Als je moe bent, moet je slapen

Als je moe bent, moet je slapen.
Mijn ouders hamerden er altijd op dat we voldoende rustten.
“Maar ik bén niet moe!” sputterde ik weleens tegen, dat mocht niet baten.
Als je moe bent, moet je slapen.
En als je niet moe bent, kun je alvast wat slapen.
Daar kreeg je geen speld tussen.
Met als gevolg dat ik overal heb leren slapen.
In de bus, trein, auto, maar ook gewoon bij iemand op de bank als dat moet.
Dat heeft niets met het gezelschap te maken, maar als je moe bent, moet je slapen.
En ik ben vaak moe, zeker omdat de Watermeloen zo vaak niet moe is.

Met enige regelmaat val ik in slaap tussen de Duplo en ander speelgoed. Meestal is het Puk die me dan wakker maakt.
“Mama, de Watermeloen gooit allemaal speelgoed in de wc, dat mag toch niet, hè?”
Waarna ik me plechtig voorneem niet meer overdag te slapen (en om het speelgoed eens op te ruimen).

Gelukkig voor mij (en voor onze riolering) gelooft de Meloen nog heilig in middagdutjes.
Die slaat hij nooit over.
Zodra hij in bed ligt, nestel ik me met Puk op de bank.
Gezellig filmpjes kijken op de televisie.
Niet zo verantwoord, maar wel broodnodig.
Een power nap verricht wonderen.
Het hoeft niet uitgebreid, gewoon even je oogjes dicht en je kunt er weer tegenaan.

Jarenlang hield ik mijn inhaalslaapjes op de bank wanneer dat zo uitkwam.
En het kwam altijd uit, want we woonden op vier hoog.
Niemand die per ongeluk zou zien dat ik met mijn mond open slaap, behalve misschien een nieuwsgierige vogel die voorbij vloog.
Maar sinds we in een huis wonen, is het een heel ander verhaal.
Vooral omdat het huis in een wijk vol groen staat.

Wandelaars die genieten van de omgeving, komen met het mooie weer graag even voorbij.
Niet zelden wordt er een blik naar binnen geworpen.
Om gênante vertoningen te voorkomen, slaap ik niet meer op de bank.

Mocht je ooit voorbij wandelen en naar binnengluren kijken, schrik dan niet als je mij op de vloer ziet liggen.
Daar tussen de Duplo.
Er is niets aan de hand.
Ik ben gewoon moe en als je moe bent, moet je slapen.

Dit stuk verscheen eerder in een aangepaste versie in De Stenen Bank.

Vriendschap is een illusie

Onlangs is de kleine Puk stiekem vier geworden.
Vier!
Hoe dan?
En dat betekent dat ze eindelijk naar school mag.

Het was niet gemakkelijk.
De eerste dagen waren bijzonder pijnlijk en de tranen vloeiden rijkelijk.
Maar zo ondertussen kan ik wel zeggen dat ik aardig gewend ben.
Met de Puk gaat ook alles goed, dank je.

Mijn hart maakte een sprongetje toen ik Puk ophaalde en er ineens een meisje bij haar stond.
Een meisje met een rode jas.
In haar handen hield ze een boekje.

“Uh, Puk, ken je dit meisje?”
“Ja.”
“Wil je iets aan Puk geven?”
Het meisje knikte.

Het was een vriendschapsboekje.
Woeaaah!
Ik hartje vriendschapsboekjes!
We beloofden plechtig goed voor het boek te zorgen.

De grootste uitdaging was het boek uit handen te houden van de Watermeloen.
Die wildebras beheerst de kunst van het slopen tot in de puntjes.

De andere uitdaging was een fatsoenlijke tekst.
Aangezien Puk nog niet kan lezen of schrijven, ben ik degene die de pen voert.

“Wat is je lievelingseten?”
“Spaghetti.”
“Wat eet je liever niet?”
“Mosterd.”
So far so good.

Het werd lastig toen de diepere vragen kwamen. Die over je toekomstdromen en je grootste wensen en wat je zo leuk vindt aan elkaar.

“Puk, wat wil je later worden?”
Daar hoefde ze niet lang over na te denken.
“Prinses.”
“Okee, prinses.”
“… met een gouden jurk en een gouden kroon met roze diamanten.”

