De Mutsenoma heeft er alle vertrouwen in!

Vanmorgen om kwart over acht ging de telefoon.
*Tring* *Tring*

“Hallo??”

Het is mijn moeder.
Of eigenlijk was het mijn vader, maar mijn moeder heeft de gewoonte op de achtergond mee te praten.

“Je moeder zegt dat ze je mist.”
“Oh.”
“Vraag of ze al heel veel is aangekomen!”
“Gaat alles goed met je?”
“Ja, hoor.”
“Zeg dat ze niet te veel moet eten!”
“Rust je goed uit? Je hebt verlof nu toch?”
“Ja, klopt.”
“Niet meer aan het werk denken, hoor!”
“En ze moet ook rustiger aan doen!”
“Hier! Ik geef je je moeder wel even. Dag kind!”
“Dag, pap!”

“Hallo! Hoe gaat het?”
“Goed, hoor! Nog een beetje moe.”
“Oh? Eet je wel goed?”
“Prima, prima. Het is gewoon een beetje vroeg.”
“Lag je nog te slapen?”
“Een beetje…”
“Je moet nu niet alleen maar luieren, hoor! Je moet blijven bewegen. Wandelingen maken. Niet denken ‘ik heb nu verlof dus ik hoef niets meer’, je moet nu juist extra goed je best doen. Dus elke dag tegen mijn kleinkind praten. Lieve woordjes tegen hem zeggen.”
“HÁÁR.”
“Juist, lieve woordjes tegen háár zeggen. Dat moet je echt elke dag doen. Stel haar gerust. Dan zal de bevalling ook gemakkelijker gaan. En ben je opgezwollen? Als je opgezwollen bent, moet je minder zout eten en veel rusten. En fruit moet je eten, anders word je flauw. En elke dag blijven bewegen, niet alleen maar luieren. Dat hangen op de bank is ook nergens goed voor. Je moet rondjes lopen. En gezond eten. Niet alleen maar snoepen. En al helemaal geen chips. Maar goed, je bent zo stilletjes. Je bent zeker moe! Nou, ga maar gauw rusten en vanmiddag niet vergeten te lopen. Niet lui zijn! En niet te veel eten. Dáááááág!”

Ja, maar…

“Wil je thuis bevallen of in het ziekenhuis?”

Lieve mensen, IK WEET HET NIET!
En het kan me werkelijk geen ene moer schelen.
Maar niemand wil me geloven.
Wat ik ook zeg, ik krijg hele betogen om mijn oren geslingerd.

“Het ziekenhuis is écht iets voor jou!”
“Thuis is zoveel fijner, daar heb je alles bij de hand.”
“Als er iets mis is, krijg je voor altijd spijt!”
En dan doodleuk eindigen met: “Je moet vooral doen wat voor jou goed voelt, hoor!”

Hetzelfde geldt voor borstvoeding.
“Ga je borstvoeding geven?”
Uh… Soms is het een keuze, soms wordt het voor je beslist.
Maar ik wil het best proberen.
Hoe weet ik anders wat ik er van vind?

“Heel goed!” roepen de verloskundigen in koor.
Maar er zijn er ook die hele andere dingen roepen: “Dat zou echt niets voor mij zijn! Zo met je tiet overal in het openbaar!”
Of: “Een betere start kun je je kindje niet geven!”
Of: “Je ontneemt Lief daarmee de kans om een band te krijgen met de baby.”

Sorry, hoor!
Maar ik wist niet dat borstvoeding een verkapte vorm van exhibitionisme was.
En ik ben niet zo’n secreet dat ik Lief wil buitensluiten.
Of de Kleine bewust een slechte start gun.

Ik heb gewoon geen visie, okee?
Geen idee.
Geen benul.

Het enige wat ik zéker weet is dat ik geen striae wil.
Maar die heb ik ook gratis en voor niets gekregen.
Dus tja.
Begin gerust over het nut van insmeren en wonderolies.
Dan laat ik in de tussentijd een olifantenhuid groeien!

Modus Overmoed

Vandaag is het derde trimester begonnen.
Met het aanbreken van de laatste fase, kwam Overmoed om de hoek kijken.
En hoe!
Nergens zijn er beren op de weg.
En als ze er zijn, eet ik ze gewoon op.
Groot voordeel van zwanger zijn: niemand zegt “Zou je dat nou wel doen?” als je weer iets in je mond propt.

Op een dag werd ik wakker en wist ik het zeker: ik moet een naaimachine kopen.
Hoe moeilijk kan het zijn?
Zo’n jurkje of kussenhoes.
Is dat niet gewoon een kwestie van Immer Gerade Aus?
Dat ik nog nooit in mijn leven met naald en draad heb gewerkt, is maar een klein detail.
In gedachte telde ik de keiharde euro’s uit die ik allemaal ging besparen.

De vraag is alleen wanneer ik dit ga doen.
Want in 2013 ga ik ook nog een trilogie schrijven.
Een commercieel succes dat uiteraard verfilmd gaat worden.
En om fatsoenlijk op de rode loper van de premiere te kunnen verschijnen, zal ik in no time fotomodellenslank worden.
Ik ben immers E.L. James niet.
Geef toe: toen je haar voor het eerst zag, kreeg ‘Vijftig Tinten’ een vreemd tintje, niet waar?

Hoe dan ook, slank word je niet vanzelf. Daarvoor ga ik hardlopen. Lekker buiten.
Dat ik niet kan rennen, is maar een klein probleem.
Als ik begin met een uurtje per dag, kan ik me wel inschrijven voor de marathon in New York.
Dus struin ik internet af voor trainingsschema’s, leuke outfits en vliegtickets.
Het is een kwestie van dóen.
Ergens in 2013.

