
Stieg. Larsson.

Uit Zweden.

Stieg Larsson heeft een trilogie geschreven met de nogal opmerkelijke titels: “Mannen die vrouwen haten”, “De vrouw die met vuur speelde” en “Gerechtigheid”. Deze noemde hij samen het Millenium-trilogie. Voeg daaraan toe een fantasy-achtige voorkant en je komt tot de conclusie: Dat is helemaal niets voor Kwangie.

Kwangie houdt meer van *kuch* intellectuele boeken. Liefst met een tragisch randje zodat ze de ogen uit de kop kan janken, want dat lucht zo lekker op na een dagje werken die een dialoog waard zijn. Die nog een tijdje in je hoofd blijven hangen en die imposant in de boekenkast staan.

In de kast dus geen Harry Potter of Lord of the Rings* maar boeken waar je u tegen zegt.

Toch bestelde ze alle drie de boeken van Stieg Larsson.
Ondanks haar prestigieuze collectie.
Want.
Collega E. noemde de boeken – ik citeer – “Het beste wat ik heb gelezen, vorig jaar!”

VORIG JAAR!

Als Kwangie érgens gevoelig voor is, dan is het wel voor de boekenmode.
Fashion-victim-eerste-klas, vind ik niets vervelender dan gezien te worden met last year hit.
Zo van.
“O ja, die ken ik. Goed is die, hè? Die heb ik twee jaar geleden in het vliegtuig naar Kuala Lumpur gelezen.”

Soooo not cool.

Om dit te voorkomen, ging Kwangie even bij de bolle langs en werd met een klik op de muis de trotse eigenaar van een nieuwe verslaving.

Tussen de bedrijven door moet ze ook nog een beetje werken, Lief aan de praat houden en een visum regelen om over drie weken Moskou weer in te mogen.

U leest het: Ik heb het druk.
Razend druk.
Maar ik ben niet verdwenen.
Of blijven hangen in mijn noodles.

Nog maar zeshonderd pagina’s te gaan!

* kwangie behoudt alle rechten voor om deze boeken alsnog wél te lezen en er helemaal enthousiast over te zijn! Soms ben ik gewoon een beetje laat wat boeken betreft. 

Fruitvliegjes-terreur

Ik háát fuitvliegjes.
En fruitvliegjes haten mij.

Het is allemaal begonnen, zo’n twaalf jaar geleden.
In de biologieles van meneer Heine.

Iedere leerling kreeg twaalf fruitvliegjes voor zijn neus.
En ether.
Daarmee moest je de vliegjes verdoven.
Om uit te zoeken of het mannetjes of vrouwtjes waren.
Of dood.
Dan stonden hun vleugeltjes raar.
En moest je nieuwe halen bij meneer Heine.
Ik hoef vast niet te vermelden dat het doel van die hele les mij ontgaan is.

En ever since wordt mij de genocide van de jaren negentig verweten.
Niet alleen heb ik de klas (en meneer Heine) niet tegengehouden bij de fruitvlieg-onterende-experimenten, nee, ik heb er zelfs aan deelgenomen.

Ik zal niet zeggen dat ik het niet gewußt heb, want ik wist het wel degelijk.
Van al die vliegjes die onnodig het loodje hebben gelegd.
Terwijl ik toekeek.

Nu, jaren later, achtervolgt het mij nog.
In groten getale.
Blijven die dingen hier binnendringen.
Om al het fruit in huis op te eisen.
En de boel te terroriseren.
Ter compensatie van die twaalf die destijds te zwak waren om 30 seconde ether te overleven.

Daarom.
Háát ik fruitvliegjes.

Hij en ik: stand up Kwangie

Ik        : Zou ik dat ook kunnen?
Hij      : Wat?
Ik        : Stand up comedy.
Hij      : Nee!
Ik        : Serieus! Volgens mij ben ik daar best goed in, hoor!
Hij      : Hahaha! NEE!
Ik        : Niet?
Hij      : Helemaal niet!
Ik        : Hoezo niet? Vind jij mij niet grappig dan? Hoort u de toon die ik aansla? Die is dreigend, he? O wee
             als je het verkeerde antwoord geeft, jongeman!
Hij      : Ik vind jou heel grappig…
Ik        : …Maar…?

Hij      : Andere mensen niet.