En zo ging dat verder.
Er waren kinderen die droomden dat er nooit meer oorlog of ruzie zou zijn.
Puks grootste wens was “dat ons huis verandert in een kasteel.”

“Ik kijk graag op de televisie…”
“Nieuwe Shimmer and Shine.”
“Shimmer and Shine?”
“NIEUWE Shimmer and Shine.”
(voor de onwetenden onder ons: dat is serieuze kleuter-televisie)

De vraag wat zij zo leuk vond aan het meisje met de rode jas, beantwoordde Puk met “omdat zij mijn rok mooi vindt.”

Als editor kon ik dit moeilijk laten staan.
“Puk, het meisje met de rode jas is toch ook leuk, omdat ze…”
“…”
“…slim is?”
“Ja!”
“…lief is?”
“Ja!”
“…grappig is?”
“Ja! Ze is slim en lief en grappig!”

Zie daar.
Een citaat!
Snel pakte ik mijn pen en schreef op:
“Dus jij vindt het meisje met de rode jas leuk, omdat zij slim en lief en grappig is. Correct?”
Puk was onverbiddelijk.
“Neehee, omdat zij mijn rok mooi vindt!”

Onverstandig onhandig

Weet je waar ik he-le-maal simpel van word?
Van alle wachtwoorden die je tegenwoordig moet onthouden.
De meest simpele app vraagt om een halve bijbelcitaat met irisscan.

Ik weet niet hoe het kan, maar ik heb zo ondertussen wel zevenhonderd wachtwoorden verzameld.
Minstens.
En al die wachtwoorden moet je onthouden.
Soms is alles toegestaan, soms word je gevraagd iets te verzinnen dat bestaat uit minimaal zes karakters met tenminste één hoofdletter, één cijfer, een leesteken en vijf letters verschil met de afgelopen zeven wachtwoorden.

Het moge duidelijk zijn: alles is tegenwoordig beveiligd.
En vroeger had ik een fantastisch geheugen.
Ja, dat kan ik me nog goed herinneren.
Maar nu zit alles op slot.
Was het nou KersenVlaai!123 of BananenVla?321 ?
Oh nee!
Het was appelFLappenTAART!!!!!!!789 – met zéven uitroeptekens.

En uiteraard schrijf je je wachtwoorden nergens op.
Want dat zou niet verstandig zijn (maar wel handig).
En uiteraard gebruik je niet telkens hetzelfde wachtwoord.
Want dat zou niet verstandig zijn (maar wel handig).
En uiteraard vergeet je nooit je wachtwoord.
Want dat zou niet verstandig zijn (en ook niet handig).

Gelukkig is daar nu een app voor.
In die app voer je alle wachwoorden in en het enige dat je hoeft te onthouden is:
1) het wachtwoord van de app
2) dat je de app hebt

Man, wat was ik gelukkig met deze ontdekking!
Nooit meer “Probeert u later nog eens”.
Nooit meer ingewikkelde constructies voor een wachtwoordreset.
Wat een heerlijk vooruitzicht!

Braaf voerde ik alle zevenhonderdachtennegentigduizend wachtwoorden in.
Wat was het overzichtelijk!
Alle toegangcodes op een rijtje.
Eindelijk rust in de kop.

En uiteraard heb ik het wachtwoord voor de app nergens opgeschreven.
Want dat zou niet verstandig zijn.
Maar wel handig.
Vooral als je het wachtwoord de volgende dag alweer bent vergeten.

Het jaar van de billenman

Hoewel ik geen praktiserende Chinees ben, zijn sommige gebruiken best handig.
Zo begon gister Chinees Nieuwjaar – de beste wensen, allemaal!
De mist in gegaan met je goede voornemens?
Zeg gewoon dat je een ánder nieuw jaar bedoelde.
Heel logisch.
Tegenwoordig volgt iedereen een alternatief dieet, waarom niet een andere kalender?
Voel je je vooral niet schuldig dat je na vier weekjes 2017 alweer op de bank hangt in plaats van in de sportschool: het nieuwe jaar was gewoon nog niet begonnen.

