De prinses

“Weet je wat ik later wil worden?”
“Nou, wat wil je later worden, Puk?”
“Prinses!”

Eerlijk is eerlijk, prinses zijn lijkt me nogal… Nutteloos.
Om toch een soort van supportive te zijn, zuchtte ik niet te diep, maar bedacht een plannetje.

“Misschien is hij wat jong voor jou, maar als je een prinses wilt worden, als je dat écht wilt, dan…”
*tromgeroffel*
“…moet je trouwen met prins George.”
Beledigd stampvoette Puk weg.
“Ik moet helemaal NIETS!”

Als je dochter van vier haar carrière-pad uitstippelt, neem je dat uiteraard serieus. Maar ik geloof dat ze voorlopig genezen is.

Advertenties

Over Lucky Fonz III, Beethoven en een twaalfjarige lijdensweg

Gisteren was ik bij ‘Superlekker’ van Lucky Fonz III. Het was een geniale achtbaan met meerdere memorabele momenten – of zoals iemand van de weersomstuit zei “heel spitsvondig”.
Lucky Fonz III begeleidde zichzelf met een gitaar, een mondharmonica en een tweede gitaar, maar het mooist waren de stukken die hij op een grote zwarte vleugel speelde.
Dat was met zo’n bevlogenheid dat ik me meerdere keren afvroeg waar het fout is gegaan.

Als een ongelukkige samenkomst van omstandigheden heb ik twaalf jaar lang pianolessen gehad.
De belangrijkste omstandigheid was natuurlijk mijn afkomst.
In een Chinese opvoeding ontbeert het nooit aan eten, studieboeken en muziekinstrumenten.

Ik wilde dolgraag de vleugel leren spelen, noemde dat ding ‘piano’ – ook zo’n omstandigheid – en eindigde achter een piano in plaats van een vleugel bij een lerares die elke les een pakje sigaretten wegpafte (dat kon toen nog gewoon).

Dagelijks een half uurtje oefenen was het advies.
Aangezien ik geen tijgermom had die erop toezag dat ik minimaal drie úúr per dag pianopingelde, werd het dus zo’n drie minuten per week.

Zo nam ik elke dinsdag totaal onvoorbereid plaats achter de piano.
Met trillende vingers probeerde ik er wat van te maken: the show must go on!
Ik boog mijn hoofd zoals concertpianisten dat doen en ramde theatraal op de toetsen alsof er een wild beest getemd moest worden.
Steevast eindigde ik met een semi-dramatische laatste noot die door merg en been ging.
En na elke toonladder keek ik mijn lerares hoopvol aan.
Wie weet was ik een wonderkind, zoals Beethoven?
Of – vooruit – een Bach II?
Het verlossende woord kwam nooit.
Mijn lerares slaakte een zucht, stak een sigaret op en keek uit het raam.
Dankzij die pianolessen weet ik dat er 3.600 tellen in een uur zitten.

In mijn hoofd smeekte ik mijn vader een einde te maken aan mijn lijden, maar ik durfde niet.
Omdat elke valse noot die uit mijn vingers kwam, door mijn vader werd beloond met een hartelijk applaus en natte ogen.
Op die leeftijd ging ik er van uit dat mijn vader ontroerd was door mijn pianospel.
Nu denk ik dat de tranen in zijn ogen sprongen van de pijn in de oren.
Für Elise kan nogal een tantaluskwelling zijn als je bij de eerste vijf noten blijft hangen.

In een poging iets van het pianoleven te maken, raapte ik al mijn moed bij elkaar om de lerares voorzichtig te vragen of het mogelijk was om iets ánders te spelen.
Niet meer Bach en Beethoven, maar iets moderns, misschien?
Iets waar je wél vrienden mee kunt maken bijvoorbeeld?
Alsjeblieft?
De pianolerares pakte een sigaret, stak hem aan en dacht er over na.
“Iets moderns,” zuchtte ze en ze keek uit het raam.

De week erop kwam mijn wens in vervulling.
En hóe.
Voor me lag een stuk van Bartók.
Hartstikke modern.
In 1917.

Diezelfde avond kwam er een einde aan 2.246.400 lange, lange seconden.
Mijn vader had er geen traan om gelaten.

