Sinterklaas en zijn tradities

Sinterklaas en ik hebben wat oud zeer.
Niet alleen sloeg de Goedheiligman ons huisje steevast over, het enige wat ik ooit van hem heb gekregen was een handgeschreven brief of ik alsjeblieft met het licht uit wilde slapen.
Daar heb ik overigens nooit gehoor aan gegeven, aangezien ik die clown van It enger vond dan een tripje naar Spanje.
Hoe het ook zij – voor mij geen jeugdsentimenten rondom 5 december.

Hoe anders is dit voor Lief, die zich ontpopt tot een one-man-Sinterklaascommissie.
Zo hebben we nu steevast wortels in de koelkast liggen, is er een pepernotentaart gebakken en maakt Lief zich oprecht zorgen of er wel genoeg inpakpapier is voor alle kadootjes voor de Puk en Watermeloen.
Even serieus.
Mijn immer nuchtere koele kikker heeft inpakpapier-stress!
Alsof P&W niet in drie seconden alles aan flarden hebben gescheurd.

Enfin.
Het is maar goed dat Lief weet hoe alles hoort, want ik zou er een potje van maken.
Want wat zijn er veel ongeschreven regels en tradities!
Zo dacht ik dat je maar één keer je schoen zette.
Namelijk op Pakjesavond.
Maar dat is niet zo.
Je zet je schoen eerder.
Hoeveel eerder, dat zei Lief er niet bij.
In ieder geval na augustus of zo, maar vóór 5 december.

Toch is het niet de bedoeling dat je elke avond een schoen zet.
Daar zitten weer restricties op.
Dat hele schoen-zet-systeem werkt namelijk niet als een adventkalender.
Dus ookal heb je 30 paar schoenen, je mag NIET elke avond je schoen zetten.
Hoe vaak dan wel, dat kon Lief me niet vertellen.
Maar hij was onverbiddelijk.
“Dat hoort niet.”

Je schoen zet je tussen augustus en 5 december, niet één keer en ook niet dertig keer, maar op Pakjesavond zet je hem zeker niet.
Op 5 december (of een andere dag die beter uitkomt) komen de kadootjes namelijk niet door de schoorsteen, maar via een jutezak.
Logisch, toch?

Gelukkig zit het er bijna op.
Want wat zijn dit verwarrende tijden!

Nog meer onzin

Omdat er nog niet genoeg onzin op het internet zwerft, schrijf ik ook op Instagram.
Hartstikke fout natuurlijk, want Instagram is bedoeld voor mooie pláátjes.
Toch heb ik zelf de grootste lol daar – en mijn vader zegt dat het belangrijk is dat je gelukkig bent.
Dus bij deze.

Voor alle mensen die geen Instagram hebben (of mij niet willen volgen) is hier je extra dosis onzin, gratis en voor nop.

Enne… graag gedaan! *kuch*

ps. de namen ‘kwangie’, ‘kwangie.nl’ én ‘kwangie.com’ waren al in gebruik, dus als je me zoekt… Je kunt me vinden onder misskwangie, leek me logisch, aangezien ik niet in het onderwijs zit!

Waar je als een berg tegenop ziet, kun je maar beter achter de rug hebben. Waar wacht je nog op? Ga ‘m beklimmen!

Een schrijfproces bestaat uit: schrijven, schrappen, scheuren en strepen (en eigenlijk ook een beetje schreeuwen en schamen, maar dat hoeft niet iedereen te weten)

Het hoeft niet altijd even poëtisch te zijn.

Deze hoort bij de reünie waar ik onlangs was

Laat los en pak aan die toekomst! Het ligt voor het oprapen!

September, wat was je goed voor ons. Dank je!

Sta eens stil bij wat je (niet) doet.

Hoe weet je anders dat het gras groener is?

Als je toch bezig bent, ga deze schrijver volgen op Instagram! (zoek op Jetanvers en je krijgt geen spijt)

Toch grappig dat je van ‘erge vent’ het toepasselijke v e r g e t e n kunt maken

Schrijf je eigen uitkomst

Stil staan is geen optie!

Voor alle gym-kneusjes out there, het komt goed! Beloofd!

De 100e post op Instagram was een zware bevalling – zonder ruggeprik. Maar! Je krijgt er wel veel voor terug!


De reünie

Gisteren was de reünie van mijn middelbare school.
Mijn eerste gedachte was alwéér?
Maar de vorige keer dat we met zijn allen terugkeerden naar de plaats delict school was alweer tien jaar geleden.
Tien jaar!

Met kriebels in de buik fietste ik naar school.
De dikke (b)rugtas had plaatsgemaakt voor twee kinderzitjes.
En ik hoopte vurig dat ik niet in mijn eentje in de kantine hoefde te zitten.

Gelukkig zag ik al gauw een bekend gezicht.
Mijn oud-lerares klassieke talen liep voorbij en ik klampte me aan haar vast.
Ze zag er precies zo uit als in mijn herinneringen: een vriendelijke dame met een open blik.

“Hoi!” zei ik.
“Hoi!” zei ze, “je moet me even helpen.”
Dat kon ik wel begrijpen, er liepen zoveel Chinezen rond destijds misschien wel twee of zo!
“Ik ben het!”
“Oh! Ja! Nu zie ik het!”
In plaats van dat ze me roemde om – ik noem maar wat – mijn genialiteit in de Latijnse teksten, zei ze: “Je bent dikker geworden!”
Was het niet veni, vidi, partum-kilo non vici? 