Nu had ik zelf weinig voornemens, behalve dat ik 26 boeken wilde lezen dit jaar en meer bewegen.
Gelukkig loop ik daarmee niet achter, maar juist vóór volgens de Chinese jaartelling *ahum*.
Alleen heeft de Watermeloen mijn e-reader op de grond gesmeten.
En dat is een probleem.
Een halve e-reader met zeven barsten in het scherm is nog daar aan toe, maar dat smíjten van Watermeloen.
Daar moeten we het eventjes over hebben.
Want helaas heeft hij meer barbaarse neigingen die gecultiveerd moeten worden, naast dat smijten.
Wat dat betreft zou ‘kind opvoeden’ eigenlijk een beter voornemen zijn.

Zo heeft Watermeloen het geduld van een popcorn en is hij liever moe dan lui.
Geen idee van wie hij het heeft, maar als ik niet beter zou weten zou ik zeggen: niet mijn kind.

Nog meer aanwijzingen?
Watermeloen is ontzettend eigenwijs en kan al achteruit inparkeren met zijn bolderkar.
Bovendien is het een jongen van weinig woorden.
De meloen bedient zich met ‘die!’ en ‘DIE!’ en dat was het wel zo’n beetje.

Je kunt veel over mij zeggen, maar stil ben ik zeker niet.
Maar Watermeloen is een typisch gevalletje stille watermeloenen diepe gronden.

Eén moment lette ik niet op of Puk riep vol afschuw uit: “Mama! Hij heeft de billencrème te pakken!”
Meneer vond een krukje, schoof het voor de commode, en heeft zichzelf opgetrokken om bij de sudocrème te komen.

Bij de pot billencrème komen was één.
Zijn echte doel was zichzelf helemaal ondersmeren.
Lekker, joh!
In zijn haren, op zijn snoet, aan zijn oren.
Overal had Watermeloen sudocrème zitten.
Behalve op zijn billen.

Even twijfelde ik of ik mijn telefoon moest pakken.
Een paar delicate foto’s zijn immers goud waard bij latere onderhandelingen.
Maar voor ik iets kon doen, rende de billenmans op me af en zaten we met zijn allen onder de witte, plakkerige billencrème.

Opvoeden.
Ik ga dat maar weer eens oppakken in het nieuwe jaar.
Volgens de Joodse kalender.

Sinterklaas en zijn tradities

Sinterklaas en ik hebben wat oud zeer.
Niet alleen sloeg de Goedheiligman ons huisje steevast over, het enige wat ik ooit van hem heb gekregen was een handgeschreven brief of ik alsjeblieft met het licht uit wilde slapen.
Daar heb ik overigens nooit gehoor aan gegeven, aangezien ik die clown van It enger vond dan een tripje naar Spanje.
Hoe het ook zij – voor mij geen jeugdsentimenten rondom 5 december.

Hoe anders is dit voor Lief, die zich ontpopt tot een one-man-Sinterklaascommissie.
Zo hebben we nu steevast wortels in de koelkast liggen, is er een pepernotentaart gebakken en maakt Lief zich oprecht zorgen of er wel genoeg inpakpapier is voor alle kadootjes voor de Puk en Watermeloen.
Even serieus.
Mijn immer nuchtere koele kikker heeft inpakpapier-stress!
Alsof P&W niet in drie seconden alles aan flarden hebben gescheurd.

Enfin.
Het is maar goed dat Lief weet hoe alles hoort, want ik zou er een potje van maken.
Want wat zijn er veel ongeschreven regels en tradities!
Zo dacht ik dat je maar één keer je schoen zette.
Namelijk op Pakjesavond.
Maar dat is niet zo.
Je zet je schoen eerder.
Hoeveel eerder, dat zei Lief er niet bij.
In ieder geval na augustus of zo, maar vóór 5 december.

Toch is het niet de bedoeling dat je elke avond een schoen zet.
Daar zitten weer restricties op.
Dat hele schoen-zet-systeem werkt namelijk niet als een adventkalender.
Dus ookal heb je 30 paar schoenen, je mag NIET elke avond je schoen zetten.
Hoe vaak dan wel, dat kon Lief me niet vertellen.
Maar hij was onverbiddelijk.
“Dat hoort niet.”

Je schoen zet je tussen augustus en 5 december, niet één keer en ook niet dertig keer, maar op Pakjesavond zet je hem zeker niet.
Op 5 december (of een andere dag die beter uitkomt) komen de kadootjes namelijk niet door de schoorsteen, maar via een jutezak.
Logisch, toch?

Gelukkig zit het er bijna op.
Want wat zijn dit verwarrende tijden!