Het jaar van de billenman

Hoewel ik geen praktiserende Chinees ben, zijn sommige gebruiken best handig.
Zo begon gister Chinees Nieuwjaar – de beste wensen, allemaal!
De mist in gegaan met je goede voornemens?
Zeg gewoon dat je een ánder nieuw jaar bedoelde.
Heel logisch.
Tegenwoordig volgt iedereen een alternatief dieet, waarom niet een andere kalender?
Voel je je vooral niet schuldig dat je na vier weekjes 2017 alweer op de bank hangt in plaats van in de sportschool: het nieuwe jaar was gewoon nog niet begonnen.

Nu had ik zelf weinig voornemens, behalve dat ik 26 boeken wilde lezen dit jaar en meer bewegen.
Gelukkig loop ik daarmee niet achter, maar juist vóór volgens de Chinese jaartelling *ahum*.
Alleen heeft de Watermeloen mijn e-reader op de grond gesmeten.
En dat is een probleem.
Een halve e-reader met zeven barsten in het scherm is nog daar aan toe, maar dat smíjten van Watermeloen.
Daar moeten we het eventjes over hebben.
Want helaas heeft hij meer barbaarse neigingen die gecultiveerd moeten worden, naast dat smijten.
Wat dat betreft zou ‘kind opvoeden’ eigenlijk een beter voornemen zijn.

Zo heeft Watermeloen het geduld van een popcorn en is hij liever moe dan lui.
Geen idee van wie hij het heeft, maar als ik niet beter zou weten zou ik zeggen: niet mijn kind.

Nog meer aanwijzingen?
Watermeloen is ontzettend eigenwijs en kan al achteruit inparkeren met zijn bolderkar.
Bovendien is het een jongen van weinig woorden.
De meloen bedient zich met ‘die!’ en ‘DIE!’ en dat was het wel zo’n beetje.

Je kunt veel over mij zeggen, maar stil ben ik zeker niet.
Maar Watermeloen is een typisch gevalletje stille watermeloenen diepe gronden.

Eén moment lette ik niet op of Puk riep vol afschuw uit: “Mama! Hij heeft de billencrème te pakken!”
Meneer vond een krukje, schoof het voor de commode, en heeft zichzelf opgetrokken om bij de sudocrème te komen.

Bij de pot billencrème komen was één.
Zijn echte doel was zichzelf helemaal ondersmeren.
Lekker, joh!
In zijn haren, op zijn snoet, aan zijn oren.
Overal had Watermeloen sudocrème zitten.
Behalve op zijn billen.

Even twijfelde ik of ik mijn telefoon moest pakken.
Een paar delicate foto’s zijn immers goud waard bij latere onderhandelingen.
Maar voor ik iets kon doen, rende de billenmans op me af en zaten we met zijn allen onder de witte, plakkerige billencrème.

Opvoeden.
Ik ga dat maar weer eens oppakken in het nieuwe jaar.
Volgens de Joodse kalender.

Uit de kast!

Ik zit altijd boordevol ideeën.
Aan inspiratie geen gebrek.
Ook met de motivatie zit het wel snor.
Alleen…
Soms, héél soms, vind ik slapen zo fijn.
En iedereen weet dat als de kans zich voordoet, je alles moet laten vallen om die paar minuutjes te pakken.
Even de ogen dicht en snurken, een luxe die weinig mensen zich kunnen veroorloven.

En zo blijven al die briljante ideeën liggen op de plank in een kast achter een deur met zevenhonderd sloten voor de komende vijftien jaar. Kan vast geen kwaad.

Ik heb lang nagedacht of ik ze uit de kast wilde laten komen, maar waarom niet?
Het is 1 januari, tijd voor een lijstje van net-niet-haalbare ambities die gisteravond nog een goed idee leken, maar na een beetje nachtrust als lijk in de kast blijven liggen:

1. “Great leaders read”
Het schijnt dat de gemiddelde Amerikaan één boek per jaar leest en daarbij niet verder komt dan het eerste hoofdstuk.
Geen idee waar ik dat heb gelezen en ook niet of de cijfers kloppen, maar gelukkig ben ik geen gemiddelde Amerikaan.

Lezen is voor mij als leider van de boevenbende namelijk essentieel.
Hoe kunnen Puk en Watermeloen immers hun streken uithalen als moeders als een havik elke beweging registreert?
Voor hun ontwikkeling is het alleen maar goed dat ik met de neus in de boeken zit, zodat zij vrijuit kunnen slopen en plunderen.