 
Kwangie kan maar beter doen, waar zij écht goed in is:
Lief zo’n dodelijke blik toewerpen, dat hij spontaan de afwas, vuilniszakken en vuile was  wegwerkt!

Ochtendroutines

Voor mensen die ’s ochtends graag een paar uur minuten langer in bed liggen, is het van levensbelang dat de ochtendroutine vlekkenloos verloopt.

De wekker moet tijdig afgaan en snoozen tot nader order, de douche goed heet en de kleding die je de avond ervoor niet klaar hebt gelegd moet in een mum van tijd uit de kast worden getoverd.

Een mens wordt nu eenmaal niet leuker van een ochtend-uit-balans.
En ik al helemaal niet.
Dat geef ik ruiterlijk toe.

De eerste uren van de dag ben ik het liefst verstoken van nasty surprises.

Om die te voorkomen, volgt Kwangie zo haar vaste ochtendroutines:
Allereerst buikoefeningen.
Die doe ik trouw elke ochtend.
Zodra de wekker gaat, zit ik rechtop.
Eventjes naar het donker staren.
En weer terugvallen in bed onder mom van ‘…nog één minuutje…’

Dit herhaal ik zo’n twintig keer, totdat het echt niet meer kan.

Dan verhuis ik naar de douche.
Waar ik het eerste kwartier niet meer onder vandaan kom.
Want.

Staand slapen is ook heerlijk.

Vervolgens moet er geföhnd worden.
Het verschil tussen een verzopen kat op het hoofd en head-turning-hair zit hem in die vijf minuten blazen op volle toeren na de hete douche.
Dus zetten we de blower hard.

En wapperen de haartjes in het wild.

In het kader van time management poetst Kwangie daarbij haar tanden.
En dat is best lastig.
Want op de kop föhnen levert simpelweg de meeste volume op, terwijl zwaartekracht nogal zijn uitwerking heeft op je speeksel.
Zeker als je je mond niet goed dicht houdt.
Gelukkig word je er vanzelf behendiger in.

En het levert ’s morgensvroeg welgeteld twee minuten extra op!

In die twee minuten kleed ik me aan.
En uit.
En weer aan.
Voordat ik boterhammen smeer en alles in de tas gooi.

Een laatste bag check. heb ik alles? Alles-alles?

Nog even Lief onnodig wakker maken gedag kussen.
De deur achter me dicht trekken.
Hup.

Naar de trein.

Waar ik steevast achter kom, dat ik:
– geen tandpasta op de borstel heb gedaan;
– vergeten ben iets op het brood te smeren;

– een bad hair life heb.

… en daarom voortaan best vijf minuten langer kan blijven liggen.

Hij en ik: strijden voor de goede zaak

Lief heeft nogal andere ideeën dan Kwangie.
Over ons stulpje.

En hoe deze ingericht moet worden.

Toen we drie jaar geleden ons eerste appartementje kochtten, hebben we een mix ‘n’ match aan meubels van onze studententijd meegenomen.

Met als leidraad IKEA Zweedse meubelarij.

Het moge duidelijk zijn.
Wij zijn aan vernieuwing toe.
Nu we het daar over eens zijn, begint het onderhandelen.

Waarbij beide partijen poot stijf houden.

Hij      : …En die gordijnen moeten ook echt vervangen worden!
Ik        : Ik vind de gordijnen eigenlijk best wel mooi.
Hij      : Die vind ik echt lelijk!
Ik        : Wat vind je er dan zo lelijk aan dan?
Hij      : Nou gewoon, ze hangen… zo…
Ik        : Ik heb toch echt liever eerst een nieuwe keuken!
Hij      : …Of anders korten we die gordijnen gewoon in?
Ik        : En ik vind onze vloer ook zo lelijk nog niet!
Hij      : Vind je dan ook niet dat die gordijnen zo hangen?
Ik        : En we willen daar toch ook nog een muurtje plaatsen? Wil je dat dan niet eerst?
Hij      : Ja, maar dat kan ik niet zelf. Een muurtje zet je niet zomaar één-twee-drie…

Ik        : Ik vind het eigenlijk best wel mooie gordijnen.

Terwijl ik pleidooien houd voor een nieuwe keuken – met afwasmachine – gaat Lief duidelijk voor een nieuwe vloer en gordijnen-die-niet-hangen.

We komen er niet uit.
En wachten gewoon af.
Totdat de ander bezwijkt toegeeft.