Over de navelstreng en de échte dunne buik

Ik was gezegend met een redelijk platte buik.
Niet dat ie mooi strak was.
Of gespierd.
En het was ook geen wasbord.
Maar toch was hij redelijk plat te noemen.

Vriendinnetje M. zei het ooit eens treffend.
“Je hebt echt geluk met je buik! Daardoor lijk je slank.
Maar als je écht dun was geweest, zou je niet zo’n diepe navel hebben.”

En gelijk had ze.
Echte dunne meisjes hebben geen gat in de buik.
Er is simpelweg niet genoeg vlees/vet/huid om enige vorm van diepgang diepte te vormen.
Bij échte dunne meisjes zit de navel niet in, maar óp de buik.

Mijn navel daarentegen was misschien wel vier centimeter diep.
Geen idee hoeveel dat is?
Steek je wijsvinger maar eens uit.
En probeer dan twee kootjes in je navel te steken.
Zó diep.

Ik was er dan ook heilig van overtuigd dat mijn navel nooit het daglicht zou zien.
Boy! Could I be more wrong?

Eerst leek het een soort van schaduw. Een schijnbeweging.
Maar de laatste dagen begint hij uit zijn schulp te kruipen.
Eerst langzaam en voorzichtig nog. Alsof het moest wennen aan de buitenwereld.
Met de tijd ging het sneller en sneller.
Durfde het grotere stappen te nemen.
Risico’s te incasseren.

En nu is het niet meer tegen te houden.
Binnenkort floept mijn navel eruit!
In vol ornaat midden op de buik.
Als een misplaatst grapje van Moeder Natuur.
Kan ik dan eindelijk zeggen dat ik een buik heb, zoals échte dunne meisjes.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s