Afgelopen jaar las ik er 19.
Maar ja, 19… Dat is het nét niet.
Het is iets meer dan een boek per maand, net minder dan een boek per twee weken.
Dus leek het me logischer om 365 boeken te gaan lezen dit jaar.
Lekker overzichtelijk.
Alleen, dat slapen hè?
Onverenigbaar met het lezen.
De ambitie maar bijstellen naar de 100? 52? 26?
Toch maar een nachtje over slapen.

2. Vaker schrijven, vaker posten.
Nu schrijf ik al elke dag, dus vaker schrijven is niet helemaal haalbaar, maar zolang ik niets post, schrijf ik voor de buitenwereld niet.
Misschien kan ik het eeuwige stemmetje dat niets goed genoeg vindt eens temmen door juist vaker te posten.
Elke week op een vast moment iets het internet opslingeren.
Laten we zeggen elke woensdagochtend 9.00 uur.
Of juist ’s avonds op vrijdag, als er niets op tv is.
Maar dan moet ik wel elke week iets hebben wat zo het www op kan.
En minstens 26 (of 52?) stukken vooruit schrijven en – horror! – misschien inleveren op kwaliteit.
En iedereen is juist gewend aan mijn hoge standaarden *kuch*
Toch maar een nachtje over slapen.

3. Meer bewegen.
Het staat er echt.
Klinkt als een briljant plan.
Stoppen we toch maar weer even terug in de kast.

4. Een systeem bedenken voor het huishouden.
HAHAHA!
Grapje.
Geen goed plan.

En zo, beste mensen, blijft de kast voorlopig gewoon dicht.
Geen goede voornemens.
Geen actieplannen.
Geen to-do of bucketlijsten.

Gewoon blijven lachen en vooral verder dromen want dan weet ik zeker dat ik slaap!

Iedereen een liefdevol, gezond en licht 2017 gewenst!
Dat al jullie voornemens wél mogen slagen!

Sinterklaas en zijn tradities

Sinterklaas en ik hebben wat oud zeer.
Niet alleen sloeg de Goedheiligman ons huisje steevast over, het enige wat ik ooit van hem heb gekregen was een handgeschreven brief of ik alsjeblieft met het licht uit wilde slapen.
Daar heb ik overigens nooit gehoor aan gegeven, aangezien ik die clown van It enger vond dan een tripje naar Spanje.
Hoe het ook zij – voor mij geen jeugdsentimenten rondom 5 december.

Hoe anders is dit voor Lief, die zich ontpopt tot een one-man-Sinterklaascommissie.
Zo hebben we nu steevast wortels in de koelkast liggen, is er een pepernotentaart gebakken en maakt Lief zich oprecht zorgen of er wel genoeg inpakpapier is voor alle kadootjes voor de Puk en Watermeloen.
Even serieus.
Mijn immer nuchtere koele kikker heeft inpakpapier-stress!
Alsof P&W niet in drie seconden alles aan flarden hebben gescheurd.

Enfin.
Het is maar goed dat Lief weet hoe alles hoort, want ik zou er een potje van maken.
Want wat zijn er veel ongeschreven regels en tradities!
Zo dacht ik dat je maar één keer je schoen zette.
Namelijk op Pakjesavond.
Maar dat is niet zo.
Je zet je schoen eerder.
Hoeveel eerder, dat zei Lief er niet bij.
In ieder geval na augustus of zo, maar vóór 5 december.

Toch is het niet de bedoeling dat je elke avond een schoen zet.
Daar zitten weer restricties op.
Dat hele schoen-zet-systeem werkt namelijk niet als een adventkalender.
Dus ookal heb je 30 paar schoenen, je mag NIET elke avond je schoen zetten.
Hoe vaak dan wel, dat kon Lief me niet vertellen.
Maar hij was onverbiddelijk.
“Dat hoort niet.”

Je schoen zet je tussen augustus en 5 december, niet één keer en ook niet dertig keer, maar op Pakjesavond zet je hem zeker niet.
Op 5 december (of een andere dag die beter uitkomt) komen de kadootjes namelijk niet door de schoorsteen, maar via een jutezak.
Logisch, toch?

Gelukkig zit het er bijna op.
Want wat zijn dit verwarrende tijden!