Enigszins gedesillusioneerd liep ik verder door het gebouw dat ooit mijn tweede thuis was.
De school leek een stuk kleiner nu ik zelf zoveel dikker groter ben.
Met een clubje jaargenoten wandelde ik naar de klas.
Maar het lokaal zat al vol.
Stampensvol.
Vlak daarvoor had ik een briljante les levensbeschouwing gehad, dus nu hoefde ik niet meer zo nodig naar binnen.
En je krijgt vast geen overhoring.
We gingen maar weer weg.

Uiteindelijk belandden we in de kantine en zat ik – gelukkig! – niet alleen.
We praatten wat over vroeger.
Vertelden waar we tegenwoordig druk mee zijn.
Haalden herinneringen op van het kaliber had-die-leraar-nou-iets-met-een-leerling-of-was-hij-dat-niet.
Het was erg gezellig totdat iemand doodleuk vertelde dat het alweer 23 jaar geleden was dat we in de brugklas zaten.

Toen moest ik me echt bedwingen om niet mijn geld terug te vragen.
Sinds wanneer moet je 20 euro betalen om dik én oud genoemd te worden?
Ik denk dat Puk dat al voor een koekje doet.
En sinds wanneer zeggen we elkaar alleen nog maar the truth, the whole truth and nothing but the truth?

Gelukkig kwam Lucky Fonz III (google hem maar) bij ons aan tafel zitten.
Hij vertelde dat hij bij de vorige reünie, tien jaar geleden, tegen iedereen had gezegd dat hij zanger was.
Ookal was hij toen nog niet zo ver, het hielp hem om te geloven in zijn muziek.
En in zichzelf, als muzikant.
Als een omslagpunt.

Tien jaar later leeft hij van zijn liedjes, staat op Pinkpop en geeft ie een gastoptreden bij de reünie van zijn oude middelbare school.
Vooral dat laatste is indrukwekkend.
Hij zag er gelukkig uit.

“En wat doe jij?” vroeg hij aan me.
Ik dacht er even over na.
Was ik al te dik en te oud om mezelf te worden?
Het was niet echt gelogen.
Hoogstens een beetje eufemistisch.

“Ik? Ik ben schrijver.”
en anders sla ik de volgende reünie wel over!

Een vreemde ontmoeting

Beste jongen die in het donker fietste zonder licht,

Het spijt me dat ik niet stopte toen je vroeg of je iets mocht vragen.
En het spijt me ook – een beetje – dat ik tegen je geschreeuwd heb.
“Ga weg! Je maakt me bang!” is niet zo heel aardig.
Je maakte me niet echt bang hoor, maar heel prettig vond ik je gezelschap ook niet.

Zo in het donker was het gewoon een beetje vreemd.
Jij fietste de straat in, ik fietste de straat uit.
Ik op zoek naar wat Pokémon frisse lucht, jij op zoek naar iets om – wat je zelf noemde – “je energie mee kwijt te raken.”

En in plaats van moederlijk naar je te luisteren, wees ik je af.
“Ga weg! Je maakt me bang!” zei ik.
“Maar ik doe niets…” probeerde je nog.
Toch zette ik een tandje bij en fietste zo hard ik kon van je weg.

Jij fietste de straat in, ik fietste de straat uit.
Je keek me aan.
Iets te lang.
Ik keek terug.
Iets te boos.
En toen we elkaar passeerden had je al je moed bij elkaar verzameld om me aan te spreken.
Maar ik fietste door.
En jij keerde om.

“Mag ik iets vragen?” vroeg je.
“Vraag maar!” riep ik zonder te stoppen.
Ik keek en zag je achter me aan fietsen.
Een lange slungel met donker haar.
Donkere jas, donkere broek.
Het stoorde me dat je geen fietslicht had.
Heel zachtjes vroeg je: “Weet je waar de hoerentent is?”
Zonder nadenken riep ik: “Nee! Ga weg!”
“Maar ik doe niets…” probeerde je nog, “ik wil gewoon wat energie kwijt…”
“Ga weg! Je maakt me bang!” riep ik, “Serieus! Ga weg!” en ik schudde je van me af.

En nu denk ik.
Misschien had ik kunnen opperen dat je je energie ook kunt steken in – ik noem maar wat – je fietslamp vervangen?
Het spijt me dat ik dat niet heb gezegd.
Het spijt me ook dat ik “Ga weg! Je maakt me bang” heb geroepen, terwijl je hele normale behoeftes hebt.
Je bent niet eng.
Je bent geen freak.
Maar ik ben ook je moeder niet.

Fruitvliegjes-terreur

Ik háát fuitvliegjes.En fruitvliegjes haten mij.
Het is allemaal begonnen, zo’n twaalf jaar geleden.

In de biologieles van meneer Heine.
Iedere leerling kreeg twaalf fruitvliegjes voor zijn neus.
En ether.
Daarmee moest je de vliegjes verdoven.

Om uit te zoeken of het mannetjes of vrouwtjes waren.
Of dood.
Dan stonden hun vleugeltjes raar.
En moest je nieuwe halen bij meneer Heine.

(Ik hoef vast niet te vermelden dat het doel van die hele les mij ontgaan is.
En ever since wordt mij de genocide van de jaren negentig verweten.)

Niet alleen heb ik de klas (en meneer Heine) niet tegengehouden bij de fruitvlieg-onterende-experimenten, nee, ik heb er zelfs aan deelgenomen.
Ik zal niet zeggen dat ik het niet gewußt heb, want ik wist het wel degelijk.

Van al die vliegjes die onnodig het loodje hebben gelegd.
Terwijl ik toekeek.
Nu, jaren later, achtervolgt het mij nog.
In groten getale.
Blijven die dingen hier binnendringen.
Om al het fruit in huis op te eisen.
En de boel te terroriseren.

Ter compensatie van die twaalf die destijds te zwak waren om 30 seconde ether te overleven.

Daarom.
Háát ik fruitvliegjes.