Wat nog meer op de agenda staat?
De Kleine uitpoepen welkom heten!
En het begint een beetje te dagen waarom de natuur Modus Overmoed heeft bedacht.
Het schijnt namelijk dat de Kleine nog aan een groeispurt gaat beginnen.
Terwijl mijn buik al een omtrek heeft van een meter!
Hoe gróót maken ze die baby’s tegenwoordig?
En waarom is de opening dan zo klein?
Daar had beter over nagedacht kunnen worden.

Maar ik maak me niet echt druk over de bevalling.
Hoe moeilijk kan het zijn?
Gewoon een beetje jammeren, tot in den treure puffen en heel hard krijsen, toch?
En op het moment suprême roep je met een boze blik “JIJ RAAKT MIJ NOOIT MEER AAN!”.
Tegen Lief uiteraard.
Niet tegen de verloskundige.
Maar als het van toepassing is, roep je het alsnog naar allebei.
Als je het zo bekijkt, is het écht een eitje!

Over horrormonen en zo…

Er is iets geks met me aan de hand.
Iedere nacht word ik klokslag 4:07 wakker.
Ik staar dan niet naar het plafond.
Ook val ik Lief niet meer echt lastig.
Toch kan ik niet slapen.

Ergens diep van binnen is er een allesoverheersende drang om op te staan.
Omdat er íets moet gebeuren.
En dat iets, dat kan niet wachten.
Dat moet echt NU!

Zo kroop ik midden in de nacht uit bed om alle zorgverzekeringen met elkaar te vergelijken.
Toen ik eindelijk de aller- aller- allervoordeligste had gevonden, stuurde ik Lief een mailtje.
Terwijl ie naast me lag.
Of ie even wilde bevestigen dat de OHRA zijn huidige zorgverzekering mag opzeggen per 1 januari 2013.
En ik was erg moe in mijn nopjes over mijn eigen speurwerk.

Op een andere avond werd ik wakker en ging mijn hart als een bezetene tekeer.
Ik wist meteen wat me te doen stond.
In no time was ik in de babykamer en heb ik alle rompertjes op maat opgevouwen.
Ook sorteerde ik de sokjes op klein, kleiner, kleinst en maakte ik ienieministapeltjes van ienieminikleding.
Vraag me niet waarom, maar het móest gewoon gebeuren.
En het geeft toch een gerust gevoel dat alles nu op maat klaar ligt, niet waar?

Ik weet niet of dit dan nesteldrang is of dat ik gewoon doordraai.
Maar het feit dat ik bereid was om op de zaterdag voor Kerst naar de IKEA te gaan, zegt al genoeg.
Lief hield voet bij stuk en weigerde aan zo’n gevaarlijke onderneming te beginnen.
“Ja, maar… Ik moet echt naar de IKEA!”
“Waarom dan? Kan dat niet na Kerst?”
“Ik moet echt zaterdag naar de IKEA.”
“Maar waarom dan deze zaterdag?”
“Je hoeft niet mee als je niet wilt. Ik kan wel zelf naar de IKEA rijden.”
“Ga je dan ook zelf alles sjouwen en zo? Dat lijkt me dus echt geen goed plan.”
“Ik moet wel… Ik ga zaterdag naar de IKEA.”
“Ja, maar wáárom dan deze zaterdag? Het zal hartstikke druk zijn!”
“En toch ga ik!”

Waarschijnlijk zag hij de waanzin in mijn ogen.
Ik zou het niet weten.
Maar Lief koos eieren voor zijn geld.
Hij wilde niet naar de IKEA op de zaterdag voor Kerst.
Maar hij wilde ook niet dat ik in mijn eentje op Expeditie Eigenwijs ging.
Dus vertrok Lief op een woensdag, toen ik veilig op het werk was, naar de IKEA.
Hij kocht alles, sjouwde het mee naar huis en zette de boel in elkaar.

En ik?
Ik kan sindsdien weer lekker slapen!

Verstoppertje

“Lief! Lief! Voel eens! Ze schopt! HIER!”
Met een zucht en een kreun, gaat Lief zo liggen dat hij zijn handen op mijn buik kan leggen.
Ondertussen houdt hij de televisie in de gaten.
Die elf zwetende mannen kunnen namelijk niet zonder Liefs toezicht.

“Ik voel niets…”, zegt Lief droog, lichtelijk geirriteerd dat hij voor de gek gehouden wordt.
“Ja, maar… Net was ze nog heel druk bezig…”
“Ik krijg kramp in mijn pols,” bromt Lief, en hij schudt theatraal met zijn slapende pols.

Het moment dat Lief weer een beetje ge-re-installeerd is (lees: languit op de bank met de volle aandacht weer gericht op het elftal uit Eindhoven) begint de Kleine weer te dansen.
*Plop* *Plop*
“Lief! Ze schopt NU!”

Als je ogen uit de kas konden rollen, dan waren die van Lief al onder de bank beland.
Dus ik grijp zijn hand en plant hem op mijn zij.
Lief zucht.
Samen kijken we gespannen naar de buik.
En ik hoop, bid, smeek de Kleine om een beetje actie.

“Ik voel niets…”
“Wacht nou.”
“…”
“Net was ze nog heel druk bezig!”
“Ik voel écht niets.”
“Oh, daar!”, roep ik triomfantelijk, “voelde je dat?”

Lief kijkt me onderzoekend aan.
“Echt niet? Oh, wacht. Daar! Dat was ze weer! Dat voelde je toch wel?”
“… Nee. Niets!” en Lief maakt aanstalten om zijn hand te bevrijden.
“Daar! Dat was ze weer! Voelde je dat? Het was bij je hand!”
“Nee, ECHT niet!”
“Helemaal niets?”
“Helemaal niets.”

En zo speelde de Kleine al een paar keer verstoppertje met haar vader deze week.